'Ik ben 23 en verkering vind ik niet langer stom'

Lust & liefde

Anna (23) baalt van vrouwen die thuisblijven bij hun vriend, maar ze twijfelt ook over haar vele losse contacten.

'Nu ik ouder word, denk ik: ik kan toch niet eeuwig alleen blijven?' Foto anp

Op een bepaalde manier ben ik zeker nieuwsgierig naar de liefde. Vaak genoeg vraag ik me af hoe een ideale relatie eruit zou zien. Heb je dan samen een eigen taal? Voel je zonder woorden aan hoe de ander zich voelt? Zit je dan samen in een kamer met anderen en voel je je zo verbonden dat je met zijn tweeën een eilandje bent en precies weet wanneer de ander zich verveelt of ergert? Dat zou mooi zijn. Aan de andere kant zie ik vriendinnen imploderen zodra ze een vriend hebben. Ze komen nauwelijks nog de deur uit. Als ik ernaar vraag, zeggen ze: ja, maar dat begrijp jij toch niet. Jij bent niet verliefd, ik voel zoveel voor hem dat ik geen behoefte meer heb om uit te gaan. Hoewel ze hun best doen mij te overtuigen, vind ik ze slap.

Zelf heb ik veel losse contacten; de mannen die ik aantrek, vallen voor mijn zogenaamde openheid en mijn grote mond. Ik praat provocerend en maak seksueel getinte opmerkingen. Daar voel ik me veilig bij, op die manier blijf ik ze een stap voor. Ik weet namelijk precies wat er gaat gebeuren als ik nonchalant of grappend zeg dat ik zin heb in seks. Eerst kijkt een jongen mij verbaasd aan: jij durft. En dan begint het spel. Vaak heb ik dan al lang besloten dat er niks gaat gebeuren die avond, maar het feit dat er iets kan gebeuren, is al genoeg. De fase vóór seks is sowieso meestal opwindender dan de seks zelf. Door het initiatief te nemen, bepaal ik. Wat roekeloos lijkt, is in wezen opperste controle. Eenmalig contact hoeft trouwens niet goedkoop te zijn, het is vaak intiem. Al realiseer ik me dat ik met mijn gedrag niet bepaald types aantrek die op zoek zijn naar iets serieus. Ik heb nog nooit een vaste verhouding gehad. En dat wil ik ook niet. Of misschien toch wel?

Toen ik 8 was, zei ik tegen mijn moeder: ik wil geen vriend. Mijn moeder lachte en vroeg of ik daarvoor wilde tekenen. Daardoor heb ik nog steeds een A4'tje met deze verklaring. Het was niet dat ik jongens stom vond, ik vond verkering stom. Een zwakte van vrouwen die leidde tot afhankelijkheid. Die woorden vond ik natuurlijk pas veel later. Een leuke jongen die mij in groep zes verkering vroeg, heb ik eens hooghartig achtergelaten bij het schoolbord. Omdat ik toen al voelde dat verkering leidt tot stilstand. Nu ik ouder word, denk ik: ik kan toch niet eeuwig alleen blijven?

Misschien veroorzaakt mijn angst voor stilstand juist stilstand. Nog even en ik ben de enige die alleen over is. Het lijkt wel of ik een glazen wand om mij heen heb opgetrokken waardoor mannen alleen een deel van mij zien: mijn zorgeloosheid en mijn lef. Zou je die laag bravoure wegvegen, dan kom je direct uit bij de schroom, maar dat ziet niemand. Dat is de schroom om toe te geven dat ik misschien meer wil dan alleen seks. Zoals bij de jongen die ik een tijdje geleden leerde kennen. Tijdens de eerste ontmoeting praatten we over familie, muziek en theater, maar toen ik de keer erop hoopte op een herhaling, was ik bang dat hij zou zeggen: we hebben al seks gehad, wat wil je nog meer? Dus hield ik mijn mond en eindigde de nacht 's ochtends vroeg op de fiets naar huis.

Soms maakt zo'n ervaring me verdrietig en huil ik de hele weg terug, maar het is gecompliceerder dan dat. Want ik doe me niet stoerder voor dan ik ben, ik ben echt zo. Ik houd van die vrijheid om te kunnen vertrekken. Alleen: niet uitsluitend. Als theatermaker in opleiding maak ik voorstellingen over vrouwen met macht die weigeren te baren - mijn moeder vond het vreselijk toen ze die zag. Ik zoek en pieker, maar weet geen middenweg. Soms kijk ik naar mijn ouders en vraag me af: hoe zit het eigenlijk met jullie? Zijn jullie echt gelukkig getrouwd? De ruzies van vroeger zijn er niet meer. Mijn moeder is vaak moe en zit op de bank en mijn vader reist veel voor zijn werk en is ook vaak moe. Ik vond het raar toen mijn moeder laatst een stedentrip met mij afzegde omdat ze mijn vader dan zo lang niet zou zien, want hij zou daarna weggaan.

Ik ben 23 en verkering vind ik niet langer stom. Maar ik weet de goede vorm niet. Geef toe, hoe groot is de kans nu helemaal dat ik iemand tegenkom die mij net zo superleuk vindt als ik hem? Dat afbreken van mijn verdedigingsmechanismen wil ik wel, alleen niet nu. Voor ik het weet, sta ik voor iedereen te kijk. Ik zou een man willen ontmoeten die denkt: hé, haar kan ik helpen, en zij mij. Een man die de moeite neemt zijn neus tegen die glazen ruit te duwen en mijn twijfels ziet, mijn onzekerheden en mijn idiote eetgedrag, waarbij ik dezelfde controledrift vertoon als in mijn contact met mannen: perioden van matigheid afgewisseld met vraatzucht. Dan verdwijnt die wand vanzelf. Vaak maak ik me zorgen over later. Of ik wel een baan zal vinden bijvoorbeeld. Of ik iemand tegenkom die met mij wil zijn, want het kan natuurlijk ook dat ik gewoon niet meer waard ben dan dit. Hoe dan ook, eerst moet ik erachter zien te komen of ik iemand wil vinden. Zolang ik om mij heen nog steeds vooral voorbeelden zie van hoe ik het niet wil, is het antwoord daarop nog niet volmondig ja.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Anna gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Ook uw doodgewone verhaal willen we horen. Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl.

Meer over