Mpho Tutu van Furth

Interview Mpho Tutu van Furth

‘Iemand voor racist uitmaken helpt niet’

Mpho Tutu van Furth Beeld Malou van Breevoort

Priester Mpho Tutu van Furth, dochter van Desmond Tutu, spreekt over racisme in Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en Nederland. ‘Durf niet alleen te spreken, durf ook te luisteren.’

Het eerste wat de Zuid-Afrikaanse priester Mpho Tutu van Furth uitroept als ze de voordeur van haar huis opendoet is: ‘Kom binnen, kom binnen! Oooh, ik ben deze afspraak hélemaal vergeten!’ Ze loopt in een glanzende, strakke sportoutfit, sneakers eronder, ze heeft net haar dagelijkse oefeningen voor de tv gedaan. Nee hoor, de afspraak hoeft niet verzet. Lachend gooit ze de deur van de huiskamer open, veegt de eettafel schoon en zegt: ‘Ga zitten, wat wil je drinken?’

In de aanpalende keuken zet ze thee, die ze met de laatste pepernoten van het seizoen op tafel zet. Ze doet een jasje aan om niet af te koelen na het sporten en gaat zitten. ‘Zullen we een moment stil zijn?’ Ze sluit haar ogen, vouwt haar handen en er is even niets meer in huis te horen. Later legt ze uit dat ze altijd bidt voorafgaand aan een ontmoeting. Ze wil ‘landen’, haar hoofd leegmaken en er helemaal zíjn.

Het stond toch echt zwart op wit in onze mailwisseling, die ze van haar kant telkens afsloot met ‘blessings’. We zouden elkaar niet lang na Sinterklaas spreken, wat geen ingewikkelde onderneming is want ze woont in Amstelveen. Het interview zou onder andere gaan over haarzelf – ze is de jongste dochter van Desmond Tutu, de beroemde Zuid-Afrikaanse aartsbisschop in ruste, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn verzet tegen de apartheid en strijdmakker van Nelson Mandela.

U lijkt op hem, vooral als u lacht.

‘Absoluut. We hebben in Zuid-Afrika dezelfde tandarts, die eens tegen me heeft gezegd: ‘Als je vader ooit zijn vaderschap ontkent, dan hoef je me alleen maar te bellen.’’ Klaterende lach.

Sinds twee jaar bouwt ze een leven op in Nederland. Ze trouwde in 2015 met Marceline van Furth, kinderarts en infectioloog van het VUmc in Amsterdam. Het huwelijk kostte haar het priesterschap bij de Zuid-Afrikaanse Anglicaanse Kerk, want die accepteert geen homohuwelijk. ‘Het was bijzonder pijnlijk voor mij’, zegt ze. Extra wrang: haar vader verbond zich in 2013 aan een VN-campagne voor lgbt-rechten. Desmond Tutu verklaarde dat deze strijd voor hem even belangrijk was als die tegen de apartheid. ‘Ik kan geen homofobe God aanbidden’, sprak hij. Gelukkig kan zijn dochter nog priester zijn in de Verenigde Staten, benadrukt ze, in 2004 werd ze er in de Episcopale Kerk gewijd.

Mpho Tutu kust haar vader, nadat zij door hem tot priester is gewijd in Alexandria, Virginia, in 2004. Beeld REUTERS

Mpho – spreek uit: Mm-poo – Tutu van Furth (55) groeide op in het Zuid-Afrika van de apartheid. Vanaf 1975 zat ze op kostschool in Swaziland, begin jaren tachtig vertrok ze naar de Verenigde Staten, waar ze dertig jaar bleef. Ze studeerde elektrotechniek in Washington en werkte in New York met Zuid-Afrikaanse vluchtelingen. In 1993 trouwde ze met een sportjournalist van The Boston Globe en kreeg met hem twee dochters, die nu 22 en 12 zijn. Van 1999 tot 2003 deed ze de episcopale opleiding tot priester in Cambridge, Massachusetts. In 2011 keerde ze terug naar Zuid-Afrika om de Desmond and Leah Tutu Legacy Foundation te leiden, die ijvert voor vrede en gerechtigheid.

En nu woont ze in een hoekhuis in Amstelveen en is ze in Nederland en andere Europese landen actief als spreker, schrijver en priester. Ze leven met z’n vijven, haar jongste dochter is met haar meegekomen en haar echtgenote heeft ook twee kinderen. Tutu en Van Furth kwamen elkaar in 2011 tegen in Zuid-Afrika. Ze trouwden in Oegstgeest en gaven een feest in Zuid-Afrika, waarbij Desmond Tutu zijn vaderlijke zegen gaf.

