Gastcolumn

'Integratiedebat' versluiert vermogensongelijkheid

De politiek is de afgelopen decennia in de ban geraakt van het 'integratievraagstuk'. Hierdoor moet dit stembepalende thema nu ten onrechte concurreren met het thema dat er écht toe doet: vermogensongelijkheid.

Bij de Swingmarket in Rotterdam kunnen minima gratis of goedkoop boodschappen doen. Foto Marcel van den Bergh/ de Volkskrant

De publieke aandacht wordt al decennia gekaapt door relletjes rond het 'integratievraagstuk'. Deze week was de beurt aan de polariserende columniste Ebru Umar om in de schijnwerpers te staan. Zij werd afgelopen weekend in Turkije opgepakt nadat Erdogan zich door haar beledigd voelde. Veel Nederlanders met een Turkse achtergrond hekelden Umars rechtspopulistische stukjes al langer, dus het mocht geen verbazing wekken dat sommigen de humor van dit kleine geopolitieke schouwspel wel konden inzien. Umar betichtte daarop Nederlanders met een Turkse achtergrond van 'mislukt Nederlanderschap' en zelfs 'NSB-gedrag'. Het is met de beste bedoelingen erg moeilijk om in te zien hoe zulke opmerkingen ooit zouden kunnen bijdragen aan constructieve oplossingen voor maatschappelijke problemen.

Dat geldt eigenlijk voor het hele 'integratiedebat', dat de mening van het volk minstens sinds het begin van dit millennium splijt. Het gaat simpelweg ten koste van aandacht voor andere zaken. Een mens kan zich maar over een beperkt aantal dingen opwinden en uiteindelijk kan maar één thema doorslaggevend zijn wanneer je weer gaat stemmen. Maken we ons druk omdat sommige mensen een afwijkende mening hebben die 'niet Nederlands' zou zijn? Of maken we ons vooral druk om een zaak als vermogensongelijkheid? Kunnen we überhaupt invloed uitoefenen op de richting van publieke politieke aandacht? Ik denk van wel.

Tweedeling

Sinds de op één na grootste economische crisis aller tijden en al helemaal na de publicatie van de grote studie van Thomas Piketty staat vermogensongelijkheid na een decennialange stilte gelukkig weer op de politieke agenda, om daar vermoedelijk voorgoed te blijven. Er wordt weer een scheidslijn getrokken tussen vermogenden (bijvoorbeeld de top 10 procent, die minstens tweederde van al het vermogen bezit) en niet-vermogenden (de resterende 90 procent van de bevolking, die het ieder jaar met minder leftovers mag stellen).

Het goede nieuws is dat uit SCP-onderzoek is gebleken dat ruim tweederde van de bevolking de huidige vermogensverdeling onrechtvaardig vindt. Dat is best logisch, want de onderste 60 procent van de bevolking bezit amper vermogen of zelfs schulden.

Het slechte nieuws is dat die tweederde meerderheid vooralsnog niet tot uitdrukking kan komen in het parlement. De reëel bestaande economische wij/zij-scheidslijn tussen vermogenden en onvermogenden werd in de jaren '90 en ook in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw nauwelijks uitgesproken. Daardoor kon de politiek steeds meer in de ban raken van een 'culturele' wij/zij-scheidslijn. Politiek draait nu eenmaal om tegenstellingen, anders zou het een theekransje worden. Nu zal het stembepalende thema vermogensongelijkheid moeten concurreren met het stembepalende thema 'integratie'. De tweederde meerderheid wordt voorlopig gespleten.

Glashelder

Het is echter één ding om te constateren dat bijstandsgerechtigden die PVV stemmen hun eigen economische belangen ondermijnen, een tweede is hoe we hier op middellange termijn verandering in kunnen brengen. Wilders schommelt inmiddels tussen de dertig en veertig virtuele zetels, dus héél misschien is het een ideetje om eens een andere strategie te kiezen dan die van de afgelopen vijftien jaar. De meeste partijen zijn op het thema 'integratie'/migratie fors in de richting van de PVV opgeschoven in de hoop dat dit Wilders wat wind uit de zeilen zou nemen. Het heeft hem alleen maar gevoed. Ik zou zeggen: Don't feed the mouth that bites you. Gelukkig bestaan er minstens twee alternatieve strategieën.

Ten eerste zullen we de aandacht voor economische ongelijkheid structureel moeten aanwakkeren. Een open en eerlijk democratisch debat vereist minstens dat politieke partijen glashelder stelling nemen op het thema vermogensongelijkheid. De mist daaromtrent moet verdwijnen. Op de lange termijn moeten alle partijen verplicht worden om op z'n minst aan te geven hoe zij de ideale vermogensverdeling voor zich zien. Ze dienen dit te presenteren in duidelijke, gestandaardiseerde cijfers. Op de korte termijn ligt hier een nobele taak voor de media om naar die concrete posities te vragen, zeker in aanloop naar de landelijke verkiezingen van volgend jaar.

Ten tweede zal het 'culturele' wij/zij-denken actief ontmanteld moeten worden. Misschien kan koningin Máxima nog eens uitleggen dat dé Nederlander niet bestaat. Laten we blijven proberen in te zien dat de Nederlandse cultuur in empirische zin wat pluriformer en diverser is geworden, maar zéker niet 'multicultureel'. Dan pas kan fundamentele kritiek op zowel het rechtspopulisme als vermogensongelijkheid worden uitgebreid.

Stephan Huijboom is filosoof.

Meer over