'Ik heb vrouw noch zilver'

Zes jaar was Evelien Herfkens bewindvoerder bij de Wereldbank in Washington. Nu is ze Nederlands ambassadeur bij de Verenigde Naties in Genève....

Ze woonde als kind in Venezuela, haar vader werkte er bij de Koninklijke Shell. Een meisje van zes, en toen al stronteigenwijs. 'Alles goed en wel, pa', zei ze, 'maar het is wel hún olie die wij hier uit de grond halen, het is wel hún olie waar wij zo mooi rijk van worden.'

In brieven naar Nederland deed haar moeder geamuseerd verslag van de gesprekken tussen vader en dochter. Evelien zou in de ontwikkelingshulp, zoveel was wel duidelijk.

'Mijn vader', zegt Evelien Herfkens (44 nu), 'was het overigens vaak met me eens. In die tijd werd de olie-industrie in Venezuela genationaliseerd. Dat vonden we een heel goed plan. Want dan kon al dat geld dat ze eraan zouden verdienen, gebruikt worden om iets aan die verschrikkelijke armoede te doen. Nou ja, als er één land is dat systematisch z'n olie-rijkdommen heeft verkwanseld dan is het wel Venezuela! De armoede is er nog minstens even erg als in m'n kindertijd.'

Op het lyceum in Den Haag vroeg ze zich af wat ze zou moeten studeren om bij Buitenlandse Zaken c.q. Ontwikkelingssamenwerking te komen. 'Niet alleen uit idealisme, hoor, ik wilde vooral graag terug, niet per se naar Venezuela, een ander land was ook goed.' Ze ging rechten studeren in Leiden.

Na haar studie kreeg ze een baan op het ministerie. Ze was actief in de Derde-Wereldbeweging en in de Evert Vermeerstichting van de PvdA. Vooral Latijns-Amerika, en met name Chili, had haar warme belangstelling. In 1981 werd ze Kamerlid voor de PvdA; specialisatie, dat spreekt, ontwikkelingssamenwerking. 'Ik vond en vind het ontzettend leuk om over de Derde Wereld te praten. Niets heerlijkers toch dan je eigen stokpaardje berijden? Ik had als Kamerlid het gelukkige gevoel een hobby te hebben waarover je mag praten en waar mensen naar komen luisteren.'

Altijd maar weer ontwikkelingssamenwerking. Had ze nooit eens wat anders willen doen? Verbaasd. 'Waarom? Het is iedere keer weer totaal anders. Er is ongelooflijk veel veranderd. Er gaan veel dingen goed, maar er ontstaan ook steeds weer nieuwe problemen waar nieuwe oplossingen voor gevonden moeten worden. Er zitten zoveel facetten aan, het is intellectuele fascinatie.'

De afgelopen zes jaar was ze een van de 24 bewindvoerders bij de Wereldbank. Ze vertegenwoordigde twaalf landen, waaronder vijf uit de Balkan en enkele landen uit de voormalige Sovjet-Unie. Ze was de langst zittende bewindvoerder. De zes beste jaren van mijn leven, zegt ze.

Een paar maanden geleden is ze in Genève gearriveerd. Nederlands ambassadeur bij de VN is ze, en een kat in een vreemd pakhuis. De ambtswoning ligt in een verre buitenwijk van de stad. Een grote, moderne tegen de heuvel aangebouwde villa. In de enorme tuin bevindt zich een zwembad en door de bomen glinstert het Meer van Genève. Evelien Herfkens geeft enigszins gegeneerd een rondleiding door de residentie, door de wit marmeren hal, de ruimbemeten salons en langs de vele slaapvertrekken. De van staatswege gemeubileerde vertrekken dienen de bewoners te verfraaien met eigen ornamenten. 'Heb ik niet', zucht de nieuwe ambassadeur. Op een van de vele salontafels staat eenzaam een wereldbol op een statiefje. De eettafel zou feestelijk bedekt moeten kunnen zijn met allerhande zilver. Een beetje ambassadeursvrouw beschikt daarover. 'Ik heb vrouw noch zilver.'