Haar invloed op de Amstelveense woonkamer is onmiskenbaar. Tussen het meubilair staan overal schildersezels met pastelkleurige portretten van geliefden die ze heeft gemaakt – want ze schildert ook. Als haar echtgenote halverwege het gesprek binnenkomt, maakt Tutu een lunch. Er komt een overdadige hoeveelheid happen uit de keuken, een mix van Nederlands en Zuid-Afrikaans eten – en wie weet uit wat voor landen nog meer.

Wat we verder afspraken via de mail: dat het interview óók gaat over de vraag hoe we in Nederland uit de racismediscussie kunnen komen. Anti-Zwarte Piet-demonstranten zijn met eieren en bier bekogeld, er is ‘hoer van de zwarten’ geroepen, de politie had het smoordruk. De verdeeldheid neemt toe, dat is geen overdreven conclusie.

Heeft Mpho Tutu een oplossing? Haar vader moest in 1995, vijf jaar na afschaffing van de apartheid, zwart en wit nader tot elkaar brengen als voorzitter van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. In 2014 schreef ze samen met hem The Book of Forgiving, over de vier stappen die leiden tot harmonie. Ze vertelt er onder andere in hoe ze de moordenaar van haar geliefde huishoudster Angela probeert te vergeven. Ze vond Angela’s lichaam in 2012 in haar Zuid-Afrikaanse huis op de vloer in een plas bloed.

Vergeving is nog steeds haar thema, maar daarover later meer. Eerst de racismekwestie. Zodra het hierover gaat, praat Tutu bedachtzaam, ze laat geregeld stiltes vallen. ‘Er zijn twee problemen met het woord racisme’, zegt ze. ‘Als je het noemt, is er meteen spanning en de reactie is meestal: ‘Maar ik ben geen racist.’’

Dat is precies wat er in Nederland gebeurt.

‘En het eindigt ermee dat er geen discussie meer is. Er is geen zelfonderzoek. Ik vind het racismewoord niet nuttig.’

U gebruikt het nooit?

‘Ik gebruik het wel, maar ik let goed op waar en hoe.’

Heeft u de indruk dat we in Nederland in een verdeelde samenleving leven?

‘Ik weet niet hoe versplinterd de Nederlandse samenleving is. Ik zie dat hier allerlei nationaliteiten leven, maar ik weet nog niet veel van de onderlinge interactie. Wat wel zo is: witte mensen hebben overal het voorrecht dat ze niet hoeven te weten hoe het leven van de hele rest van de mensheid is. Ze hebben niet de ervaring dat hun huidskleur wordt gezien als een tekort, waardoor de aanname is: iedereen leeft zoals ik. Dan wordt racisme moeilijk waar te nemen, tenzij je ernaar zoekt.’

Hebben álle witte mensen hier last van?

‘In het algemeen hoeven ze niet stil te staan bij de vraag of hun ervaringen dezelfde zijn als die van anderen. Voor zwarte mensen is dat anders. Zij moeten leren navigeren in de witte wereld.’

Heeft u racisme in Nederland meegemaakt? Ik vraag het omdat de meningen verschillen over de vraag in welke mate hier racisme voorkomt.

‘Racisme bestaat overal, in de hele wereld. In Nederland is mijn ervaring… Ja, ik voel me onzichtbaar. Ik ging hier het afgelopen jaar naar meerdere begrafenissen, waar ik de enige zwarte persoon was. Ofwel mensen liepen langs me heen, ofwel ze liepen bijna dóór me heen. Mijn vrouw zei: ‘Ze weten niet wat ze met je aan moeten.’ Ik pas niet in het plaatje, om zo maar te zeggen.’

Mpho Tutu van Furth Beeld Malou van Breevoort

Is Zwarte Piet racisme?

‘Raciale vooroordelen heeft iedereen in meerdere of mindere mate. Maar als je racisme definieert als vooroordeel plus macht, dan is er écht sprake van racisme. Dus ja, zolang Zwarte Piet voortbestaat is dat racisme, want daarmee wordt gezegd: dit is onze traditie en jullie hebben niet het recht daar boos over te zijn. Dat is macht: een traditie voortzetten in het gezicht van mensen die zich erdoor beschadigd voelen. Ik heb het over black face, hè? De karikatuur met de dikke lippen. Een schoorsteenpiet ziet er al heel anders uit.’

