'In de jaren zestig was beste muziek ook commercieel succesvolst'

Onze gids deze week: Steven van Zandt, aka Little Steven

Een solotournee bracht Steven Van Zandt aka Little Steven, gitarist in de E Street Band van Bruce Springsteen, deze zomer naar Carré, waar hij tussendoor vertelde over gitaren, zijn bandana's en wat hij verder mooi vindt.

Foto Els Zweerink

Helemaal niet erg dat Steven Van Zandt (66) een beetje laat is, want dan kunnen wij even ongegeneerd rondkijken in zijn kleedkamer in Carré, waar de vaste secondant van Bruce Springsteen vanavond zal optreden met zijn band The Disciples of Soul.

In grote flightcases staat zijn kleding klaar. Lange jassen. Lange overhemden in zwart, bruin en paars. Vlammende, psychedelische patronen. En daar hangen ze, aan een rekje bij de spiegel: de onafscheidelijke bandana's, zijn handelsmerk. Er zijn niet zo veel artiesten die je zó makkelijk kunt identificeren aan de hand van hun garderobe als 'Little Steven' (of 'Miami Steve', ook goed).

Hij is gitarist in de E Street Band van Bruce Springsteen, speelde de keiharde maar niet geheel onsympathieke maffioso Silvio Dante in The Sopranos, runt zijn eigen obscure garagerocklabeltje Wicked Cool en is sympathiek, laagdrempelig. Twitteraar @StevieVanZandt reageert dagelijks op vragen van fans. Hoe cool kan een man zijn?

Het verklaart wel waarom soloplaten en -tournees van Little Steven zeldzaam zijn: hij heeft er weinig tijd voor. Zijn vorige album verscheen in 1999, zijn laatste 'eigen' optreden in Nederland was in 1989 (een voorprogramma van Bon Jovi in 1995 niet meegeteld). Op het dit jaar verschenen Soulfire staan veelal nieuwe versies van songs die hij voor anderen schreef.

Daar zullen we hem hebben. 'Heeft Southside al laten weten dat -ie komt?', vraagt hij aan een assistent.

'In de jaren zestig was de kwalitatief beste muziek ook de commercieel succesvolste.' Foto Els Zweerink

'Southside' is Southside Johnny Lyon (68), boezemvriend en collega-icoon van de 'New Jersey Sound'. Ze speelden ooit samen in Southside Johnny & The Asbury Jukes, de band die een avond eerder in Paradiso optrad, een paar flinke steenworpen verderop.

Ja, zegt de assistent, Southside komt.

Mooi, grijnst Little Steven, die helemaal verrukt is wanneer hij ziet dat zijn vrienden van platenzaak Concerto een tasje platen aan de bezoeker van de Volkskrant hebben meegegeven: compilaties met 'Nederbeat'. Little Steven is connaisseur: Q65, Outsiders, Golden Earrings, Shocking Blue, je hoeft hem er niets over te vertellen.

'Even kijken, heb ik de telefoonnummers van die Concerto-gasten nog?' Hij zoekt in zijn iPhone. 'Ha, hier heb ik Jorn. En Alex. Van Anton heb ik alleen een mailadres. Ik zal ze straks even een berichtje sturen. Maar eerst jij. Zeg het eens, mijn vriend.'

Nou, of hij deze week onze gids wil zijn en ons dingen wil aanbevelen, wat hij maar wil, zolang ze maar typisch Steve zijn.

Natuurlijk wil hij dat wel. 'De laatste tijd moet ik in interviews vooral vragen over Donald Trump beantwoorden. Ook weleens aardig om die man onbesproken te laten. Frommel er maar ergens tussen dat ik hem een zak hooi vind en me kapot schaam voor zijn circus, wil je?'

Oké, we zullen het proberen.

CV

1950 22 november, geboren als Steven Lento in Boston
1957 Verhuizing naar New Jersey, achternaam Van Zandt (naar stiefvader)
1969 Rockband Steel Mill (met Bruce Springsteen)
1975 Medeoprichter Southside Johnny & The Asbury Jukes
1975 Toetreding tot Bruce Springsteens E Street Band
1982 Debuutalbum Men Without Women met The Disciples of Soul
1984 Verlaat de E Street Band
1984 Soloalbum Voice of America
1999 Hereniging E Street Band; acteursdebuut in The Sopranos
2011 Co-auteur, producent en hoofdrolspeler tv-serie Lilyhammer
2017 Zesde Little Steven-album Soulfire.

