INTERVIEW

'Ik ga je doodmaken, kreeg ik naar mijn hoofd geslingerd'

Er is behoefte aan een hulplijn voor ex-moslims

Atheïsme is onder Europese moslims een nog groter taboe dan in Tunesië, merkte 'afvallige' Mohammed Karim Labidi.

Mohammed Karim Labidi uit Tunesië vertelt in Dordrecht zijn heftige levensverhaal. Beeld Jiri Buller

Hij is eenzaam, verzucht Mohamed Karim Labidi (49). De Tunesiër is sinds 2012 in Nederland maar slechts weinigen accepteren hem voor wie hij is. De autochtonen blijven hem aanspreken als moslim. Terwijl hij overtuigd atheïst is. En dat valt weer slecht in migrantengemeenschappen. Onlangs probeerde hij op Paltalk de dialoog aan te gaan met Marokkaanse-Nederlanders in Rotterdam. 'Ik ga je doodmaken, kreeg ik naar mijn hoofd geslingerd. Ik zei: kom maar op, we maken een afspraak. Bang ben ik niet, blaffende honden bijten niet.'

Labidi manifesteert zich als atheïstisch activist op internet. Daarmee is hij een van de zeer weinigen die er openlijk voor uitkomen dat ze niet langer moslim zijn. Onlangs was hij op een besloten bijeenkomst van het Humanistisch Verbond dat onderzoekt of ex-moslims zich opnieuw kunnen en willen organiseren.

Zelf richt hij zich met zijn twee jaar geleden opgerichte organisatie C.A.N. vooral op Noord-Afrika. 'De islamisten gebruiken Europa als springplank voor de fundamentalisering van Noord-Afrika, ik werk andersom, gebruik Europa om die regio te seculariseren.'

Hulplijn

Zeven jaar geleden stopte het Nederlandse Comité voor ex-moslims. Inmiddels lijkt de tijd rijp voor een nieuw initiatief. 'Het theoterrorisme neemt wereldwijd toe. Wij stellen daar een niet-religieus perspectief tegenover, met een intellectuele parade van schrijvers en denkers.' Lees hier meer.

Dordrecht

Labidi grinnikt aan het begin van het interview op zijn vrije vrijdagmiddag: 'Ga er maar voor zitten, ik heb een lang en heftig levensverhaal.' Dat hij zou eindigen als atheïstisch activist in Dordrecht lag bepaald niet voor de hand. Hij is opgegroeid in Tunis in een liberaal soennitisch gezin met negen kinderen dat langzaam in de greep kwam van het islamisme. Later in Parijs werd hij gerekruteerd door Iraanse, sji'itische fundamentalisten en pas na een lange omweg zwoer hij Allah voorgoed af.

Zijn vroege jeugd, de jaren voor 1975, herinnert Labidi zich als uiterst plezierig. 'Ons gezin was islamitisch in naam. Gebeden werd er niet. Thuis werd alcohol geschonken, er werden feestjes gegeven. We gingen in badkleding naar het strand. Broertjes en zusjes sliepen bij elkaar op de kamer.'

Die onbezorgde sfeer in huis veranderde toen zijn oudere zus Samira naar de universiteit ging en daar werd ingepalmd door de islamist Salah Karker. 11 was hij toen het stel trouwde. Een jaar later trouwden nog twee zussen met islamisten.

Labidi: 'We werden aangesproken op ons zondige gedrag, we waren geen goede moslims. Moesten vijf keer per dag gaan bidden, kleding van één kleur dragen. De vrouwen een hoofddoek. Stap voor stap raakte het hele gezin in de ban van het islamisme.

'Mijn vader was fotograaf. Op een dag gooide hij al zijn foto's in een kuil om ze te verbranden. Mijn moeder verzette zich tegen de radicale ideologie. Dat leidde tot spanningen thuis. Uiteindelijk werd ze door mijn vader gedumpt.'

Koranschool

Labidi werd naar een Koranschool gestuurd, waar hij leerde het Westen te haten. Als kind werd hij gebruikt door de beweging van Karker, leider van de Mouvement de la Tendance Islamique (MTI), voorloper van de islamitisch-fundamentalistische Ennahda-beweging. Hij moest berichten rondbrengen, op de uitkijk staan en waarschuwen als er politie in de buurt was.

