Reportage

'In het ziekenhuis beginnen ze ook niet meteen te opereren'

Chaos in jeugdzorg bleef uit

Kinderen met autisme zouden zich voortaan maar bij de voetbalclub moeten redden. Dat was het doembeeld voor de overdracht van de jeugdzorg aan gemeenten. Een jaar onderweg blijkt die angst ongegrond. Sterker: samen optrekken werkt.

De afdeling Jeugdzorg in het gezondheidscentrum CJG in Groningse wijk Beijum Beeld Julius Schrank

Hilal Yetim (30) puft uit. Ze draagt een trainingspak van de Turkse voetbalclub Galatasaray, een handdoek hangt om haar nek. Ze heeft net gefitnesst bij de fysiotherapeut, waar ze revalideert van een zware zwangerschap. Ze schuift aan in de Huiskamer WIJ Beijum, het sociale wijkteam van de Groningse buitenwijk. 'Hier kan ik zonder afspraak terecht.'

De jonge-moedergroep waar Yetim deel van uitmaakt,bestaat uit acht tot vijftien moeders. Meestal wijken ze uit naar de keuken. Want praten gaat het beste als je bezig bent. 'Als ik ergens mee zit, gooi ik het in de groep.' Als de moeders er samen niet uitkomen, vragen ze iemand met verstand van zaken. Zoals toen de borstvoeding van haar pasgeboren dochter haar tot wanhoop dreef. 'Daarover heb ik de arts die hier rondloopt om hulp gevraagd.'

De Huiskamer heeft roze vloertegels, een speelhoek met kinderkeukentje, een grote vierkante koffietafel en een sliert geboortekaartjes in de hoek. Tegen de wand staat een rode boekenkast met opvoedtitels als Pittige jaren en Kinderen met hyperactiviteit. Op de bovenste plank liggen flyers over jeugdprostitutie en juridische bijstand. Beijum is geen gemakkelijke wijk. Meer dan honderd nationaliteiten, relatief veel alleenstaande moeders. Inwoners zijn gemiddeld genomen niet erg welvarend.

'Je vindt en helpt elkaar'

Ook in de hal van het Gezondheidscentrum hangen flyers: maandag babydag met lactatiedeskundige en draagdoekspecialist, dinsdag multicultureel koken, donderdag opvoedspreekuur adhd en autisme. De tussendeuren staan open. Ouders - meestal moeders - die voor een inenting komen, blijven vaak even plakken, zegt Bonny Visser (41), die opvoedondersteuning biedt. 'Dit is een ontmoetingsplek. Je vindt en helpt elkaar.' Zoals de jonge moeder die tijdens een nieuwe zwangerschap door haar man in de steek werd gelaten. 'Wij hebben voor oppas gezorgd tijdens haar bevalling.' Laagdrempeligheid, daar gaat het volgens Visser om. 'Bij het woord 'jeugdzorg' vrezen veel moeders hier dat hun kind wordt afgepakt.'

Visser heeft 'de parels' onder haar hoede. 'Soms net een kudde wilde beesten. Een boterham eten aan tafel, hoezo?' Thuis ontbreekt structuur, kinderen zitten de hele dag binnen op een flatje. 'adhd? Ik zeg: ze kunnen hun energie niet kwijt. Ga met ze naar buiten.' Al heeft ze niet de illusie dat alle problemen in de Huiskamer worden opgelost. 'Een kind onder de blauwe plekken, dan gaan de alarmbellen rinkelen.'

Tot vorig jaar werkte Visser bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Nu de gemeente de verantwoordelijkheid voor alle jeugdzorg heeft, is dat opgegaan in het wijkteam. 'Een integrale aanpak', noemen beleidsmakers dat. Visser zegt: 'De lijntjes zijn kort.'

Niet van het kastje naar de muur

Op de koffietafel ligt een smoelenboek van negen kantjes. Zo'n zestig leden telt het wijkteam: huisartsen, jeugdverpleegkundigen, de wijkagent, een straatcoach, iemand die zich bezighoudt met zorgmijders en huiselijk geweld. Maar ook een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en twee psychologen. 'Uiteindelijk gaat het erom dat mensen niet van het kastje naar de muur worden gestuurd', zegt coördinator Evalien Verschuren.

