' iedereen heeft gevoelens waarover je kunt zingen'

Naar de plekken van de jeugd. Deze week: Birgit Schuurman (24), zangeres...

Het afscheid van haar geboortehuis in Bunnik, twee jaar geleden, viel haar zwaar. Weliswaar was ze al bijna iedere dag bij haar vriendje in Amsterdam, maar na de zomer van 1999 trok ze definitief bij hem in. 'Al mijn spullen gingen in één keer over. Een halfjaar later verhuisden mijn ouders zelf ook. Dat was vrij abrupt. Ik begrijp het wel. Voor hen was het: 'Dit is de oude kamer van Birgit, dit is de oude kamer van Katja.' Wij waren het huis uit. Ze wilden ook een grotere tuin en mijn vader wilde beneden kunnen werken. Maar de verhuizing kwam plotseling. De laatste keer dat ik er was, stonden overal nog dozen, twee weken later waren mijn ouders over. Ik dacht: jeetje, na 22 jaar en dan zo

abrupt... Ik heb eigenlijk nooit echt afscheid genomen van dat huis.'

Ze woonden in een gewoon rijtjeshuis aan een toen nog nieuw woonerf, Van Merken-steyngaarde 18. Ze heeft nog een foto van haar moeder, met een bolle buik werkend in de toen nog nieuwe tuin, van haar in verwachting. Katja was al eerder, in Utrecht geboren.

Bunnik dus. Niet bepaald een opwindend dorp, even onder Utrecht. Er gloort een oude dorpskern, maar nergens wordt het echt sfeervol, of het moet aan de rand van het dorp zijn, waar de Kromme Rijn kronkelt. Veel Utrechtse gezinnen, zoals ooit het gezin Schuurman, zijn er komen wonen. En er wordt nog steeds gebouwd.

We komen langs de Anne Frankschool (de eerste blokfluitlessen), langs 't Trefcentrum (jazzballet met Katja), het muziekschooltje (saxofoonlessen) en de bibliotheek ('Daar was ik vaak. Ik hield van lezen.').

Opeens slaakt ze een gil en slaat haar hand voor de mond. 'Oh nee toch, wat erg!' We staan stil bij een rij huizen in aanbouw. 'Dat meen je niet! Hier was echt een supergroot weiland met allemaal koeien. En schapen. We plukten hier altijd het schapenhaar van het prikkeldraad.' In twee jaar tijd kan veel veranderen. Ze mokt: 'En die huizen zijn nog lelijk ook.'

De buurt waar ze opgroeide. Langs het huis waar ze ooit bloedbesjes naar binnen schoot met zo'n plastic blaaspijp, net terwijl die man aan het witten was. En langs het huis van haar eerste 'vriendje' Martijn, het zoontje van de rijschoolhouder. '"Liefe Beerkit," schreef hij. Zo schattig.' Ze had er een gelukkige, onbezorgde jeugd, in deze doodnormale buurt.

Ze herinnert zich de verjaardagfeestjes. Vader en moeder organiseerden altijd iets leuks. Vader ging boven poppenkast spelen of ze draaiden tekenfilmpjes met een projector. Alle kinderen met een bakje Nibbits. Vaak was het mooi weer op haar verjaardag, op 1 juli. Dan was het feestje in de tuin.

De zusjes Schuurman - Katja is twee jaar ouder - hadden het met elkaar getroffen. 'Kat en ik speelden altijd samen. Pas toen zij naar de middelbare school ging, hield dat op. Op een dag zouden we de bruiloft van de barbies spelen, maar toen ging ze opeens met een vriendin naar de stad. En mijn moeder had nog wel een echt bruidsjurkje gemaakt.'

Haar vader was de jongste van zeven kinderen van een Utrechtse timmerman en de enige die ging studeren. Hij werd leraar en was later directeur van een schoolbegeleidingsdienst. Sinds drie jaar werkt hij als bedrijfsadviseur. Ze laat foto's zien. 'Hij heeft een snor. Zo lijkt hij net een Turk, of een Griek. Ken jij trouwens mannen die het leuk vinden om te winkelen? Nou, mijn vader vond het geweldig om met zijn dochters naar de stad te gaan.'

Was haar vader 'heel pedagogisch' ingesteld, haar moeder was 'gewoon een hele lieve vrouw die vooral geen ruzie wilde'. Geboren en opgegroeid op Curaçao en op haar zestiende naar Nederland gekomen om de Pedagogische Academie te doen. Daar leerden Birgits ouders elkaar kennen. Na hun opleiding, in 1970, trouwden ze en vertrokken ze samen naar Curaçao. Na twee, drie jaar lesgeven op verschillende scholen (Bir git: 'Ook in de krottenwijken') kwamen ze terug. 'Mijn moeder ging hier in Bunnik werken op de Anne Frank school. Later, toen ik al op die school zat, gaf mijn moeder nog invallessen. Mijn moeder is erg creatief. Ze schildert nu en ze maakt een soort paradijs van de tuin. Niet zo'n suffe Hollandse tuin, maar één met bloemen en planten die je op Curaçao ziet.'