Ze heeft zich met haar ribfluwelen bankstel, bureau, boeken en ingelijste foto's van familieleden, teruggetrokken in een privé-kamer in een uithoek van de residentie. Hier rookt ze haar sigarretten, drinkt ze haar ijsthee en sluipt ze soms weg - 'om het inwonend personeel niet te alarmeren', giechelt ze - naar de keuken voor nieuwe ijsblokjes.

In Washington moest iedereen erg lachen bij de gedachte dat Evelien Herfkens diplomaat zou worden. 'Dat vond men niet bij me passen.' Ze is een spraakwaterval, gedreven en eigengereid, ze interrumpeert, bruuskeert, en neemt geen blad voor de mond. 'Ik ben steeds Amerikaanser gaan spreken, daar word je ook rechtstreekser van.' In het afscheidsboek van de Wereldbank zijn haar citaten verzameld. 'This is shit, Sven and you know it'

De overgang is groot. De 'courtesy calls' aan collega-ambassadeurs ('Ik heb er nu veertig gedaan, ik moet er nog zestig.'), de diners, de lunches. In Washington bezocht ze nimmer feestelijke bijeenkomsten op ambassades of waar dan ook. 'Ik werkte er keihard, ik was er maximaal productief. Terwijl ik hier het gevoel heb dat een hoop uren voorbij gaan waarin je dingen doet die kennelijk wel gedaan moeten worden, zoals condoleanceregisters tekenen voor overleden staatshoofden, maar waarvan je niet het gevoel hebt dat het ergens toe bijdraagt. Er is hier veel wat moet, omdat het moet. Want-zo-is-het-nou-eenmaal.'

Zuchtend: 'Het is allemaal reuze wennen.'

- Liever had je nog een termijn bij de Wereldbank vervuld?

Weer zuchtend: 'Vreselijk, ik zou nu ja moeten zeggen. Ik heb ontzettende heimwee, naar het werk, naar de mensen. Als ik had geweten dat het zo'n pijn zou doen om weg te gaan. . . Ik kan me heel goed voorstellen dat veel mensen in de buitenlandse dienst worden zoals ze zijn. Afstandelijk. Die gooien zich nergens met hart en ziel in. Wanneer je je leven lang van plek naar plek trekt is het misschien heel verstandig dat je afstand houdt, want het is bijzonder pijnlijk je weer los te moeten scheuren.

'Niet dat ik wortels had in de Amerikaanse samenleving of in de stad Washington. De bank stond toevallig daar. Ik voelde me onderdeel van een internationale gemeenschap. Ik hoef ook niet ergens wortel te schieten, mijn wortels liggen bij andere mensen, de mensen met wie ik samenwerk.'

- Nergens geworteld, maar je lijkt me ook niet ontheemd.

'Dat heb je vaker bij mensen die hun jeugd niet in eigen land hebben doorgebracht. Ik zie het in mijn familie, m'n zusje woont in New York, een broer in Londen. Ik hoef niet zonodig in Nederland te wonen, het kan me niet zoveel schelen waar ik woon. Ik hoor bij een nomadenstam, een stam van mensen die een beetje over de aardbol trekt en elkaar overal wel weer tegenkomt. Ik heb altijd al internationale vrienden gehad.'

Ze leerde haar huidige partner kennen bij de Wereldbank. 'Ook in dat opzicht waren mijn jaren bij de Wereldbank de meest gelukkige in m'n leven.' Hij is - vooralsnog - achtergebleven in Washington. Een intercontinentale verhouding? 'Nee, te ver weg. De wereld is klein, maar voor een verhouding vind ik alles ver uit elkaar, zelfs de afstand tussen New York en Washington. Ik wil geen weekendrelatie meer, ik wil een relatie voor elke dag. Ik heb deze post aanvaard op voorwaarde dat ook hij hier werk zou weten te vinden. Pas toen hij een baan toegezegd kreeg, heb ik ja gezegd. Nu dreigt het een beetje mis te lopen. Ik denk dat het wel rondkomt hoor, er is alleen enige vertraging. Hij moet komen, ik durf er niet aan te denken. . . Als het niet goedkomt, dan moet ik een andere oplossing zoeken.

