Interview

'Ik ben die man die ze een IS-strijder noemen'

Tijdens een bijeenkomst in Amsterdam werd hij door Syrische activisten herkend als IS-strijder en bij veiligheidsdiensten geldt hij als een 'zwaar geval'. Maar met IS heeft hij nooit iets te maken gehad, zegt hij. Daarom wil hij zijn verhaal vertellen.

Aziz kijkt uit over Amsterdam waar hij woont en werkt. Beeld Aurélie Geurts

Aziz draagt westerse kleding, heeft donker krullend haar tot vlak boven zijn schouders en kijkt afwisselend streng en vriendschappelijk. Hij lijkt gespannen. We ontmoeten hem vrijdag 1 december achter het Centraal Station in Amsterdam. Tussen haastende forenzen lopen we naar een weids opgezet café in de buurt.

De man wil graag zijn verhaal vertellen. Zijn naam wil hij pas na lang aandringen geven. Aziz is zijn Syrische naam. In Nederland gebruikt hij een andere. Hij wil niet dat bekend wordt dat hij hier woont.

Een week eerder hebben de Volkskrant en Nieuwsuur bericht over een voormalig IS-strijder uit Syrië die vrij rondloopt in Nederland. Hij dook op in het Amsterdamse debatcentrum De Balie bij een bijeenkomst met Syrische activisten die ernstig bedreigd worden door IS. Het gaat om een 31-jarige man die al langere tijd door de AIVD in de gaten wordt gehouden. Een 'zwaar geval', zeggen bronnen rond veiligheidsdiensten.

Het heeft tot een golf aan politieke reacties geleid. Meerdere partijen vinden dat de man onmiddellijk aangehouden moet worden. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie) en premier Mark Rutte reageren afhoudend. Grapperhaus zegt dat personen pas aangehouden kunnen worden als er 'voldoende juridische grondslag' is. Rutte zegt te begrijpen dat mensen 'geschrokken zijn' maar dat hij uit veiligheidsoverwegingen niet verder op de zaak kan ingaan.

En nu zit Aziz hier, in een café met toeristen die een plattegrond van de stad bekijken, ouderen die koffie en taart bestellen en twee mannen die bedaard over werk spreken. Hij is sinds 2014 in Nederland, verstaat en spreekt de taal redelijk. Hij zegt dat hij geen IS-strijder is geweest. Dat het gebaseerd is op 'iets onjuist' en dat het een 'lang verhaal' is.

Hij wil het uitleggen. Hij komt uit Tabqa, een stad tussen Raqqa en Aleppo in het noorden van Syrië. Hij behoort tot de grote groep soennitische moslims in Syrië. Vanaf 2004 organiseert hij met elf vrienden bijeenkomsten waar ze over religie en politiek spreken. Ze bestuderen diverse boeken die verboden zijn onder het regime van de alawiet Assad. De boeken plakken ze af met ander papier.

Volgens Aziz gaat één van de leden van de twaalfkoppige praatgroep naar Irak, om te vechten tegen de Amerikanen. Maar hij raakt gewond en keert terug. Dat brengt de groep in het zicht van de Syrische veiligheidsdienst. De boeken worden gevonden. Ze worden allemaal opgepakt en naar een gevangenis van de veiligheidsdienst gebracht.

Hij wordt onrustig, neemt een paar slokken koffie. Hij kan nooit rechtop staan in de cel, vertelt hij. Hij is 1 meter 75, de hoogte van de cel is 1 meter 60. Naar het toilet mag tweemaal per dag, rennend door een gang met bewakers die met kettingen op hem inslaan. Soms moet hij dagenlang zijn behoefte in de cel zonder toilet doen.

In april 2005 gaat hij naar de beruchtste gevangenis van Syrië, Saydnaya nabij Damascus. Hij ziet er 'alles wat je je maar kunt voorstellen'. Drie van zijn vrienden worden voor zijn neus doodgeslagen. Hij moet er naakt en met de handen geboeid naar kijken.

Er zitten veel radicale islamieten in Saydnaya. Een verklaring, onder meer opgedoken in Amerikaanse diplomatieke berichten, is dat een flinke groep islamitische strijders door Assad naar Irak was gestuurd om te vechten tegen de Amerikanen en voor chaos te zorgen. Deze personen zijn later teruggehaald en in de gevangenis gestopt. Ze voelen zich verraden door Assad en de slechte behandeling in de gevangenis.

Na een incident in 2008, waarbij volgens Aziz een gedetineerde zonder reden in elkaar geslagen wordt, beginnen de gevangenen een opstand. Delen van bedden gebruiken ze als slagwapens. Ze slagen erin de bewakers te overmeesteren. De overheid stuurt duizenden militairen. Soldaten gaan met stokken naar binnen, maar zonder wapens - uit angst dat gevangenen die afnemen. De gevangenen verslaan ze evenwel, kleden de militairen uit en trekken ze gevangeniskleren aan. Ze dwingen hen op het dak van de gevangenis te gaan staan.

De militairen buiten denken dat de gevangenen op het dak staan en openen het vuur. Ze doden hun eigen collega's. Als de soldaten dat doorhebben, bestormen ze de gevangenis en doden zeker zestig gevangenen. Het is een slagveld. Aziz ziet hoe soldaten uit angst voor de gevangenen zelfmoord plegen door van het dak te springen. Er wordt gevochten met kettingen, messen en stokken. Aziz zit 'onder het bloed'. Hij zegt te hebben gevochten voor z'n leven, hij heeft gerend, geslagen en zich verstopt op het dak. De gevangenen weten een deel van de gevangenis onder controle te houden. Ze gijzelen de soldaten en gebruiken die om te ruilen tegen voedsel.

