Frans Bossink, voorzitter van Werkverband van Katholieke Homo-Pastores.

Homoseksualiteit in de katholieke kerk

‘In een heleboel pastorieën heersen eenzaamheid en verkniptheid’

Frans Bossink, voorzitter van Werkverband van Katholieke Homo-Pastores. Beeld Jiri Büller

In katholieke kerk wordt vaak een verband gelegd tussen homoseksualiteit en de misbruikaffaires. ‘Niet homoseksualiteit is het probleem, maar de verkrampte omgang ermee’, stelt Frans Bossink van de Nederlandse homo-pastores.

Het positiefste dat kan worden gezegd over de misbruiksynode in Rome is dat ze überhaupt plaatsvindt. Maar dat de clerus zijn standpunt tegenover homoseksualiteit de komende vier dagen zal herzien? Nee, daar houden maar weinigen rekening mee. De leden van het (Nederlandse) Werkverband van Katholieke Homo-Pastores (WKHP) al helemaal niet. In een poging de gedachtevorming binnen de top van de rooms-katholieke kerk over homoseksualiteit en het priesterschap te beïnvloeden, stuurden zij vorig jaar een brief naar paus Franciscus zelf.

Wie te hoge verwachtingen heeft over de misbruikconferentie die het Vaticaan deze week organiseert, zal teleurgesteld worden, analyseert correspondent Jarl van der Ploeg. En wel om vier redenen. 

De teneur van die brief: niet homoseksualiteit is een probleem voor de kerk, maar de verkrampte omgang van homoseksuele priesters met hun geaardheid. ‘Priesterkandidaten en priesters die voor zichzelf en anderen hun seksualiteit ontkennen, miskennen en verdringen, kunnen zich in verband met geloof en kerk wél problematisch gaan manifesteren.’ De afzender riep de paus op om terug te komen op het in 2016 verschenen document van de Congregatie voor de Clerus – onder meer verantwoordelijk voor de vorming van priesterkandidaten – dat homoseksualiteit en priesterschap onverenigbaar zijn. In dat document werd een rechtstreeks verband gelegd tussen homoseksualiteit en de misbruikaffaires die de kerk teisteren. Een zienswijze die woensdag nog eens nadrukkelijk werd geventileerd door twee vooraanstaande kardinalen, de Amerikaan Raymond Burke en de Duitser Walter Brandmüller, die in een open brief stellen dat ‘de plaag’ van homoseksulaliteit de agenda van de kerk steeds meer beheerst.

Tot op heden heeft de geadresseerde niet op de brief gereageerd. ‘En dat viel ons nogal tegen omdat paus Franciscus eerder een open houding tegenover homoseksualiteit aan de dag had gelegd’, zegt Frans Bossink, voorzitter van het WKHP. De paus had verwachtingen gewekt met zijn veel geciteerde woorden over lhbt’ers: ‘Wie ben ik om over hen te oordelen?’ En door de welwillende manier waarop hij enkele jaren geleden op het Sint Pietersplein in Rome een bundel in ontvangst nam met uitspraken van wijlen pater Jan van Kilsdonk, tegenstander van het verplichte priestercelibaat en pleitbezorger van de rechten voor vrouwen en homo’s binnen de rooms-katholieke kerk.

‘Maar nu hebben we bij de paus die welwillendheid niet bemerkt’, zegt Bossink. Om zijn zienswijze op homoseksualiteit en priesterschap alsnog onder de aandacht te brengen van de deelnemers aan de synode, heeft het WKHP de brief vorige week openbaar gemaakt.

Zelfs als de paus u ter wille had wíllen zijn, is de vraag of hij dat wel kán.

‘Hij kan zich niet zomaar distantiëren van het jarenlange kerkelijke beleid met betrekking tot homoseksualiteit en het celibaat. De paus zou wel kunnen signaleren dat buiten de kerk heel anders over homoseksualiteit wordt gedacht dan binnen de kerk, en dat zo’n kloof niet wenselijk is. De katholieke moraal zou niet alleen moeten zijn geënt op oeroude dogma’s maar ook op de maatschappelijke werkelijkheid.’

