‘Het Joodse volk is een uitvinding’

De Israëlische historicus Shlomo Sand is er nog altijd verbaasd over. In een jaar of tien las hij zich door de bibliotheek van de vakgroep Joodse geschiedenis heen met in zijn achterhoofd de vraag: waar komt het Joodse volk vandaan?

En het antwoord was niet: van aartsvader Abraham. En ook niet: van het bijbelse Israël. En evenmin: van het koninkrijk Judea, dat met Jeruzalems Tempel en al door de Romeinen is verwoest in 70 na Christus.

Nee, het antwoord waar Sand op uitkwam, was: het Joodse volk is een uitvinding van de zionisten.

‘Druk ik me wel duidelijk genoeg uit?’, vraagt hij een paar keer. Het netelige gespreksonderwerp staat immers garant voor een grandioze spraakverwarring, waar Jodenhaters misbruik van maken. En dát is niet de bedoeling.

‘Begrijp je wel wat ik precies bedoel? Ik ontken dat het Joodse volk bestaat. Maar het jodendom bestaat natuurlijk wel – dat is een zeer belangrijke religieuze beschaving die ik met alle respect behandel. De staat Israël bestaat ook, evenals het Israëlische volk. Alleen het Joodse volk bestaat niet. Tweeduizend jaar geleden niet, en nu nog steeds niet. Het Joodse volk is in de 19de eeuw uitgevonden door zionistische denkers.’

Jarenlang was de 63-jarige historicus een doorsnee academicus: hij beoefende een kleine specialisatie (Franse intellectuele geschiedenis) en hij bracht het zo tot hoogleraar bij de vakgroep Geschiedenis aan de Universiteit van Tel Aviv.

Maar er knaagde iets aan Sand. Eigenlijk al van jongs af aan. Zijn ouders waren Joods-Poolse communisten. Ze overleefden de Holocaust, en vertrokken na de oorlog via een kamp voor Joodse ontheemden naar de nieuwe staat Israël. De complexe familiegeschiedenis zette hem er toe aan in stilte ‘terug te keren naar de primaire vragen, zoals kinderen die stellen’.

Het verslag van zijn terugkeer naar de bron verscheen in 2008 onder de titel Wanneer en hoe is het Joodse volk uitgevonden? Het is het werk van een beeldenstormer. In vijf hoofdstukken met honderden voetnoten zet Sand een streep door het zelfbeeld van Israël als ‘de staat van het Joodse volk’.

De Israëlische nationale geschiedenis beschrijft de lotgevallen van het Joodse volk kortweg zo: de Joden zijn na de verwoesting van de Tweede Tempel in Jeruzalem verbannen uit het beloofde land; bijna tweeduizend jaar heeft het volk, verstrooid over de wereld in de diaspora, terugverlangd naar Jeruzalem; met de stichting van de Joodse staat Israël in 1948 is het volk in de oude luister hersteld.

Maar Sand kwam erachter dat Israëlische historici al lang weten dat de geschiedenis niet zo lineair is verlopen. Zelfs David Ben-Goerion, de latere vader des vaderlands, schreef in 1918 in het boek Het Land Israëls in het verleden en in het heden dat de Joden niet zijn verbannen. ‘De Joodse boer was, zoals iedere boer, niet makkelijk los te scheuren van zijn land.’

De ‘wandelende Jood’, schrijft Sand, is een oud christelijk stereotype, dat later ingang heeft gevonden in het Joodse denken. De Joden zijn vooral over de wereld verspreid geraakt door bekering: aanvankelijk, vóór de komst van het christendom, alleen in het oostelijke Middellandse Zeegebied van Alexandrië tot Rome; en later, in het eerste millennium na Christus, met massabekeringen van koninkrijken in Jemen, Noord-Afrika en de Kaukasus.

‘Joden van Buenos Aires tot Amsterdam en Melbourne delen, afhankelijk van hoe religieus ze zijn, de tradities van het geloof’, zegt Sand. ‘Maar ze vormen geen cultureel of etnisch homogene groep. Ze spreken allemaal andere talen, groeien op met andere boeken, kijken andere films, hebben andere ervaringen. Blijkbaar zijn ze daar ook gelukkig mee, want ze verhuizen niet naar Israël. De meeste Joden in de wereld kiezen er niet voor te leven in een staat met Joodse soevereiniteit.’

