'Ik weet nu waar de kuiltjes in mijn wangen vandaan komen'

De harpiste Lavinia Soo-Ji Meijer speelde voor het eerst in haar geboorteland Korea. Ze ontmoette er haar biologische vader. ‘Er is geen wrok aan onze kant.’Door Roland de Beer..

Het telefoontje

Het telefoontje
‘Als harpiste ben ik wel gewend aan telefoontjes van mensen met wie ik nooit te maken heb gehad, en die iets van mij willen. Dus toen de adoptieorganisatie Wereldkinderen belde met de vraag ‘Er is iemand naar je op zoek, wil je weten wie dat is?’, zei ik meteen ja. ‘Het zal wel schrikken zijn’, zeiden ze. ‘Het is je vader. Je biologische vader in Korea.’

Het telefoontje
Leuk!, riep ik toen ik ophing. Dan ga ik concerten doen in Korea! Heb ik eindelijk een reden het land te zien waar ik geboren ben. Mijn man Kas kijkt me aan en zegt: ‘Is jouw reactie normaal?’

Het telefoontje
Toen pas drong het tot me door. Ik ben dagenlang uit balans geweest. Vroeg me af waar ik sta in het leven. Ik werd boos. Waarom zoekt hij contact? En waarom nu pas? Ze vertelden dat hij hertrouwd was, en weer een dochter en een zoon had, en wéér gescheiden is. Ik dacht, hoe kan dat, dat iemand die een meisje van twee met een vierjarig broertje afstaat, dat die opnieuw kinderen krijgt? Ik wilde er niets mee te maken hebben.’

Het telefoontje
Lavinia Meijer (25) werd in 1985 samen met een broertje geadopteerd door een echtpaar in Wageningen dat zelf al een dochter had. Later kwam er nog een broertje bij uit Ethiopië. Ze ging naar de Montessorischool en het Arnhemse gymnasium, en had vanaf haar elfde harples van Erika Waardenburg aan de conservatoria van Utrecht en Amsterdam.

Het telefoontje
‘Er stond een klein verhaaltje in de adoptiepapieren. Dat onze Koreaanse vader en moeder gescheiden waren en dat we bij grootouders waren ondergebracht. Tja. Ik heb gehoord dat die verhaaltjes vaak niet kloppen. In de papieren stond ook mijn Koreaanse naam. De voornaam heb ik vaak gebruikt als tweede naam. Soo-Ji. Het schijnt verschillende betekenissen te hebben. Koningin. Slimme vos. Rijzende ster.’

Het telefoontje
Rising Stars. Zo heet, of de duvel ermee speelt, ook de concertserie waarin het Amsterdamse Concertgebouw, andere Europese muziekcentra plus de New Yorkse Carnegie Hall talenten voor het voetlicht halen en met elkaar uitwisselen. Het bracht Meijer van Brussel en Wenen naar Parijs en New York. Maar ze had ook andere zaken aan haar hoofd. ‘Een half jaar na dat telefoontje ben ik lid geworden van de vereniging van geadopteerde Koreaanse kinderen. Daar sprak ik mensen die hun biologische ouders hebben opgezocht. Niks voor mij, dacht ik. Ik heb een vriendin een afstandelijk briefje laten schrijven aan die biologische vader.

Het telefoontje
‘Maar naar het land begon ik nieuwsgierig te worden. Ik ging er over lezen. Over hoe dat zat met die schaamtecultuur van Koreaanse vrouwen. Als een vrouw daar alleen staat met haar kinderen, wordt ze moeilijk geaccepteerd door een volgende man. Daarom is het vaak de vader die na een scheiding met de kinderen blijft zitten.’

Nog wat telefoontjes

Nog wat telefoontjes
‘Toen ik uit New York terug kwam, werd ik benaderd door een Koreaans reisbureau in Nederland. De directeur – ook een geadopteerde Koreaan – had me op de radio gehoord. Hij zegt: ‘Jij zou goed in Korea passen.’ Ik dacht, als ik erheen ga, dan ga ik als músicus. Maar hoe? Het was mooi dat ik in de Carnegie Hall had gespeeld. Dan moeten ze wel aandacht voor je hebben. Ik ben gaan spelen voor de Koreaanse ambassadeur in Den Haag. Kijken of ik daar contact kon leggen. Maar die weg liep dood.

Nog wat telefoontjes
‘Het ging grappig genoeg heel anders. Een vriendin van mij kent de president van de scheikundigen in Korea. Die scheikundige heeft gewoon het Seoul Arts Centre gebeld. En opeens was het: kom over drie maanden naar het Korean Symphony Orchestra. Ik ben me als een gek gaan voorbereiden.’

