INTERVIEW

'Ik ontdekte dat muziek voor mij eigenlijk niet gek genoeg kon'

De Bossche dj en producer Mitchel van Dinther alias Jameszoo ( 25 ) vond inspiratie bij jazzgrootheden en zij bij hem. Nu speelt hij zijn nieuwe album live op North Sea Jazz. Hoe klinkt dat?

Mitchel van Dinther. Beeld Daniel Cohen

Hij komt pas laat met zijn onthulling. Omdat hij het zelf niet bepaald een wereldschokkend verhaal vindt waarschijnlijk, en dus helemaal niet zo'n openbaring die zijn hele kunstenaarschap en levenshouding verklaart. Maar daar denken wij anders over.

We praten een middag lang over muziek. Over jazz en computers, structuur versus wanorde, elektronische muziek en hiphop. Over hoe Mitchel van Dinther alias Jameszoo van gewaardeerde dj en producer in Nederland ineens een grote internationale muziekjongen werd, wiens debuutplaat Fool is verschenen op het Amerikaanse label Brainfeeder van de experimentele hiphopheld Flying Lotus.

Ogenschijnlijk laconiek

In het muziekcentrum De Toonzaal in zijn woonplaats Den Bosch legt Van Dinther uit hoe hij grootheden uit de jazz bij elkaar kreeg voor die plaat, én voor de eindeloze jamsessies die eraan voorafgingen. 'Mailen.' En hoe hij straks met een kwintet op North Sea Jazz staat. 'Intimiderend? Nee hoor.'

Maar na die uren gesprekstijd snap je het nog steeds niet helemaal. Begrijp je niet hoe iemand ogenschijnlijk zo makkelijk en optimistisch-laconiek door het leven rolt. Terwijl hij toch ook zegt op een vrij neurotische manier met muziek bezig te zijn.

Dan vertelt Van Dinther dat voor hem eigenlijk een ander leven was uitgestippeld. Een héél ander leven. 'Ik zou gaan leven van de vechtsport. Ik kom uit een vechtsportfamilie, mijn vader was een taekwondokampioen. Als kind deed ik dus ook aan taekwondo. Ik was Nederlands kampioen, stond zeven dagen per week op de mat en reisde voor wedstrijden overal naartoe. Ik zou na mijn schooltijd het leger ingaan, zodat ik daar de hele dag kon trainen en een sportcarrière in gang kon zetten.'

Ongeluk

Toen brak het been van de 13-jarige Van Dinther en knakte tegelijk zijn hele uitgetekende levenslijn. Een ongelukje op een skateboard. 'Mijn knie was kapot. En mijn enkelbanden had ik al vijf keer gescheurd. Ik kwam van de operatietafel en had geen vertrouwen meer in mijn vechtsportcarrière. Stel je voor. Mijn hele jeugd was ik alleen met taekwondo bezig geweest. Ik kreeg klappen. Kijk: dit zijn neptanden. Ik nam het heel serieus. En dan is het klaar. Ik merkte dat ik het eigenlijk niet zo erg vond. Waarschijnlijk had ik mijn toekomstperspectief dus helemaal niet zo aantrekkelijk gevonden. Nou, daar word je laconiek van hoor. Dan denk je wel even: wat was nu eigenlijk de functie van die taekwondo? Wat is eigenlijk belangrijk in het leven, ís er wel iets belangrijk? Ik kwam na mijn operatie terug op school. En ik dacht: wat zal ik nu eens gaan doen? Ik had me nooit voor iets anders geïnteresseerd, ook niet voor muziek. De jongen naast me was daar wel mee bezig. Daar ben ik toen ook maar ingedoken.'
Een paar jaar later draaide Van Dinther plaatjes, house en zo. En hiphop, 'een beetje puberale platen, je kent het wel'. Daarna ontdekte hij de betere hiphop, van producers als de Amerikaan Madlib. 'Die maakte een serie Mind Fusion-platen en die waren afgeladen met jazz. Dát vond ik interessant.' Zat hij ineens te bladeren in de jazzbakken van de platenzaak. Ging hij op zoek naar platen van John Coltrane en bebopgiganten als Lou Donaldson.

