'Het oranjetipje is een echte voorjaarsvlinder'

Beestje van de week

Er gaat weinig boven een mooi veld met pinksterbloemen en honderden fladderende oranjetipjes. Maar of de vlinders zelf er ook zo over denken? Kars Veling betwijfelt het.

'Als vlinder is het leven minder leuk dan als rups, vermoed ik' Beeld Anne Geene - met dank aan Naturalis

'Hij is een echte voorjaarsvlinder. Er zijn vlindersoorten die eerder vliegen, maar het oranjetipje overwintert als pop, hij is een van de eerste vlinders die uit de pop kruipen en gaan vliegen. Een vliegend oranjetipje, dat is voor de vlinderaar het signaal dat het seizoen weer begint.

'Vroeger lag het hoogtepunt van zijn vliegtijd rond Koninginnedag. Feest inderdaad: overal fladderende wit-oranje vlinders in die velden met pinksterbloemen. De vliegtijd ligt tegenwoordig vroeger vanwege de klimaatverandering. Dit jaar waren ze dan weer relatief laat, want het was lang koud. Op dit moment vliegen ze volop, en rond Koningsdag zal hij zeker nog te zien zijn.

'Hij is mijn favoriete vlinder. Hij is mooi, niet alleen vanwege dat oranje tipje op de vleugels van het mannetje, maar ook vanwege dat prachtige olijfgroen op de witte onderkant. Hij is niet zeldzaam, maar als je hem ziet is het toch een echte treffer. Hij komt tamelijk veel voor in de Betuwe, waar ik woon. Ik beschouw hem vaak als 'mijn' vlinder, als typisch een vlinder van mijn eigen regio, maar hij komt over het hele land voor. Hij houdt van vochtige graslanden en pinksterbloemen.'

Het Oranjetipje (Anthocharis  cardamines)

Algemeen
Een gemakkelijk te herkennen voorjaarsvlinder. Het mannetje heeft een oranje vlek op de voorvleugelpunt.
Levenscyclus
Vliegtijd april - mei. Rups mei juni. Overwintert als pop.

'Ik vind vooral zijn gedrag erg interessant. Ik volg hem nu al jaren en op een gegeven moment leer je zo'n vlinder kennen. Als ik nu met iemand in het veld loop draai ik een pinksterbloemblad om en dan zitten die eitjes daar.

'Zij zet haar eitjes af op wel vijftien verschillende kruisbloemen. In tuinen is dat onder andere de judaspenning, maar ze overleven het best op de pinksterbloem en look-zonder-look. Het moment van het afzetten van de eitjes luistert nauw. Het vrouwtje gaat na het afzetten van die eitjes snel dood, maar het rupsje komt pas na anderhalve week uit en moet zich dan kunnen redden. Dus kiest het vrouwtje planten waarvan de bloemknoppen precies anderhalve week later opengaan, zodat die rupsjes jonge zaadjes en hauwtjes kunnen eten. Dat is ingebakken gedrag - instinct - maar het is wel een slim mechanisme.

'Het vrouwtje kiest geen plant met maar één of twee knoppen, dat is te weinig. Ze kiest een forsere plant. En ze controleert of er geen eitje op zit van een ander vrouwtje. Ze weet dat de rupsen kannibalistisch zijn, de grootste zal de kleinste opeten. Dus zet ze alleen een eitje af op een plant die nog niet bezet is.'

'De rupsen verpoppen in juni en de pop blijft dan acht, negen maanden hangen. Terwijl er koeien staan, terwijl er gemaaid wordt. Eitjes die in het midden van het veld zijn gelegd overleven dat niet. Maar het vrouwtje weet dat al. Ze vliegt wel door het veld, ze haalt er ook haar voedsel, maar ze kiest uiteindelijk voor de pinksterbloemen in de buurt van de bosrand. Want daar zijn de eitjes veiliger. Als een rups eenmaal groot is, kan hij wel tien meter kruipen en hij kruipt dan die korte afstand naar de bosrand.

'Bij die bosrand hangt hij zichzelf ergens aan een draadje. Hij is klaar met eten, hij vervelt nog eens en dan zit daar een pophuidje onder, dat snel hard wordt, waardoor een vijand er niet doorheen kan. Intussen wordt binnenin de rups afgebroken en een vlinder opgebouwd. Elk celletje van de rups komt uiteindelijk in het lichaam van die vlinder terecht.

'In maart of april ontpopt de vlinder. Al een paar dagen voordat hij uitkomt, zie je de vlinder er doorheen schijnen en kun je, bij het oranjetipje, al zien of het een mannetje of een vrouwtje wordt. De pop is dan een soort puntmuts, en daar komt dan een lijfje uit, met stompjes van vleugels. Hij moet gaan hangen en dan worden de vleugels opgepompt. Die moeten nog even drogen en dan, na tien minuten, kiest hij het luchtruim. Mits de zon schijnt, natuurlijk. Hun vleugels functioneren als zonnecollectoren - zelfs als het acht graden is, met zon, op een beschutte plek, kan hun lichaam snel de vereiste dertig graden hebben.'

'En dan is er haast. Een vlinder is er alleen om zich voort te planten en een oranjetipje wordt hoogstens drie weken oud. Ze eten niks, ze drinken alleen nectar. Als de vrouwtjes uitkomen zijn de mannetjes, die eerder uitkomen, er al klaar voor. Die mannetjes nemen bij oranjetipjes het initiatief. Ze gaan op zoek, ze vliegen vaste routes door het veld, ze patrouilleren. Ze zoeken op zicht, ze komen af op alles wat wit is - dat kan ook een koolwitje zijn of mijn notitieblokje. Eenmaal in de buurt ruikt hij: dit wordt niks, en gaat hij weer verder. Als hij een vrouwtje vindt dat nog niet gepaard heeft, is het meteen raak. Soms heeft het vrouwtje net de vleugels gedroogd, dan hangt het mannetje erboven al te wachten. Hoe sneller hoe beter, ook voor het vrouwtje, want hoe eerder ze is, hoe groter de kans om de juist waardplanten te vinden, in de buurt van de bosrand, om haar eitjes af te zetten.'

'De vlinder is de meest gezette tattoo in de wereld. Vanwege die metamorfose van onooglijke rups naar zo'n mooi, kleurrijk dier, ongetwijfeld. Misschien ook vanwege de relatie met zon, met de liefde en de voortplanting. Er gaat inderdaad weinig boven een mooi, wild veld met pinksterbloemen en honderden fladderende oranjetipjes. Maar wat mensen vaak zien als vrolijk, levenslustig gefladder in het zonnetje, is voor de vlinder een race tegen de klok, waarin hij zich in het zicht van zijn levenseinde moet voortplanten. Op het moment dat ze uitkomen, begint de aftakeling al. Als rups kan hij lekker eten, poepen en groeien, maar als vlinder is het leven, vermoed ik, minder leuk. Hun spieren slijten, ze verliezen hun glans, hun lichaam brokkelt af en dan gaan ze dood.'

Kars Veling (54) is bioloog. Hij werkt bij de Vlinderstichting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.