'Ik was constant in conflict met mezelf'

Interview cabaretier Patrick Laureij

Straatschoffie en kickbokser Patrick Laureij wilde nooit in zo'n suf schouwburgboekje staan met andere cabaretiers. Volgende week gaat zijn voorstelling in de Kleine Komedie in première.

Styling: Marleen de Jong @NCL Representation - Haar en make-up: Christel Man @Angelique Hoorn Foto Imke Panhuijzen

In Grand Café 1e Klas op perron 1 van Amsterdam Centraal. 'Want zodra je hier de deur uitloopt, ken je in principe meteen de tering krijgen. Ja, toch?' Patrick Laureij (33) zegt het vrolijk, met een onmiskenbaar Rotterdams accent. Ontspannen, een heldere blik in de ogen. De vorige keer dat ik hem sprak, in de winter, maakte hij nog een versufte, afwezige indruk. Het waren de antidepressiva, zegt de cabaretier, die volgende week zijn première beleeft in De Kleine Komedie. Patrick Laureij heeft het even heel moeilijk gehad. Maar nu is hij klaar voor zijn eerste avondvullende voorstelling, Dekking Hoog, over zijn jeugd, over de absurditeit van het leven, over zijn eerste krantenabonnement en over gekneusde testikels, dat alles gebracht met de bravoure van een straatjongen uit Rotterdam-Zuid.

Theo Maassen noemt hem de ultieme combinatie van gevoelig en stoer. Macho en ontwapenend tegelijk, maar vooral erg grappig. Hij won festival Cameretten, stond op podia door heel Nederland en schoof aan bij Pauw & Witteman. Toch is hij nu pas klaar voor zijn eerste programma. Er waren conflicten, met name met zichzelf. Hij mishandelde een man in comedyclub Toomler, kreeg een burn-out en belandde in een depressie. 'Ik zie nu wat er is gebeurd, waar het vandaan kwam. Het was de angst niet goed genoeg te zijn.'

Had je verwacht na je inzinking, afgelopen zomer, nu alweer op het podium te staan?

'Er was een tijd dat ik echt dacht dat het met me gedaan was. Ik had vreemde trekjes, dwangneurosen, kon alleen nog maar zachtjes in mezelf praten, sliep niet. Ik had ook steeds steken in mijn hoofd, waardoor ik dacht dat ik een hersentumor had. Zie je wel, dacht ik. Ze hebben gelijk gekregen. Ik kan niks. Ik ben gewoon een gek. Maar sinds januari ben ik weer aan het optreden. Dat ging in het begin nog moeilijk, maar nu ga ik weer lekker.'

Op het podium kom je over als een volksjongen. Ben je dat ook?

'Ik kom uit een gewoon middenklassegezin, maar mijn ouders hebben wel flink moeten knokken. Mijn vader groeide op in Suriname en werd op zijn 13de naar Nederland gestuurd, waar hij naar een internaat ging. Hij was helemaal op zichzelf aangewezen. Mijn moeder komt uit Wales en sprak in het begin nog niet goed Nederlands. Ze werd uitgelachen omdat ze 'slavink' niet kon uitspreken. Alletwee voelden zich hier nog niet thuis. We woonden eerst een tijdje in een flat. Boven ons woonden junkies. Mijn ouders zijn nette, slimme mensen. Mijn moeder wilde verhuizen naar de wijk die ze vanuit de flat kon zien, naar IJsselmonde in Zuid. Maar mijn ouders werden gediscrimineerd. Op papier waren ze allochtonen. Ik heb vaak het gevoel gehad dat er op ons werd neergekeken, of dat we in een hokje werden gestopt. Ze moesten knokken, zichzelf bewijzen. Vechten voor je plekkie, snap je? Dat heb ik daardoor ook een beetje. Het was niet makkelijk voor ze, maar het is ze gelukt. We verhuisden naar die wijk. Mijn pa begon ooit in het magazijn en heeft het via avondopleidingen tot filiaalmanager van een Praxis geschopt. Dat deed hij voor ons. Toen mijn jongere broertje werd geboren, ging ook mijn moeder werken.

'Ik kon buiten druk zijn, maar ik was nooit de brutaalste. In een omgeving waarin ik me niet op m'n gemak voelde, klapte ik dicht. Mijn vrienden waren degenen met de grote mond, degenen die soms grenzen opzochten. Er waren ook gasten die op paarden schoten met een luchtbuks, die altijd op vechten uit waren. Het was spannend in de buurt, ik was er altijd op mijn hoede. Nog steeds ben ik dat eigenlijk wel. Dat heb ik misschien overgehouden aan die tijd.'