Via die aanvliegroute vanuit de dance en de hiphop ging Van Dinther ineens hard. 'Ik ontdekte dat muziek voor mij eigenlijk niet gek genoeg kon. Ik voelde geen grenzen, had het gevoel dat ik alles begreep. Ik ging op zoek naar de heftigste jazz, eerst naar de freejazz van Albert Ayler en natuurlijk ook die van Coltrane. Ik kwam erachter dat er buiten Amerika ook heel bijzondere jazz werd gemaakt. Door de Duitse freejazzsaxofonist Peter Brötzmann bijvoorbeeld. Allemachtig, die plaat Machine Gun van hem. Wat een orkaan, wat een oergeweld: pure emotie. Ook op een podium. '

Door het werk van mannen als Brötzmann ging Van Dinther anders over muziek denken. 'Voor die tijd was ik langzaam aan het idee gaan wennen dat muziek moest worden opgehangen aan een structuurtje. Dat er af en toe een haakje in moest zitten, een herkenbaar melodietje, leuk voor de luisteraar. Maar die muziek van bijvoorbeeld Brötzmann zat heel anders in elkaar en die kwam zo heftig bij mij binnen. Bij hem was het: gas geven en gaan, laat het maar gebeuren. Zijn muziek conformeerde zich aan niets en hield zich ook niet aan de richtlijnen van de jazz of zo. Brötzmanns muziek is wat het is. Voor mij was het een eyeopener.'

Jameszoo speelt met zijn kwartet op 1/7 op Pitch Festival in Amsterdam. Met zijn kwintet speelt hij op 8/7 op NSJ (zaal Darling), met labelgenoten Thundercat en Flying Lotus.

Beeld Daniel Cohen

Zelf musiceren

In zijn huiskamerstudio ging Van Dinther zelf musiceren. Met de computer en een synthesizer. 'Ik maakte dus elektronische muziek, zoals dat dan heet. Ik leerde hoe ik de computer zo kon laten klinken dat het leek alsof er door een band werd gemusiceerd. Ik gebruikte de computer om niet te hoeven klinken als een computer. Naïeve computerjazz, noemde ik het zelf. Na verloop van tijd ging ik denken: ik zou deze muziek ook weleens met een toetsenist willen maken. Zo simpel gaat dat dan, eigenlijk.'

Twee jaar geleden begon Jameszoo aan zijn plaat Fool. Ongeveer zo. 'Ik kreeg een mailtje van programmeur Kees Heus van Paradiso in Amsterdam. De Braziliaanse componist en gitarist Arthur Verocai zou komen spelen en Heus wist dat ik fan was. Als ik met hem ooit iets wil, moet ik nu toeslaan, dacht ik. Dus ik stuurde hem een mailtje en wat muziek. Of hij met mij wilde spelen. Dat leek hem wel leuk. We gingen naar een studio in Den Haag en hij nam zijn zanger Carlos Dafé mee, die kreeg ik er dus gratis bij. Een van de leukste mensen met wie ik ooit samen heb gespeeld: hij bleef maar Portugees praten, ook al wist hij dat ik er niets van begreep. Wijntje erbij. We hebben drie uur zitten jammen, met mijzelf op toetsen. En ik ging naar huis met flink wat gigabytes aan opnamen.'

Geen muzikale scholing

Wat hij daarmee moest? Nog geen idee. 'Ik had er toen eigenlijk nog geen kaas van gegeten. Ik heb ook helemaal geen muzikale scholing gehad, ik ben helemaal niet onderlegd. En zo'n jam, ik dacht: we zetten wat spullen neer en gaan wat spelen. Dat was ook heel leuk. Maar daarna?' En zo, min of meer vanuit onkunde - zijn eigen woorden - sloeg Van Dinther thuis aan het componeren. 'Ik ben gaan knippen. En plakken. Heb een gitaarstuk van Arthur apart gezet en daar ben ik weer dingen omheen gaan schrijven met toetsenist Niels Broos (ex- Kyteman, red.). Ik moest iets maken dat het gitaarstuk van Verocai zou kunnen dragen.' Het leverde een prachtig stuk vrije jazz op getiteld Flu, omdat Van Dinther inmiddels een dikke griep had opgelopen. Vol roffelende drums, sputterende en funky toetsen en ergens halverwege de geruststellende bossanovagitaren van de grote Braziliaanse componist en arrangeur.

Zo werd drie uur jamsessie met Arthur Verocai teruggebracht tot een track van vijf minuten op Fool. 'Ik wist nog niet goed hoe ik zo'n jam moest aanpakken. Dat leerde ik dus snel. Nu weet ik dat ik dat je een sessie heel goed kunt voorbereiden en dat je er dan veel uit kunt halen. En hoe je de expertise van iemand kunt gebruiken. In die opnamen met Verocai zitten ook heel leuke stukken hoor. Misschien doe ik daar ooit nog iets mee.'