'Op bijeenkomsten bij ons thuis werd gefulmineerd tegen de kufar (ongelovigen). Die moesten dood. Bedoeld werd de regering van Bourguiba, die Tunesië wilde liberaliseren.'

Op zijn 14de kreeg hij een busongeluk, zijn rechterarm dreigde te worden geamputeerd. 'Voor mijn moeder was dat reden me weg te halen uit het gezin. Ze gaf me met mijn oom mee naar Parijs, onder het mom dat ik daar beter kon worden geopereerd. Later slaagde zijn moeder erin de vijf niet-getrouwde kinderen naar Frankrijk te smokkelen. Ze wilde ons weghalen uit die radicaal religieuze invloedssfeer.'

'Aanvankelijk meed ik iedereen die niet Arabisch sprak. Maar op de Franse school waren de leraren heel vriendelijk. Ik had het best wel naar m'n zin.'

Zo'n twee jaar freewheelde hij in Parijs, tot hij in 1982 op vakantie ging in Tunesië. 'Ik was geschokt toen ik zag wat het regime Bourguiba met mijn familie had gedaan. Er werd hard opgetreden tegen islamisten. Mijn zussen leefden in armoede. Mijn zwager Karker bezocht ik in de cel. Die begon mij weer te beïnvloeden. 'Kijk wat de kufar ons hebben aangedaan', zei hij. 'Toen kwam de haat weer terug.'

In 1983 stuitte Labidi in Parijs op demonstraties tegen de Iran-Irak-oorlog. 'Er werden leuzen geroepen als dood aan Amerika, dood aan Frankrijk, dood aan de Joden. Dat beviel me wel. Een demonstrant nam me mee naar het Iraanse culturele centrum al Kanoun.'

Paradijs

Na daar negen maanden religieuze lessen te hebben gevolgd, bekeerde hij zich tot het sji'isme. Hij werd actief lid van het el-Rissali-netwerk. 'Ze stuurden me naar Iran. Zeiden dat ik geen baat zou hebben bij studeren in het Westen, dat ik moest investeren in het geloof. Dan zou ik in het paradijs komen.'

Eind 1983 stapte Labidi, dan 17 jaar, op het vliegtuig naar Istanbul. Met de bus reisde hij naar Teheran, waar hij een nieuwe identiteit kreeg. Met zo'n vijfhonderd andere rekruten kreeg hij een militaire en ideologische training op de Quaim el-Mehdi-school in de buurt van Teheran. Hij leerde brieven coderen, paspoorten vervalsen, de verleidingstechnieken van het ronselen en hoe te antwoorden tijdens een politieverhoor.

Zijn eerste missie was contact leggen met het netwerk van zijn zwager Karker, die weer op vrije voeten was. Hij moest hem overtuigen van het nut samen met de Iraniërs een coup voor te bereiden.

Labidi presteerde naar tevredenheid van de leiders en kreeg nieuwe opdrachten. Zijn reizen werden van hogerhand zorgvuldig uitgestippeld. Ter plekke kreeg hij informatie, altijd mondjesmaat. Hij reisde op valse paspoorten naar Iran, Syrië en Tunesië en naar Europa, via Frankfurt naar Amsterdam, Brussel, Parijs. Vragen stellen mocht hij niet. 'Die constante geheimzinnigheid vrat aan me. Europeanen die ik had doorgestuurd naar Iran, mocht ik nooit meer spreken. Ik voelde dat ik als willoze pion werd ingezet in een despotisch mondiaal Iraans project.'

In de wetenschap dat hij niet ongestraft de beweging kon verlaten, gaf hij documenten in bewaring bij kennissen in Brussel. Als hem iets zou overkomen, moesten die worden geopenbaard.

Politieke islam

Urenlang vertelt Labidi in zijn Dordtse appartement over zijn belevenissen, over gevangenissen, in Tunesië en later in Marokko, waar hij werd gemarteld, over het kwaad van de politieke islam.

Na zijn vlucht uit het Iraanse netwerk ging hij terug naar zijn geboortestad, waar hij hoopte te overleven. In 1987 werd hij daar, samen met tientallen islamisten, gearresteerd. Na drie maanden verleende president Ben Ali, die dat jaar met een geweldloze staatsgreep aan de macht was gekomen, hem amnestie.