Is uw ervaring in Nederland anders dan in andere landen waar u heeft gewoond? In Zuid-Afrika onder de apartheid lag bij wet vast dat zwarte mensen inferieur waren, dat lijkt me toch wel andere koek.

‘Het was erger, in die zin dat racisme geïnstitutionaliseerd was. Zwarte Zuid-Afrikanen ondergingen het met boosheid, maar die brandde in zekere zin alles schoon. Je wist wat je kon verwachten, zelfs als dat onrechtvaardig was. Het was boosheid zonder bitterheid.’

Echt waar?

‘Ja. En mijn ervaring met Afro-Amerikanen in de VS is: die zijn boos én bitter. En die bitterheid komt voort uit de gedachte: we hebben iets anders gekregen dan ons is beloofd. In de wet staat dat we allemaal gelijk zijn, maar dat zijn we niet. Dat wordt als verraad ervaren.’

En hoe omschrijft u de situatie in Nederland?

‘Min of meer dezelfde als in de VS. Racisme levert hier boosheid vermengd met bitterheid op. Zwarte mensen hebben het gevoel: we worden verondersteld gelijk te zijn, maar dat zijn we niet. En wat erbij komt: ze voelen dat hun werkelijkheid wordt genegeerd. Dus ze voelen zich verraden én er wordt hun verteld dat ze gek zijn, want wat ze meemaken bestaat niet.’

Zoiets was onlangs aan de hand in Trouw. Anti-Zwarte Piet-activist Jerry Afriyie zei in een interview dat zwarte Nederlanders met minder rechten moeten leven dan witte. Een aperte leugen, zei columnist Sylvain Ephimenco, iedereen is voor de wet gelijk.

‘Voor de wet is iedereen gelijk, maar in de praktijk niet. Als ik samen met mijn vrouw een dure winkel binnenga, gaat de aandacht altijd uit naar haar. Het is duidelijk wat de gedachte is: zij kan zich deze spullen veroorloven en ik niet. Als ik alleen zo’n winkel binnenga, word ik genegeerd of de hele tijd in de gaten gehouden. Het staat nergens op papier, maar het is wel de ervaring van zwarte mensen, op veel plekken in de wereld.’

Er zijn witte mensen die vinden dat zwarte mensen net zo goed generaliseren, namelijk over hén. Ze zeggen: waarom ga je er op voorhand vanuit dat ik niet deug? Dat is de patstelling waarin we in Nederland zitten.

‘Dat is niet nieuw. Het is onderdeel van elke ruzie: ik wil dat je begrijpt hoe ik me voel, ik wil dat je mijn kant van het verhaal ziet, oog hebt voor mijn gezichtspunt, mijn pijn.’

Hoe komen we hieruit?

‘Vertel elkaar verhalen. Laat iemand praten, laat iemand zich uiten, zonder onderbreking. En daarna mag de ander vertellen. Want dat is de reden dat we met de koppen tegen elkaar staan: beide kanten voelen zich niet gehoord. Beide kanten hebben het gevoel: wat ik zeg, is niet belangrijk genoeg om naar te luisteren.’

Verhalen vertellen is de eerste stap op weg naar verzoening, volgens de Tutu’s in The Book of Forgiving. Het proces is gebaseerd op de Afrikaanse Ubuntu-filosofie, die ervan uitgaat dat elk mens iemand is via andere mensen, dat we een weefsel vormen. ‘Wie iemand schade toebrengt, beschadigt de hele gemeenschap. Dat moet worden hersteld. Het is een erg Afrikaanse manier van denken, het is de lucht die ik inadem’, legt Mpho Tutu uit. Het is veelzeggend dat in haar moedertaal Xhosa niet wordt gezegd ‘het spijt me’, maar ‘ik vraag om vrede’.

Hoe bereik je die? Door alle vier stappen in het proces te volgen. Na het verhalen vertellen is stap twee: het leed, de pijn benoemen. ‘Wat zo mooi is aan dit proces, is dat je niets onder het tapijt hoeft te schuiven, je hoeft niets te verbergen’, zegt Tutu. ‘Je hoeft niet te ontkennen hoe pijnlijk woorden, daden en ervaringen voor jou zijn geweest.’ Stap drie is vergeving en stap vier is bezinning op de relatie. Willen partijen die veranderen of loslaten?

De Waarheids- en Verzoeningscommissie die uw vader heeft geleid, doorliep dit proces met daders en slachtoffers. Kunt u zeggen dat het heeft geholpen?