Bij een volgende sessie ging Van Dinther al wat doelgerichter te werk. 'Ik ben een groot liefhebber van het werk van toetsenist Steve Kuhn, die nog met Coltrane heeft gespeeld. Zijn plaat Steve Kuhn uit 1971 is voor mij een van de mooiste platen ooit gemaakt. Vooral het stuk Pearlie's Swine heeft mij, toen ik het voor het eerst hoorde, diep geraakt omdat het niet puur en alleen is gericht op harmonie; zijn spel heeft ook een hoop te maken met geluid. Het kwam heel direct bij mij binnen. Ik wilde graag iets met dat stuk doen. Dus ik ging Steve eens mailen. Een heel nette mail, waarin ik mij netjes voorstel en zo - die man weet natuurlijk totaal niet wie ik ben. Maar ik hoorde niets van hem, dus ging ik zelf maar aan het werk. Ik nam wat op met de Zwitserse drummer Julian Sartorius. Daaroverheen schreef ik een baspartij en wat toetsen op een wurlitzerpiano.

Akkermankunst

De hoes van het debuutalbum van Mitchel van Dinther is een verhaal apart. 'Ik bewonder de Nederlandse kunstenaar Philip Akkerman, die uitsluitend zijn eigen hoofd schildert. Ik wilde geen saaie computerfoto, dus ik dacht: ik mail hem. Hij schreef terug: kom maar naar mijn atelier. Daar had ik een heel leuk gesprek. 'Ga maar zitten', zei hij. 'Ik doe het, maar je wordt niet knap, weet je zeker dat je dit wilt?' Ik wilde het graag - en het liefst dat het rauw werd. Ik was benieuwd hoe Akkerman mij zag.'

Hospiteren in New York

Dat stuk stuurde ik op naar Kuhn, met de vraag of hij het niet leuk zou vinden mee te doen. Dat vond hij toch wel aardig. Hij nodigde mij uit in New York, ik mocht komen hospiteren. Hij ontving mij met zijn bandleden Joey Baron (een gerenommeerde Amerikaanse jazzdrummer, red.) en zijn bassist Buster Williams, met wie hij later die dag moest optreden. Daar zat ik dan, met drie legends - want zo zie ik hen echt. Een paar dagen later zijn we gaan spelen. Met die opnamen ben ik weer aan de slag gegaan: ik heb er stukken bijgeschreven, heb er toetsen bij gecomponeerd, als een soort interpretatie van dat originele stuk van hem. Op het laatst hoor je de toetspartijen van Steve Kuhn. En zijn stem, zijn ouder geworden stem, zoals hij is geworden. Een cadeautje, aan het einde van dat nummer: hé, daar heb je Steve Kuhn.'

Zo verzamelde Van Dinther in twee jaar tijd een batterij musici om zich heen, van de Amerikaanse bassist Thundercat tot de Nederlandse jazzviolist Oene van Geel en de eerdergenoemde toetsenist Niels Broos. Hij liet zijn harde schijf vollopen met geïmproviseerd jazzwerk, als bouwstenen voor zijn eigen stukken. Die lijken misschien heel ongrijpbaar, vrij en freaky, maar volgens Van Dinther zijn het de meest gecomponeerde stukken die hij ooit heeft geschreven. 'Overgecomponeerd eigenlijk, tot in de puntjes. Het is voor mij eigenlijk een heel logisch plaatje geworden, maar ik denk dat het niet voor iedereen zo klinkt.'