Palestijnen beweren al sinds de komst van de eerste zionisten dat het Joodse volk niet bestaat. Zij hebben dus gelijk?

‘Ja. Maar ze vergeten daarbij dat ze in reactie op het zionisme zelf het Palestijnse volk hebben uitgevonden. Ook dat bestond niet. Ze hebben daartoe ook een ‘oervolk’ uitgevonden dat duizend jaar geleden al in Palestina zou hebben gewoond. Zo gingen alle nationalisten te werk – ook Fransen en Duitsers. Maar ze gingen voorbij aan het gegeven dat ‘volk’ pas in de 19de eeuw een nationalistische, politieke betekenis heeft gekregen.

‘De zionisten waren dus niet de enigen die een volk wilden uitvinden. Wel is het uniek dat ze níet het volk hebben gesticht dat ze beoogden. Ze hebben aan de basis gestaan van het Israëlische en het Palestijnse volk, maar níet het Joodse volk. Dat is de paradox.’

U baseert zich uitsluitend op bestaand bronnenonderzoek dat vrijelijk beschikbaar is. Waarom is dat niet eerder gedaan?

‘De omslag is 1967 geweest, toen Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog de Palestijnse gebieden veroverde en de niet-Joodse bevolking van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook erbij kreeg. In de dagelijkse confrontatie met zo veel Palestijnen verhardde de notie van een etnisch-Joodse staat zich.

‘Het was vroeger anders. Zo was in de jaren zestig nog de hypothese bespreekbaar dat uit de bekering tot het jodendom van het Khazaarse koninkrijk in de Kaukasus de Asjkenazische Joden van Oost-Europa zijn voortgekomen. Maar toen Arthur Koestler daar in 1976 The thirteenth tribe over schreef, distribueerde de Israëlische uitgever dat niet, omdat hij vreesde dat Israël er niet klaar voor was.’

Was het een vergissing van de Verenigde Naties om in 1947 het Joodse volk het recht op een eigen staat te verlenen?

‘Ik kan uit moreel oogpunt begrijpen dat de Joden na de shoah het recht op een eigen staat is toegekend. Het kwam Amerika en Europa ook goed uit om de Joodse overlevenden naar het Midden-Oosten te bonjouren, in plaats van ze in de eigen gelederen op te nemen.

‘Maar Israël ziet zichzelf nog steeds als de staat van het Joodse volk, en dat is problematisch. Iedere Jood kan hier een paspoort krijgen. Dat betekent dat de staat symbolisch toebehoort aan mensen die hier niet wonen. Tegelijkertijd beschouwt 25 procent van de echte Israëlische bevolking zich helemaal niet als Joods: er zijn 1,2 miljoen christelijke en islamitische Arabieren, en 300 duizend Russen die weliswaar Joodse voorouders hadden maar zich christen voelen.

‘Voor een democratisch land is dat onhoudbaar. Wij leven in de zionistische mythe, die ons racistisch en blind heeft gemaakt. De eis van premier Netanyahu dat de wereld, en met name de Arabische wereld, Israël moet erkennen als Joodse staat, is verkeerd. De wereld moet het Israëlische volk en het Palestijnse volk erkennen, want die bestaan nu in de werkelijkheid.’

Wat staat Israël te doen?

‘Israël moet een land worden van zijn burgers en niet van een imaginair volk. Alle inwoners moeten zich in de staat kunnen herkennen, en daarnaast hun eigen identiteit – of die joods, islamitisch of christelijk is – kunnen uitdragen.

‘Begrijp me goed, ik wil wel dat Israël een thuishaven blijft voor Joden die worden vervolgd – dat besef heb ik als historicus wel. Maar de Wet op Terugkeer, die nu alle Joden theoretisch een Israëlisch paspoort verstrekt, is anti-democratisch en moet worden afgeschaft.’