CV Patrick Laureij

6 december 1982 Geboren in Rotterdam.

1995 - 2002 Havo,

Thorbecke Lyceum, Rotterdam.

2003 - 2010 Opleiding Media & Entertainment Management, InHolland, Rotterdam (niet afgemaakt).

1997 - 2010 Diverse (bij)banen, waaronder vier jaar

verkoper bij sportschoenenwinkel Footlocker.

2010 Wordt aangenomen bij de Comedytrain, verhuist naar Amsterdam.

2010 - 2012 Stand-upcomedy in club Toomler.

2013 Wint cabaretfestival Cameretten, daarna fulltimecabaretier.

2015 Acteerdebuut in politieserie Noord Zuid.

2016 Dekking Hoog, Laureijs eerste avondvullende voorstelling, gaat op 20 mei in première in De Kleine Komedie in Amsterdam.

Aangenaam verrast is hij door de galante bediening

Maakte je als jongen al grappen?

'Ik had al snel de behoefte me anders te gedragen dan de anderen. Het ging me denk ik om de aandacht. Er waren de coole gozers, die kregen de meiden, en je had de sukkels. Ik hoorde nergens bij, zo voelde het. Ik dacht: ik moet een beetje gek doen. Ik had een cassetterecorder, daar ging ik mee zitten klooien. Gewoon, rare shit opnemen. Dus die andere gasten vingerden meisjes in de bosjes en ik zat daar met die cassetterecorder.

'Er waren momenten dat ik iets grappig vond en dat ik wilde weten waaróm ik het grappig vond. Zoals toen een vriend en ik zaten te vissen. Er fietste een meisje voorbij. Mijn maat riep: 'Hé, lekker-lekker ding-ding!' Dat was op zich al grappig, die twee dubbele woorden: lekker-lekker ding-ding. Maar dat meisje verstond hem niet, dus hij moest het herhalen, waardoor het alweer een stuk minder stoer klonk. De derde keer riep hij: 'Of je poep lust!' en ging hij boos naar zijn dobber zitten staren. Dat vond ik zó fucking funny. Ik dacht: wat gebeurt hier?'

Je hebt een jongere en een oudere broer. Ik hoor je vaker over je oudere broer. Je noemt hem ook in je voorstelling. '

Mijn broer heeft hij een moeilijke periode doorgemaakt, net als ik, maar onze relatie is nu heel goed. Tijdens die burn-out, afgelopen zomer, heeft hij me gesteund. Vroeger hing ik altijd om hem heen. Hij was ouder, wijzer, maar ook wilder. Hij was altijd buiten, hing altijd met vrienden. Als ik bij hem was, voelde ik soms de sfeer omslaan. Dan hing er iets in de lucht. Ons gezin is een keer weggestuurd van een camping in Zuid-Frankrijk omdat hij en ik hadden gevochten. Ik was 16 en net begonnen met kickboksen. We hadden Feyenoord-shirts aan, dus op de camping werd al meteen gesproken van hooligans, wat we totaal niet waren. Mijn broer begon willekeurig tentharingen los te trekken. Ik had geen idee waar hij mee bezig was. Pas later ben ik erachter gekomen dat hij een pilletje had gebruikt. Er kwam een groep gasten op ons af. Ik was te dronken; het werd meer worstelen dan vechten. We moesten weg daar, maar alle andere campings waren vol, dus we reden terug naar Nederland. Op de eerste dag al, hè! Mijn pa was woedend.'

Laureij lacht, hij dist de anekdote redelijk nonchalant op. Wat anderen misschien onvoorstelbaar vinden, herinnert hij zich met vrolijke verbazing. Belangrijker: hij beseft dat er materiaal voor hem inzit. Zijn broer, zijn buurt en het kickboksen: het komt allemaal terug in zijn voorstelling.

Foto Imke Panhuijzen

Vertel eens over dat kickboksen.