Dat denken wij ook niet. Fool is een plaat om je als luisteraar in te begraven, of op mee te surfen met de ogen dicht. Een plaat die vrij zweeft in een onmetelijk muzikaal universum vol bliepjes, rossende drums en groovende baspartijen, en die zelden houvast geeft met een herkenbaar melodieus refreintje of een aanstekelijk haakje. 'Ik wil ook niet per se muziek maken die iedereen leuk vindt. Ik maak nu muziek die voortkomt uit hiphop, uit hedendaagse gecomponeerde muziek, uit elektronische muziek en jazz. Daarmee hoop ik de muziek vooruit te duwen, iets nieuws te maken. Muziek die de kunst niet vooruit helpt, maar die nadoet wat al eerder is gedaan, die begrijp ik gewoon niet. Wat is de functie van die muziek? Je kunt festivals volstoppen met middle-of-the-roadpopmuziek of jazzjongens die maar blijven beboppen en fusion spelen, maar dat is toch zonde van de podiumtijd? Over dertig jaar is al die muziek compleet weggevaagd uit de geschiedenis. Kunst moet toch evolueren? De muziek die ik nu maak, is misschien heel slecht, maar ik probeer in elk geval iets nieuws uit. En dat hoeft niet iedereen leuk te vinden. Dat vind ik toch zo'n raar idee. Het gebeurde hier in Den Bosch ook, rond die tentoonstelling van Jeroen Bosch. De gemeente was in rep en roer. Dan wordt er gezegd: we moeten Jeroen Bosch teruggeven aan de mensen. Daar bedenken ze evenementen voor. Maar als negen van de tien mensen er niets aan vinden, aan die hele Jeroen Bosch, dan is dat toch prima? Zorg ervoor dat mensen die wel open staan voor soms wat moeilijker kunst ook wat te genieten hebben.'

Beeld Daniel Cohen

Muziek maken

Van Dinther leerde écht muziek maken tijdens het muziek maken. Met die berg grote namen om zich heen, die na hun bijdrage toch ook wel wat verwachtten van die jongen uit Den Bosch. 'Ik had ze natuurlijk op een heel onschuldige manier benaderd. En ze wisten ook dat ik geen enorme muzikale achtergrond had. Maar door die laconieke houding vonden ze het volgens mij leuk om met me te werken. Op een gegeven moment dacht ik wel: nu heb ik al deze mensen om me heen, nu moet ik ze niet te schande maken. Ik voelde inderdaad wel enige druk. Maar ik dacht ook: ik kan er nog jaren aan werken, geen haast. Dat heb ik overgehouden aan mijn vechtsportverleden. Ik heb discipline opgebouwd. Ik weet dat dat vanzelf een keer komt, al krijg je eerst veel klappen. Het komt goed.'

Beeld Daniel Cohen

Nog een plaat

Ook met de carrière van Van Dinther. En die ligt niet per se in de muziek, zegt hij. 'Ik heb nog een plaat in mijn hoofd. Mijn plaat Fool is van de nuance; die wil ik nog eens helemaal overboord zetten, er keihard in gaan en puur spelen op ongefilterde emotie. Dan stop ik maar eens met de muziek. Ik voel me eigenlijk helemaal geen muzikant. Films maken lijkt me ook wel leuk.'

Spraakmakend en experimenteel


Jameszoo prijkt op het prestigieuze label Brainfeeder van jazzproducer Flying Lotus. Hoe kwam hij daar terecht?


Mitchel van Dinther trekt als Jameszoo al tien jaar een spoor door de elektronische muziek, als club- en festival-dj én als producer van een serie eigen ep's. In 2012 werd hij geselecteerd voor de prestigieuze Red Bull Music Academy in New York, om daar onder het mentorschap van onder anderen de Amerikaanse hiphop- en jazzproducer Steven Ellison alias Flying Lotus muziek te komen maken. Zo werd het contact gelegd met het label Brainfeeder van Flying Lotus, waarop spraakmakende experimentele jazz en hiphop verschijnt.

Van Dinther: 'Dat label is op het moment heel belangrijk voor de verspreiding en de popularisering van de jazz. Ze brengen eigenlijk jazz uit voor hiphopliefhebbers.' Een goed voorbeeld, volgens Van Dinther: de plaat The Epic uit 2015 van saxofonist Kamasi Washington. 'Die plaat heeft de jazz echt onder de aandacht gebracht bij een nieuwe generatie en een nieuwe doelgroep.' Toen het album Fool van Van Dinther klaar was, ging hij er mee shoppen bij een aantal labels, om hem uitgegeven te krijgen bij een kleine maatschappij in de dance of de hiphop. 'Er was interesse. Maar ik probeerde het toch ook nog even bij Brainfeeder. Toen ging het snel. Ze luisterden en lieten me weten dat ze hem wilde uitbrengen. Een tijdje later stond ik bij ze op de stoep in Los Angeles. Ik dacht: je kunt wel een half jaar heen en weer mailen over de afwikkeling, maar ik kan ook gewoon mijn gezicht laten zien, dat gaat meestal wat sneller.'

En zo geschiedde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.