‘Er is na de apartheid een bloedbad voorkomen. Het land is niet uit elkaar gevallen. Maar het idee was dat de commissie slechts het begin was van de gesprekken die we nog zouden voeren. Ze zou het begin zijn van talloze nieuwe relaties.’

Dat is niet helemaal gelukt, toch?

‘Nee, zo is het niet gegaan. Veel daders hebben gedacht: mooi, ik ben vergeven, ik kan doorgaan met mijn eigen leven.’

Nu heeft u het vooral over de witte Afrikanen?

‘Ja. Het gevolg is dat de maatschappij nog bijna hetzelfde is als onder de apartheid. De economische verdeling, de mogelijkheden die mensen hebben: op papier zijn ze anders geworden, maar in werkelijkheid zijn ze nog hetzelfde.’

Er is ook veel corruptie in regeringspartij ANC, veel armoede waar niets aan gebeurt. Voor uw vader is het reden niet langer op het ANC te stemmen.

‘Veel mensen denken er zo over.’

Hoe gaan we dit proces in Nederland organiseren?

Ze roept uit: ‘O, mijn hemel. Jullie zijn zo goed in organiseren.’ Lachend: ‘Dit kunnen jullie vast zelf bedenken.’

Moeten we elkaar verhalen vertellen in kranten? Op televisie? In het theater? In debatcentra? Moeten we vaker op bezoek bij de buren?

‘Het kan allemaal. We zijn afgedreven van de oude plekken waarop we gemeenschappelijke grond ervoeren, zoals de kerk, het marktplein, de winkel waarin we een praatje maakten. We zijn min of meer losgeraakt van elkaar.’

In de westerse wereld of overal?

‘Ik denk vooral in de westerse wereld. Dat heeft ook te maken met de vraag: hoe gaan we om met diversiteit? Hoe vinden we ondanks onze verschillen gezamenlijke grond? De Nederlandse samenleving is divers. Als we niet willen versplinteren, móéten we elkaar vinden. We moeten nadenken over de vraag: wat is ons gezamenlijke verhaal?’

Er zijn mensen die zeggen: ja, we hádden een gezamenlijk verhaal en dat was onze Nederlandse identiteit. Nu zijn er mensen van buiten bij gekomen en dreigt die te verdwijnen, daarom klampen we ons vast aan Zwarte Piet.

‘We moeten accepteren dat we een mozaïek zijn. Dat betekent niet dat je verloren bent, dat je elk onderdeel van de Nederlandse identiteit moet weggooien, maar dat die bestaat uit ál die rijkdom.’

Steeds meer mensen verwerpen het verhaal van de mozaïek – ofwel de multiculturele samenleving. Ook politici.

‘Ik snap de angst. En die is: we verliezen wat we waren en wat we hadden. Maar daarmee wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat het nieuwe een verrijking kan zijn. Over mensen die hier uit andere delen van de wereld komen, wordt gezegd: jullie zijn een invasie, jullie dringen óns land binnen.’

Dat wordt inderdaad gezegd.

‘Ja, eerder konden jullie uitkiezen wat jullie land binnenkwam. De kruiden van jullie pepernoten bijvoorbeeld, die komen uit Indonesië en nog wat andere landen. Hoe zijn jullie op het idee gekomen ze te halen? Jullie drongen die landen binnen en decimeerden de bevolking, júllie waren de invasie. En nu zeggen jullie: dit is van ons, dit zijn onze tradities. Maar waar zijn die tradities vandaan gekomen?’

U wilt zeggen: Nederlanders hebben hetzelfde gedaan als wat we nu anderen verwijten die hier komen? En erger?

Ze pakt een pepernoot en houdt hem in de lucht. ‘Je kunt zeggen: deze is écht Nederlands. Maar dat ding dat zo echt Nederlands lijkt, bestaat allang uit ingrediënten uit allerlei landen. En dat noemen jullie echt Nederlands en dan zijn jullie bang dat kwijt te raken. Wat jullie typisch Nederlands noemen, is allang versterkt met diversiteit uit de hele wereld. De mozaïek bestaat allang.’

Oké, het hele proces dat leidt naar het nieuwe, grote, gezamenlijke verhaal begint bij de kleine verhalen die we elkaar vertellen, zegt u. Is het noodzakelijk dat we elkaar uiteindelijk vergeven?

‘Dat is niet noodzakelijk, we kunnen doorgaan met hoe het nu gaat. Maar als we willen dat dingen veranderen, is vergeving een belangrijk middel. Daarvoor moeten beide partijen doorkrijgen: o, wacht even, ik vertel die ander niet hoe ik mij voel om hem te beschuldigen, te ontmenselijken. Ik vertel dit omdat ik een beroep doe op zijn menselijkheid. Die ander is geen monster, maar een mens. Dus tegen iemand zeggen dat hij een racist is, zal niet helpen.’

