'In werkelijkheid was ik niet de flamboyante minnares, maar het hulpeloze vogeltje'

Lust & Liefde

Else (28) beseft nu dat niet de man die haar niet wilde het probleem is, maar zijzelf.

'We hielden allebei van reizen, van feesten, we hadden dezelfde ideeën over de wereld, hij was in alle opzichten gek op me, maar als we op straat liepen, mocht ik zijn hand niet vasthouden en als we het hadden over een gedeelde toekomst, zei hij altijd dat hij nog helemaal niks zeker wist. Ik durfde nooit te vragen of wij nu exclusief waren voor elkaar. Want ik was bang voor een al te zelfverzekerd en misschien honend uitgesproken ontkenning. Intussen zagen we elkaar wekelijks en appten we dagelijks. En altijd zaten mijn hoop en zijn worstelingen met liefde en zichzelf als een drassig niemandsland tussen ons in. Dan zaten we aan een tafeltje tegenover elkaar en durfde ik bijna niets te zeggen uit angst dat ik net het verkeerde zou zeggen, waardoor ik hem nog verder van mij zou afdrijven. Ik borrelde over van verlangen eindelijk een echte start te maken met een volwassen verhouding, want daar hadden we zo langzamerhand wel de leeftijd voor.

Ik vond hem mysterieus en sexy in zijn ongenaakbaarheid, zo formuleerde ik het althans in gesprekken met vriendinnen. Ik hoopte overmoedig dat ik hem wel kon veranderen, maar in werkelijkheid was ik natuurlijk niet de flamboyante, ruimdenkende minnares, maar de verpleegster, reddende engel, het hulpeloze vogeltje dat elke keer weer moest afwachten hoe zijn pet stond. Soms waren er ineens die kleine cadeautjes, vielen er kleine gaten in zijn verweer, waardoor ik dacht: ha, zie je wel, wat wij hebben, is niet losjes en grofstekig maar krijgt vaste vorm en grond onder de voeten. Hoe trots was ik toen hij tijdens een treinreis onverwacht vroeg: vind jij ook niet dat ik veranderd ben, de afgelopen maanden, het is of ik me ineens wel durf te binden. Ik keek hem aan en was zo stapelverliefd en blij en voelde me zo verbonden met hem dat ik onmiddellijk de hobbelige weg vergat die ons hierheen had gebracht. Slechte herinneringen en gepieker bestonden niet meer. Alleen een mooie toekomst.

Maar na een paar weken sloeg de twijfel altijd weer toe, zonder aanleiding ebde zijn enthousiasme weg. Zo ging het driekwart jaar door, we schoten geen bal op. Zelf had ik geen enkele invloed op het verloop van onze verhouding. Ik liet mijn hoofd hangen naar wat hij van mij wilde. Ik wachtte af, probeerde te anticiperen op zijn behoeften, sloeg zijn waarschuwingen dat hij nooit echt voor een vrouw had gekozen in de wind. Ik was als een muis voor een kat, maar dacht dat we samen tijgers waren. Op een dag, hij was net terug van vakantie, appte hij mij op een vroege ochtend: ik zat aan ons te denken, zien we elkaar nog? Ik was meteen wakker. Hij had me gemist en nam het initiatief voor een ontmoeting. Ik nam me voor hem te verrassen met een ontbijtje. Ik ging naar Albert Heijn en haalde verse sinaasappelsap en oude kaas, daar hield hij zo van. Verder croissants, boter, brood. Ik reed naar de stad waar hij woonde en parkeerde voor zijn deur. Hij had slecht geslapen wist ik, hij had me geschreven dat hij zich nog een keer zou omdraaien. Ik besloot nog een kwartier in de auto te wachten tot het laat genoeg was om hem wakker te maken. Nadat ik had aangebeld, hoorde ik gestommel op de trap. Hij opende de deur: 'Verrassing', riep ik, 'die zware nacht kun je vergeten, ik heb iets meegenomen waarmee je je dag goed kunt beginnen.' 'Hé, Else', zei hij, 'wat lief van je, maar ik heb bezoek'. Ik vroeg, verbaasd: 'vrouwelijk bezoek?' En hij zei: 'Ja.' En daar stonden we tegenover elkaar. Dat niemandsland was zompiger dan ooit. Ik voelde me steeds dieper wegzakken. Wat deelden wij eigenlijk behalve wat oppervlakkige liefhebberijen?

Het liefst had ik die fles sinaasappelsap naar zijn hoofd geslingerd, maar ik zei: 'Dit is zo ongemakkelijk'. Toen ben ik omgedraaid en weggelopen. Ik had dit niet aan zien komen en toch was ik achteraf blij, want dit incident zorgde voor de breuk die natuurlijk al veel eerder had moeten plaatsvinden. Hij stuurde me nog een lange mail daarna, mooi geformuleerd en met compassie geschreven. Hij liet me weten in zijn maag te zitten met deze gebeurtenis, het stelde natuurlijk niks voor met dat meisje en hij zag nog steeds 'potentie' in 'alles wat wij zouden kunnen hebben'. En ik dacht, wat is dat 'alles' dan eigenlijk? Alles is in dit geval gewoon helemaal niets. Onze verhouding was bodemloos. Ik begon me ook van alles over mezelf af te vragen: hoe weinig eigenliefde had ik als ik zo graag met iemand wilde zijn die nooit voor mij koos? Hoe kan een vrouw als ik, met vriendinnen, boeiend werk, zo onzeker zijn? Waarom smachtte ik naar iets wat ik nooit zou hebben?

In zijn afzondering had ik een existentiële worsteling gezien, in plaats van wat het echt was: een kille, manipulatieve afwijzing. Ik had zijn gedrag geïnterpreteerd zoals het mij uitkwam, was nooit afgegaan op wat hij eigenlijk zei. Ik had er met mijn verbeelding een eigen invulling aan gegeven. Mijn doel was niet: gelukkig worden, mijn doel was: voor elkaar krijgen dat hij zich overgaf. De buit waar ik op uit was, was geen liefde maar capitulatie. Het was een bittere constatering dat de band voor het leven, die ik met vrienden en vriendinnen wel voor elkaar krijg, in de liefde alweer niet voor mij bleek weggelegd. Het is mijn eigen schuld. Ik vrees dat, als hij wel voor me gekozen had, ik degene was geweest die het te benauwd had gekregen. Dat is een beetje wrang, mijn hang naar een ongelijkwaardige verhouding, op zoek naar wat, spanning? Als ik niet verander, zal ik nooit op een gezonde manier leren liefhebben.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Else gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over