'Ik ben een homo, Mam', de Keniaanse schrijver Wainaina komt uit de kast

Het blog sloeg in als een bom. Binyavanga Wainaina, de bekendste jonge schrijver van Kenia, vertelt dat hij homo is op de site Africa is a Country. Dat had hij niet geschreven in zijn satirische autobiografie One Day I Will Write About This Place, de vertaling kwam uit bij De Geus (Op een dag zal ik schrijven over Afrika). Dat ontbrekende hoofdstuk krijgt de lezer alsnog. Hieronder een vertaling van die belangrijke tekst voor een continent waar homo's vaak worden gediscrimineerd of erger.

Binyavanga Wainaina legt op 22 januari op straat in de Keniaanse hoofdstad Nairobi uit aan een verslaggever van AP waarom hij heeft besloten uit te komen voor zijn homoseksualiteit. Beeld ap

(Een verloren hoofdstuk van One Day I Will Write About This Place)

11 juli 2000

Dit is niet de juist weergave van zaken

Ha Mam. Ik legde mijn hoofd op haar schouder, die laatste middag voordat ze stierf. Ze lag in haar ziekenhuisbed. Kenyatta. Intensive care. Kritieke zorg. Daar. Omdat ik deze keer niet weg zal zijn in Zuid-Afrika en alles zal verneuken op die chaotische manier van me. Ik zal op tijd komen en erbij zijn als ze sterft. Mijn hart komt op tijd. Ik houd de hand van mijn stervende moeder vast. Ik til haar hand op. Haar hand zal opzwellen door diabetes. Haar organen begeven het. Ha mams. Ooh. Mijn geest zucht. Mijn hart! Ik fluister in haar oor. Ze is bij kennis, ze luistert, zachte, rustige liefde, met mijn hand daar in haar ademstroom. Ze is zo groot - mijn moeder, in deze wereld, vlakbij de volgende wereld, elke adem kort, maar gestaag, zoals het moet. Inademen. Ze kan alles dragen. Ik zal fluisteren, luider, met mijn geestesadem. Naar die van haar. Ze zal luisteren, zelfs als ze het niet hoort. Kan ze dat?

Mam. Zal ik zeggen. Maam? Zal ik zeggen. Het rolt zo makkelijk, een adem, een geluid uit mijn mond, vermengd met haar adem en ze ademt uit. Mijn hart schokt hard en nu schreeuwt mijn geest, scherp, zo zo gekwetst, zo zo kwaad.

'Ik heb nooit mijn hart bij u uitgestort Mam. Je hebt me daar nooit om gevraagd.'

Alleen mijn geest zegt. Dit. Niet mijn mond. Maar de stoot van mijn adem en mijn hart zal zij toch zeker hebben bemerkt? Laat ze mij toe?

Niemand, niemand, in mijn leven heeft dit ooit gehoord. Nooit, Mam. Ik vertrouwde je niet, Mam. En. Ik. Zoog hard lucht in tot aan mijn navel en liet het langzaam uit mijn mond ontsnappen, krachtig, schoon en zonder haperingen, luid en duidelijk over een schouder haar oor in.

'Ik ben een homo, Mam.'


Juli 2000

Dit is de juiste weergave van zaken.

Ik woon in Zuid-Afrika, ik heb mijn moeder vijf jaar lang niet gezien, hoewel ze ziek is, omdat ik bang ben en beschaamd, en omdat ik 30 wordt en waarschijnlijk mijn visum verlies als ik hier wegga. Ik wring me in allerlei bochten om mijn leven aan te passen zodat ik haar kan bezoeken. Maar ze is in Nakuru, ze stort in, en ze zullen haar nieren met spoed naar het Kenyatta Ziekenhuis in Nairobi brengen, waar een dialyseapparaat en een tropische storm aan specialisten op haar wachten.

Familieleden zullen zich naar haar toe haasten en organen zullen het begeven en machines zullen met een klap in actie komen. Ik haast me, ik regel alles zodat ik Zuid-Afrika kan verlaten. Het zal me nog twee dagen kosten voor ik weg kan, kan wegvliegen, als , in de ochtend van de 11de juli 2000 mijn oom opbelt en me vraagt of ik op een stoel zit.

'Ze is overleden, Ken.'

Ik bel mijn tante Grace in een nanoseconde in die familiebijeenkomst, want ik moet dringend uithuilen bij Papa, maar ze zeggen dat hij huilt en raast en dondert in zijn 505-auto dwars door Nairobi, omdat zijn vrouw dood is en urenlang kan niemand hem vinden. Drie dagen geleden vertelde hij me dat het te laat was om haar nog te komen zien. Hij zei me het risico dat ik Zuid-Afrika niet meer in zou komen als ik naar huis zou gaan voor de begrafenis niet te nemen. Ik moest niet zorgeloos aan het reizen slaan op die doldrieste kunstenaarsmanier van me, zonder papieren. Kenneth! Hij fronst tegen me over de telefoon. Ik moet geen deportatie als illegaal riskeren, zegt hij, en dan alles verliezen. Maar ze is mijn moeder.

