Column

'Je kunt nog net zo goed liggen, in de laatste beurt kan je alles wegschieten'

De mooiste sport van de winterspelen: biatlon

Martin Fourcade prepareert zijn geweer maandag tijdens de 12,5 kilometer achtervolging Foto afp

De Fransman Martin Fourcade ligt na ruim 11 kilometer langlaufen een paar seconden voor op de Zweed Sebastian Samuelsson als hij onder luid gejoel aanlegt voor de laatste serie schoten. Als hij er één mist, verliest hij het goud en mogelijk meer. Schiet hij ze alle vijf raak, dan wacht olympische glorie.

Fourcade geeft geen krimp en schiet met zijn .22 kaliber geweer vijf keer in de kleine zwarte cirkel.

Een oorverdovend gejuich klinkt van de tribune. Tussen de bier drinkende Slowaken en rustige Noren gaan de met vlaggen zwaaiende Fransen helemaal los.

Na het spektakel op de 12,5 kilometer achtervolging, maandagavond in Pyeongchang, is de laatste twijfel weg over wat de mooiste sport is op de Winterspelen: biatlon.

Misschien is het omdat biatlon een bijna bovenmenselijk goede conditie vereist. Je moet met een geweer op je rug op topsnelheid langlaufen en vervolgens je hartslag onder controle kunnen houden om over een afstand van 50 meter raak te schieten.

Wat ook helpt is dat geen sport zo dicht bij de oermens staat. Biatlon werd een eeuw geleden al beoefend door het Noorse leger, als onderdeel van de survivaltraining. Maar eigenlijk is de sport nog veel ouder: op rotstekeningen in Noorwegen waren al scènes van skiën en schieten te zien.

Je vraagt je dan ook af waarom biatlon in Nederland op sterven na dood is. Afgelopen december besloot het enige nationale talent, de 18-jarige Carine Leijn, te stoppen omdat ze zich in Nederland niet kan meten met andere toppers.

Kort geleden hadden we een supertalent in huis: Chardine Sloof, die in 2012 de wereldtitel voor junioren veroverde. Zelfs de officials bij de finishlijn hadden tranen in hun ogen vanwege het eerste Nederlandse wereldkampioenschap ooit. In 2015 koos ze voor Zweden, waar ze het grootste gedeelte van haar jeugd doorbracht nadat haar Nederlandse ouders naar hun favoriete vakantieland emigreerden. 'Ik was het zat om alles alleen te doen', zegt Sloof (25) over de telefoon vanuit Zweden. 'Hier hebben we een fysio en zes mensen die onze ski's waxen. In Nederland deed mijn vader dat allemaal in zijn eentje.'

Sloof vindt het moeilijk uit te leggen, maar merkte een 'gebrek aan bezieling' bij de skibond. Ook voor NOCNSF leek het 'te risicovol' om een biatlonteam te steunen. 'Het is gewoon beter en effectiever met een team om je heen', aldus Sloof.

De geboren Waddinxvener, lid van de Zweedse nationale selectie, had hier vanavond eigenlijk moeten racen, maar de ziekte van Pfeiffer en een slepende rugblessure gooiden roet in het eten. Nu zag ze op televisie haar ploeggenoot Samuelsson zilver halen. 'Ongelooflijk wat hij heeft gepresteerd. Hij was eigenlijk een outsider, maar dat is wat biatlon zo mooi maakt, alles is mogelijk. Je kunt nog net zo goed liggen, in de laatste beurt kan je alles wegschieten. Zeker tijdens de Spelen. Als je dan koel blijft, dat is heel knap.'


De mooiste verhalen over de Olympische Winterspelen

Lees de mooiste verhalen over de Olympische Spelen, verzameld op één pagina.

De overwinning van Kramer kwam tot stand na een uiterst gedegen, zorgvuldig opgebouwde race. Toch was de eindtijd ver onder de stevige verwachtingen.

Nederland is in Zuid-Korea met 29 schaatsers en shorttrackers: elf geboren Friezen en twaalf 'Thialf-Friezen' die in de provincie wonen om hun sport te beoefenen. (+)

Eigenlijk is schaatsen nog steeds een fundamenteel raadsel. Lees hier waarom. (+)

De alternatieven voor het schaatsen: deze ándere sporten moet u kijken. (+)