Bijna alle gemeenten zijn gaan werken met zo'n 'sociaal team'. Ze zijn de belichaming van de nieuwe zorg: dichtbij, laagdrempelig, met aandacht voor de gezinssituatie en met betere afstemming tussen hulpverleners. Uitgangspunt: wat kunnen mensen zelf of samen oplossen?

Zeker in een wijk als Beijum komen (opvoed)problemen zelden alleen. Vaak hangen ze samen met financiële stress. Dan wordt iemand doorgestuurd naar de medewerker van de Sociale Dienst. In hetzelfde gebouw. Scheelt ook weer reiskosten.

De vrees was dat met de komst van de wijkteams specialisten vervangen zouden worden door alleskunners die van alles net niet genoeg weten. Daar heb je volgens Verschuren weinig aan als je problemen op tijd wilt signaleren en mensen niet wil laten doormodderen met hun sores. 'Ons team bestaat uit specialisten. Onze psychologen zitten aan de koffietafel.'

Een mooie formule, vindt ze. Al gaat het niet vanzelf. 'We hebben een zwaar jaar gehad. Verandering is altijd lastig, er was nog veel onduidelijk en het papierwerk is zeker niet minder geworden.' Ook blijft ze bezorgd over de bezuinigingen. En de wachtlijst voor begeleid wonen is aanzienlijk langer geworden. Toch is Verschuren ervan overtuigd dat bijna alle jongeren na de overheveling de zorg krijgen die ze nodig hebben.

Revolutie in de zorg

De grootste hervorming in de zorg is nu een jaar aan de gang. Hoe loopt het? Wat merken burgers ervan? Hoe werken zorgverleners nu? Destijds werd het ergste voorspeld. Wat is daarvan uitgekomen?

Deel 1
Bij verstandelijk gehandicapten (+)

Deel 2 Het keukentafelgesprek (+)

Deel 3 In de jeugdzorg (vandaag)

Deel 4 Langs bij bedrijven die in het gat springen

Weerstand

De weerstand tegen de hervorming van de jeugdzorg was groot. Vooral in de hoek van jeugd-ggz, specialistische psychische hulp voor jongeren met adhd, eet- en angststoornissen, somberheid, gedragsproblemen of autisme. 'Een breed spectrum van kenmerken die het leven ingewikkeld maken', aldus kinder- en jeugdpsychiater Peter Dijkshoorn. Hij is bestuurder bij jeugd-ggz-instelling Accare en brancheorganisatie GGZ Nederland.

Tot vorig jaar viel jeugd-ggz onder de Zorgverzekeringswet. Sinds 1 januari 2015 betalen en bepalen gemeenten. 'Een experiment met kwetsbare kinderen', noemde Dijkshoorn de overgang in 2013. Hij was een van de initiatiefnemers van de petitie tegen de overheveling. Bijna 100 duizend ouders, psychiaters en jeugdhulpverleners zetten hun handtekening onder de noodkreet.

'Jeugd-ggz werd afgeschilderd als een overbodige luxe. We waren bang dat onze kennis zou verwateren tot 'ook maar een mening'.' Terwijl jeugd-ggz volgens Dijkshoorn helemaal niet duur is als je in ogenschouw neemt wat de sector de samenleving aan ellende bespaart.

Accare is een grote instantie voor kinder- en jeugdpsychiatrie die in Noord- en Oost-Nederland jaarlijks 12.500 jongeren helpt. De grootste klap viel in de aanloop. 65 arbeidsplaatsen verdwenen door de bezuinigingen. Eén van de doelstellingen van de nieuwe Jeugdwet is dat er minder beroep wordt gedaan op 'zware' specialistische zorg. 'Demedicaliseren' met een chic woord.

Beeld Julius Schrank

Niet veel veranderd voor kinderen

Dijkshoorn moest daar niets van hebben. Dijkshoorn moet daar niets van hebben. 'Bij de jeugdzorg worden jongeren niet meer naar de psychiater gestuurd, maar naar de voetbalclub', zei de voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het zette de verhoudingen op scherp. 'Het experiment is nog in volle gang', zegt Dijkshoorn nu. Maar de eerste bevindingen stemmen hem 'gematigd positief'. 'We moeten alle zeilen bijzetten, maar voor kinderen is er gelukkig niet veel veranderd.'

