Interview Anand Giridharadas

‘Ik wil leven in een wereld waarin de rijksten minder geld hebben om weg te geven’

Anand Giridharadas: ‘De economie werkt goed voor te weinig mensen.’ Beeld Mackenzie Stroh

Het probleem van liefdadigheid, zegt schrijver Anand Giridharadas, is dat het door de superrijken gebruikt kan worden om zich vrij te pleiten van de schade die zij de wereld berokkenen. Wat écht nodig is, is een systeem waarin zij nooit zo buitensporig rijk hadden kunnen worden.

Het was alsof hij een clubhonk vol Hell’s Angels uitmaakte voor mietjes, of een zaal met Wereld Natuur Fonds-donateurs voor dierenbeulen.

Anand Giridharadas (37) stond op het podium van het Aspen Institute, een denktank die in de schaduw van de Rocky Mountains TEDx-achtige ideeënconferenties organiseert voor de rijken en machtigen der aarde. Giridharadas (1981), destijds New York Times-columnist, dankte zijn uitnodiging als spreker aan zijn Henry Crown Fellowship, een prestigieus genootschap van het Aspen Institute dat ‘een nieuw soort leiders’ moet klaarstomen om ‘de hardnekkigste problemen ter wereld’ op te lossen. De met een grijzende, zwaartekracht-tartende haardos gezegende Giridharadas had zich in Aspen vanaf het begin een tikje ongemakkelijk gevoeld te midden van zijn mede-fellows uit ‘de klas van 2011’ – praten over het verbeteren van de wereld in door Goldman Sachs, Pepsi en de gebroeders Koch gesponsorde gebouwen en seminars. Maar nu besloot hij de knuppel in het hoenderhok te gooien.

‘De Aspen-consensus’, zoals hij de gedeelde opvattingen in de zaal noemde, ‘is in een notendop dit: de winnaars van onze tijd moeten worden uitgedaagd om meer goede dingen te doen. Maar vraag ze nooit en te nimmer om minder schade te berokkenen.’ Schade zoals belasting ontwijken, geld wegsluizen naar tropische eilanden, risico’s afwentelen op werknemers en speculeren in plaats van waarde creëren – allemaal foefjes waardoor de inkomens van de rijkste 1 procent Amerikanen sinds 1980 verdrievoudigd zijn, terwijl de 50 procent armste Amerikanen er amper een dollar op vooruit is gegaan, hield hij zijn publiek voor.

Natuurlijk, filantropie is nobel, zei hij, maar het is ook ‘een pleister die de winnaars op het systeem plakken dat hen zo heeft bevoorrecht, in de hoop een ingrijpende operatie aan dat systeem te voorkomen – een operatie die hun voorrechten zou bedreigen’. Giridharadas zei zich soms af te vragen of filantropie mettertijd niet zou worden gezien als de pauselijke aflaten uit de middeleeuwen: ‘Een relatief goedkope manier om jezelf ogenschijnlijk aan de goede kant van de gerechtigheid te plaatsen, zonder dat je iets hoeft te veranderen.’

De toespraak uit 2015 legde de kiem voor Giridharadas’ onlangs verschenen boek Winners Take All, een j’accuse tegen de donkere kanten van de weldoenerij.

Iemand die Winners Take All niet heeft gelezen, denkt misschien: wat is er in vredesnaam verkeerd aan rijke mensen die geld weggeven aan goede doelen? Gaan we straks ook de Kerstman bekritiseren omdat hij kinderen cadeautjes geeft?

‘Die vraag krijg ik vaak: hoe kan filantropie nou fout zijn? Begrijp me niet verkeerd: natuurlijk is het hartstikke mooi en lovenswaardig als rijke mensen geld geven aan goede doelen. Maar er kleven twee problemen aan filantropie. Het eerste probleem is dat deze donaties, hoe nobel ook op individueel niveau, deel uitmaken van een klimaat dat mensen aanspoort om zoveel mogelijk geld te verdienen – maakt niet uit hoe meedogenloos – om daarna een beetje van dat geld terug te kunnen geven. Het idee dus dat liefdadigheid een rechtvaardiging achteraf is voor alles-moet-maar-kunnen-kapitalisme.