Hoe zou het anders kunnen?

‘Je kunt zeggen: het voelt alsof je me belachelijk maakt, alsof je me uitlacht en vernedert, je hebt er waarschijnlijk nooit bij stilgestaan hoe het voor mij is wat jij doet, omdat je mijn ervaringen niet hebt, maar misschien kun je proberen je in die ervaringen te verplaatsen. Misschien begrijpt die ander je dan wél.’

Uw tuinman is veroordeeld voor de moord op uw huishoudster Angela. Vermoedelijk wilde hij een computer uit uw huis stelen en is hij door haar betrapt. Toen u in 2014 het boek met uw vader schreef, was u nog niet zover dat u hem kon vergeven. Heeft u dat intussen gedaan?

‘Jaaa, ik heb medelijden met hem. Ik voel verdriet om hem. Hij heeft een leven beëindigd en daarmee heeft hij een ander leven weggegooid, zijn eigen. Maar zolang hij ademt, is er hoop. Ik hoop voor hem dat hij verandert. Ik heb hem vergeven omdat ik hem het goede wens.’

Dat is het teken dat u hem hebt vergeven? Dat u hem het goede wenst?

‘Ja.’

Ik vind het eerlijk gezegd erg moeilijk te begrijpen hoe je een moordenaar kunt vergeven.

Lange stilte. Dan: ‘Ik wil hem geen macht geven over mijn leven. Ik wil niet dat hij recht kan doen gelden op mijn emotionele huishouding. Ik wil mijn tijd niet spenderen aan nadenken over de vraag hoe ik hem kan laten boeten. En de tweede reden is Angela zelf. Zij was slim, een erg mooie, liefdevolle vrouw. Ik wil hem niet in haar naam haten. Dat is waarom ik vergeef.’

Ik mag toch aannemen dat u wel eens boos bent geweest, bijvoorbeeld over wat u meemaakte tijdens de apartheid.

‘O, erg boos. Furieus. Ik herinner me dat ik begin jaren tachtig in Zuid-Afrika met mijn ouders naar de kerk ging om de Soweto-opstand uit 1976 te herdenken, waarbij meer dan zeshonderd doden vielen. Na de dienst had de politie de kerk omsingeld. We renden naar de auto, maar mijn zus was te laat. Ze werd geslagen door de politie, met leren zwepen. Ik was woest. Ik zag niets meer, zó kwaad was ik. Ik dacht: als ik een handgranaat had gehad, dan… en toen stopten mijn gedachten. Ik dacht: er moet een betere manier zijn. Dit leidt alleen maar tot escalatie.’

Wanneer is de woede overgegaan?

‘Toen ik een aantal jaren later in New York vluchtelingen uit Zuid-Afrika ging opvangen. Ze waren politiek actief geweest en we hadden allemaal zoiets: wij staan voor een nieuw Zuid-Afrika.’

En hoe bent u priester geworden?

‘Ik deed allerlei projecten, met vluchtelingen, moeders, kinderen, daar was ik erg goed in. Maar ik begon te voelen dat een project geen levens verandert, religie wel.’

Mpho Tutu met Desmon Tutu en Nelson Mandela.

Religie is zo’n groot, gezamenlijk verhaal waarover u het net had.

‘Zeer zeker. Religie geeft de mogelijkheid in een groter, allesomvattend verhaal te stappen.’

Midden in de huiskamer staat een foto uit 2001, waarop ze tussen haar vader en Nelson Mandela in staat, op het feest voor haar vaders 70ste verjaardag. Haar moeder zit aan de andere kant van Mandela, de sfeer is gemoedelijk. Intussen is Mandela er niet meer en haar vader is 87.

Kun je zeggen dat alle verdeeldheid van nu ook te maken heeft met een gebrek aan leiders zoals Mandela en uw vader?

‘Ik weet het niet. Ik denk: als de tijd rijp is, stappen de juiste leiders naar voren. Als we klaar zijn om te luisteren naar elkaar, maken we ruimte voor dat soort leiders.’

De leiders die we nu hebben, zeggen iets over ons en de situatie waarin we onszelf hebben gebracht?

‘Ja. Absoluut. De leiders die ons dichter bij elkaar brengen in plaats van verdelen, zullen er komen als we niet alleen durven spreken, maar ook durven luisteren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.