De lagere uurtarieven die gemeenten willen betalen zijn soms 'onwerkbaar'. Diverse jeugdzorginstellingen zijn daardoor in de financiële problemen gekomen, zei Rob Leensen van accountantskantoor EY eerder tegen de Volkskrant. Maar toch wordt er niet veel minder beroep gedaan op specialistische zorg. Ook voor 2016 hebben gemeenten niet structureel minder jeugd-ggz ingekocht, aldus Dijkshoorn.

De angst dat wijkteams problemen niet op tijd zouden herkennen, wordt op steeds meer plekken ondervangen door de aanwezigheid van hoogopgeleide specialisten aan het front. Instellingen anticiperen. Zo opereert een psychiatrisch medewerker van Accare in het wijkteam van Beijum. Utrecht heeft tegen ggz-organisaties gezegd: we willen jullie beste mensen in de wijkteams. 'Niet leuk voor de ggz-organisaties, wel voor de kinderen.'

Belang van goede zorg

Een andere zorg was dat gemeenten wel zouden willen betalen voor zorg, maar niet voor onderzoek. Ook die vrees is onterecht gebleken. VNG en zorgaanbieders hebben tot zijn tevredenheid een deal gesloten. Was de petitie dan niet wat overdreven? Volgens Dijkshoorn heeft het 'constructief verzet' het onheil afgewend. 'We hebben laten zien wat het belang is van goede zorg.'

En hij herhaalt regelmatig: 'De verschillen zijn groot.' Waar sommige gemeenten wijkteams optuigen met specialisten, drukken andere hun medewerkers op het hart vooral niet door te verwijzen. In één regio was het budget in september al overschreden. Accare besloot de zorg voort te zetten. 'Maar het houdt een keer op. Anders kunnen we wel sluiten.'

Voor ouders is bovendien nog veel onduidelijk, blijkt uit de Monitor Transitie Jeugd, een initiatief van verschillende belangenorganisaties. 'Niemand lijkt te weten wie wat doet en naar wie moet worden doorverwezen', stelt een ouder in het rapport. Ook komt het voor dat gemeenten geen contract hebben met een instelling, waardoor een behandelrelatie wordt beëindigd of adequate hulp op zich laat wachten.

Winst

Zorgorganisaties maken zich vooral zorgen over het gebrekkige democratische toezicht op de jeugdzorg en de administratieve belasting, schreven ze vorige maand aan de Tweede Kamer. 'Administratieve lasten zijn geëxplodeerd, terwijl het idee juist was dat ze zouden verminderen', zegt Peter Dijkshoorn. Accare doet zaken met negen regio's. Dat betekent negen keer onderhandelen, contracten sluiten, monitoren, evalueren en beschikkingen verlengen.

Toch durft hij te zeggen: 'Ik denk dat er met het nieuwe stelsel winst te behalen valt.' Over de hele linie ziet hij betere afstemming ontstaan. Accare is bijvoorbeeld in gesprek met een jeugdbeschermingsorganisatie. 'Zij hebben vaak van doen met getraumatiseerde kinderen. Daar hebben wij veel kennis over. Nu vragen we ons af: kunnen we niet beter samen optrekken?'

Sociale wijkteams rukken op. Maar de meeste jongeren worden nog steeds door de huisarts doorverwezen naar specialistische jeugdhulp. En dat is een ander circuit, met minder zicht op het terrein van jeugdhulp.

In de regio Westerkwartier, onder Groningen, begon daarom in 2014 een proef. Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Dominique Jagersma werd door Accare als praktijkondersteuner uitgeleend aan de huisartsenpraktijk in Leek. 'Onze zorg was dat gemeenten psychische aandoeningen niet op tijd zouden herkennen', zegt ze. 'Nu zijn we onderdeel van de oplossing.'

Niet dat Jagersma kinderen linea recta richting haar werkgever loodst. Integendeel: sinds haar komst wordt er 30 tot 40 procent minder doorverwezen naar specialistische hulp. Toch zegt ze: 'Het is een groot succes.'

