Opinie

'Is het voorstelbaar dat de chemische wapens in Damascus door de rebellen zelf zijn opgeslagen?'

Een totale regionale oorlog in het Midden- Oosten, en wellicht zelfs erger, lijkt steeds meer onafwendbaar en in deze beangstigende context is de beantwoording van enkele vragen dringend noodzakelijk, schrijft arabist Martin Janssen, woonachtig in de Jordaanse hoofdstad Amman.

Een foto, vrijgegeven door de Syrische oppositie, van een man die rouwt om een familielid. Beeld afp

Op 21 augustus vuurden regeringstroepen, volgens bronnen binnen de Syrische oppositie, raketten af met een chemische lading op plaatsen in de oostelijke Ghouta-regio van Damascus. Net zo schokkend als de gruwelijke beelden van de slachtoffers was het feit dat de chemische aanval plaatsvond onder de neus van een speciale commissie van de Verenigde Naties, die op 18 augustus in Damascus was gearriveerd om een soortgelijk incident te onderzoeken dat op 19 maart nabij Aleppo werd geregistreerd.

Syrië begon in de jaren tachtig van de vorige eeuw met het op grote schaal ontwikkelen en produceren van chemische en biologische wapens. Indertijd werd dat gezien als een afschrikkingsstrategie tegen een nucleair bewapend Israël. Dit enorme Syrische potentieel aan chemische en biologische wapens vormde sinds het uitbreken van de Syrische burgeroorlog een bron van zorg voor de internationale gemeenschap. Niet zozeer werd gevreesd dat het Syrische regime deze wapens zou inzetten tegen de eigen bevolking, maar veeleer dat deze wapens van massavernietiging in de 'verkeerde handen' terecht zouden komen. Daarmee werden radicaal-islamitische groeperingen bedoeld.

Stilzwijgend werd door het Westen geaccepteerd dat onze veronderstelde bondgenoten Turkije, Qatar en Saoedi-Arabië nu juist dit soort milities bewapenden en financierden, waarmee de kansen toenamen dat fundamentalistische extremisten inderdaad vroeg of laat depots van chemische en biologische wapens in Syrië in handen zouden krijgen.

In juni 2012 verklaarde het Vrije Syrische Leger dat het een militaire basis in Aleppo had veroverd, waar zich grote voorraden chemische wapens zouden bevinden, terwijl de aan Al-Qaida gelieerde Al-Nusrabeweging in december vorig jaar de Sheikh Suleiman-basis bij Aleppo in handen kreeg, waar volgens geruchten in het diepste geheim een chemisch wapenprogramma werd ontwikkeld.

Hierdoor is in Syrië een situatie ontstaan waarin zowel het leger als elementen binnen de gewapende oppositie toegang hebben tot chemische wapens. De vraag is slechts welke zijde bereid is deze dodelijke wapens inderdaad te gebruiken om de verwezenlijking van beoogde doelstellingen dichterbij te brengen.

Sinds het begin van de Syrische crisis hebben westerse landen een aantal keren een resolutie ingediend bij de Veiligheidsraad, waarin om een buitenlandse militaire interventie in Syrië werd gevraagd. Deze pogingen werden steeds gedwarsboomd door een Russisch-Chinees veto.

Beantwoording van enkele vragen
Na de chemische aanval van 21 augustus klonken de stemmen om Syrië, desnoods zonder toestemming van de Veiligheidsraad, aan te vallen steeds luider, als althans kon worden bewezen dat er in Syrië inderdaad chemische wapens waren gebruikt. Een totale regionale oorlog in het Midden- Oosten, en wellicht zelfs erger, lijkt steeds meer onafwendbaar en in deze beangstigende context is de beantwoording van enkele vragen dringend noodzakelijk.

Allereerst dient verklaard te worden hoe het mogelijk is dat enkele filmpjes waarin de lijken van om het leven gekomen slachtoffers werden vertoond, reeds een aantal uren vóór de chemische aanval van 21 augustus op YouTube werden geplaatst.

In veel reportages is te zien hoe slachtoffers van deze chemische aanval in ziekenhuizen eerste hulp werd verleend door artsen en verplegend personeel, zonder beschermende kleding of gasmaskers. Een aantal westerse experts op het gebied van chemische oorlogsvoering wees erop dat de artsen zelf onmiddellijk besmet zouden zijn geraakt met alle bijbehorende symptomen als de door hen behandelde gewonden inderdaad slachtoffers zouden zijn geweest van een chemische aanval.

Het lijkt zeker dat zich in de oostelijke Ghouta-regio van Damascus op 21 augustus iets dramatisch heeft afgespeeld, maar er bestaat veel onduidelijkheid.

Opslagplaats
Het is bekend dat dit gebied sinds meer dan een jaar in handen is van Syrische gewapende milities en dat de Syrische luchtmacht hier voortdurend allesverwoestende bombardementen uitvoert. Is het voorstelbaar dat op 21 augustus tijdens een dergelijk bombardement een opslagplaats van chemische wapens werd geraakt die de rebellenlegers zelf hadden aangelegd?

De grote aantallen burgerslachtoffers, en met name vrouwen en kinderen die hierbij vielen, zijn bovendien in tegenspraak met de berichten dat de bewoners van de oostelijke Ghouta-regio reeds maanden geleden massaal op de vlucht zijn geslagen voor het dagelijkse geweld .

Veiligheid
Op 25 augustus kreeg de speciale VN-commissie, die onder leiding staat van Ake Sellström, van het Syrische regime toestemming het Ghouta-gebied te bezoeken om een onderzoek in te stellen. Het feit dat Damascus vier dagen aarzelde met het verlenen van die toestemming werd alom uitgelegd als het ultieme bewijs dat het regime iets te verbergen had. Daarbij werd vergeten dat van het Syrische regime werd verwacht dat het de veiligheid van de leden van deze VN-commissie garandeert; iets wat gezien de actuele situatie in de Ghouta-regio volstrekt onmogelijk is.

Nadat de toestemming alsnog was verleend, lieten zowel Washington als Parijs onmiddellijk weten dat het onderzoek van de VN-commissie in de Ghouta geen enkele waarde meer had, omdat alle sporen van de chemische aanval van 21 augustus reeds zouden zijn uitgewist.

Dat is een merkwaardige uitspraak, als men bedenkt dat deze VN-commissie pas op 18 augustus in Damascus arriveerde om te onderzoeken of in Khan al-Asal op 19 maart, inmiddels meer dan vijf maanden geleden dus, chemische wapens zijn gebruikt.

Martin Janssen is arabist en woont in de Jordaanse hoofdstad Amman.

 
Grote aantallen slachtoffers zijn in tegenspraak met de berichten dat bewoners van deze regio al maanden geleden massaal waren gevlucht
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.