'Ik geloof in de vrijheid van meningsuiting, maar...'

Opzij

Bij maandblad Opzij wilden ze weten hoe hun lezers zoal denken over de vrijheid van meningsuiting. Directe aanleiding, dat spreekt: de terreuraanslagen in Parijs en het heftige debat dat daarop volgde.

Bijna 1.100 aangeschrevenen namen de moeite een onlinevragenlijst in te vullen - in overgrote meerderheid hoogopgeleide, links stemmende, seculiere, 40+-vrouwen. De resultaten zijn terug te lezen in het gisteren verschenen maartnummer (en op de site). Onder ons gezegd: ik werd er niet vrolijk van.

Zo is slechts eenderde van de invullers van mening dat 'belediging in satirische columns en cartoons' gewoon moet kunnen. Bijna een kwart vindt dat dit nimmer mag, terwijl nog eens 40 procent meent dat satire alleen is toegestaan 'met inachtneming van bepaalde maatschappelijke normen en waarden'.

Of, zoals een van de vrouwen toelichtte: 'Je moet respect voor elkaar en voor andere meningen hebben, niet kwetsen, niet polariseren en cartoons moeten humoristisch zijn voor iedereen.' Of, zoals een ander erbij schreef: 'Als belediging uitmondt in beschadiging en pijn bij anderen, mag het niet.'

Verder is 7 procent van de ondervraagden van oordeel dat op belediging van de profeet Mohammed altijd straf zou moeten staan, terwijl 57 procent meent dat zulks 'alleen in extreme gevallen' nodig is. Slechts eenderde denkt dat de profeet en zijn volgelingen maar tegen een stootje moeten kunnen. Satirebedrijvers, kortom, moeten het niet hebben van Opzij-lezeressen.

Ik weet het, erg wetenschappelijk is zo'n peiling niet. De uitslag zegt hooguit iets over de stemming onder hoogopgeleide, links stemmende, seculiere oude meisjes, die bovendien een zekere vreugde putten uit het invullen van onlinevragenlijsten - een neiging waarop ik bijvoorbeeld mijzelf, hoewel volmaakt passend in bovenstaand profiel, zelden betrap.

Niettemin sluiten de bevindingen wonderwel aan bij het sentiment dat je sinds de slachtpartij bij Charlie Hebdo ook elders in opinieland bespeurt - tot mijn leedwezen vooral ter linkerzijde. Want heel belangrijk, natuurlijk, die vrijheid van meningsuiting. Een van de pijlers van de democratie. En natuurlijk keuren wij weldenkende lieden ten strengste af dat cartoonisten op klaarlichte dag met een kalasjnikov naar gene zijde worden geholpen. Maar een beetje méér rekening houden met andermans religieuze gevoeligheden hoort er in een multiculturele samenleving nu eenmaal bij. Nergens voor nodig toch, om gelovigen moedwillig de gordijnen in te jagen?

Misschien niet. Maar wie aldus redeneert is in al zijn welwillendheid lid van wat de Britse schrijver Salman Rushdie vorige maand zo treffend The But-Brigade noemde - de maar-brigade. (Ik houd me aanbevolen voor een pakkender vertaling.)

In een speech aan de universiteit van Vermont gaf Rushdie een fraaie opsomming van de zinnetjes waaraan je de brigadeleden kunt herkennen. 'Ik geloof in de vrijheid van meningsuiting, maar mensen moeten zich wel weten te gedragen.' 'Ik geloof in de vrijheid van meningsuiting, maar we mogen niemand kwetsen.' 'Ik geloof in de vrijheid van meningsuiting, maar we mogen niet te ver gaan.' Rushdie: 'Zo gauw iemand zegt: ik geloof in de vrijheid van meningsuiting, maar... luister ik niet meer.'

Een demonstratie in Islamabad, Pakistan, tegen Rushdi. Foto afp

Daar kun je je iets bij voorstellen. Sinds de man in 1989 een fatwa over zich heen kreeg van ayatollah Khomeini mag hij zich met recht en reden ervaringsdeskundige noemen. Als geen ander heeft hij sindsdien moeten horen dat hij de narigheid over zichzelf had afgeroepen, door een roman te publiceren die nogal wat moslims als blasfemisch beschouwen. En als geen ander weet hij waartoe deze perverse logica leidt: de vrijheid om te schrijven wat je wilt houdt de facto op te bestaan. De lange tenen winnen.

Opzij vroeg de lezeressen trouwens ook naar hun verwachtingen voor de nabije toekomst. En zie. Bijna 60 procent van de invullers blijkt 'enigszins' tot 'heel erg' bang te zijn dat de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt. In totaal 65 procent vreest 'enigszins' tot 'heel erg' dat de media zich zullen bezondigen aan zelfcensuur. En ongeveer evenveel ondervraagden zijn 'enigszins' (42 procent) tot 'heel erg' (22 procent) beducht dat de 'opkomst van de islam' homo- en vrouwenrechten zal inperken.

Ik zou zeggen: begin nu eens met zelf fier te staan voor de vrijheid van meningsuiting. Des te groter de kans dat deze doemscenario's scenario's blijven. En niet op een dag bewaarheid worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.