'Krullenbol' verkijkt zich op weerstand

Thom de Graaf komt uit een politiek nest. Zijn vader was burgemeester. Als een van de drie krullenbollen in de D66-fractie ging hij in 1994 vol verwachting aan de slag....

Het is in 1981 dat de Nijmeegse student Thomas Carolus de Graaf zijn rechtenstudie succesvol afrondt met een eindscriptie over de gekozen burgemeester. Bijna een kwart eeuw later treedt diezelfde Thom de Graaf af als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing, omdat - o ironie - zijn troetelkind de gekozen burgemeester er opnieuw niet komt.

De Graaf (47) belandt in 1994 in de Tweede Kamer. Het zijn glorieuze dagen voor zijn partij D66. Onder leiding van oprichter Hans van Mierlo hebben de Democraten hun zeteltal verdubbeld van 12 naar 24. Paars I komt er aan, dé kans voor D66 om zijn kroonjuwelen (correctief referendum, gekozen burgemeester) in politieke munt om te zetten.

Met zijn partijgenoten Dittrich en Van Boxtel - 'de drie krullenbollen' - gaat De Graaf veelbelovend van start. De politiek is hem niet vreemd. Zijn vader was burgemeester van Lisse en Nijmegen en actief voor de KVP. De Graaf werkte tussen 1985 en 1994 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een baan die hij combineerde met het gemeenteraadslidmaatschap in Leiden.

In 1997 wijst de D66-fractie hem aan als voorzitter. Als VVD-senator Wiegel in 1999 met zijn 'nee' niet alleen het correctief referendum, maar ook Paars II laat vallen, speelt De Graaf een belangrijke rol bij de succesvolle lijmpoging.

De altijd genuanceerde De Graaf krijgt het moeilijk als Fortuyn op het politieke toneel verschijnt. De D66'er ergert zich aan diens boude uitspraken en mediageilheid. De vlam slaat in de pan als Fortuyn voorstelt het non-discriminatie artikel uit de Grondwet te schrappen. De Graaf haalt Anne Frank erbij om zijn afschuw te spuien.

Deze vergelijking keert als een boemerang bij hem terug. D66 verliest de verkiezingen in 2002 (van 14 naar 7 zetels) en De Graaf wordt beschuldigd van de demonisering van Fortuyn. Als in 2003 D66 nog een zetel verliest, neemt Boris Dittrich het fractievoorzitterschap over. De Graaf bereidt zich voor op een nieuwe periode als Kamerlid.

De mislukte formatie tussen CDA en PvdA maakt niet alleen het huidige kabinet van CDA, VVD en D66 mogelijk, maar ook de doorstart van de politieke carrière van De Graaf. Hij wordt minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijkszaken. Op de Antillen staat hij als snel bekend als 'minister Thom'.

De Graaf mag nog één keer proberen de jeugddroom van D66 over bestuurlijke vernieuwing tot werkelijkheid te maken. De vooruitzichten lijken gunstig, zowel de gekozen burgemeester als de invoering van een nieuw kiesstelsel zijn in het regeerakkoord vastgelegd.

De Graaf komt met zijn voorstellen, maar verkijkt zich op de weerstand die ze oproepen: zowel bij de coalitiepartners, de oppositie als de machtige Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Uiteindelijk deelt de PvdA in de senaat de genadeklap uit, door de noodzakelijke grondwetswijziging voor de gekozen burgemeester te blokkeren. De 'krullenbol', inmiddels met een kalende plek in het midden, biedt woensdagavond zijn ontslag aan bij de koningin.