Beeld Julius Schrank

Niet meteen behandelen als psychiatrisch patiënt

'Ik wil niet meteen naar het zwaarste middel grijpen', verklaart ze. 'In het ziekenhuis beginnen ze ook niet met opereren.' Neem het onzekere en sociaal wat onhandige jongetje. 'Op school vroegen ze zich af: heeft hij een stoornis? Maar hij had net een vechtscheiding en een sterfgeval achter de rug. Hij dacht vooral veel na. Je hoeft zo'n jongen niet meteen als psychiatrisch patiënt te behandelen. Misschien heeft hij meer baat bij een cursus sociale vaardigheden en moeten we de ouders erbij betrekken.'

Voor de betrokken gemeenten betekent de nieuwe aanpak een flinke besparing. Toch is minder doorverwijzen voor Jagersma geen doel op zich. Laatst zat er een jongen van 14 stuiterend tegenover haar. 'Zijn medicatie was echt niet goed afgesteld. Moeder zat erdoorheen, vader was afwezig, op school ging het niet goed. Die stuur ik meteen door. Ik heb de portemonnee van de gemeente niet in mijn achterhoofd. Ik vraag me af wat het beste is voor het kind.'

Huisarts Edwin Toxopeus is enthousiast over de nieuwe constructie. Voor 2014 werd hij vaak geconfronteerd met 'voorverpakte hulpvragen'. 'Als kinderen vastliepen op school, kwamen ouders op advies van school met het mes op tafel bij ons. We konden vaak niet anders instemmen.' Dat leidde tot een enorme hoeveelheid 'zinloze doorverwijzingen'. 'Kinderen gingen helemaal door de molen, terwijl we vaak wel wisten wat er aan de hand was.'

Win-win

Jagersma functioneert nu als een filter, zegt Toxopeus. De afname zit vooral in de categorie autisme en concentratieproblemen. Bij angst- en stemmingsstoornissen is de daling minder. 'Dat blijven problemen waarbij een psychiater nodig is', aldus Toxopeus. Omdat Jagersma thuis is in die wereld, worden deze kinderen juist gerichter doorverwezen, merkt hij. 'Een win-win-situatie.'

Jagersma schuift ook aan bij het teamoverleg van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Zo slaat ze een brug, zegt Toxopeus. 'Er was een enorme kloof. We hadden weinig zicht op verschillende vormen van jeugdhulp. Er is een veel betere samenwerking ontstaan.' Vanwege het succes heeft Jagersma sinds kort versterking gekregen van een medewerker van een andere jeugd-ggz-instelling, Lentis Jonx.

Voor ouders is het nog wel zoeken, zegt coördinator Marielle Mulderij van het Centrum voor Jeugd en Gezin Westerkwartier. Maar organisaties weten elkaar steeds beter te vinden. 'De jeugdzorg was eerst: ieder z'n eigen terrein. Een instelling als Accare had vooraf heel veel moeite met de veranderingen. Nu is de knop omgezet.'


Veranderingen

In het eerste kwartaal van 2015 kregen 233 duizend jongeren jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering, blijkt uit voorlopige cijfers van het CBS. Het betreft vooral jongens (140 duizend). Zo'n 170 duizend (5 procent van alle jeugdigen) doet (mede) een beroep op specialistische jeugd-ggz. Wat is er veranderd?

Op 1 januari 2015 ging de nieuwe Jeugdwet in. Sindsdien zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp: van opvoedondersteuning tot zorg bij psychische aandoeningen. Die specialistische zorg viel eerst onder de Zorgverzekeringswet. Veelal samenwerkende gemeenten kopen zorg in bij instellingen.

Dichterbij en goedkoper. Het idee achter de 'transitie' is dat jeugdzorg dichterbij, met meer aandacht voor de gezinssituatie en met betere afstemming tussen hulpverleners georganiseerd wordt. Zo kan eerder worden ingegrepen als het dreigt mis te gaan. Maar het moet fors goedkoper: bezuinigingen lopen op tot 15 procent (450 miljoen euro) in 2017. Het beroep op specialistische hulp en medicatie moet worden teruggebracht en er wordt meer verwacht van jongeren zelf, ouders en de sociale omgeving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.