‘Het tweede probleem is dat geld schenken vaak medeplichtig is aan een groter kwaad. Neem de Sacklers, de miljardairsfamilie achter het farmaceutische bedrijf Purdue Pharma: hun pillen hebben een opiaten-epidemie ontketend die aan zeker 200 duizend mensen het leven heeft gekost. Zou de wereld niet veel beter af zijn geweest als de Sacklers géén miljoenen dollars hadden geschonken aan musea, bibliotheken of universiteiten zoals die van Leiden, maar hun geld in plaats daarvan hadden besteed aan superjachten? Want mensen associëren de familie met kunst – met de Sackler-vleugels van het Louvre of het Metropolitan Museum bijvoorbeeld – niet met de verslavende pijnstiller OxyContin en de opiatencrisis. Ik denk dat er een stuk sneller gerechtigheid was gekomen als de Sacklers gewoon ordinair superjachten hadden gekocht. Dat zou trouwens ook beter zijn geweest voor de Nederlandse economie, met jullie jachtbouwers.’

Filantropie als het parfum dat de stank van het economische systeem maskeert?

‘Precies. Als rond Mark Zuckerberg ook niet dat filantropische aura van een wereldverbeteraar had gehangen en hij gewoon eerlijk had gezegd dat Facebook een advertentiebedrijf is dat bakken met geld wil verdienen met onze privédata, dan hadden we ons ook niet zo makkelijk laten misleiden, met alle gevolgen van dien. Het parfum van de filantropie verhindert ons als maatschappij om vuile zaakjes onder de douche te zetten.’

‘Natuurlijk zijn de meeste gevallen niet zo extreem en vol dood en verderf als de Sacklers. Maar denk eens aan Apple, Google en andere bedrijven die de afgelopen jaren via Nederland en Ierland tientallen miljarden dollars aan belasting hebben ontweken. Misschien vinden zij zelf niet dat ze schade aanrichten, maar dat geld had ook naar betere scholen of zorgverzekeringen voor gewone Amerikanen kunnen gaan. Deze bedrijven maken deel uit van een systeem dat de winnaars van onze tijd in staat stelt om de vruchten van de vooruitgang te monopoliseren. En ondertussen hebben ze de mond vol over de wereld verbeteren.’

Giridharadas zegt geradicaliseerd te zijn tijdens het schrijven van The True American (2014), een boek over Mark Stroman (1969-2011), die in de nasleep van 9/11 in Dallas twee immigranten uit Pakistan en India doodschoot omdat hij dacht dat ze moslims waren. ‘Ik denk dat een boek een soort kater achterlaat als je het af hebt, net als een goed feestje. Tijdens het schrijven van The True American bracht ik tijd door in een deel van de Verenigde Staten waar ik tot dan toe nauwelijks vertoefd had: witte gemeenschappen in de verre voorsteden rond Dallas. Lange tijd had Amerika goed voor deze mensen gewerkt, terwijl andere gemeenschappen zich in de steek gelaten voelden. Maar nu zag ik bij deze witte gemeenschappen dezelfde worsteling en dezelfde gevoelens van marginalisering als bij arme Afro-Amerikaanse gemeenschappen, die altijd al hadden geklaagd dat de Amerikaanse Droom bedrog was. Straks gelooft een meerderheid van de Amerikanen niet meer in de Amerikaanse Droom, dacht ik toen ik het boek schreef. In 2016 kwam dat uit met de verkiezing van Donald Trump. Het is alleen wel een beetje droevig dat de klachten van Amerikanen pas gehoord werden toen ook veel blanke mannen zich buitengesloten begonnen te voelen.’

