'Japan gun ik mijn vioolcollectie niet' Muziekverzamelaar Willem Noske: voor tijdgenoten een dwaas, voor het nageslacht een heilige

'GEBRUIK GEEN Engelse woorden', had zijn zoon Wouter vooraf gewaarschuwd. Maar er is helemaal geen slip of the tongue voor nodig om Willem Noske (76) - verzamelaar, oud-violist, voormalig concertmeester van het Residentie Orkest - te doen ontvlammen in een tirade tegen de 'mishandeling van de Nederlandse taal'....

Een conservatief of purist is hij niet. Hij ziet zichzelf eerder als een 'rebel': een rebel die het verleden innig omarmt en zich met alle mogelijke middelen verzet tegen het 'supermasochisme van weg-met-ons'. Het heeft er altijd in gezeten, zegt hij. Toen de onderwijzer op school uit de doeken deed hoe de Nederlanders als galeiboeven voor de Duinkerker kapers en Spanjaarden moesten werken, was er één kind dat onmiddellijk zijn stem verhief. 'Meester, nu gaan we ons wreken', had het kereltje geroepen. Dat was Willem Noske.

Niemand van de patiënten van het Haagse verpleeghuis Preva die zo'n volle agenda heeft als hij. Nu ook de Neerlandica II, het tweede deel van zijn omvangrijke Nederlandse muziekcollectie, zijn weg heeft gevonden naar het Haags Gemeentemuseum staat Noske weer volop in de belangstelling. Hij ziet slecht en moet een pink en enkele tenen missen ten gevolge van zijn suikerziekte. Een jaar geleden werd hij getroffen door een beroerte en daar kwam nog eens een longontsteking bij. Maar het gaat al beter: 'Omdat het goed gaat met mijn collecties.'

De Neerlandica I kwam in 1982 in beheer van Donemus. Sinds 1991 bestaat de (zelfstandige) stichting Musica Neerlandica, die is gehuisvest in het Haags Gemeentemuseum. Op het privé-adres van Noske in Den Haag, waar zijn vrouw een 'prachtig' yogacentrum heeft, bevinden zich de nog immer voortwoekerende Neerlandica III, IV en V met onder meer een schat aan cabaretmuziek. Los daarvan staan de algemene 'Nederlandse historische bibliotheek' en zo nog wat meer. Zijn roemruchte vioolverzameling, la casa del violino, is voor de veiligheid achter slot en grendel in het Gemeentemuseum opgeborgen.

Toen Willem Noske, begenadigd violist, in 1948 terugkeerde van een lezingentournee langs Australische universiteiten had hij de buik vol van De Fesch en Hellendaal: daar kon hij toch niet steeds mee aankomen als het om Nederlandse barokmuziek ging? Hij zou wel eens kijken 'of er meer was'. Het kijken is nooit meer opgehouden.

Vanuit de heilige overtuiging dat het zogenoemde 'zwarte gat' tussen Sweelinck en Diepenbrock een fictie was die werd ingegeven door luiheid en misplaatste gevoelens van minderwaardigheid, verklaarde Willem Noske de jacht op de dode Nederlandse componist voor geopend. Vrouwen zijn een subcategorie. 'Weet je hoeveel ik er heb?' Over de veertienhonderd, terwijl het officiële lexicon of women composers op negenhonderd Nederlandse componerende dames blijft steken. Anna Cramer (1873-1968), vorig jaar door Globe op de compacte schijf gezet, is zo'n vondst van hem.

Een moeilijke man, zegt Wouter Noske over zijn vader. 'Maar ook lief en erg charmant, je zult het wel merken.' Tot twee maal toe pakt hij de hand van het bezoek en drukt er ten afscheid een kus op; wie doet dat nog. Als hij vroeger thuiskwam van een concertreis belde hij steevast op vanaf het station: of hij afgehaald kon worden. Geld voor de tram had hij niet meer. Zijn veroveringen stalde hij zolang in een kluis, om ze pas te gaan halen als hij zeker wist dat zijn vrouw niet thuis was.

Dat hij meer uitgaf dan hij beweerde ('alles kostte altijd een tientje'), daar kwam ze op den duur vanzelf achter. 'Een verzamelaar moet slim zijn', luidt kwajongensachtig zijn verweer. En: 'Voor tijdgenoten is de verzamelaar een dwaas, voor het nageslacht een soort heilige.' De laatste jaren is hij zich pas gaan realiseren dat zijn kinderen nauwelijks een vader hebben gehad.

Als hij niet in het buitenland was, zat hij op zijn werkkamer. Een snoeperd van jewelste, die de talloze papiertjes van de marsrepen en de lege taartdozen als een 'struisvogel' (de term is van Wouter Noske) achter zijn boeken verstopte. Aan tafel verscheen hij niet. Als het gezin ontwaakte - de Noskes hebben vier kinderen - ging hij naar bed, om slechts een paar uur later stipt op de orkestrepetities te verschijnen. 'Is hij geïnteresseerd, dan zet hij zich voor tweehonderd procent in', aldus zijn zoon. 'Maar hij is geen afmaker.'

'Willem wil alles tegelijk en veel te veel. Praktisch is hij niet', zegt Toon Kets, chef de bureau van de stichting Musica Neerlandica. 'Het mooie van de collectie is dat alle titels op bezetting zijn gerubriceerd, maar dat gaat soms wel erg ver. Hij maakte zelfs onderscheid tussen ''piano en viool'' en ''viool en piano'', dat hebben we gauw afgeschaft. De zegeningen van de computer zijn hem volslagen vreemd.'