1. Album: The Temptations: Greatest Hits (1966)

'Ik zou een heel rijtje platen kunnen opnoemen die belangrijk voor me zijn geweest, maar ik ben het meest beïnvloed door de eerste Greatest Hits van The Temptations. Die groep heeft veel invloed op me gehad: als songschrijvers, als performers, qua arrangementen, qua productie, maar ook sociaal.

'De jaren zestig waren een in veel opzichten cruciale periode in de geschiedenis, waarin de kwalitatief beste muziek ook de commercieel succesvolste was.

'Motown-labelbaas Berry Gordy streefde naar zwarte pop die ook het blanke publiek zou aanspreken, een commerciële ambitie, maar hij bracht iets veel groters tot stand: hij bracht de rassen werkelijk tot elkaar, droeg enorm bij aan de acceptatie van zwarten als volwaardige mensen en tilde en passant de popmuziek naar het wat mij betreft hoogste niveau ooit.

'Je kunt je amper nog voorstellen hoe gesegregeerd Amerika in mijn jeugd was. Pas in 1964 werd de Civil Rights Act ingevoerd, pas in 1965 kwam er algemeen kiesrecht voor minderheden en in 1968 kregen ze gelijke rechten qua huisvesting.

'Mijn generatie was de eerste die kleurverschil onbelangrijk vond: we groeiden op met The Beatles én Marvin Gaye, met Bob Dylan én Smokey Robinson. The Temptations waren voor mij de zwarte Beatles: dé hitfabriek van die tijd, die zich ook nog eens in een duizelingwekkend tempo artistiek ontwikkelde.'

2. Boek: Dwayne Epstein: Lee Marvin - Point Blank (2013)

'Ach ja, de sixties... Wat een tijd om op te groeien. Tijdens deze tournee heb ik de fantastische biografie van acteur Lee Marvin gelezen, die in 1967 in twee van mijn favoriete films speelde: de cult-misdaadfilm Point Blank en de oorlogsfilm The Dirty Dozen.

'Wat Lee Marvin zo goed maakte, is dat hij volgens mij altijd zichzelf speelde, of je hem nou in het Wilde Westen of in de Tweede Wereldoorlog neerplantte. Hij wekte de indruk dat hij de set binnenwandelde en zijn rol maar zo'n beetje uit zijn mouw schudde: een volstrekt natuurlijke, bijna nonchalante manier van acteren.

'Toch ging er ook altijd gevaar van zijn personages uit. Die Lee Marvin-films waren mijn eerste kennismaking met realistisch geweld op het doek: een stomp in iemands gezicht was écht een stomp in iemands gezicht. Ik herinner me die opwinding nog, in de bioscoop.

'Dat achteloos dreigend zijn heeft mij als acteur zeer geïnspireerd. Lee is van grote invloed geweest op bijvoorbeeld mijn personage Silvio Dante in The Sopranos.'

3. Biograaf: Nick Tosches (1949)

'Hoewel ik veel fictie lees, heb ik een speciale voorliefde voor biografieën en voor mij is mijn generatiegenoot Nick Tosches de meester in het genre. Hij heeft het fenomeen biografie heruitgevonden en er een kunstvorm van gemaakt, in het bijzonder in Hellfire over Jerry Lee Lewis (1982) en Dino over acteur Dean Martin (1992).

'Het zijn twee totaal verschillende werken, in aanpak en stijl: Hellfire is literair en poëtisch, Dino eerder meeslepende geschiedschrijving, maar in beide gevallen krijg je de indruk dat hij niet zomaar even een levensverhaal heeft opgetekend, maar vorm en duiding aan dat leven geeft.

'Daarnaast is Tosches er een meester in om de sfeer van een specifieke tijd en plaats te schetsen: in het Dean Martin-boek het Las Vegas van de jaren vijftig en de nachtclubsfeer rond de legendarische 'Rat Pack', in het Jerry Lee Lewis-boek de streng christelijke cultuur van de zuidelijke staten waarin Jerry groot werd.'