Ik ben 29. Het is 11 juli 2000. Ik, Binyavanga Wainaina, zweer eerlijk dat ik al vanaf mijn 5de weet dat ik een homoseksueel ben. Ik heb noot een man seksueel betast. Ik heb in mijn leven met drie vrouwen geslapen. Met één vrouw met succes. Maar één keer met haar. Het was verbazingwekkend. Maar de dag erop kon ik het niet opnieuw.

Het duurt nog vijf jaar na de dood van mijn moeder voor ik een man vind die mij een massage wil geven en een korte, betaalde liefde. In Earl's Court in Londen. En ik voel me bevrijd en ik vertel het mijn beste vriend, die mij zal verbazen door begrip te tonen, zonder het te begrijpen. Ik zal hem vertellen wat ik heb gedaan, maar hem niet zeggen dat ik homo ben. Ik kan het woord gay niet uitspreken tot ik 39 jaar ben, vier jaar na die korte massageontmoeting. Vandaag is het 18 januari 2013 en ik ben 43.

Maar goed. Het zal niet een orkaan van diabetes zijn die Mam het leven kost in de intensive care van het Kenyatta Ziekenhuis, voordat ik vier stappen heb gezet om op het vliegtuig te komen om aan haar zijde te kunnen zitten.

Iemand.

Zuster?

Zal een klein raam openlaten op de avond voordat ze sterft, in de juli-kou van het Kenyatta Ziekenhuis.

Het is vandaag mijn verjaardag. 18 januari 2013. Twee jaar geleden, op 11 juli 2011, had mijn vader een hevige beroerte en was minutenlang hersendood. Precies, tot op de dag, elf jaar nadat mijn moeder stierf. Zijn hart sloeg nog vier dagen, maar er viel hem niets te vertellen.

Ik ben vijf jaar oud.

Hij stond daar, in een overall, ongemakkelijk, zijn borst leek een spoorlijn van zweterige bielsen en kleine, harde kralen van haar. Alles aan hem is zacht en langzaam. Bruine vlekjes op een gebroken tand, die eindeloos lange glimlach. Het is goed voor mij dat hij langzaam beweegt, want ik ben doorzichtig bij de patronen van mensen en struikel zo gemakkelijk en verval in gekrijs en angst bij horkerige mensen. Een lange, ontspannen glimlach, hij tilt me de lucht in en schommelt me. Hij ruikt naar diesel en de wereld van al die andere mensen met hun bewegingen is verdwenen. Ik ben weg van iedereen voor het eerst van mijn leven en het is geweldig en daarna is het een tunnel van angst. Er zitten geen barsten in hem, als een tractor kan hij elke heuvel beklimmen, gestaag. Als hij nu wegloopt, met mij, zal ik voor altijd met hem meegaan. Ik weet dat als hij me nu neerzet, mijn benen niet meer zullen bewegen. Ik schaam me zo erg dat ik mezelf losmaak uit mijn omklemming. Ik spring bij hem weg en mijdt hem voor altijd. Twintig en nog meer jaren lang, zelfs mannen omhelzen doe ik sukkelig.

Dat gevoel zal terugkomen. Sterker, heftiger nu. Toen ik een jaar of 7 was. Een keer met een andere langzame, gemakkelijk golfer in de Nakuru Golf Club, ik sta te trillen omdat hij mijn hand had geschud. Daarop huil ik alleen op het toilet omdat de herhaling van dit gevoel me plotseling uiteengerukt en eenzaam doet voelen. Het gevoel is niet seksueel. Het is een zekerheid. Het is overweldigend. Het wil een plek krijgen. Het komt om de paar maanden terug als een aanval van malaria en ik ben dagenlang van slag, maandenlang verward. Ik doe er niets mee.

Ik ben vijf en ik sluit mezelf op in een vaag geluksgevoel dat niet veel vraagt van wie dan ook. Afwezig. Aardig. Ik ben dankbaar voor elk blijk van liefde. Ik geef er meer van dan ik krijg, vaak. Ik ben soms egoïstisch. Ik masturbeer vaak, en sta mezelf nooit toe mijn hart open te breken en te groeien. Ik raak mannen niet aan. Ik lees boeken. Ik hou zoveel van mijn pa, mijn hart leert zich uit te rekken.

Ik ben een homoseksueel.


Copyright © 2014, Binyavanga Wainaina All rights reserved


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.