Het zal nog wel een jaar of drie duren, schat Kets, voordat de collectie compleet toegankelijk is.

De Neerlandica I en II zijn dus onder de pannen, maar voor de internationale vioolverzameling is nog altijd geen bestemming gevonden. 'It may indeed be the finest violin collection ever assembled', schreef de Amerikaanse expert Minkoff in zijn taxatie-rapport. Zowel Yehudi Menuhin, Pierre Boulez als Nicolaus Harnoncourt steunde afgelopen jaar het verzoek aan Aad Nuis om 'alles in het werk te stellen' opdat la casa del violino voor Nederland behouden blijft. De staatssecretaris liet het 'om financiële redenen' afweten.

'Er ligt nu een serieus bod uit Japan', zegt Wouter Noske, de enige van de kinderen die zijn bestemming niet in de muziek heeft gevonden; hij is account manager bij een grote computerfirma. De waarde van de collectie werd in 1991 door Minkoff op 5,15 miljoen dollar geschat. De Japanners bieden wat minder, hoeveel kan Wouter niet zeggen; maar 'Nederland' kan de verzameling zo voor hetzelfde bedrag krijgen. Hij heeft uitgerekend dat zijn vader inclusief arbeidstijd zes miljoen gulden in 'la casa' heeft gestoken. Het gaat hier echter niet om geld; ofschoon het natuurlijk fijn zou zijn als zijn ouders nog een beetje konden genieten op hun oude dag. Nee, het is zijn vaders hartewens dat de vioolcollectie bijeen blijft èn wordt geconserveerd en uitgebreid èn toegankelijk gemaakt.

Willem Noske: 'Vier muren en een dak is niet voldoende. Het moet een instituut zijn dat vlamt aan alle kanten: een instituut met bevlogen medewerkers die een glorieus verleden een prachtige toekomst willen bieden.' De gedachte dat zijn verzameling naar Japan verdwijnt, stemt hem droef. 'Japan of Amerika gun ik het niet. Dan liever Israël, Polen of Tsjecho-Slowakije, dat zijn echt vioollanden.'

Het heden vindt hij een 'vogelverschrikker', de rekening van winst en verlies doet hem pijn. Op de vraag in welke tijd hij het liefst zou hebben geleefd, antwoordt hij prompt: 'De tweede helft van de zestiende eeuw, ondanks de beeldenstorm.' Want het was een fantastisch volk, het volk van onze voorvaderen. 'Zo fantastisch dat je terug moet naar Sparta, naar de Grieken, om een gelijke te vinden.' Hij zou, desnoods met het zwaard in de hand, 'in elk opzicht hebben gevochten voor de Nederlandse zaak'.

Veel liever dan violist was hij historicus geworden. De glans van het sterrendom, de 'schijnheiligheid van de solistenkamer', het optreden voor publiek, hij gaf er niet om. 'Als ik brieven kreeg van meisjes maakte Frits ze open.' Tussen hem en zijn broer Frits, de inmiddels overleden musicoloog, is het pas op het laatst goed gekomen. Frits had musicus willen worden. Hij kon het moeilijk verkroppen dat Willem zoveel aandacht kreeg van hun moeder, die concertpianiste was. 'Ik heb een heerlijke jeugd gehad, hij niet.'

Maar Frits Noske heeft wel gecomponeerd. En hoe! 'Prachtige liederen.' Vader Abraham A. Noske (1873-1945) heeft gecomponeerd; zijn Tempo di Boléro is te beluisteren op de Vara-cd Muziek voor vroege vogels. Zelfs zijn moeder heeft gecomponeerd. 'Niet veel, maar toch.' Willem Noske heeft, afgezien van wat vioolcadensen, niet gecomponeerd. Hij heeft zijn leven lang in veilinghuizen en antiquariaten naar 'schoonheid' en 'emotie' gezocht.

Laatst was hij 'met een klap' wakker geworden. Hevig geschrokken. Liesje Everts! Waar waren de handschriften van Liesje Everts gebleven? Met Liesje had hij samengespeeld, ze kon prachtig improviseren aan de piano. Eerst hadden ze elkaar in de muziek gevonden en later op het persoonlijke vlak. Met haar was hij verloofd geweest, voordat hij met zijn vrouw trouwde. Liesje componeerde en via via had hij een paar handschriften van haar weten te bemachtigen. 'Die hebben me zo ontroerd. Maar ik heb er niks mee gedaan.'

Zijn medewerkers zijn aan het zoeken geslagen. En als Willem Noske zich niet vergist, dan zou er wel eens een tweede Anna Cramer tevoorschijn kunnen komen.

Cd's met muziek uit de collectie Noske:

Dirk Schäfer, Leander Schlegel. NM Classics 92046.

Ignace Lilien: Liederen 1920-1935. Attacca Babel 8742.

Wyneke Jordans, Leo van Doeselaar: Piano à quatre mains. BFO A-14.

Frans van Ruth: Muziek voor Vroege Vogels. Varagram 17 477181 10.

Rachel Ann Morgan, Marjès Benoist: werken van Anna Cramer. Globe 5128.

Achttiende-eeuwse Nederlandse Kamermuziek. Clavigram 100-2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.