Nog wat telefoontjes
Vaste prik in het Koreaanse muziekseizoen, tevens een ontmoetings-highlight van de Koreaanse politieke en industriële elite, is het Nieuwjaarsconcert van het orkest van Seoul. Meijer kwam er op het programma te staan met het harpconcert van Händel. ‘Op een bepaalde manier kwam dat land steeds dichterbij. Zodra ik wist dat ik zou gaan, heb ik naar mogelijkheden gekeken de reis op film vast te leggen. In de Carnegie Hall is niets opgenomen en daar heb ik nog steeds spijt van. En wat blijkt, de man van dat reisbureau kent een documentairemaker. Paul Rigter. Ook een geadopteerde Koreaan. Die wilde mee met een cameraman. Alleen, wie moest de reis betalen?

Nog wat telefoontjes
‘Vrienden van mij, echte muziekliefhebbers, hebben een inzamelingsactie gehouden. Die hebben een mooie pot verzameld. Ik had een ideaalbeeld. Nee, heus niet van ‘kijk eens, Lavinia Meijer tussen de rijstvelden, met in de verte het oerwoud’. Maar wel van een hoogwaardig concert- en reisverslag. Paul Rigter zei: ‘Wees maar jezelf. Durf lelijk te zijn voor je gevoel. Wees maar chagrijnig.’ En hij zei: ‘Het zou natuurlijk nog mooier zijn als je je Koreaanse vader zou zien. Je biologische ouders.’ Ik zei nee. Niet alleen maar om een documentaire mooier te maken.’

Nog wat telefoontjes
[Zie verder pagina K04]

'Mijn vader is sympathiek. Een goed persoon. Dat zag ik.'

'Mijn vader is sympathiek. Een goed persoon. Dat zag ik.'
[Vervolg van pagina K03]

Arme mannen

Arme mannen
Vlak voor Kerst kwam ze aan in Seoul. Het bleek een ‘hectische stad’. ‘Ik vroeg me af: is dit dus Korea? Iedereen modebewust. Alles gericht op het westen. Vrouwen die er veel Amerikaanser uitzagen dan ik. Ik werd er verdrietig van: ben ik wel net als zij? Grotere ogen, grotere neuzen. Die regisseur vroeg: ‘Hoe voel je je nu?’, toen een groep kinderen langs kwam. Het deed me niks. Kon net zo goed weer terug met dat vliegtuig.’

Arme mannen
Maar op een ochtend was er een leuk interview voor de Nationale Radio, met aardige mensen die Fijne verjaardag met haar zongen. En ’s avonds promotieconcert in een grote platenzaak. Ze vond er in de schappen haar nieuwe cd met harpmuziek van Ibert, Caplet en Salzedo. ‘Voor het eerst had ik het gevoel dat ik in Korea een plekje had veroverd.’

Arme mannen
Voort ging het, naar de historische stad Gyeongju. ‘Voor mensen die het echte Korea willen zien. Met van die kromme puntdaken. Met kleine hutjes waar je op de grond slaapt. ‘Nu begon het te voldoen aan mijn verwachtingen.’

Arme mannen
Terug in Seoul werd ze geïnterviewd voor een cultuurrubriek op de Koreaanse tv, en begon het te knagen, toen haar gevraagd werd of ze van plan was haar Koreaanse ouders te zoeken. ‘Ik begon naar mannen op straat te kijken. Arme mannen, die dingetjes verkochten op straat. Trieste mannen. Ik dacht, zou díe het zijn, of is het díe daar?’ Ze had nog een week te gaan, met het concert als enige hoogtepunt. ‘Ik dacht, wát als ik nu toch eens contact leg.’

Arme mannen
Reactie van echtgenoot Kas: ‘Doe het niet. Denk aan anderhalf jaar geleden, toen je zo emotioneel werd.’ Reacties van anderen: ‘Doe het wel, want je moet oppassen voor agressieve Koreaanse media. Als die er lucht van krijgen dat je geadopteerd bent, is de kans groot dat ze plotseling met je vader of moeder voor je neus staan bij jouw concert, zonder dat jij dat wil.’

Arme mannen
Advies van een ‘geadopteerde Koreaanse’, metgezellin van Lavinia Meijers tolk: ‘Niet doen. De emoties zullen je de das omdoen in de voorbereiding tot je concert.’ Echtgenoot Kas: ‘Misschien is hij wel kwaadaardig, en wil hij alleen maar geld.’

Arme mannen
Antwoord Lavinia Meijer: ‘Dit zijn mijn eisen. Hij komt naar het concert. Maar hij mag pas naar me toe in de pauze. Hij wacht voor de kleedkamer. Er zijn geen verplichtingen. Er is een tolk bij. Er is een camera bij. Nou, laat de social service hem maar opzoeken.’

Nieuwjaarsconcert

Nieuwjaarsconcert
‘Nee, het Concert voor harp en orkest van Händel speel je niet zo even weg. Maar ik heb vaker Händel gedaan. Extra zenuwen, ik liet het niet toe. Wel dacht ik: er zit hier een minister in de zaal, er zit hier een premier, er zit hier society, de pers, er zitten hier duizenden, maar dit speel ik voor hém. Daar concentreerde ik me op.’

