'Je moet je hele leven nog werken'

'Meneer Brouwer, mag ik u voorstellen. Dit is Willie, die sloeg wel eens kinderen in elkaar maar daar krijgt ze nu medicijnen voor....

Van onze verslaggeefster

Esther Bakker

DEN HAAG

Zo stelt interviewer Marga van Praag woensdag zeven jongeren van Haagse spijbelopvangprojecten voor aan een klein publiek van jeugdhulpverleners en leerplichtambtenaren. Ze mogen hun hart luchten over de lange rij scholen waar ze vanaf getrapt zijn en de hulpverleners die maar een stel zachte eitjes zijn.

Vandaag overlegt de Tweede Kamer met staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs over subsidies voor spijbelopvangprojecten. Hebben de jongeren, met hun rijke spijbelervaring, misschien suggesties voor hoe het beter kan?

Dat hebben ze. Allereerst voor de scholen. Jolanda, opgevoed door haar vader en diens lange stoet vriendinnen, ging op haar dertiende samenwonen met haar vriendje. Ze was een goede leerling maar stopte met school.

'Ik was lui. En mijn vriend werkte de hele dag, die zag niet of ik wel of niet ging.' Ze kreeg slechts één brief van school waarin ze werd gesommeerd terug te komen. Haar vader is nooit iets gevraagd. 'Ze hadden toch wel iets meer moeite kunnen doen', zegt Jolanda.

Willie klaagt dat school niet snapt wat iemands achtergrond is. 'Ik vloekte altijd in de klas. Mijn stopwoord is 'kanker'. ''Kanker, mijn pen valt'', riep ik dan. De jufrouw werd daar razend om. Maar ik kon er niet mee ophouden. Bij mij thuis roepen ze allemaal constant kanker. Mijn moeder ook.'

En Kees, een stille jongen: 'Ze kijken nooit of je thuis problemen hebt als je lastig bent op school of spijbelt. Mijn moeder is verslaafd, ik zeg het maar eerlijk. Daar heeft op school nooit iemand naar gevraagd.'

'Waarom moet die school zo lang duren', vraag Punkie zich af. 'Ik wil snel diploma's halen. School staat zo ver af van de prakijk. Je moet je hele leven nog werken. Je jeugd is er toch om plezier te maken. Waarom moet je dan zo lang naar school?'

'Ik geloof dat ik wel iets kan concluderen over de rol van school in het spijbelen', merkt van Van Praag op. 'Wat betekent dat: concluderen', vraagt Danny. 'Eh, er iets over zeggen, een conclusie trekken', herstelt Van Praag zich: 'scholen geven te weinig persoonlijke aandacht. Ze moeten strenger toezien of iemand wel naar school gaat. School staat te ver van de praktijk af.'

Iedereen knikt tevreden. Volgende ronde: de jeugdhulpverleners of 'de grootste droplullen die er rondlopen' zoals Van Praag het samenvat. Erik laat zich erop voorstaan dat hij elke hulpverlener om zijn pink windt.

'Kijk naar dat engelachtige gezichtje. Toch zat Erik behoorlijk in het criminele circuit. Soms had hij wel twintigduizend gulden op zak', introduceert Van Praag hem. 'Ik deed alles om aan geld te komen', vult Erik behulpzaam aan.

Nu heeft hij zijn leven gebeterd en gaat hij elke dag naar een spijbelopvangproject in Den Haag. Hij leert daar voor schilder. Hij heeft wel zes hulpverleners en daar is hij heel ontevreden over.

'Ik vertel zes keer mijn verdrietige verhaal. Elke keer aan iemand anders. Zes keer slikken ze het braaf. Ik zou liever één hulpverlener hebben. Als die me kent, krijgt hij me tenminste door. En dan mogen ze best streng zijn.' 'Wil je dat dan?', vraagt Van Praag. 'Van buiten niet, maar van binnen wel', zegt Erik.

'Hulpverleners zijn er ook nooit als je ze nodig hebt. Dan weer naar de tandarts, dan weer vrije dag', meent Deborah. Zij is die ochtend uit het huis gezet waar ze zelfstandig leert wonen. Ze kwam steeds te laat thuis en was brutaal.

'Nu probeer ik mijn maatschappelijk werkster bijvoorbeeld al de hele dag te bereiken. Ze zouden er altijd moeten zijn.'

Volgens Punkie hebben zijn hulpverleners geen idee hoe het leven op straat is. 'Zelfs niet die hulpverleners die vroeger op straat hebben geleefd en ook problemen hebben gehad. Die zijn er al uit gekomen. Dat is toch anders.'

Als ze later zelf kinderen krijgen, gaan ze het heel anders aanpakken dan hun ouders. 'Zolang ze op school blijven, krijgen ze alles wat ze willen, dure schoenen, kleren. Maar zodra ze spijbelen, krijgen ze niks meer. Dan gaan ze wel hoor', bluft Danny.

'Ik geef mijn kind gewoon een zwaar sjekkie op zijn zevende. Laat hem maar voelen hoe vies het is. En wilen ze blowen, dan geef ik ze een joint tot ze kotsmisselijk zijn. Ja, je moet ze hardhandig aanpakken', aldus Jolanda.

'Maar mijn ouders waren heel streng. Als ik te laat was, kreeg ik een klap voor mijn kop. Dat hielp niks, de volgende dag kwam ik weer te laat thuis', probeert Willie. 'Kinderen hebben regels maar ook steun nodig', concludeert Van Praag.

Als de mini-conferentie wordt opgebroken, vraagt Erik: 'Hebben we eigenlijk nog iets bereikt?' Gelach. 'Daar gaan we nu over praten', zegt de Zuidhollandse gedeputeerde voor jeugdbeleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.