4. Theater: Count Basie Theatre (99 Monmouth Street, Red Bank, New Jersey)

'The Temptations, Motown, Lee Marvin-films... Als ik erover vertel, ben ik terug in de omgeving van mijn jeugd. Ik kom er nog, maar alles is veranderd. We woonden in Middletown, New Jersey, in een toenmalig nieuwbouwproject: houten huizen in clusters, stukje eigen grond erbij.

'Voor mijn tienervermaak ging ik naar Red Bank, iets verderop. Daar staat nog altijd het Count Basie Theatre, een prachtig theater uit de jaren twintig. Vroeger was het een theater annex bioscoop, waar ik onder meer A Hard Day's Night van The Beatles zag, de film die mijn leven veranderde. Nu zitten mijn vrouw Maureen en ik in de raad van bestuur en zijn we bezig er een modern kunstencentrum van te maken dat zich uitstrekt over het hele blok, met het oude theater als hart.

'Een prachtig theater uit de jaren twintig. Vroeger was het een theater annex bioscoop, waar ik onder meer A Hard Day's Night van The Beatles zag.'

'Het is een mooie, klassieke en belangrijke plek voor de omgeving. We traden er in mei op met The Disciples Of Soul, een echte thuiswedstrijd. Bruce deed mee. Een onvergetelijke avond.

'Een blok verderop, om de hoek, zit nog altijd Jack's Music Shoppe, de muziekwinkel waar ik zowel mijn eerste platen als mijn eerste gitaren kocht. Als je me zou vragen om jou mee te nemen naar de plekken uit mijn jeugd, zouden we naar dit hoekje downtown Red Bank gaan, want verder zijn Red Bank én Middletown totaal veranderd.'

5. Gitaar: Fender Stratocaster

'Ik heb op veel gitaren gespeeld, maar mijn favoriete instrument is toch een standaard Fender Stratocaster, al jaren mijn vaste gitaar. Ik heb een rijtje. Het is een heel veelzijdige gitaar, geschikt voor scherpe rocksolo's, maar ook om als droge slaggitaar te gebruiken in sixtiesbeat.

'De Strat is een rockicoon geworden, vooral dankzij Jimi Hendrix denk ik, maar het valt me altijd op dat veel gitaristen toch begonnen op een Fender Telecaster. Ik ook, vooral omdat Jeff Beck die had. De tweede gitaar die ik bij Jack's kocht was een Telecaster.

'Dat ik van de Telecaster ben overgestapt op de Stratocaster kwam door Bruce.' Foto getty

'Dat ik ben overgestapt op de Stratocaster kwam door Bruce. Steel Mill was gestopt, we noemden ons de Bruce Springsteen Band, ergens begin jaren zeventig. Bruce kwam naar me toe en zei dat hij graag op een Telecaster wilde gaan spelen.

'Ik zei: 'Tuurlijk man, moet je doen.' Hij zei: 'Maar jij speelt ook Telecaster. En ik vind mijn type gitaar echt belangrijk voor mijn identiteit, snap je?' Haha, typisch Bruce, zo'n mannetje is hij wel. Enfin, Stevie aan de Strat en Bruce had weer z'n zin. Sommige dingen veranderen nooit.'

6. Accessoire: Bandana

'Ik draag al bijna een halve eeuw bandana's. Het is mijn handelsmerk geworden, maar het werd uit nood geboren. Als tiener reed ik een auto in de prak en vloog ik met mijn hoofd door de voorruit. Door de littekens groeit er op sommige plekken geen haar meer, dus ik moest iets verzinnen, want het zag er niet uit en ik schaamde me ervoor.

'Ik ging petten en hoeden dragen, probeerde zelfs een pruik, maar toen ik een bandana omknoopte, dacht ik: dit heeft wel wat, in combinatie met een lange jas.

'Je kunt ze in de winkel kopen, maar die bandana's vind ik zelden mooi, dus ik laat ze maken door de mensen die mijn kleding verzorgen. Ik kies de stoffen en patronen uit en zij doen de rest. Het is een eenvoudig klusje, maar er moet wel iets speciaals aan de randjes gebeuren, ik weet het niet precies. Je kunt niet zomaar een lap stof afknippen en als bandana gebruiken, want dan werkt het niet.'

