'Ik werd de boeddhistische manager'

Jean Karel Hylkema, zoon van een dominee en succesvol manager, werd boeddhist. Hij voerde gesprekken met de Dalai Lama, las boeken van hem en kreeg toen heel sterk het gevoel: hier ben ik thuis....

In 1995 verkocht Jean Karel Hylkema, succesvol manager, al zijn aardse bezittingen. De oud-directeur van onder meer Het Vaderland en Het Financieele Dagblad vertrok naar een boeddhistisch retraitecentrum in Ierland om zich voor te bereiden op een bestaan als boeddhistisch monnik. Hij had zijn vaderlijke plicht volbracht, zijn drie zoons waren volwassen. De rest van zijn leven wilde hij mediteren, contempleren, proberen de 'echte werkelijkheid' te ervaren.

Maar zijn leermeester, de Tibetaanse lama Sogyal Rinpoche, vroeg hem de zakelijke kant van zijn organisatie vorm te geven. Hylkema (63) is nu onder meer voorzitter van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS), die tien uur televisie en dertien uur radio per jaar verzorgt. Hij is de auteur van het boek Management vanuit compassie, waarin hij zijn boeddistische inzichten vertaalt naar modern leiderschap.

Rol van religie in de jeugd

'Ik ben de zoon van een Friese dominee. Een doopsgezinde predikant die het grootste deel van zijn leven in Den Haag heeft doorgebracht. Met zo'n achtergrond werd ik natuurlijk geconfronteerd met de vraag of ik ook moest gaan geloven. Ik heb altijd moeite gehad dingen op gezag van anderen aan te nemen, moest ook opgetrommeld worden om naar de kerk te gaan. Die houding werd ervaren als een aantasting van het leergezag van mijn vader. Dat werd nog erger nadat ik op 13-jarige leeftijd twee bijna-doodervaringen had.

Ik was bij een sprong van een garagedak verkeerd terechtgekomen. Ik heb toen dingen meegemaakt die voor mij heel reëel waren maar die mijn omgeving niet kon duiden. Na die val had ik heel veel uittredingsverschijnselen, waarbij het bewustzijn zich losmaakt van je lichaam en ervaringen opdoet in andere werelden. Ook dat kon niemand plaatsen.

Eigenlijk ben ik vanaf die leeftijd op zoek gegaan naar een verklaring voor wat mij was overkomen. Alles wat met de zin van het leven te maken had en wat ik te pakken kon krijgen, ben ik gaan lezen. Dat gebeurde volstrekt ongericht. Ik las alles door elkaar. Op een gegeven moment dacht ik: ik word hier gek van, ik kan het niet thuisbrengen.'

Nadenken over religie

'Rond mijn 20ste realiseerde ik me: dit moet anders. Toen ben ik me systematisch gaan bezighouden met het denken over zingeving in verschillende culturen. Het Europese denken, het Indiaanse denken, enzovoorts. Vervolgens ben ik me gaan verdiepen in systemen als tarot. Met name kaart tien, de kracht, voorgesteld door een meisje dat de bek van een leeuw openhoudt, en de betekenis daarvan: dat je die kracht niet ten bate van jezelf maar van anderen moet aanwenden, sloot aan bij allerlei boeddhistische dingen die ik had gelezen. En vanaf dat moment ben ik, toch zeker wel een jaar of tien, uitsluitend boeddhistische boeken gaan lezen.'

Het moment van de keuze

'Het is een langzaam proces geweest. Toen ik midden dertig was, besefte ik dat ik met lezen alleen niet verder kwam, dat ik een connectie moest maken. In die periode was het contact met adjunct-hoofdredacteur Jacques den Boer van het Algemeen Dagblad heel belangrijk voor me. Den Boer was tevens hoofd van de Haagse redactie. Ik was toen bezig Het Vaderland om te bouwen tot een huis-aan-huisblad-bedrijf. We werkten in hetzelfde gebouw.

Op een vrijdag kwam hij na de lunch mijn kantoor binnenstappen, waarna we in gesprek raakten. Jarenlang spraken we elke vrijdag na de lunch met elkaar. Soms waren we na tien minuten klaar, soms duurde zo'n gesprek wel vijf uur. De zaterdag daarna las ik de weerslag van onze ontmoeting terug in zijn weekcommentaar.

Na een hele tijd ontdekten we dat we in dezelfde straat in Wassenaar woonden. Op een dag stonden we voor mijn huis nog wat na te praten, toen hij het boeddhabeeld achter mijn raam ontwaarde. Hij wilde het van dichtbij bekijken. Pas toen kwam ik erachter dat hij penningmeester was van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme en hoofdredacteur van het blad Saddharma.

Zijn stichting organiseerde in de Kosmos in Amsterdam boeddhistische leerhuizen over allerlei onderwerpen, filosofie, kunst. Dat interesseerde me heftig, maar ik had aarzelingen over de bijbehorende meditatie van twee uur. Dat was niets voor mij, mediteren. Ik vond dat ik al een rustige geest had.

Maar ik wilde niet onbeleefd zijn en ben er, zeer sceptisch, heen gegaan. Na een algemene inleiding werden we uitgenodigd om met onze gezicht naar de muur te gaan zitten en de meditatie-oefening te beginnen. Dat was voor mij een openbaring. Het feit dat je je aandacht naar binnen kunt richten, was zo'n totaal andere ervaring. Het was mijn eerste contact met ''de natuur van de geest'', zoiets. Ik was toen zo overtuigd dat ik vanaf dat moment dagelijks ben gaan mediteren. Aanvankelijk tien minuten per dag en dat heeft zich geleidelijk uitgebreid.

