'Ik voel me zwaar beledigd en begrijp er niets van'

Jarenlang was SJOERD LAPRÉ het boegbeeld van de Stichting Japanse Ereschulden. Afgelopen weekeinde liet hij weten geen voorzitter meer te willen zijn....

PRECIES 38 demonstraties leidde Sjoerd Lapré voor de Japanse ambassade in Den Haag. Alleen die ene van 18 augustus vorig jaar niet, toen zijn vrouw Peggy op de dag zelve moest afbellen omdat haar man met een lichte hersenbloeding naar het ziekenhuis moest.

In april dit jaar stond hij weer bij het Japanse ambassadehek. En blij dat de mensen waren dat ze hem weer zagen. Ze drukten hem de hand, sommigen huilden. Er werd een groepsfoto gemaakt, Lapré met zijn Militaire Willemsorde in het allerhartelijkste midden.

En dat nu is betiteld als 'de grootste blunder van alle demonstraties', begaan door 'een ernstig zieke man' die niet ophoudt 'tweedracht te zaaien' in de JES, de Stichting Japanse Ereschulden. Deze en nog meer 'lelijke aantijgingen' stonden geschreven in een getypt document van de hand van de jurist van de JES, Jungslager. En wat nog het kwalijkst was: het stuk was naar het bestuur gestuurd zonder dat Lapré van iets wist. Allemaal achter zijn rug om, terwijl hij nota bene formeel nog voorzitter was van de JES.

Omdat dat 'allesbehalve charmant' is, bedankte Lapré het afgelopen weekend met een brief aan het bestuur voor het voorzitterschap én voor de aangeboden functie van erepresident van de Stichting Japanse Ereschulden.

Lapré begrijpt er helemaal niets van. 'Mijn vrouw ook niet. Met Jungslager ben ik in Genève geweest, Londen, Tokio, waar niet al. Prima werk heeft hij geleverd. Jungslager ontwikkelde een nieuwe weg, waardoor er straks na de zomer een goede kans is dat de rechtbank in Tokio het beginsel van herstelbetaling aan de kampslachtoffers zal erkennen.

'Hij, Jungslager, heeft niet lang geleden nog bij ons gedineerd. Daarna heb ik hem naar de tram gebracht. Niets heeft hij gezegd over mij, dat ik er slecht uitzag of zo. En dan toch achter mijn rug om schrijven dat ik een ernstig zieke man ben. Ik ben fit. Mijn vrouw en ik tennissen dat het een lieve lust is.

'De dag van de beroerte was een heel warme dag. Ik was emotioneel, omdat Hare Majesteit mij dubbel bevorderd had: van majoor ineens tot kolonel b.d. En ik had tot diep in de avond het manuscript zitten corrigeren van het boek dat over mij geschreven was. Onstuitbaar heet het. De titel is van mijn vrouw. Onstuitbaar vindt men mij als ik onrecht tegenkom.

'Mijn vrouw en ik vonden zelf ook dat ik na de beroerte niet een terugval moest krijgen. Ik zou het voorzitterschap daarom neerleggen. Het bestuur wilde op de donateursvergadering van 26 juni afscheid van mij nemen en mij tot erepresident benoemen. Met toespraken van twee à drie minuutjes. Dat is toch niet charmant om zo afscheid te nemen? Trouwens, we konden niet die dag, want ik moest voor controle naar de neuroloog. Donateurs zeiden toen: dan kunnen we toch op een andere dag een receptie voor hem houden? Het bestuur deed niks.

'Het ergste is dat het bestuur ook niet heeft gereageerd op het gelogen rapport over mij. Ik ben niet te oud. Ik ben geen ernstig zieke man.

'Het personeel op kantoor is ontevreden en wendde zich tot mij met noodkreten. Kijk, dit papier, met al hun handtekeningen. Ik heb het bestuur gewaarschuwd voor leegloop op kantoor. Dan zegt men: die Lapré zaait tweedracht. Mijn hemel, hoe kan ik tweedracht zaaien in een stichting die ik zelf heb helpen oprichten? Hooguit geef ik adviezen.

'Ik zou nog één keer de demonstratie bij de Japanse ambassade leiden. In april was dat. En dan schrijft Jungslager: de grootste blunder. Ik begrijp het niet. Mijn vrouw ook niet. Jaloezie misschien. Dat de mensen mij zo goed kennen en altijd vragen: waar is meneer Lapré? Dat ze zoveel trouw en aanhankelijkheid aan mij betuigen.

'Ik voel me zwaar beledigd. Ik kan dit niet accepteren. Maar tot slot wil ik nog wel dit zeggen: mijn vrouw en ik, de JES als JES zullen wij nooit in de steek laten, nooit'

Lapreé is in 1920 geboren in Batavia. Hij bracht drieënhalf jaar door in een Japans interneringskamp. Na de oorlog vocht hij als KNIL-officier mee in de 'politionele acties' tegen de opstandige Indonesiërs ('slechts twintig schampschoten opgelopen'). Daarna militair actief geweest in Nieuw-Guinea en Suriname.

Gepensioneerd in Nederland ging hij de belangen behartigen van de oud-Indië-gangers en begon in 1990 met de Stichting Japanse Ereschulden. Doel: de Japanse regering bewegen tot schulderkenning, spijtbetuiging en herstelbetaling voor de misdaden in de Tweede Wereldoorlog. Lapré's 'laatste patrouilletocht'.

Sietse van der Hoek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.