Ze herinnert zich de vakanties op Cura çao. 'Dat te gekke, grote huis van mijn opa en oma, met mango- en mispelbomen in de tuin. We mochten de rijpe mango's die op de grond waren gevallen opeten. Dat sap droop dan helemaal over je gezicht.'

Wanneer ben je nu Nederlander, Suri-namer, Antilliaan of, om maar wat te noemen, Frans? Dat vraagt ze zich weleens af. 'Mijn opa en oma van moeders kant zijn van Surinaamse afkomst. De moeder van mijn opa was Chinees, zijn vader was Nederlands. En de moeder van mijn oma was indiaans-creools en de vader van mijn oma was weer Nederlands. 'Jaja, dat is ingewikkeld. Het is grappig: bij mij zie je het Chinese doorschemeren. Ik ben ook geboren met een Chinese birthmark, zo'n blauwe plek boven je kont die na een paar dagen wegtrekt. Maar Katje heeft typisch het Creoolse van mijn oma. De krulletjes, de billen, de huid. Ik word 's zomers geelbruin, zij wordt roodbruin.

'Vroeger vond ik het leuk om te zeggen: ik ben geen kaaskop. Nog steeds vind ik het prettig om een beetje anders te zijn. Al ziet bijna niemand het. Mensen denken hoogstens dat ik iets Indonesisch heb.'

De enige fase in haar leven waarin ze weleens ongelukkig was, was rond haar tiende, toen haar moeder een paar maanden niet thuis was wegens een behandeling wegens smet- en straatvrees.

'Dat is voor ieder kind wel moeilijk, denk ik. Maar ook voor mijn vader was het een zware tijd. Hij had zijn werk, hij deed ontzettend zijn best voor mijn moeder en ondertussen had hij twee kids voor wie hij moest zorgen. Het gekke was wel: het gevoel dat je bijelkaar hoort groeit door zo'n gebeurtenis. En als ik terugkijk moet ik wel lachen om die vieze Moksi Alesi die mijn vader altijd maakte. Uit die tijd hebben mijn zus en ik een ketchupmanie overgehouden. We pleurden overal ketchup op.'

Haar laatste cd Few like me begint met een opname van een brabbelende Birgit van vijf jaar oud. 'Live in Bunnik', staat erbij. Haar carrière maakte ze bijna geheel vanuit Bun nik. Ze had er haar muzieklessen, ze maakte er haar eerste demo's, speelde er in een bandje.

Ook toen ze elders zanglessen ging volgen en in bandjes ging spelen, bleef de thuisbasis gewoon het ouderlijk huis. Achteraf is ze weleens verbaasd over de onvoorwaardelijke steun van haar ouders, zegt ze. 'De meeste ouders zouden zeggen: "Die muziek doe je maar naast je studie." Maar mijn ouders hebben altijd gezegd: "Jullie moeten doen wat jullie graag willen doen. Als je maar niet stilzit." Dat vind ik echt tof. Mijn vader en moeder waren natuurlijk ook zelf creatief. Mijn vader deed vroeger op school veel aan cabaret. Hij schreef ook liedjes en begeleidde zichzelf op accordus citer. Nu straalde ik ook wel uit dat ik serieus werk wilde maken van de muziek. Ik heb ook altijd geloofd dat het zou lukken.

'Er zijn mensen die zeggen: alleen als je een ongelukkige jeugd hebt gehad kun je goede muziek maken. Dat vind ik zo'n onzin. Goed, als ik ghetto-muziek zou maken, dat zou potsierlijk zijn. Maar verder heeft toch iedereen gevoelens waarover je kunt zingen?'

'Een gek gevoel' heeft ze, nu we het woonerf bij haar vroegere huis oprijden. Eigenlijk vind ze vooraf al dat de nieuwe bewoners 'hun huis' verpest hebben. De werkelijkheid valt niet mee. Ze gluurt door de schutting en is ontzet. 'Jezus Christus!' Ze doelt op de schommel en het speelhuisje in de tuin.

'Ik voel me echt beledigd dat ze dat er neerzetten. Terwijl mijn moeder zo'n supermooie tuin had.' De keukendeur staat open en ze wijst op het 'kitscherige' bloemetjesgordijn dat provisorisch achter de vroeger open keuken is opgehangen. 'Weet je wat? Ik loop gewoon naar binnen.'

De vrouw des huizes verontschuldigt zich min of meer. 'We hadden niet het geld om meteen alles op te knappen.' Ze vindt het best dat we even rondkijken. En zo staat Birgit even later op haar oude slaapkamertje waar ze vroeger voor de spiegel stond te zingen met een haarborstel in de hand. De zolder is er veel rommeliger op geworden, maar de trap is nog altijd in dezelfde 'belachelijke' kleuren geschilderd als toen. In de huiskamer, waar nu een eettafel staat, oefenden zij en Katja vroeger hun Janet Jackson-danspasjes. Dat was toen. Maar nu is het gevoel bij het huis weg.

'Gek', zegt ze, 'als we even later weer buiten staan, 'het was net alsof ik in het huis van de buren was.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.