'Ik heb er heel hard over nagedacht: wat is nou belangrijker, m'n werk of m'n partner. Ik heb er geen antwoord op. Ik moet allebei! Ik kan niet zonder het een, niet zonder het ander. Maar als je me met het mes op de borst voor de keuze zet: op je werk kun je inleveren, op je man niet, die heb je helemaal of niet.'

- Je partner is vast ook niet iemand voor het zilverwerk. Heb je al enig idee hoeveel protocol je gaat afschaffen?

'Weinig, vrees ik. Het is deel van de baan. Ik had gedacht - ik ben nu vijftien jaar weg van het ministerie - dat de mate van formaliteit in het buitenlandgebeuren drastisch zou zijn afgenomen. Iedereen hier woont in gigantische residenties en recipieert thuis. Terwijl ik dacht dat het ook mogelijk zou moeten zijn om, zoals in mijn geval, een flatje te huren in de oude stad en met het restaurant op de hoek afspreken dat je daar regelmatig een zaaltje afhuurt voor de diners. Maar dat kan niet, dat mag niet. Niemand doet het zo. Dat hele protocollaire diner- en lunchleven is gebaseerd op de gedachte dat er een partner is die dat sociaal allemaal runt en dat lijkt me op de lange duur een onhoudbare situatie. Er zijn steeds meer diplomaten die alleen zijn, of een partner hebben die daar allemaal geen zin in heeft. Toch werkt iedereen op een manier alsof dat wel het geval is. Zeer verbazingwekkend.'

Toen ze in 1990 bewindvoerder werd bij de Wereldbank had de bank 'het meest negatieve imago in de wereld'. De bank had, zegt ze, volstrekt schijt aan wat de buitenwereld van haar zou denken. 'Ik heb ertoe bijgedragen dat de ramen zijn opengegooid. Ga praten met de buitenwereld, open de dialoog, vertel wat je doet, oké, wij zijn kwetsbaar, ja, we hebben ons vergist, ja, we hebben fouten gemaakt.'

- Je was een bewindvoerder met een ontwikkelingsachtergrond. Je collega's waren financiële mensen, bankiers. Voelde je je niet onzeker in zo'n gezelschap?

Spottende lach. 'Ik ontdekte al vrij snel dat die bancaire vraagstukken nergens over gingen. Denk je dat dat ingewikkeld is? Welnee! Bankieren is het makkelijkste wat er bestaat. Dat durf ik te zeggen, ik ben een zus van een succesvol bankier. Als mijn kleine zusje het kan, kan ik het ook, haha. Nee, het is me reuze meegevallen. Het is allemaal heel simpel en ook helemaal niet interessant.'

Ze zegt dat mede door haar veel dingen bij de bank zijn veranderd, en wel door iets wat ze in de politiek heeft geleerd. 'Namelijk: dat je de inhoud wint via de procedures. Dat klinkt misschien onaangenaam, maar het is wel waar. Als je dat politieke handwerk beheerst, dan is een overwinning in zo'n bestuur vol technocraten aan jou, dan is het echt een walkover.'

- Dat politieke handwerk had je geleerd in de Kamer?

'Ja. En het grappige is dat ik dacht dat al die jaren in de Kamer eigenlijk verloren tijd waren geweest. Ik heb me nooit echt een politicus gevoeld. Pas toen ik eruit was, en me onder bureaucraten en technocraten bevond, merkte ik hoe ik tegen wil en dank toch een politicus geworden was. Ik was nog geen dag bij de Wereldbank, ik keek de tafel rond en ik begreep opeens hoeveel ik geleerd had in de politiek en hoe belangrijk dat zou zijn. De essentie is dat je meerderheden moet mobiliseren voor je standpunt. Ik had die voortreffelijke ervaring van oppositievoeren, ik wist dus dat, indien nodig, iemand anders met jouw idee mag weglopen.'

- Wat heb je bij de Wereldbank dan tot stand gebracht?

