'Kleine prins' gaat voor echte ambt

Hij werd beroemd als zanger, ontpopte zich als filantroop en nu wil hij president worden.

Zijn succes, zo verklaart de Senegalese zanger Youssou N'Dour te pas en te onpas, heeft 'You' te danken aan de gewone Senegalees. In Dakar werd N'Dour aan het begin van zijn zangcarrière op het schild gehesen. Hem werd begin jaren tachtig bijna gesmeekt zijn liederen op cassette uit te brengen, waarna wereldsucces kon volgen. Het volk, zegt N'Dour, heeft hem gemaakt tot de superster die hij nu is: de 'super étoile de Dakar' die kon schijnen in heel Afrika, in Europa en Amerika.


Die betoonde dankbaarheid aan de gewone man kon weleens doorslaggevend blijken bij de Senegalese presidentsverkiezingen van volgende maand, waarvoor N'Dour zich maandag als kandidaat heeft gemeld. De zanger is ongekend populair in het West-Afrikaanse land, waarvan bovendien een steeds groter deel genoeg lijkt te hebben van de zittende president Abdoulaye Wade (85). Het is niet verwonderlijk dat de kansen van N'Dour in Senegal redelijk worden ingeschat.


Youssou N'Dour werd op 1 oktober 1959 geboren in Dakar. Als 14-jarig jongetje trad hij aan de hand van zijn vader en moeder op met islamitische liedjes, bij besnijdenisrituelen en tijdens de ramadan. Later vormde hij de band Étoile de Dakar, waarmee hij Senegalese mbalaxmuziek zou maken: opzwepende dansmuziek, geworteld in Afrikaanse ritmiek maar met de blik gericht op Latijns-Amerikaanse muziek en westerse pop en rock.


Tekenend voor de carrière van N'Dour: zijn eerste concert buiten Afrika werd begin jaren tachtig georganiseerd door de associatie van Senegalese Taxichauffeurs, in Parijs, op een conferentie van chauffeurs die buiten Senegal hun werk deden. In Parijs ook werd N'Dours cassette Immigré opgenomen, een album dat later op plaat zou verschijnen en zijn grote doorbraak zou worden in het Westen.


Want N'Dours jubelende Afrikaanse tenor werd ontdekt door de Engelse zanger Peter Gabriel. N'Dour zong mee op diens platen en werd uitgenodigd voor optredens in Europa en de VS. In 1992 had N'Dour een miljoenenhit met het nummer Seven Seconds, dat hij zong met Neneh Cherry. Hij won alle denkbare muziekprijzen, van Grammy's tot MTV-Awards, werd 'de grootste Afrikaanse artiest van de vorige eeuw' genoemd en speelde met Sting, Paul Simon en Bruce Springsteen.


Terwijl zijn ster in het Westen bleef rijzen, ontpopte N'Dour zich in Senegal tot filantroop. Hij bouwde de muziekstudio Xippi, waar hij jonge Senegalese hiphopartiesten een kans bood een plaat op te nemen. Hij richtte de Youssou N'Dour Foundation op, die kinderziekenhuizen financiert. Hij begon het project Joko, dat in heel Afrika internetcafés voor jongeren opende. Hij werd ambassadeur voor Unicef, probeerde midden jaren tachtig Nelson Mandela vrij te zingen, deed aan liefdadigheid voor Amnesty International.


Maar N'Dour bleef zich vooral ook richten op de Dakarees van de straat. In zijn thuisstad gaat N'Dour steevast op pad met een pak bankbiljetten in de mouw van zijn bloes. 'You' deelt uit, wordt achtervolgd en aangeklampt door arme Dakarezen en groepen kinderen. In een interview met de Volkskrant zei N'Dour hierover: 'Ik vind het belangrijk dicht bij de mensen te zijn die hoop putten uit mijn muziek.'


Zo verdiende N'Dour een van zijn vele bijnamen, 'de Kleine Prins van Dakar', die nu dan gaat voor het echte hoogste ambt van het land. De laatste jaren heeft N'Dour zich in zijn eigen krant L'Observateur en op zijn radiostation RFM een fel tegenstander getoond van president Wade. Die was in 2000 met zijn Senegalese Democratische Partij weliswaar op democratische wijze aan de macht gekomen, maar heeft zich volgens N'Dour in zijn tweede ambtstermijn, die inging in 2007, van zijn slechtste kant laten zien. N'Dour hekelt de machtsconcentratie rond Wade, zijn pogingen de kies- en grondwet aan te passen om zo een derde termijn af te kunnen dwingen, zijn exorbitante uitgaven voor een standbeeld van hemzelf en een luxe presidentieel vliegtuig, de vermeende corruptie in Wades partij en in het landsbestuur.


De zanger staat niet alleen in zijn kritiek. In juni vorig jaar gingen duizenden vooral jonge Senegalezen de straat op om te demonstreren tegen het wanbeleid en de grote armoede in het land. Ongeveer eenderde van de Senegalese bevolking leeft volgens de Verenigde Naties onder de armoedegrens. De demonstraties ontaardden in gewelddadige rellen met de oproerpolitie.


Bij de bekendmaking van zijn kandidaatschap op N'Dours radiostation RFM verklaarde N'Dour bestuurlijke vernieuwing te willen doorvoeren in Senegal en de corruptie en de armoede te willen bestrijden. Na N'Dours kandidaatsstelling werd vanuit regeringskringen fijntjes gewezen op zijn gebrek aan opleiding, dat het hem onmogelijk zou moeten maken door te dringen tot een ambtelijke functie, laat staan de hoogste. N'Dours reactie: 'Ik heb gestudeerd aan de wereldschool. Van reizen leer je net zo veel als van boeken.'


Muzikanten in de politiek

Wyclef Jean, in het begin van de jaren negentig lid van het hiphoptrio Fugees, wil in 2010 president van Haïti worden. De kiescommissie houdt dat tegen. In 2011 wordt een andere zanger, Michel Martelly, president van Haïti.


Ruben Blade, Panamees salsazanger, doet in 1994 een mislukte gooi naar het presidentschap. In 2004 wordt hij minister voor Toerisme.


Gilberto Gil, Braziliaans zanger, wordt begin 2003 benoemd tot minister van Cultuur. Vanaf 2008 richt hij zich weer alleen op de muziek.


Peter Garret, lid van de Australische band Midnight Oil, komt in 2004 in het parlement. In 2007 wordt hij minister voor Milieuzaken.


Mikis Theodorakis (1925), Grieks componist, is eerst vooral actief in het ondergrondse verzet. In 1970 wordt hij verbannen. Na de val van het kolonelsregime brengt Theodorakis het tot parlementslid en minister (1990 tot 1992).


Sonny Bono (1935-1998), van het duo Sonny & Cher, is van 1988 tot 1992 eerst burgemeester van Palm Springs en daarna lid van het Huis van Afgevaardigden.


Berdien Stenberg, fluitiste, zit vanaf 1998 voor het CDA in de gemeenteraad van Almere. In 2010 wordt ze wethouder.


Nana Mouskouri, Grieks zangeres, heeft tot 1999 vijf jaar in het Europees Parlement in Brussel gezeten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.