Zijn Mark Stroman en de elites die u in uw nieuwste boek beschrijft, hoe verschillend op het eerste gezicht ook, in zekere zin twee kanten van dezelfde medaille?

‘Trump won de verkiezingen omdat velen zich bedrogen voelen door de toekomst. Sommigen voelen zich bedrogen omdat ze racisten zijn met een hekel aan zwarte en Aziatische mensen – daar heb ik weinig respect voor. Sommigen hebben een hekel aan vrouwen – daar heb ik evenmin respect voor. Maar veel andere mensen voelen zich bedrogen door de toekomst omdat ze al lang geen zekere baan hebben gehad, of omdat hun kind noodgedwongen voor Uber rijdt en zich niet eens een zorgverzekering kan veroorloven, laat staan een huis.’

‘Alleen is maar heel weinig van de woede gericht tegen de plutocraten die de problemen deels veroorzaakt hebben. In plaats daarvan reageren mensen zich af op Mexicanen, moslims of Polen. Dat is het treurige: terwijl de plutocratische aasgieren de wereld kaalvreten, reageren de slachtoffers zich af op mensen die nog kwetsbaarder zijn dan zij.’

U was onlangs te gast in het Lagerhuis toen het Britse parlement tegen het Brexit-akkoord van premier May stemde. Hoe was dat?

‘Het was fascinerend. Het was echt een van die zeldzame ongescripte momenten in een tijdperk waarin politiek bijna altijd volgens hetzelfde stramien verloopt. Niemand wist wat er ging gebeuren. Parlementariërs wisten niet hoe hun collega’s zouden gaan stemmen – het was natuurlijk wel duidelijk dat May ging verliezen, maar niet met hoeveel. Je zag niet alleen een verdeeld land, maar ook een Lagerhuis vol innerlijk verdeelde politici, in gewetensconflict tussen hun persoonlijke opvattingen over Brexit, de wil van hun kiesdistrict, het partijbelang.

‘De parallel met mijn eigen land is ook interessant. De Amerikaanse ‘shutdown’ – de langste sinds de Verenigde Staten 243 jaar geleden gesticht werden – stoelt op een fantasietje over een muur, terwijl de Britten eenzelfde soort fantasie hebben: het Kanaal veranderen in een zeemuur. De Amerikaanse problemen verdwijnen als er geen Mexicanen meer komen, is de gedachte, en de Britse problemen verdwijnen als er geen Polen meer komen.

‘Er zijn niet veel leiders die de waarheid durven vertellen: dat niet de Polen of de Mexicanen het probleem zijn, maar het feit dat de economie doorgestoken kaart is. De economie werkt goed voor te weinig mensen. De Davos-mens staat symbool voor de winnaars van onze tijd, die enorm hebben geprofiteerd van alle veranderingen in de afgelopen decennia, terwijl het overgrote deel van de mensen er niet op vooruit is gegaan. Zij hebben steeds te horen gekregen wat een geweldige kansen er wel niet zijn in de moderne wereld en dat iedereen een ondernemer kan zijn, als-ie maar wil. Maar ondertussen zijn onzekerheid en stagnerende lonen hun deel, terwijl ze zien hoe de rijken belasting ontwijken en allerlei gemeenschappelijke voorzieningen verslonzen omdat er te weinig belastinggeld is om in te investeren.’

Het sinistere aan het grootste machtscentrum van onze tijd, Silicon Valley, schrijft Giridharadas, is dat deze nieuwste generatie van superrijken de eigen macht ontkent. Met hun hoodies en piratenvlaggen profileren ze zich liever als underdogs, dapper de status quo ontwrichtend voor de gewone man. Alleen de rode baretten van een rebellenleger ontbreken nog net, schrijft Giridharadas.