'In de jaren tachtig was het hele ontwikkelingsvraagstuk gereduceerd tot korte-termijn, macro-economisch overleven. De officiële ontwikkelingsrapporten waren niet meer dan intellectuele vlaggeschepen voor de Bühne, het had geen enkele relatie met hoe de bank in het echt werkte. Een van de eerste dingen die ik daar deed, en waar ik echt trots op ben, is die rapporten vertalen naar de manier waarop het beleid werd uitgevoerd en de dollars de deur uit werden geschoven. In die vertaalslag had ik enorme problemen met de eigen collega's, en ook met de bewindvoerders uit de Derde Wereld. Zij zeiden: Armoedebestrijding? Verdelingsvraagstukken? Sorry, hoor, maar dat is onze soevereiniteit, jullie kunnen ons helpen economisch te groeien, maar met die andere zaken bemoeien jullie je niet, armoedebestrijding is geen doel van de bank.

'Maar toen ik vertrok, zes jaar later, werd er uitgebreid gedebatteerd over de implementatie van die armoedestrategie. Er is een hoop op aan te merken, maar niemand bestrijdt meer dat directe armoedebestrijding een taak van de bank is. En de bank zelf is ideologisch zover opgeschoven dat men nu ook vindt dat economische groei meer kans heeft als dat gebeurt op basis van een betere verdeling.'

- In een recent intern rapport wordt de vloer aangeveegd met de armoedebestrijding van de Wereldbank.

'Dat is een rapport van de interne, onafhankelijke evaluatiedienst, die ongecensureerd mag publiceren. Daar heb ik me erg voor beijverd, daar ben ik trots op. En het klopt, de Wereldbank slaagt er nog steeds onvoldoende in de mooie woorden die we in de officiële rapporten wijden aan armoedebestrijding en sociale aspecten van ontwikkelingsbeleid te vertalen naar de operationele afdelingen die het geld managen. Dat is nog steeds niet behoorlijk gedaan en dat duurt te lang.

'De inertie van zo'n tanker is ongelooflijk. Voordat de dingen die je wilt veranderen doordruppelen op het niveau waar het echte werk wordt gedaan. Zeker vanuit mijn perspectief zie je dat het een tanker is. Ik zat daar als een soort helikoptertje boven. Dan zie je tienduizend mensen functioneren en dan zie je dat de linkerhand niet weet wat de rechter doet. Mijn eigen landjes lagen verspreid over drie verschillende directies en daar werden exact dezelfde problemen op drie verschillende manieren aangepakt.'

- Voelde je je nooit machteloos?

'Er was altijd voldoende te winnen om de moed erin te houden. Niet alleen in het beleid van de bank. Los daarvan was ik dagelijks bezig, en daar is zeker ook mijn hart gaan zitten, met het op poten helpen van die negen landen van mij uit de voormalige Sovjet-Unie en de Balkan, daar viel altijd wel iets te winnen. Elke week was er wel een delegatie uit een van m'n landjes op de bank aan het onderhandelen over projecten of leningen. Ik zat ze te trainen en op te stoken. Ik had het overzicht, en kon ze voorzien van documenten en informatie. Ik kon ze helpen het maximale eruit te halen en voorkomen dat ze zich lieten overdonderen door de arrogante aanpak van veel Wereldbank-managers.'

- Je spreekt vol liefde over 'mijn landjes'.

Vertederd: 'Ja, het was zo fantastisch. Maar ik moet niet landjes zeggen. Ik zeg het, niet omdat ze klein zijn, maar omdat ik van ze hou. Ik ben me ontzettend met die landen gaan identificeren. Het was ook werkelijk hartbrekend. De manier waarop ze vertrouwen in me hadden.

- Je had voordien niks mee die landen.

'Nee, niets. Een van de dingen waar we met ons allen erg fout waren, was dat we daar niks mee hadden. Niemand heeft zich ten volle gerealiseerd wat een repressief systeem dat is geweest. De relatie tussen Moskou en die landen droeg zeer sterk de kenmerken van de voormalige koloniale relaties, de etnische Russen runden de tent, zij domineerden alles. Toen het imperium in elkaar viel, waren er geen mensen die enige ervaring hadden met monetair beleid of buitenlandse zaken of wat dan ook.'