Hij was nog maar 21 en volkomen in de war. Ontgoocheld besloot hij zijn verhaal te delen met de Franse en Belgische veiligheidsdiensten. Hij wilde rust, anoniem verder leven als gematigd moslim, maar hij werd opgejaagd wild. Het netwerk van zijn zwager, dat hem als verrader beschouwde, bleek overal tentakels te hebben. In Parijs, Syrië en Marokko, waar hij zich onder een valse naam aansloot bij een apolitieke soefistische sekte. Na vijf jaar te zijn ondergedoken, werd hij ontdekt en verraden.

Het soefisme, een mystieke stroming in de islam, bracht Labidi evenmin religieuze rust. 'Ik heb die stroming intensief bestudeerd. Het soefisme is misleidend, niet modern. Via een omweg kom je uit bij de oorspronkelijke islam. Bij de Koran en de hadith (overleveringen), die eeuwen geleden zijn geschreven. Moslims kunnen modern zijn, de islam is dat niet. Die moet worden hervormd. Die ontdekking was een enorme schok voor mij. Ik kon niet meer geloven, ik was een afvallige.'

Anonimiteit

Omdat Labidi nauwelijks alternatieven had, besloot hij opnieuw zijn heil te zoeken in zijn vaderland. Daar hoopte hij als ongelovige een nieuw leven in de anonimiteit te kunnen opbouwen. Ondergronds blijven lukte echter niet. 'Niet alleen de islamisten, ook gematigde moslims keerden zich tegen mij.'

Hij besloot toen maar openlijk naar buiten te treden. In 1999 claimde hij bij het bewind van Ben Ali het recht een islam-kritische organisatie op te richten. Twee jaar lang wachtte hij vergeefs op antwoord. Pas na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 kreeg hij toestemming, mits hij in het openbaar de gevoelige termen ex-moslim, atheïst en seculier zou mijden.

Labidi: 'Ik accepteerde de voorwaarden, werd actief op internet en richtte in Frankrijk en Tunesië een seculiere organisatie op met de neutrale naam l'Association d'Ailleurs ou d'Ici Mais Ensemble.' Die relatief tolerante houding veranderde na de Deense cartooncrisis. Hij kreeg te maken met censuur, werd ondervraagd door de veiligheidsdiensten, kreeg huisarrest.

Na het begin van de Tunesische revolutie en de verkiezingszege van de Ennahda-partij werd het leven in Tunesië onmogelijk voor Labidi. 'De islamisten veranderden van tactiek. Naar buiten toe toonden ze hun vriendelijke gezicht, met hun verraders rekenden ze rücksichtslos af. Ik vreesde voor mijn leven.'

Politiek asiel

Omdat de Franse ambassade in die periode geen visa verstrekte, ging hij in zijn digitale netwerk op zoek naar een veilig adres buiten Frankrijk. Hij herinnerde zich dat hij in 2007 was uitgenodigd door een 'islamhater uit Groningen' voor een conferentie in Nederland. 'Ik kon toen niet. Die man raadde me aan naar Nederland te vluchten. In november 2012 kreeg ik politiek asiel.'

Vanuit zijn appartement in Dordrecht gaat Labidi onverminderd door met zijn atheïstisch activisme, vooral op internet. Hij blogt, zit op Facebook, heeft een eigen website. 'De bedreigingen komen vooral uit Europa', zegt hij. Hij heeft gemerkt dat het atheïsme bij Europese moslimgemeenschappen een nog groter taboe is dan in Tunesië.

Europese wetten bieden het individu op papier bescherming, vrijheid van godsdienst én de vrijheid niet te geloven. Labidi: 'Bizar is dat als je in het seculiere Nederland kritiek op de islam levert, je daar fel op wordt aangesproken. De moslimgemeenschap accepteert geen islamkritiek. Moslimgroepen in Europa zijn net een sekte. Wie eruit stapt, wordt verstoten. Wie zich openlijk tegen de sekte keert, wordt bedreigd.'

In Nederland moet er ook nog veel gebeuren, vindt Labidi. 'Er is behoefte aan een hulplijn voor ex-moslims in nood. Ik hoor verhalen over jongeren die worden gedumpt in Marokko. In moslimgemeenschappen is de schaamte over afvalligheid levensgroot.'

Om tactische redenen probeert Labidi de als provocerend ervaren term ex-moslim te mijden. 'Ik zeg altijd: ik ben geen moslim, ik ben een mens.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.