‘De tech-industrie is het Romeinse Rijk van onze tijd. Ik denk dat er niemand is in Nederland wiens leven niet geraakt wordt door de beslissingen die in Silicon Valley worden genomen. Niemand kan zich aan de invloed van de tech-industrie onttrekken. Dat is wat het betekent om in een imperium te leven. We zijn allemaal inwoners van Silicon Valley’s wereldrijk. Ik denk dat John D. Rockefeller en Andrew Carnegie, honderd jaar geleden de rijkste mensen op aarde, lang niet zo’n grote invloed hebben gehad op Nederland als de tech-industrie nu.

‘Alleen: Rockefeller en Carnegie hadden olieraffinaderijen en staalfabrieken, terwijl Zuckerberg & co rondlopen in capuchontruien en joggingbroeken en zich afficheren als nerds die alleen maar in wetenschap geïnteresseerd zijn en het liefst de hele dag met robots zouden spelen. Dus hebben we nu de rare situatie dat de machtigste mensen van onze tijd zichzelf een air van machteloosheid hebben aangemeten. Dat hele sfeertje van rebellie in Silicon Valley is een soort afleidingsmanoeuvre om de verantwoordelijkheid te ontlopen voor de gevolgen die bedrijven als Facebook, Airbnb en Uber hebben op ons leven.’

Anand Giridharadas Beeld Mackenzie Stroh

De oplossing, zegt Giridharadas, is dat de rijken een stap opzij moeten doen: geef politiek weer haar rechtmatige positie terug als het instrument waarmee we de wereld vormen. ‘Het belangrijkste wat de rijken kunnen doen in een tijd van extreme ongelijkheid is een verrader te worden van hun eigen klasse. Veel van de belangrijkste figuren uit de Amerikaanse geschiedenis – Theodore Roosevelt, Franklin D. Roosevelt, John F. Kennedy tot op zekere hoogte – waren klasseverraders’, zegt Giridharadas. De in weelde opgegroeide Theodore Roosevelt werd pleitbezorger van progressieve belastingen, zijn neefje FDR ondersteunde met zijn ‘New Deal’ het door de Depressie getroffen Amerika en JFK verhoogde het minimumloon en deed een mislukte poging om een ziekenfonds voor ouderen in te voeren.

Om een klasseverrader te worden, zegt Giridharadas, moeten de rijken allereerst stoppen met hun valse retoriek dat de overheid kapot is. Ze maken de reparatie ervan immers alleen maar moeilijker door geld te onthouden aan de schatkist via belastingontwijking en stagnerende lonen, en dat geld vervolgens liever te schenken aan de privéschool van hun kinderen dan de staat er het openbaar onderwijs mee te laten verbeteren. ‘Dat is simpelweg een vorm van herverdeling van welvaart, maar dan niet door de staat maar door het bedrijfsleven. Mensen zijn niet gestorven voor het recht van ‘één mens, één stem’ opdat de rijken via een achterdeurtje een extra stem hebben.’

Een ander deel van de oplossing, vindt Giridharadas, is een Amerika met minder miljardairs. Hij vindt daarin een medestander in Alexandria Ocasio-Cortez, de rijzende ster van de Democraten, die onlangs de Republikeinen in de gordijnen joeg met haar voorstel om inkomens boven de 10 miljoen dollar met 70 procent te belasten. En historicus Rutger Bregman haalde in een viraal gegaan filmpje van zijn optreden op het World Economic Forum in Davos uit naar miljardairs die de mond vol hebben van filantropie, maar ondertussen nauwelijks belasting betalen. ‘Taxes, taxes, taxes. All the rest is bullshit in my opinion’, zei Bregman. 

‘Ik denk dat we er als samenleving naar zouden moeten streven om überhaupt minder miljardairs te hebben. Daarvoor zijn heel andere belastingtarieven nodig. Jullie Europeanen hebben via jullie belastingen de beslissing genomen om minder miljardairs te hebben. Dat is niet het einde van de wereld, het betekent simpelweg een samenleving met een beter minimumloon en meer miljonairs en ‘tonnairs’. Ik wil leven in een wereld waarin de rijksten minder geld hebben om weg te geven.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.