- Wat veroorzaakte dan je liefde voor die landen?

'Nou ja, dat ze ontzettende behoefte hadden aan zorg en warmte, haha.'

- Moeder Teresa.

'Nee, echt, je had ze moeten zien. In het begin: zo onzeker. Ze begrepen weinig van economie, ze hadden geen ervaring met internationale relaties, ze spraken geen enkele vreemde taal, velen waren nog nooit buiten de muren van het oude imperium geweest. Ik heb de neiging de meeste tijd te besteden aan wat het meest hulp nodig heeft.'

Ze wil er eigenlijk nauwelijks over praten. 'Het was een nachtmerrie. Een week lang was ze dood, doodgewaand. Die week heeft ongeveer honderd jaar geduurd.'

Het ongeluk gebeurde vier jaar geleden. Een vliegtuig van de Vietnamese vliegtuigmaatschappij stortte neer in de jungle. Aan boord bevond zich ook haar zusje met haar partner. Niemand zou het ongeluk hebben overleefd. Na een week vonden dorpelingen het wrak. Er was één overlevende, haar zusje.

'Ik beschouwde m'n zusje en haar vriend een beetje als mijn kinderen, m'n zusje is tien jaar jonger. Ze kwamen bij mij studeren, scripties schrijven, spelletjes spelen. Ze kregen later allebei een baan in de bankwereld, ten tijde van het ongeluk werkte zij in Madrid, hij in Vietnam.

'Ik ben naar Vietnam gegaan om haar op te halen, samen met mijn ouders. Vervolgens ging ze alsnog bijna dood, ze heeft langdurig in Singapore op de intensive care gelegen, ze is dagen- en nachtenlang geopereerd. Het was werkelijk. . .

'Ik heb mijn zwager verloren. Maar aan een normale rouwverwerking kom je niet toe, als er zoiets met je zusje gebeurt.'

Ongemakkelijke stilte. 'Ik geloof toch dat ik hier liever niet over wil praten.'

Later: 'Het geeft een cesuur in je leven. Ik deel alles in volgens die tijd: dat was voordat ze dood was en dat was nadat ze dood was, dat was voor en dat was nadat ze gevonden is.

'Je relativeert een hoop dingen, maar dat heb je altijd als iemand in je omgeving ernstig ziek wordt of sterft. Toen ik in 1990 geen minister van Ontwikkelingssamenwerking werd, terwijl ik eerlijk dacht dat ik het zou worden, werd omstreeks die zelfde tijd bij mijn broertje kanker geconstateerd. Hij was ten dode opgeschreven, het was allemaal uiterst dramatisch. Op dat moment realiseer je je dat elke baan, hoe belangrijk ook, van beperkte waarde is. 'Er heeft zich de laatste jaren een hoop voorgedaan waardoor ik het gevoel heb dat er altijd opeens hele erge dingen kunnen gebeuren. Ik ben een ontzettende workaholic, ik besteed al mijn tijd aan werk, maar ik weet ook dat alles in een keer kan ophouden. Op het moment dat er iets gebeurt laat ik alles vallen. Dan valt alles in het niets. 'Mijn broer heeft het ook overleefd - wij zijn een heel raar gezin. De artsen hadden hem gezegd dat hij maar één procent kans had. Hij had zich voorgenomen dat iemand die ene procent moest zijn. Het gaat nu heel goed met hem.'

- Je was toen in 1990 één dag minister van Ontwikkelingssamenwerking. Zou je het nog een keer, maar dan langer, willen zijn?

'Ik vind het moeilijk. Het heeft te maken met loyaliteit aan jezelf, het is iets wat ik altijd graag gewild heb. Dus je kunt onmogelijk nee zeggen wanneer het op je weg komt. Maar ik weet het niet, echt niet. Er is in de Nederlandse politiek veel veranderd, ik denk dat ik een stoomcursus zou moeten nemen. De vraag is ook: komt er nog een minister van Ontwikkelingssamenwerking?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.