Nieuwjaarsconcert
Pauze. ‘Het spijt me, het spijt me ontzettend’, was het eerste dat de vader van Lavinia Soo-Ji Meijer uitbracht toen Kas hem uit de gang plukte. ‘Hij vertelde over de verschrikkelijke jaren nadat hij ons had afgestaan. Dat hij in een depressie was gevallen. Aan de drank was geraakt. Hoe erg hij daarmee zat.’

Nieuwjaarsconcert
‘Ik was blij dat de man zelf sympathiek was. Een goed persoon. Dat zag ik. Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat er geen wrok was aan onze kant. Dat ik hem wilde laten zien wat ik met mijn leven heb gedaan. Dat ik hoop dat hij gelukkig is.’

Nieuwjaarsconcert
Een paar deuren verder klonk in de concertzaal de Radetzky-mars. En Tsjaikovski’s kanonnenmuziek Ouverture 1812. Waarna de presentatrice als klap op de vuurpijl het nieuws verkondigde van de hereniging backstage. Donderend applaus. ‘Mijn vader mocht ook naar de receptie. Ik moest me er nog klaar voor zien te maken na de huilbuien.’

Nieuwjaarsconcert
Na een half uur handjes schudden met de groten van Seoul, zocht Lavinia de lobby van haar hotel op voor een tweede ontmoeting in een rustig hoekje. Haar vader, lasser van beroep, bleek voor zijn vak zo vaak te moeten reizen dat hij met zijn kinderen geen kant op kon. ‘Een tante heeft ons even verzorgd. Die ‘grootouders’ van dat verhaaltje in de adoptiepapieren, die bestonden niet. Mijn vader was zelf wees. Hij groeide op bij zijn tantes, en had verder niemand. Hij had ook geen enkele tastbare herinnering, geen foto van ons, niets.’

Nieuwjaarsconcert
Hij is nu 58. Ofwel 59, omdat Koreanen vanaf de conceptie rekenen. ‘Ik vond zijn handen bijzonder. Helemaal opgezet. Een duim voor de helft weg, door een ongeluk. Ook een knie was niet goed.’

Weer thuis

Weer thuis
‘Ik wil hem niet in beeld. Ik weet niet of we ooit nog contact zullen hebben. Mijn gevoel zegt me van wel. Ik ben blij dat ik hem gelukkiger heb kunnen maken. Ik ben er sterker vandaan gekomen. Dat kan nooit slecht zijn voor een musicus. Ik heb nu een beter idee waar ik vandaan kom. En waar de kuiltjes in mijn wangen vandaan komen. Er zijn geen erfelijke ziektes in de familie, dat heb ik als bloedverwant kunnen vragen. Gek: ik heb ook geen muzikanten in de familie, zoals ik altijd stiekem heb gedacht.

Weer thuis
‘Mijn biologische moeder, daar ben ik voorzichtig mee. Contact zou rampzalig kunnen uitpakken. Ik ben bang dat zij er niet voor open staat. Dat zij haar nieuwe man nooit heeft verteld dat wij bestaan.

Weer thuis
‘Waar ik wél in bijgesteld ben: in de ouders die mij hebben opgevoed. Dat zijn mijn echte ouders. Die hebben alles mogelijk gemaakt, en hebben nooit om dankbaarheid gevraagd. Ik ken geadopteerde mensen die in vreselijke conflicten zijn geraakt met hun adoptieouders. Ons gezin was er een van samen alles doen. Met mijn moeder heb ik spanningen gehad. Nu zie ik wat een band ik met haar heb. Ook met mijn Nederlandse vader. Toen we in Japan op tournee waren, ik was vijftien, werd ik aldoor aangesproken in het Japans, en dachten ze dat mijn vader mijn rijke man was, haha.

Weer thuis
‘Ik ben altijd bezig met mijn uiterlijk en hoe ik overkom. Dat zal ik wel uit Azië hebben. Mijn broer uit Ethiopië zegt soms: ‘Jij bent zó Aziatisch, jij stort je altijd maar op je werk.’ Dat zei mijn harplerares ook. ‘Jij hebt dat Aziatische, van je op één ding kunnen richten. Maar je hebt ook geleerd je vrijheid te nemen.’

En verder

En verder
‘Ik denk dat mijn spel daar goed is gevallen. Er komt wel een vervolg in Seoul. De dirigent van het orkest, Park, vroeg me mee uit eten. De harp waar ik op gespeeld had, had ik van het orkest te leen. Het is een instrument waar hun vaste harpist niet zo over te spreken is. Park vroeg: ‘Was dat jouw harp?’ ‘Nee, van jullie.’ ‘Zo’, zegt hij. ‘Ik wist niet dat die zo mooi was.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.