'De bandana's uit de winkel vind ik zelden mooi, dus ik laat ze maken door de mensen die mijn kleding verzorgen. Ik kies de stoffen en patronen uit en zij doen de rest.' Foto Els Zweerink

7. Televisieserie: Cracker (ITV, Groot-Brittannië, 1993-1995), NYPD Blue (ABC, Verenigde Staten, 1993-2005)

'Volgens mij is het tijd voor de beste tv-series waar ik niet in speelde, haha. Ten eerste: NYPD Blue, over een detectiveteam in New York City. Heeft meer dan een decennium gedraaid, er zijn een paar honderd afleveringen. Het rauwe realisme, het alledaagse, de chemie tussen de personages, alles is er goed aan.

'Mijn andere favoriet is Cracker, een Britse serie over een kettingrokende, gokverslaafde en half gestoorde figuur, Fitz, die geniaal blijkt te zijn in de criminele psychologie en voor de politie gaat werken. De serie is al meer dan twintig jaar oud, maar er zijn een paar jaar geleden enkele afleveringen bij gemaakt.

Over de televisieserie NYPD Blue: 'Het rauwe realisme, het alledaagse, de chemie tussen de personages, alles is er goed aan.' Foto Els Zweerink

'In NYPD Blue zijn de personages alledaags: gewone mensen met gewone gebreken. In Cracker is de hoofdfiguur allesbehalve alledaags, eerder een totale outcast. Maar in beide gevallen hebben we het over antihelden. Die boeien me. Personages van wie je op basis van hun temperament en manier van doen niet verwacht wat ze in de serie doen en meemaken. In die tegenstelling zit een spanning die ik probeer te creëren in mijn eigen rollen, of het nou een serieuze is, zoals Silvio, of een komische, zoals Frank Tagliano in Lilyhammer.

'Een goede tv-serie is net zo delicaat als een goede rockband. Uiteraard moet alles goed gekozen zijn: het idee, het script, de cast, de cinematografie. Maar dan ben je er nog niet. Wat het uiteindelijk écht goed maakt, is heel delicaat en nauwelijks uit te leggen, een soort wonder.'

8. Concertlocatie: Stadio Giuseppe Meazza (San Siro), Piazzale Angelo Moratti, Milaan, Italië

'Vraag muzikanten naar hun favoriete zalen en ze noemen altijd een oud, mooi gelegen theater. Ik ben daar ook niet ongevoelig voor, maar het zijn toch vooral de akoestiek en de aanblik van de volle zaal die voor mij bepalend zijn. De Roma in Antwerpen is een mooi oud theater, maar ik vind de gloednieuwe Indigo in het O2-complex in Londen even fijn, om bijna precies dezelfde redenen: de klank en hoe het publiek tegenover je zit.

'Mijn favoriete concertlocatie? Het zal je verrassen: San Siro in Milaan, een voetbalstadion voor 80 duizend mensen. Daar is de E Street Band een paar keer echt opgestegen.

'In de meeste stadions staat het podium aan een korte zijde van het veld, maar in San Siro is het een kwartslag gedraaid: podium voor een lange zijde, zodat je tegen de overliggende lange zijde aankijkt, die dan ongewoon dichtbij is. Die tribune is in San Siro torenhoog en heel erg steil, wat het wonderlijk intiem doet aanvoelen. Het lijkt alsof al die 80 duizend mensen haast boven op je zitten.

'Het is heerlijk om met The Disciples of Soul langs theaters te gaan en frontman te zijn, maar als ik over San Siro vertel, krijg ik al een beetje zin in de volgende E Street Band-tournee.'

En ja hoor, Little Steven doet even de vet aangezette Italo-New Yorkse tongval van Silvio Dante: 'Italianen hè. Dat helpt ook. Italianen onder elkaar man, wij weten hoe je zo'n tent in de fik zet, ja toch.'

Little Steven: Soulfire. Wicked Cool/Universal.
Live: 27/11 Oosterpoort, Groningen. 28/11 TivoliVredenburg, Utrecht. 30/11 013, Tilburg.

'Een voetbalstadion voor 80 duizend mensen. Daar is de E Street Band een paar keer opgestegen.' Foto getty
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.