'Hij kreeg kritiek dat hij vrouwen altijd zo lelijk maakte'

Het eeuwige leven: Herman Gordijn (1932-2017)

'Ze heeft prachtige handen en een heel mooie huid. En een levendig gezicht'', zei portretschilder Herman Gordijn toen hij in 1982 koningin Beatrix mocht gaan schilderen..'

Foto ANP

Iedereen was op voorhand achterdochtig. Gordijn had nu eenmaal de reputatie van iemand die bijna karikaturen van vrouwen maakte. Hij hield van 'grote bollingen' en vulde zijn schilderijen ermee. 'Kromme, opgeblazen, rimpelige vrouwen zijn het, vet, lelijk, asymmetrisch, komisch in hun absurditeit', aldus de kunstrecensent van deze krant.

Hij kreeg kritiek dat hij vrouwen 'altijd zo lelijk maakte' en werd zelfs van vrouwenhaat beschuldigd. Maar Gordijn haalde daarover de schouders op. Hij accentueerde de onesthetische kanten, omdat hij juist personen bewonderde die de onvolkomenheden van het lichaam durfden te tonen.

Maar het portret van Beatrix was heel klassiek. De Volkskrant prees het als een schitterend portret: 'Een prachtige vrouw: eigentijds, zelfverzekerd, met dat vleugje ironie dat heel sterk hoort bij de huidige koningin.'

Gordijn maakte wel meer gelijkende portretten van vrouwen en mannen, onder meer van Loek en Miep Brons, acteur Ton Lutz en van de Amsterdamse burgemeester Yvo Samkalden. Het gaf hem de financiële ruimte om zijn eigen werk te kunnen maken: in uitdagende kleding gestoken en schots en scheef geproportioneerde vrouwen in bizarre kleuren. 'Het klassieke schoonheidsideaal is ook maar door mensen gecreëerd', zei hij. Vervormd en gemanipuleerd realisme, oordeelde kunsthistoricus Rudi Fuchs in zijn boek Vrouwen van Herman Gordijn. Hij vergeleek Gordijn met de oude Breughel, die met zijn boertige figuren een eigen sfeer creëerde.

Zijn werk

Gordijn overleed 25 mei op 85-jarige leeftijd in Terschuur bij Barneveld, waar hij met zijn vriend woonde. Een al geplande expositie van zijn werk is nu geopend in museum MORE in Gorssel.

Hij werd geboren in een middenstandsgezin in Den Haag. Het hele gezin deed aan beeldende kunst, maar Herman werd de enige die daar zijn beroep van zou maken. Hij kreeg een opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en de Vrije Academie. Tijdens zijn studie schilderde hij nog landschappen en stillevens, maar raakte als jong kind gefascineerd door de sterk opgemaakte hoeren die hij in de stad zag. Zijn prent Het Groenewegje uit 2016 verwijst daar naar.

Zijn eerste belangrijke werken waren Bordeelraam uit 1956, Op de thee (1957), Maison Krul en Badmintonspeelster uit 1958 en Hoer met cyclaam uit 1959. Hij verhuisde later naar Amsterdam. Een van zijn favoriete modellen was hier de journaliste Lida Polak die de inspiratie vormde voor veel van zijn vrouwenfiguren. De andere was Mona Monte, die poseerde voor hem toen hij doceerde aan de Rietveld Academie. Zij staat onder meer op het doek Biljart (1978) met de kin bijna op de rand van de speeltafel, lodderige ogen, volle lippen, de keu diagonaal gericht op een bal die er niet is en in een houding die niet kan kloppen.

Behalve portretten maakte hij een reeks schilderijen met bizarre taferelen in Amsterdam. Ook was hij actief als decor- en kostuumontwerper voor alle grote toneelgezelschappen en werkte met regisseurs als Elise Homans, Hans Croiset, Ton Lutz en Peter Sjarof.

Hoewel hij al enige tijd ziek was, maakte hij voor de expositie in Gorssel nog een nieuw werk, getiteld De Wallen waarin een naakte man op hoge hakken als een prostituee poseert. 'Het schilderij was nog niet af, maar de adem was op', aldus zijn partner Joseph Kessels in het overlijdensbericht.