In januari 2009 eindigt de rebellie door een akkoord met de regering. Er komen meer vrijheden en familieleden kunnen op bezoek komen. In 2011 breekt de burgeroorlog uit in Syrië. Merkwaardig genoeg laat Assad een deel van de gevangenen, waaronder veel radicale islamieten, vrij. Volgens Aziz is het een poging tot verzoening, een teken van goede wil naar de opstandige bevolking. Volgens enkele westerse onderzoekscentra is het een tactische zet van Assad: door het jihadisme te voeden kan hij de steun van westerse landen behouden. Een groot deel van de gevangenen sluit zich inderdaad aan bij jihadistische groepen die Assad bevechten.

Ook Aziz komt vrij. Hij verblijft een paar maanden bij familie, maar voelt zich niet veilig, zegt hij. In de zomer van 2011 duikt hij onder bij vrienden in Idlib die hij kent uit Saydnaya. Het zijn islamitische strijders die de groep Ahrar al-Sham zullen oprichten. Aziz kent ook hun leider, Hassan Aboud - hij zat sinds 2007 in dezelfde gevangenis. Aziz en hij deelden een ruimte. De strijders vechten tegen Assad. Westerse, vooral Amerikaanse organisaties, typeren hen in die tijd als jihadisten met invloeden vanuit Al Qaida. Volgens een database van Stanford University trok de groep tot 2014 op met Al Nusra - later IS. In 2014 eindigt het verbond tussen IS en Ahrar al-Sham en worden het vijanden.

Aziz zegt dat hij niet vecht, enkel onderduikt. Hij wil het land uit, maar dat kan niet omdat het regime zijn paspoort heeft. Hij verblijft een tijdje in de grensregio van Syrië en Turkije totdat hij Syrië eind 2012 definitief verlaat. Zijn familie regelt voor tweeduizend dollar een vals paspoort voor hem. In het voorjaar van 2013 woont hij een paar maanden in Istanbul. Hij kan er moeilijk rondkomen en wil een nieuw leven opbouwen. Zijn plan is om naar Canada te gaan.

Eerst gaat hij, illegaal en verstopt in een busje, van Istanbul naar Athene. Daar koopt hij van smokkelaars een vervalst visum voor Frankrijk. Dat geeft hem vrije toegang tot Europa. In juli 2014 neemt hij vanaf Kreta het vliegtuig naar Amsterdam. Zonder problemen komt hij door de douane, zegt hij. Daarachter neemt een smokkelaar zijn Franse visum af om het te hergebruiken.

Met de trein reist hij naar Amsterdam CS. Van Syrische vluchtelingen weet hij dat hij zich moet melden in Ter Apel voor een officiële asielaanvraag. Na drie maanden krijgt hij een permanente verblijfsvergunning. Hij is eerlijk over zijn geschiedenis zegt hij, maar zijn naam, leeftijd, familienaam zijn vals. Hij wil niet dat de Syrische veiligheidsdiensten weten dat hij in Nederland is.

In november 2015 komt hij in Amsterdam wonen. Hij gaat werken in een café. Hij wil gaan studeren, de taal leren. En hij bezoekt af toe bijeenkomsten in debatcentra, zoals die met het burgercollectief Raqqa is Being Slaughtered Silently, dat het leven onder IS in Raqqa vastlegt. Als na de film van de groep de activisten een foto van hem willen nemen omdat ze hem herkennen, loopt hij weg. Dat wil hij niet. Hij is nog steeds bang voor het Syrische regime. Hij gaat in het café van De Balie zitten. Hij krijgt niets mee van de consternatie die ontstaat.

Met IS heeft hij nooit iets te maken gehad, zegt hij. 'Mijn probleem is dat ik in de Saydnaya-gevangenis was. Dat kan ik niet veranderen.' Daardoor kent hij hooggeplaatste IS-leiders. Hij gokt dat 30 procent van de gevangenen uit Saydnaya bij IS is gegaan. Van de twaalf vrienden met wie hij religieuze boeken las, zijn er drie gedood in de gevangenis, twee zijn bij IS gegaan. Van de anderen weet hij het niet. 'Het enige wat ik wil, is veilig zijn. Ik wil mezelf niet hoeven verdedigen. Ik wil een nieuw leven, een tweede kans.'

De oorlog heeft zijn leven en dat van zijn familie en vrienden verwoest. Bijna vier jaar zag hij zijn familie niet toen hij in de gevangenis zat. Broers zijn omgekomen, anderen gevlucht. Vrienden zijn vermoord, sommigen bij IS gegaan. Terug naar Syrië kan hij niet zolang Assad aan de macht is. In Nederland was het rustig voor hem, had hij een perspectief gekregen. Totdat hij werd gezien als IS-strijder. 'Het kan alles verwoesten wat ik heb opgebouwd', zegt hij.


Spreekt Aziz de waarheid?

Is de Syriër oprecht? De Volkskrant heeft geprobeerd zijn verhaal zo veel mogelijk te verifiëren. Zijn zaak toont de dilemma's voor veiligheidsdiensten in de omgang met personen uit een oorlogsgebied.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.