Via mijn toenmalige echtgenote, die zich bij een Tibetaanse stroming had aangesloten, ben ik bij het Tibetaans boeddhisme terecht gekomen. In 1989 ontmoette ik de Dalai Lama. Ik was een van de organisatoren van zijn komst naar Nederland. Iemand in het gezelschap zei toen dat ik een dharma-probleem had, geen leraar kon vinden die ik mijn volstrekte vertrouwen kon geven. Ondanks de overvolle agenda van de Dalai Lama, die toen net de Nobelprijs voor de vrede had gekregen, maakte hij tijd voor me vrij. ''Want voor mensen met een dharma-probleem heb ik altijd tijd'', zei hij.

Ik vroeg hem of hij mij de weg kon wijzen. Hij begon te lachen en zei: je moet naar heel veel leraren gaan, ontzettend kritisch zijn en zo je leraar kiezen. Want je bent zelf verantwoordelijk voor die keuze. Dat sprak me ontzettend aan. Een jaar later kwam hij naar Nederland en tijdens dat bezoek heb ik mijn leermeester gevonden. Het was Sogyal Rinpoche, auteur van Het Tibetaanse boek van leven en sterven.

Ik herkende veel in zijn relatie met de Dalai Lama. Ik heb een paar gesprekken met hem gevoerd, boeken van hem gelezen en kreeg toen heel sterk het gevoel: hier ben ik thuis. Toen ik het hem vertelde, begon hij te lachen. Hij wist het al. Kennelijk is het zo dat als je eraantoe bent, dat je leraar er gewoon voor je is. Je ziet hem pas als je in je eigen ontwikkeling zover bent.

Zo zie ik ook mijn relatie met de voormalige adjunct van het AD. Ik kende hem al vier jaar, maar pas toen ik eraan toe was, kwam het gesprek op het boeddhisme. En hij opende voor mij een nieuwe toegang tot verdere verdieping. Ik weet inmiddels van zoveel mensen die een soortgelijke ontwikkeling doormaakten.'

Het geloof uitdragen

'Boeddhisten hebben geen bekeringsdrang. Iedereen is verantwoordelijk voor de eigen keuzen. Je bent ook verantwoordelijk voor de manier waarop mensen op je reageren. Meningen en ideeën die niet worden begrepen, moeten op de achtergrond blijven. De Dalai Lama is veeleisend en ongeduldig in eigen kring. Zo houdt hij de mensen scherp, stimuleert hen. Naar buiten toe is hij altijd even lachend en begrijpend. Mensen die eraantoe zijn, komen vanzelf wel uit bij het boeddhisme.'

De reactie van de omgeving

'Mijn vader heeft zich aan het eind van zijn leven opengesteld voor de Tibetaans-boeddhistische kennis van het stervensproces. Een jaar voor zijn dood zag ik dat zijn einde naderde. Ik wist dat hij ontzettend bang was voor de dood. Mijn manuscript van een boekje over sterven liet ik aan mijn moeder zien en vroeg haar of dat niets voor hem was. Dat zou hem over de angst heen kunnen helpen. Zij vond het absolute onzin, gelooft niet in reïncarnatie. Maar mijn vader is het gaan lezen. Hij bleek er veel meer uit te hebben gehaald, dan ik er bewust in had gestopt.

We hebben de verschillende fases van het sterven volgens de Tibetaanse opvattingen gerepeteerd: wat gebeurt er met je en hoe moet je je opstellen. Uiteindelijk hebben we in volstrekte openheid afscheid van elkaar genomen. Het heeft allemaal zin gehad. De dominee die zijn kinderen leert kritisch te zijn, er dan zelf tegengestelde gevoelens over heeft, wat leidde tot een gespannen verhouding. Maar dat alles heeft mij de weg naar het boeddhisme gewezen en mijn vader van zijn doodsangst afgeholpen.

Mijn collega's vonden mij wel curieus, maar zolang je als manager succesvol bent, is er niets aan de hand. Ik ben zelf steeds meer mijn groeiende boeddhistische inzichten in mijn werk gaan verweven. Na mijn periode bij Het Financieele Dagblad ben ik acht jaar interim-manager geweest in verschillende sectoren, bij PTT Post, de Nederlandse Spoorwegen, Nozema, de VNU. Het waren opdrachten die ik allemaal goed had afgerond. Langzamerhand werd ik bekend als de boeddhistische manager. Voor strategische veranderingen of wanneer een cultuuromslag tot stand moest worden gebracht, werd speciaal naar mij gevraagd.

Essentieel in boeddhistisch leiderschap is dat je degenen met wie je werkt beschouwt als volwaardige, voor zichzelf verantwoordelijk zijnde wezens. Dat je die de ruimte geeft om op hun eigen manier de taken te doen die je met hen afspreekt. En dat je zelf moet proberen de aanvulling te zijn op wat de ander is. Het gaat niet om jou, zelfs niet om de organisatie. Het gaat erom toegevoegde waarde voor je klanten te leveren. Het gevolg daarvan is winst. Winstmaximalisatie mag nooit vooropstaan. Als je daar wel voor kiest, is het resultaat nooit duurzaam.

Zolang ik zakelijk succesvol was, werd ik breed gerespecteerd. Maar anders waren de reacties toen ik besloot mijn huis in Wassenaar te verkopen. Dat stuitte soms op groot onbegrip. Mensen die anders leven, voor geld en status gaan, vinden zoiets idioot. Maar ik heb ervaren dat om gelukkig te zijn je niet meer nodig hebt dan een redelijk dak boven je hoofd, voldoende voedsel en degelijke kleding. Als je geen bezit hebt, heb je ook niets te verliezen. Behalve je fatsoen en je leven en dat laatste verliest iedereen toch ooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.