'Toen ik ermee begon op mijn 16de was ik meteen fanatiek. Ik zat best veel in mijn hoofd en kon nogal melancholisch zijn. Nog steeds, trouwens. Kickboksen was écht. Het was lichamelijk, tastbaar, concreet. Ik ging wedstrijden vechten en won ze. Dat duurde een paar jaar. Toen ik na de middelbare school aan een vervolgopleiding begon, moest ik mijn focus verleggen. Ik begon minder te trainen. Toen begon ik ook meteen weer meer in mijn hoofd te zitten. Ik kon het niet op een rijtje krijgen. Wat wilde ik nou eigenlijk? Wilde ik professioneel kickbokser worden? Ik schaamde me ook dat ik er minder aan deed. Het is bij mij vaak extreem: het één of het ander helemaal, er zit niets tussenin.'

Hoe kwam je bij stand-upcomedy terecht?

'Op de middelbare school zag ik veel komische films. Ik wist niet dat mensen als Eddie Murphy ooit waren begonnen als stand-upcomedian. Ik wist helemaal niet wat stand-upcomedy wás. Toen ik de hoes van zijn voorstelling Delirious zag, met alleen maar foto's van Murphy met een microfoon op een podium, dacht ik: wat is dit voor rare film? Het was een openbaring. Al die dingen die ik zo raar, zo grappig vond aan het leven, er waren dus mensen die er hun beroep van hadden gemaakt om dat te benoemen. Daarna kwam Richard Pryor. Ik wilde weten wat hem zo grappig maakte, probeerde te analyseren wat hij deed. Maar ik dacht niet dat zoiets in Nederland mogelijk was. Dat hebben ze alleen in Amerika, dacht ik. Ik zag hier geen komieken die mij vertegenwoordigden, niet zoals Eddie Murphy dat deed voor mensen met eenzelfde achtergrond als hij. Ik zag de voorstelling Ruwe pit van Theo Maassen en die vertegenwoordigde weer iets anders, iets wat ik ook niet was. Ik zag ook niet in hoe ik míjn leven naar comedy zou kunnen vertalen.'

Artikel gaat verder onder de afbeelding.

Kostuum: Heart and Dagger @ ASOS - T-shirt: Levis - Sneakers: Adidas (Styling: Marleen de Jong @NCL Representation - Haar en make-up: Christel Man @Angelique Hoorn) Foto Imke Panhuijzen

Dus je begon aan een opleiding.

'Precies. Ik begon aan de opleiding Entertainment en Media Management. Tijdens die studie schreef mijn toenmalige vriendin me in voor een talentenavond. Ik vond het fucking spannend, maar ik wist: ik ga dit doen. Ik had griep en een ontstoken oog. Toen ik opkwam, moest iedereen eigenlijk al meteen lachen. Ik keek in dat felle licht en ik voelde me direct op mijn plek. Zodra ik op het podium stapte, waren er geen grenzen meer aan mijn identiteit. Ik mocht alles zijn. En die behoefte had ik ook, omdat ik nooit wist waar ik nou eigenlijk bij hoorde, wie ik nou eigenlijk was.

'Het was een groot succes, dus ik dacht: ik ben de shit. Vervolgens deed ik mee aan de halve finale en echt níémand moest lachen. Ze boden me de kans om voortijdig het podium te verlaten, maar ik bleef staan. Dat was de vechter in mij. Ik realiseerde me heus wel dat het kut was, maar ik dacht: fuck jullie allemaal.

'Ik wilde beter worden. Hetzelfde als met kickboksen, ik wilde door. Maar het bleef een gevecht om vertrouwen te hebben in mezelf. Om te geloven dat ik goed genoeg was om me te ontwikkelen op mijn manier. Ik zag op die podia veel kleinkunst, dat stond heel ver bij me af. Ik vreesde dat je dat moest kunnen, dat je daarbij moest horen.'

Laureij maakte zijn studie niet af; steeds meer hield hij zich bezig met stand-upcomedy. Hij werd aangenomen bij de Comedy Train, het gezelschap cabaretiers dat optreedt in de Amsterdamse club Toomler, met onder meer Theo Maassen, Jan Jaap van der Wal en Micha Wertheim. Op zijn 27ste verhuisde hij naar Amsterdam. Tot die tijd had hij in Rotterdam bij zijn ouders gewoond. Amsterdam bood nieuwe kansen, maar het was ook de buitenwereld, vol mensen waar hij niet bijhoorde en die misschien wel op hem neerkeken.

En toen mishandelde je iemand.

