'Ik hoor alles' biedt een intrigerende inkijk in het dagelijks leven van de blinde cabaretier Vincent Bijlo

Tv-recensie Hanna Bervoets

Cabaretier Vincent Bijlo is blind en hoort een permanente pieptoon. Of eigenlijk: drie pieptonen van verschillende hoogtes. Op een ochtend komt een audicien de frequentie van zijn tinnitus bepalen. 'O, leuk!', zegt Bijlo als de man zegt wat hij gaat doen.

Is het oprecht enthousiasme, vriendelijkheid of mild sarcasme? Het is niet helemaal duidelijk, en dat is kenmerkend voor de Uur van de wolf- documentaire Ik hoor alles (gisteren, NPO2).

Regisseur Floris Alberse volgde Bijlo ruim twee jaar, Ik hoor alles is een intrigerende reeks scènes uit Bijlo's dagelijks leven. We zien de cabaretier optredens voorbereiden, componeren in zijn tuinhuisje, columns schrijven, ontbijten, in een taxi naar de radio rijden. Met zijn geliefde overlegt hij welk jasje hij zal dragen, 'savonds zitten ze samen achter de piano om nieuwe liedjes te vervolmaken.

Alberse koos ervoor voice-overs en talking heads weg te laten en filmt Bijlo opvallend vaak op de rug. Een effectieve ingreep, zo worden we als kijkers uitgenodigd mee te luisteren naar omgevingsgeluiden; de wereld van Bijlo. Een dichtslaand portier, een vogel in de verte, een theatermedewerker die mompelt dat hij naar de wc moet. Vroeger nam Bijlo dat soort geluiden op, vertelt hij in zijn voorstelling: hij heeft een hele collectie, van donder zonder bliksem tot het fluiten van de tjiftjaf.

Halverwege de film zit het plottechnisch gezien meest dramatische moment. Bijlo bezoekt een arts en merkt dat zijn gehoor weer achteruit is gegaan. Over een paar jaar moet hij een cochleair implantaat, vertelt hij zijn geliefde. Zo'n 'CI' is geen pretje, het vervormt geluiden, maar doof zal Bijlo nooit worden.

Die nadruk op Bijlo's afnemende gehoorkwaliteit lijkt een wat geforceerde manier de film van spanningsboog te voorzien een beetje of de filmmakers, hoe voorzichtig ook, op zoek waren naar drama, maar dat niet wisten te vangen. Bijlo zelf geeft geen enkele blijk van lijden, praat hooguit een tikje stoïcijns over zijn gezondheid. Zijn mimiek blijft daarbij vrij subtiel.

Ik hoor alles kent wel degelijk ontroerende momenten. Prachtig zijn de scènes waarin Bijlo zijn eveneens blinde broer bezoekt. Samen beluisteren ze treingeluiden die ze vroeger opnamen: twee mannen naast elkaar in het donker; omringd door gebonk en gekletter luisteren ze indirect naar hun jongere zelf misschien; ondernemende jongetjes, blind geboren of niet. Ook mooi vond ik de momenten tussen Vincent en zijn geliefde, het stel zo op elkaar ingespeeld dat ze, onbewust lijkt het, elkaars geluidjes overnemen. Wanneer zij naar voren leunt voor een zoen beantwoordt hij het gebaar meteen, ook al ziet hij haar niet.

De film eindigt met een boswandeling - wat hebben we tegen die tijd gezien? Een man die het leven neemt zoals het is, geniet van de mogelijkheden die zijn bestaan hem biedt? Of een man die verdriet met grappen maskeert, zo wars van slachtofferschap dat hij gelatenheid boven grootse emoties verkiest?

De interpretatie zegt misschien vooral iets over hoe kijkers met zicht blinden zien.

V's televisierecensententeam bestaat uit Julien Althuisius, Gidi Heesakkers, Frank Heinen, Haro Kraak en, deze week, Hanna Bervoets.

Meer over