'Ik ben Charlie', dacht ik, dat is óók: gewoon doorgaan

Ik ben Charlie!

Gisteren kwam de redactie van Charlie Hebdo bij elkaar in het gebouw van de krant Libération. Aan de orde was het nummer van volgende week. Hoofd-redacteur Gérard Biard was er, want die zat woensdag toevallig in Londen. Tekenaar Luz was er ook - die komt altijd te laat. En Willem was er, Bernard Holtrop, want die bezoekt liever geen redactievergaderingen. Mannen die met recht 'Je suis Charlie' mogen zeggen.

Want daar ging het hier dus over, 24 uur na de slachting: of je wel 'Ik ben Charlie' mocht zeggen als je helemaal geen Charlie heette, van je leven nog geen Mohammed-cartoon had getekend en nog nooit was bedreigd - laat staan dood-geschoten. Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam, vond dat het mocht. Hij zei het donderdag zelfs in het Frans: 'Ce soir je suis Parisien, et je m'appelle Charlie!'

Over de hele wereld werd 'Ik ben Charlie' binnen een etmaal codetaal voor medeleven, solidariteit, hoop, verbondenheid, vrijheid; een eenvoudige maar doeltreffende uiting van afkeer van haat en geweld. Menselijke waardigheid en verbroedering, verpakt in drie woorden.

Maar in dit land van dorre bijbelexegeten en uitleggers van het woord ging 'Ik ben Charlie' onder het mes en werden degenen die het gebruikten als valse profeten terzijde geschoven. De mensen die een bordje met 'Ik ben Charlie' omhooghielden, konden onmogelijk Charlie zijn.

Dit land is vaak nog veel kleiner dan het toch al is.

Gelukkig had de NOS op de site een artikel gewijd aan de vraag: 'Hoe ben je een goede Charlie?', had Henk Schiffmacher een 'Ik ben Charlie'-tattoo gezet en iemand kwam op het lumineuze idee van 'Ik ben Charlie'-bumperstickers.

Gérard Biard gaf na de vergadering een interview. Het volgende nummer, zei hij, wordt géén hommage aan de doden. En ook geen necro-nummer. 'Het wordt een normaal nummer, met álle tekenaars en redacteuren van Charlie Hebdo. In dit nummer zijn ze niet dood. Ze zijn er allemaal, zoals ze er altijd zijn geweest.'

Terwijl ze bij Charlie Hebdo het volgende nummer in de steigers zetten, was elders de jacht op de twee broers die woensdag tien redactieleden vermoordden nog in volle gang: ze hadden zich verschanst in een drukkerij. Even later werd bekend dat een man met een kalasjnikov een supermarkt was binnengelopen en daar ook mensen gijzelde.

De NOS zond de ontwikkelingen in Frankrijk nu live uit. In de studio stelde Dionne Stax vragen bij de beelden aan de heer Jelle van Buuren, terrorisme-expert. Het werd naarmate de middag vorderde steeds meer een tragikomische act voor twee personen. Er gebeurde urenlang niks, het had wel iets van Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot tijdens een oneindige wandeletappe in de Tour op een lome julidag.

Bij Charlie Hebdo konden ze de enorme toevloed van abonnees niet aan. Het geld stroomde ook binnen, zo veel hadden ze nog nooit gehad, zei Biard. Het nummer van volgende week wordt gedrukt in een oplage van één miljoen, twintig keer zoveel als normaal.

'We gaan door met lachen en de lezers laten lachen', zei de hoofdredacteur, 'want we kunnen niks anders.'

'Er is geloof ik actie', zei Dionne Stax met enige opluchting in haar stem. Ze was duidelijk door haar vragen aan terrorisme-expert Jelle van Buuren heen. Er was inderdaad actie .

'We werken hier met z'n allen aan een grote tafel', zei Biard, 'en maandagavond kiezen we zoals altijd de cover.'

'Ik ben Charlie', dacht ik, dat is óók: gewoon doorgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.