INTERVIEW

'Indo's denken: laat maar, we maken geen problemen'

Sandra Reemer

Zangeres Sandra Reemer ( 64 ) stopte haar Indische afkomst jarenlang weg; ze wilde erbij horen. Nu vindt ze dat Nederlanders hun foute verleden moeten erkennen.

Beeld Robin De Puy

Het gebeurde tien jaar geleden. Sandra Reemer zat voor de spiegel om zich op te maken. 'Ik keek in de spiegel en ineens zag ik het: daar zit een Indisch vrouwtje tegenover me, ik ga eens met haar in gesprek. In de jaren ervoor had ik me zo laten meeslepen door het werk en door Hollandser te willen zijn dan Hollands, dat ik nooit had stilgestaan bij de vraag: wie ben ik? De eerste paar weken kwam er niet veel terecht van dat gesprek. Daarna heb ik echt de tijd genomen.'

Hoe ging dat gesprek?

'Ik ontdekte een rode draad in mijn leven, die te maken heeft met anders zijn, vanaf het moment dat we naar Brabant kwamen. Ik was 7. In Indonesië had ik een prettig leven, alles kon en mocht. We leefden buiten. Brabant was in de jaren vijftig het donkere katholieke zuiden waar niets kon en niets mocht. In Sint-Michielsgestel waren we de tweede Indische familie - hé, bruine mensen, laten we eens kijken of ze afgeven. Ik realiseerde me niet dat ik anders was, ik wilde erbij horen. Het anders zijn stopte ik weg. Toen ik 10 was, kreeg ik een gitaar, die had mijn vader voor me gemaakt. Een jaar later begon ik met optreden. Het huiswerk nam ik mee naar optredens. Zo ging het jaren door. Tot ik tien jaar geleden dacht: ik ben niet happy.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) gaat voor V in gesprek met bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met zanger Jody Bernal (Colombiaans) en oud-voetballer Dries Boussatta (Marokkaans).

In 1972 zong u voor het eerst namens Nederland op het Eurovisie Songfestival. U was 21, is dat niet jong?

'Ik was tien jaar bezig, trad al op in Japan, in Maleisië. Het was voor mij een van de mogelijkheden om in het buitenland te werken. Ik was trots om Nederland te vertegenwoordigen. Of ik extra trots was als Indo? Nee. Waarom? Ik ben een Nederlander.'

Ze onderbreekt een vraag over Indo's die als eerste groep immigranten zo geruisloos assimileerden. 'Ho. Stop. Je maakt een paar fouten. Wij waren geen immigranten. We waren repatrianten, we woonden al in Nederland, alleen in een ander deel: Nederlands-Indië. Ik verhuisde van mijn vaderland naar mijn moederland. Wij waren Nederlanders, we hoefden niet te assimileren. Het enige verschil was dat we Indonesisch eten konden maken. Thuis spraken wij ABN. In Brabant woonden we tussen mensen die niet te verstaan waren omdat ze in dialect praatten. Zij hadden last van onwetendheid, wij niet. Ze vroegen hoe het kon dat wij de taal zo goed spraken. Dan zei mijn vader: wij hebben een speciale talenknobbel. Op de boot hebben we in drie weken Nederlands geleerd.

'De Nederlandse regering heeft fouten gemaakt in het communiceren van onze komst. Ze hadden moeten zeggen: onze landgenoten komen hier, zij zijn net zo Nederlands als wij. Dat was ook zo. In Indonesië had mijn vader hbs-b gedaan, precies dezelfde opleiding als in Nederland. Hij had ook allemaal andere opleidingen gedaan. Mijn vader regelde de administratie bij Gebeo, een elektriciteitsbedrijf. In Nederland moest hij zijn diploma's opnieuw halen.

'Een andere fout. De Nederlandse overheid zei: wij helpen deze mensen, we zorgen voor opvang en kleren. Het land kwam net uit de oorlog, niemand had het breed. De Hollanders dachten: waarom moeten die Indo's van alles krijgen, terwijl wij niets hebben? Maar we hebben niets gekregen. We werden opgevangen in contractpensions, daar lustten de honden geen brood van.

