'Kortere wachtlijst zegt weinig over jeugdzorg'

De kortere wachtlijsten in de jeugdzorg zeggen weinig over de verbetering van de hulp aan kinderen die het moeilijk hebben. Dat stelt de Randstedelijke Rekenkamer.

Voor een gedeelte is de daling niet te danken aan een toename van het zorgaanbod, maar wordt die veroorzaakt door een verschuiving op papier.

Een jaar geleden wachtten nog 5.510 kinderen langer dan negen weken op hulp; op 1 oktober 2009 was dat gedaald tot 3.693.

Administreren

Volgens de Rekenkamer, die de wachtlijsten in Utrecht, Flevoland en Noord- en Zuid-Holland onder de loep nam, is een deel van die verbetering alleen te danken aan een andere manier van tellen en administreren. Zo zijn kinderen die geen acute hulpvraag hebben van de lijst verwijderd.

Aan de andere kant worden kinderen die zijn opgenomen in een zorginstelling en daarnaast ook nog hulp krijgen van een andere instantie, nu geteld als twee ‘gebruikers’. Voorheen werd elke cliënt maar één keer meegeteld. Daardoor lijkt de groei van het aantal behandelde kinderen volgens de Rekenkamer groter dan die in werkelijkheid is.

De provincies hebben er belang bij om de verbeteringen zo groot mogelijk voor te stellen, omdat zij in ruil voor extra geld prestatieafspraken hebben gemaakt met minister Rouvoet over het wegwerken van de wachtlijsten.

Nederlaag

Per 1 januari van dit jaar zou volgens die afspraak geen enkel kind langer dan negen weken moeten wachten op hulp. De stand van de wachtlijsten op die datum is pas eind deze maand bekend. Maar hoewel er in 2009 duidelijk meer kinderen zijn geholpen, is het vrijwel zeker dat een aantal Bureaus Jeugdzorg die eis niet heeft gehaald. Het gaat dan onder meer om Noord-Brabant, Gelderland en de stadsregio Amsterdam. Dat is een nederlaag voor minister Rouvoet, die sinds zijn aantreden in 2007 steeds heeft beloofd de wachtlijsten in de jeugdzorg te zullen wegwerken.

De Randstedelijke Rekenkamer noemt die focus op wachtlijsten ‘te eenzijdig’. In de praktijk blijkt de grens van negen weken wachten discutabel: voor het ene kind is vijf weken wachten al te lang, voor een ander zou een wachttijd boven negen weken wel acceptabel zijn.

Bovendien maskeren de cijfers de soms extreem lange wachttijden. In de onderzochte provincies stond 40 procent van de kinderen al meer dan 22 weken op de lijst; 20 procent wacht zelfs langer dan een half jaar. Dat zou er volgens de Rekenkamer op duiden dat het beleid vooral tekortschiet voor de moeilijk plaatsbare jongeren.

Een leerling/bewoner op zijn kamer (Martijn Beekman/ de Volkskrant) Beeld Beekman, Martijn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.