Interview IS-kinderen

‘Het was pure naïviteit van mijn dochter om naar IS-gebied te vertrekken’

Moustafa heeft een slaapkamer ingericht voor als zijn kleinkinderen terugkomen. Beeld Marcel van den Bergh

Vader Moustafa weet dat zijn dochter bij een eventuele terugkeer uit het kamp Al Roj de gevangenis in zal moeten. Daarom zal hij de kleinkinderen opnemen.

‘Ik ben zo bang’, appt de ­Nederlandse Samira – een van de vrouwen in vluchtelingenkamp Al Roj – haar ­vader Moustafa midden oktober. ‘Ik weet niet hoeveel een mens moet dragen, maar ik ga er echt aan onderdoor. Ik weet niet wat ik mezelf aandoe als één van mijn kinderen doodgaat.’

Moustafa, zittend aan een keukentafel in een rijtjeswoning in een middelgrote Nederlandse stad, leest het bericht van zijn dochter met gebroken stem voor van zijn telefoon. Samira schrijft dat haar kinderen cholera hebben. Waarschijnlijk opgelopen nadat ze vervuild water hebben gedronken. Ze zijn al dagen koortsig en lijden aan diarree. Om haar kinderen te verzorgen moet ­Samira het naar eigen zeggen doen met een paar pilletjes paracetamol.

‘Het is gewoon heel eng’, gaat het bericht verder. ‘Ik ben hele nachten wakker met de kinderen om ze af te koelen en te helpen bij het kotsen. Ik hou van jullie pa. Ben gewoon bang. Zo verschrikkelijk als de kinderen ziek zijn.’

Het was pure naïviteit van zijn dochter om naar IS-gebied te vertrekken, vertelt Moustafa. Ze zou in een afscheidsbrief hebben geschreven dat ze in Syrië humanitaire hulp wilde verlenen aan de slachtoffers van president Bashar al-Assad. ­Nadat de bombardementen op IS door westerse en Koerdische troepen waren begonnen, stond Samira voor een keuze: vluchten uit het kalifaat of er sterven met haar gezin.

Op de terroristenafdeling

Samira stelt in berichten aan haar vader dat ze nog liever vastgezet wordt op een Nederlandse terroristenafdeling dan dat ze nog een dag langer moet doorbrengen in Al Roj. Hoe haar verblijf op een terroristenafdeling eruit zal zien, weet ze al. Daar heeft haar vader Moustafa haar alles over verteld. Samen met andere ouders van Syriëgangers heeft hij een kijkje genomen op de terroristenafdeling van de EBI in Vught. De rondleiding was een initiatief van het Familiesteunpunt Radicalisering, een organisatie die familieleden van Syriëgangers bijstaat. Moustafa heeft zijn dochter verteld hoe de cellen eruitzien, hoe streng de visitatie er is, en over het dubbel glas dat bezoekers van gevangenen scheidt in de bezoekruimte.

‘Het zou raar zijn als Samira bij ­terugkomst op Schiphol zomaar door zou mogen lopen’, zegt Moustafa. ‘Ze zal de gevangenis in moeten en ze zal goed onderzocht moeten worden om te zien of ze er geen gevaarlijke ideeën of plannen op na houdt.’

Het afgelopen jaar heeft Moustafa thuis bezoek gehad van de deskundigen van de Raad voor de Kinderbescherming. Met hen is afgesproken dat Moustafa zijn kleinkinderen bij terugkeer bij hem thuis zal opnemen. Samira weet ervan. Om haar vader voor te bereiden op de zorg heeft ze in een boekje alle wensen, nukken, en etens- en slaaptijden van haar kinderen opgeschreven. Dat boekje wil ze haar vader overhandigen op Schiphol.

Moustafa heeft de slaapkamer voor zijn kleinkinderen in gereedheid gebracht. Er zit een nieuwe lik verf op de muren, de kledingkastjes zijn gemonteerd en de bedjes zijn in elkaar geschroefd.

‘Ik weet dat mijn dochter de publieke opinie tegen zich heeft’, vertelt Moustafa aan zijn keukentafel. ‘Maar ik ben er honderd procent overtuigd dat ze geen kwaad in de zin heeft. Iedereen maakt fouten. En daar moet een prijs voor betaald worden. Maar mijn kleinkinderen zijn onschuldig. Die verdienen het niet om in de steek gelaten te worden.’

De echte namen van Moustafa en Samira zijn bij de redactie bekend. Zij willen alleen anoniem opgevoerd worden omdat zij voor hun veiligheid vrezen.

Lees ook:

Komen de IS-kinderen ooit nog terug?
De zorgen nemen toe over de 175 kinderen van Nederlandse IS-vrouwen in Syrië en Irak. Minister Grapperhaus praat morgen met de Kamer over hun situatie. Tot nog toe is de lijn: niet repatriëren. De dilemma’s van een terugkeer uit het kalifaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.