'Ik had een tweedaagse schnabbel bij een grote hypotheker; als comedian wordt je soms gevraagd om bedrijfsevenementen op te leuken. Er waren alleen maar mensen in pak. Mensen in pak waren intimiderend voor me, misschien omdat ik ervanuit ging dat ze mij te min vonden. Ik had hoofdpijn. Ik zat vooraan in de zaal naar allerlei grafieken te kijken, werd misselijk, moest kotsen. Na afloop van die eerste dag kotste ik zelfs in de tram. De tweede dag ging eigenlijk verrassend goed. Ik bleef voor het diner en dronk wijn met die mensen, zag dat zij ook maar gewoon een houding aannamen. Zij hebben dan misschien een pak aan, maar zij gaan ook gewoon lachen als ik een grap maak over rukken. We zijn allemaal hetzelfde. Ja, toch? Trots belde ik mijn pa. Hij vertelde me dat hij vlakbij op het internaat had gezeten. Daar werd ik emotioneel van. Naderhand zat ik met al die euforie in mijn lijf. Dus ik dacht: ik ga lekker naar Toomler. Daar bleef ik de hele tijd whisky bestellen. Na de laatste set zat ik aan een tafeltje met een paar van de andere comedians. Er kwam een gozer bijzitten die we niet kenden. Die begon van die vragen te stellen waar je geen zin in hebt. Het was alleen maar nemen. Ik zag aan de anderen dat ze er ook geen zin in hadden, maar zij gedoogden hem heel vriendelijk. Het irriteerde me dat ze deden alsof er niets aan de hand was. Op een gegeven moment pakte hij nootjes uit het bakje op tafel. Dus ik zei: 'Wel effe vragen hè?'

'Toen Daniel Arends, een van de cabaretiers, even weg was pakte hij een sigaret uit Daniels pakje. Dus ik zei: 'Hé, wat doe je nou?' Waarop hij zei: 'En wie ben jij dan?' Daar ging het mis. Ik wilde hem buiten zetten, maar hij verzette zich. Ik had niet in de gaten dat ik bleef meppen. Toen ik stopte, snapte ik niet wat er was gebeurd. Hij had een gebroken neus, blauwe ogen en iets met zijn kaak. Hij deed aangifte. Ik heb een voorwaardelijke straf gekregen. Twee maanden lang heb ik niet opgetreden. Theo Maassen, die ik inmiddels had leren kennen, stelde een agressiecoach voor om me te helpen, om ervoor te zorgen dat ik bij de Comedy Train mocht blijven. Die coach legde veel bloot. Er was veel meer aan de hand. Ik was constant in conflict met mezelf. In feite was ik al hard op weg naar een burn-out.'

Toch duurde het nog even voor je die burn-out kreeg.

'In 2013 besloot ik aan cabaretfestival Cameretten mee te doen. Ik wilde verder, ik zocht een uitdaging. Ik won. Toch wilde ik daarna geen voorstelling maken. Ik wilde niet in zo'n suf schouwburgboekje staan met andere cabaretiers. Dat idee had ik continu: ik ben anders dan de anderen, ik moet nóg beter zijn.

'Ik werd bizar creatief. Het was een soort high. Ik maakte ongelofelijk veel aantekeningen. Theorieën over waar ik vandaan kom, over hoe dat te vertalen naar een verhaal, hoe mijn eigen stijl te vinden. Ik ging heel diep, het werd bijna manisch.

'Vanwege Cameretten was ik te gast bij Pauw & Witteman. Ik was die avond helemaal kapot. Steken in mijn hoofd. Ik maakte maar één grap, en die moest echt helemaal uit mijn tenen komen. In mijn hoofd klonk een stemmetje dat riep: 'Pat, wakker worden! Doe iets!' Als je de uitzending nu terugziet, kun je het aan me merken. Je ziet iemand die moeilijk contact maakt. Ik dacht ook dat Paul Witteman de draak met me stak, dat ik werd uitgelachen.

'Ik wilde me bewijzen. Als ik écht wil laten zien wie ik ben, dacht ik, dan moet ik een film maken. Een film als introductie op een voorstelling, over een jongetje op schoolreisje. Een jongetje als ik, dat de teugels in handen neemt en zijn zegje doet. Ineens was die film het belangrijkste in mijn leven. Ik wilde iets maken wat zo next level was, dat niemand meer om me heen kon. Ik kom met een film, motherfuckers!'

Overhemd: H&M - vlinderdassen: Jupe by Jackie (Styling: Marleen de Jong @NCL Representation - Haar en make-up: Christel Man @Angelique Hoorn) Foto Imke Panhuijzen

Ondertussen ging je nog in een serie acteren.