De werkelijkheid is ook dat homoseksualiteit alom tegenwoordig is binnen de kerk, zoals de Franse socioloog Frédéric Martel schreef in zijn boek Sodoma.

‘Misschien overdrijft Martel enigszins als hij zegt dat driekwart van de geestelijken homo is. Maar in essentie heeft hij gelijk. Ik ken veel mensen die voldoen aan zijn beschrijving. Mensen die een grote schroom hebben om openlijk over hun homoseksualiteit te spreken, en die de neiging hebben om daar negatief over te doen. Ik krijg de indruk dat ze het op die manier van tafel willen vegen zodat het niet te dicht bij hen in de buurt komt. Maar daardoor kunnen problemen ontstaan die er eigenlijk niet zouden moeten zijn. Het is niet homoseksualiteit op zich die tot misbruik kan leiden, maar de verkrampte omgang met homoseksualiteit.’

Waarom is het voor de kerk zo moeilijk voor de kerk om dat te onderkennen?

‘De obsessie met seksualiteit heeft alles te maken met het verplichte celibaat. Wanneer de kerk je als jonge man sterk aantrekt – bijvoorbeeld vanwege de diepe spiritualiteit, het sociale engagement of de zinnelijke esthetiek – dan moet je voor dat mooie ideaal iets heel wezenlijks opgeven. Namelijk de lichamelijke en relationele vormgeving van je erotische verlangens. Het priesterschap is een koppelverkoop die alleen maar gezond kan uitwerken wanneer je werkelijk weet wat die keuze met je leven doet. En dan nog: een mens verandert ook gedurende zijn leven. Wanneer die verlangens sterker gaan opspelen, moet je ofwel je priesterschap opgeven ofwel een dubbelleven leiden. Dat is wat Martel in zijn boek beschrijft over het Vaticaan. En dat is wat in een heleboel pastorieën eenzaamheid of verkniptheid veroorzaakt. Koppel het priesterschap los van levensstaat en geslacht, en de obsessie zal grotendeels verdwijnen. Terwijl er nieuwe ruimte ontstaat voor waar je je oorspronkelijk toe geroepen voelde.’

Hoe heeft u zelf homoseksualiteit kunnen verenigen met een leven binnen de kerk?

‘Ik ben opgegroeid in een ruimdenkende katholieke sfeer. Ik heb dus nooit gedacht dat mijn homoseksualiteit niet zou kunnen vanwege Onze Lieve Heer. Natuurlijk heb ik mijn worsteling gehad, maar die worsteling hing meer samen met de tijd waarin ik opgroeide dan met het geloof. Tezelfdertijd besefte ik dat mijn homoseksualiteit een probleem zou worden als ik voor het priesterschap zou kiezen, want dan trouw je als het ware met de kerk. Uiteindelijk is dat een van de redenen geweest waarom ik als geestelijk verzorger in het ziekenhuis ben gaan werken, want daar sta ik veel meer aan de rand van de kerk.’

Waarom wilt u toch bij die kerk blijven horen?

‘Dat vraag ik mijzelf ook vaak af. Ik zou me kunnen voorstellen dat ik er een keer afscheid van neem. Maar de meeste leden van het WKHP zijn werkzaam of werkzaam geweest binnen de kerk. Ik voel loyaliteit jegens hen, en mede daardoor ook jegens onze kerk. Ik voel ook nog steeds affiniteit met de katholieke liturgie en spiritualiteit. Ik kom ook weleens in een protestantse kerk, maar daar voel ik mij altijd weer erg katholiek.’

Waarom de misbruiktop in Rome een fiasco wordt

Wie te hoge verwachtingen heeft over de misbruikconferentie die het Vaticaan deze week organiseert, zal teleurgesteld worden, analyseert correspondent Jarl van der Ploeg. En wel om vier redenen.

‘Ik ben zeer teleurgesteld’

Marie Collins werd in haar jeugd misbruikt door een priester. De paus vroeg haar voor een commissie die voorstellen moet doen om misbruik te voorkomen. Ze is eruit gestapt, gedesillusioneerd over wat de katholieke kerk bereid is te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.