'Ons gezin heeft geluk gehad met de opvang, alleen moesten we wel alles terug-betalen. Toen mijn vader eindelijk een baan kreeg, werd 60 procent van zijn salaris ingehouden. Dat verhaal is onder het tapijt geschoven.

'Mijn ouders vonden dat we dankbaar moesten zijn dat we hier mochten komen. Ik denk: ja dag, hoezo dankbaar? We waren gewoon Nederlanders.'

Sandra Reemer werd 9e op het Eurovisie Songfestival 1976 in Den Haag. Beeld anp

CV Sandra Reemer

Sandra Reemer (Indonesië, 1950), vertegenwoordigde Nederland in 1972, 1976 en 1979 op het Eurovisie Songfestival. 'En in 1983 nog een keer als achtergrondzangeres. Ik heb drieënhalve keer meegedaan, ik geloof dat ik recordhouder ben, samen met Corry Brokken.' Vanaf de jaren tachtig werkte ze ook als tv-presentatrice, onder meer als assistente van Jos Brink bij Wedden dat...? Op 19 april treedt Sandra Reemer op tijdens het festival Indomania in de Melkweg in Amsterdam.

Nederlands
'Altijd.'

Indo
'Als mensen grof in de mond zijn; daar word ik ongemakkelijk van.'

Eten
'Indonesisch, Thais en Chinees. Echt Chinees. Maar ik hou ook van de Hollandse pot.'

Muziek
'Klassiek.'

Mohammed-cartoons
'Dat moet kunnen. Als je het niet leuk vindt, kijk je niet. Van God en Jezus bestaan ook heel rare cartoons.'

Wat is het verschil tussen Indo's en Molukkers?

'Molukkers waren Indonesiërs. Hun verhaal is natuurlijk nog veel erger. Het was honds hoe zij werden behandeld, daar heeft de Nederlandse overheid echt iets goed te maken. Het verschil is dat zij mondiger zijn dan wij. Indo's denken: laat maar, we maken geen problemen. We zouden wat van de brutaliteit van de Molukkers moeten hebben.'

In het tv-programma Wedden dat...? werd u door Jos Brink altijd Kroepoekje genoemd. Hoe vond u dat?

'Uit zijn mond vond ik die bijnaam lief, ik wist hoe hij het bedoelde. Het werd minder leuk als andere mensen het ook gingen zeggen. In die tijd bestond internet niet, Jos kreeg postzakken vol brieven dat hij me geen Kroepoekje mocht noemen. Over dat soort taalgebruik is nu meer gevoeligheid ontstaan. Ik denk dat die gevoeligheid te maken heeft met blanke Nederlanders die niet goed weten wie ze zijn en waar ze voor staan. In de laatste jaren heb ik mijn authenticiteit en identiteit gevonden. Niet alle blanke Nederlanders hebben dat.

'Een voorbeeld. Met vrienden ging ik naar Keulen, we maakten zo'n toeristische tour met een bus. We kwamen langs een enorme klok. Daar werd omgeroepen: dit was het station van waaruit de Joden werden getransporteerd tijdens de oorlog. Ik ga nu iets vreselijks zeggen: wij kunnen leren van de Duitsers. Zij erkennen hun fout en zeggen: wat gaan we daarmee doen, hoe gaan we nu verder? Door je fout te erkennen, laat je zien dat je de ander ziet, het slachtoffer. Dat is een begin van helen. Nederland is nog niet zover.

'De slavernij, onze rol in de Tweede Wereldoorlog - als we die zaken niet benoemen, betekent het niet dat het er niet is. Die energie hangt er. Ik heb het gevoel dat van veel zaken wordt gedaan alsof ze er gewoon niet zijn, maar zo los je niets op. De heldendaden uit de Gouden Eeuw zijn super, maar waarom laten we niet ook de andere kant zien? Hoe wij inlandse vrouwen hebben behandeld bijvoorbeeld. Daar ben ik zelf uit voortgekomen. Ik ben van de hand reiken, dan kun je pas verder.'

Jos Brink en Sandra Reemer in het jaren 80 televisieprogramma Wedden dat...? Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.