'Paula van der Oest zag me optreden en vroeg of ik auditie wilde doen voor Noord Zuid, een politieserie van de KRO. Maar ik wilde bekend worden als comedian, niet als acteur. Daarbij zat ik met dat filmidee in mijn hoofd. Aan de andere kant: het was een kans om te leren acteren. Ik wilde het allemaal combineren.

'Ik ging in gesprek met een producent over die film. Daar begonnen ze over schrijvers die ze erbij wilden betrekken. Ik werd bang, dan zou ik de controle verliezen. Ze deden gewoon hun werk, natuurlijk, maar ik trok me terug. Ik was gebroken. Nu kon ik me niet meer bewijzen. Mijn huidige impresariaat zei: 'Al die dingen die je met die film wilde laten zien, kunnen ook een in cabaretvoorstelling.' Ik geloofde het niet. Ik was zelfs een tijdje zo radicaal dat ik dacht: die film wordt het laatste wat ik doe - vanwege die steken in mijn hoofd.

'Vorig jaar begon ik paniekaanvallen te krijgen. Ik begon met meditatie en las de boeken van Eckhart Tolle, De kracht van het nu en zo. Ook daar stortte ik me weer heel fanatiek op. De laatste weken voordat ik instortte, beleefde ik in een soort roes. Ik deed geen drugs, dronk niet, sportte veel, en toch kwam ik maar niet omlaag.

'Het moment waarop het echt misging, was toen ik even een dutje ging doen. Ik werd totaal gedesoriënteerd wakker. Ik kon mijn gedachten niet meer ordenen. Ik voelde me compleet alleen, als een gek. Als ik naar buiten ga, word ik opgepakt, dacht ik.

'Ik belde mijn broer. Ik wist dat ik onzin uitkraamde. Ik voelde een enorme afstand tussen hem en mij. Hij zuchtte. Die zucht kwam ongelofelijk hard binnen. Hij zei: 'Misschien heb je een psychose.' Daardoor flipte ik nog meer. Ik ging naar buiten, rennen. Ook midden in de nacht ging ik rennen. Als ik een mes zag liggen in de keuken, vreesde ik dat ik mezelf iets zou aandoen.

'Mijn ouders namen me mee naar de dokter, later naar de spoedeisende psychische hulp. Iedere week kwam ik daar, maar een diagnose bleef uit. Ook omdat ik bleef verzwijgen hoe ik me werkelijk voelde. Ik dacht: ik ga nooit meer optreden en ik heb ook die film niet kunnen maken, het komt nooit meer goed. Ik kreeg een slaapmiddel, maar dat slikte ik niet. Ik vertrouwde die arts niet.

'Bij de volgende psychiater brak ik. Hij zei: 'Dit kan zo niet langer. Eerst moet er rust in de tent komen.' Dat was wat ik moest horen. Ik vertelde hem eerlijk wat ik doormaakte. De diagnose was een burn-out en een depressie. Ik kreeg goede medicijnen, begon te slapen, uit te rusten. Langzaam kwam de realiteit terug. Mijn gevoel voor eigenwaarde ging omhoog. Ik kon weer contact met mensen maken.'

Afgelopen januari begon Laureij weer op te treden, eerst nog aarzelend, zoekend naar zijn vorm. Al snel ging het beter. Onlangs stond hij in het Amsterdamse theater Bellevue, met, jawel, Theo Maassen in zíjn voorprogramma. Vlijmscherp, ontwapenend, soms brutaal en laconiek, soms kwetsbaar: Laureij heeft zijn vorm gevonden. In mei speelt hij drie keer in een uitverkochte Kleine Komedie. In september begint hij met zijn landelijke tournee.

Patrick Laureij in 2016. Foto anp

Ben je bang dat het terugkomt?

'Inmiddels niet meer. Ik ken mezelf nu veel beter. Ik zie nu wat er is gebeurd, waar het vandaan kwam, die drang om me te bewijzen, de vrees om niet goed genoeg te zijn. Het was allemaal geen werkelijkheid. Je kunt natuurlijk gewoon anders zijn op het pódium. Je hoeft je niet te onderscheiden met allerlei rare plannen. Het was allemaal een gevecht in mij. Dat hele idee van vechten heb ik moeten loslaten. Dat was moeilijk, want het zat heel diep. Maar mijn verhaal vertel ik hoe dan ook. Als ik op het podium stap, dan sta ík daar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.