'Ik kan het waarmaken'

Joost Prinsen was de zomerslapte zat en bedacht Maandag Prinsjesdag, een nieuw, anderhalf uur durend live-programma. Gesprek over talent, herhalingen en waarom Marc-Marie Huijbrechts een been had moeten breken....

Die eeuwige kutherhalingen! Presentator/acteur Joost Prinsen had er twee zomers geleden schoon genoeg van. Van de televisiegids die als een spoorboekje iedere dertig minuten een boemeltreintje aankondigde. 'Herhalingen van herhalingen. Ik geneerde me voor het feit dat ik bij het derde net werkte. Het is zoiets als fout geweest zijn in de oorlog', schreef hij in een stuk dat eigenlijk een boek had moeten worden, als de ontdekking van bridgen op het internet hem niet van zijn tijd had beroofd.

Prinsen realiseerde zich dat het afgelopen moest zijn met de Hilversumse zomerslapte. En de aangewezene om die verandering tot stand te brengen was niemand minder dan hij zelf. 'Ik besloot al mijn talent, ervaring, opportunisme en sjoemelcapaciteit in te zetten voor de goede zaak, met als motto dat van de Blues Brothers: We are on a mission from God.'

Het klinkt pretentieus, maar hij meent het. Volgende week maandag, een week nadat accountbureau McKinsey de publieke omroep adviseerde meer herhalingen uit te zenden, is het resultaat te zien: Maandag Prinsjesdag, een anderhalf uur durend live-programma waarin Prinsen wekelijks een hoofdgast ontvangt (onder anderen Roger van Boxtel, Tim Krabbé, Arthur Docters van Leeuwen en Jean-Luc Dehaene), buitenlandse correspondenten iets vertellen over hun land wat ze normaliter niet kwijt kunnen. Wekelijks is er een reportage uit het verleden van de Tour de France, en oud-leerlingen van Prinsen op de Kleinkunstacademie (Karin Bloemen, Thomas Acda, Paul de Munnik) komen opnieuw toelatingsexamen doen.

Prinsen: 'Ik zeg in elke aflevering aan de kijkers dat ze zich best mogen beklagen over het zomeraanbod op de Nederlandse televisie. Maar hou mij er buiten. Ik heb mijn best gedaan.'

Niet dat Hilversum erg happig was op het voorstel dat Prinsen twee jaar geleden deed samen met Ad van Liempt. 'Geen geld, geen zendtijd, en de groeten aan je vrouw', kreeg Prinsen te horen. 'Toen werd ik nijdig en ben ik naar Willem van Beusekom gestapt. Ik zei: nu komen Joost Prinsen en Ad van Liempt met een idee voor de zomer. Als jullie dit niet willen, dan geloof ik niet dat jullie überhaupt iets willen in de zomer. Beter heb je niet in huis, want Ad is de beste eindredacteur van Nederland. Toen was het vrij snel rond.'

Na een bestaan als Erik Engerd in de Stratemaker-op-zee-show, dertig jaar geleden het hoogtepunt van zijn roem, rollen in Het Klokhuis, presentator van de quiz Met het mes op tafel, een carrière als acteur, als columnist voor het Haarlems Dagblad en als docent op de Kleinkunstacademie is dit het meest journalistieke dat hij ooit gedaan heeft. Een acteur die een talkshow doet, als dat maar goed gaat. Wie zegt Prinsen dat hij het kan? Prinsen: 'Ad van Liempt zegt dat ik het kan. Als het misgaat, geef ik hem de schuld. Het is ook geen pure talkshow, maar ik ken de valkuilen. Dat is het enige waar ik me zorgen om maak. Interviewen is niet mijn sterkste punt, ik heb er althans weinig ervaring in. Dus daar ben ik me op aan het voorbereiden. Maar het is een risico, zoals het presenteren van een quiz ook een risico was. Er bestaat geen opleiding voor.'

Plotseling fel: 'Ik durf te beweren dat ik mijn hele carrière geprobeerd heb kwaliteit toegankelijk te maken voor een breed publiek. Een cliché, dat iedereen tot het zijne maakt. Maar er is een verschil: ík heb het waargemaakt. Ik kan terugzien op prachtige programma's. De Stratemaker, J.J. de Bom, een poëzie-avond, Het mes op tafel. Er waren kijkers voor, en het was nooit rotzooi. Ik mocht werken met de beste tekstschrijvers, de beste componist: Harry Bannink, nu met Ad van Liempt heb ik de beste eindredacteur. Ik kan het waarmaken. Dat dit programma slaagt, kan ik niet beloven. Maar het is me vaker wel gelukt dan niet.'

Met talloze collega's die hij in het genre onderuit zag gaan, had hij weinig medelijden. 'Ze verdienen niet beter', aldus Prinsen. 'Tragisch is het bij de mensen de wel het talent hebben. Veel mensen die een kans krijgen aangeboden, pakken hem meteen. Ten onrechte. Hans Kesting is er een voorbeeld van. Hij is een betere presentator en een betere acteur dan ik. Maar die shows bij de VARA, nadat het met Paul de Leeuw al niet goed ging, had hij niet moeten doen. Ik weet nog dat ik tegen hem zei: doe het niet, neem een jaar de tijd om je voor te bereiden. Ja, maar over een jaar willen ze me misschien niet meer. Onzin: als ze je talent zien, komt die kans vanzelf weer terug. Drie maanden had hij om dertien afleveringen te maken. Het idee was aardig, maar er werd van Mozart een draaiorgeldeuntje gemaakt. Kesting kende kort voor de start zijn eigen eindredacteur niet eens. Zijn neergang was bijna met zekerheid te voorspellen. Heb ik ook gedaan. Hans was te gretig, en niet bij machte in te zien dat zijn redactie niet deugde.'

Tragisch noemt hij ook 'dat kleine mannetje uit Tilburg, Marc-Marie Huijbregts'. 'Een groot talent om mensen op zijn hand te krijgen. Dat is toch waar veel televisie om draait. Daarom kijken we graag naar hem en niet naar Ad Melkert. Wat had ik graag tegen die jongen gezegd: ik weet hoe je wél goed kunt zijn - maar wacht nog een tijdje en denk goed na.

'Maar ja. Televisie heeft grote honger naar mensen met charisma. Marc-Marie, die ik verder niet ken, heeft dat. Hij had alleen een maand voor de eerste uitzending zijn been moeten breken, zodat het niet doorging. Hij was er gewoon niet aan toe. Of de KRO hem nooit had mogen vragen? Kan zijn, maar de KRO interesseert me niks, ik sta aan de kant van de artiesten. Mensen als Kesting, in de veertig, en Huijbregts, toch ook al in de dertig, moeten zich toch onderhand zélf kunnen behoeden voor dit soort misstappen?'

Mededogen is evenwel ook nu niet nodig: 'Echt talent komt altijd terug. Paul de Leeuw zijn we even kwijt, maar die gaat de wereld opnieuw verbazen. Marc-Marie ook. Alleen van Hans Kesting weet ik het nog niet.'

Zelf is hij altijd bestand geweest tegen de gretigheid en de verlokkingen van de snelle roem. 'De voorstellen zijn me gedaan, dertig jaar geleden. Ik deed een zomerquizje, Haantje de voorste. Daarna kwamen aanbiedingen voor grotere dingen. Heb ik niet gedaan. Koos Postema wel. Ik was er niet klaar voor, de mensen om me heen waren ook te slecht, en ik vond de VARA toen niks. Dus heb ik voor een toneelaanbieding gekozen. Dat is mijn redding geweest, anders had ik gehangen.'

Deze zomer verschijnt hij tweemaal per week op het scherm: naast elke maandag is er elke woensdag een nieuwe reeks van de blufquiz Met het mes op tafel. Het mag ijdelheid lijken, maar toch hoeft hij niet zo nodig met zijn kop op tv, zegt hij. Integendeel: 'Toen ik Met het mes op tafel had bedacht, ging het mij om het programma. Ik hoefde het niet te presenteren. Ik stelde aan de toenmalige NPS-baas Tom Kamlag zelfs nog Remi van der Elzen voor, maar Kamlag zei: als jij het niet doet hebben we een probleem.'

Nee, Maandag Prinsjesdag is dus ook geen veilig of onopvallend opstapje voor meer, in de winter. 'Opstapjes heb ik ver achter me gelaten. Een beetje presenteren heb ik nu wel gezien. En beroemder dan Erik Engerd zal ik nooit meer worden.' Bovendien: 'Denk maar niet dat het mogelijk is om buiten de zomer wekelijks anderhalf uur tv te maken op Nederland 3. Er zit altijd wel ergens een kwartiertje RVU tussen, niemand wil zijn zendtijd afstaan.'

Ambities heeft hij nog, maar dan achter de schermen. Hij hoopt van het Nationaal Quizkampioenschap een zelfstandig programma te kunnen maken van 25 minuten. Een voorproefje zit in Maandag Prinsjesdag: winnaars van de Nederland 3-quizzen Twee voor twaalf, Met het mes op tafel en Per seconde wijzer strijden tegen elkaar om het ultieme quizkampioenschap.

En al jaren speelt hij met het idee om met Kerstmis een traditie te maken van een goed, middagvullend familieprogramma. 'Zoals in Engeland, waar alle grote acteurs en artiesten aan meewerken. Zou elke publieke omroep bij toerbeurt moeten doen. Ik heb er ook wel eens plan voor ingediend. Maar ja: geen geld voor.'

Hij voelt zich thuis op Nederland 3. 'Vooral bij de NPS.' Goed, hij ergert zich dood aan het feit dat in het jeugdblok Zappelin nu al een paar keer J.J. de Bom is herhaald, zonder dat hem dat door iemand wordt meegedeeld, laat staan gevráágd. 'Ik bepaal graag zelf wanneer en hoe ik op de buis kom.' Maar bij de NPS is het veel beter dan bij de VARA eind jaren zeventig. 'Ik schreef eens een teksten voor een radioprogramma. Elke grap over een linkse politicus werd geschrapt. Maakte je hem een paar weken later over een VVD-er, dan ging-ie moeiteloos mee.'

Volgende week maandag dus een zoveelste vuurdoop. Wanneer zal Prinsen tevreden zijn ? 'Als ik zelf het gevoel heb dat het aardig ging, maar dat is vermoedelijk pas na de vijfde of zesde van de acht uitzendingen. En als er genoeg mensen naar kijken. Ik wil toch minimaal een kijkersaandeel van tien procent halen. Aan de voorbereiding ligt het niet, het idee is tenslotte al twee jaar oud. Maar misschien is het programma goed en vindt het publiek het kloten - kán. Maar dan is het in elk geval nieuw kloten, en geen herhaling.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.