'Het joodse geloof stelt vragen. Ik heb de antwoorden niet'

'Ben jij joods?', zei iemand in Nederland tegen Jeff Hamburg uit Illinois. Toen begreep hij dat een jood in Europa anders is dan een jood in Amerika....

Ruim twintig jaar woont Jeff Hamburg (45) in Nederland. De joods-Amerikaanse componist kwam op zijn 22ste van Illinois, waar hij aan de universiteit akoestiek en compositie studeerde, naar Europa. Via via kwam hij bij componist Louis Andriessen terecht. Zijn ster rees snel. Hij schreef Tower and bridges en werd onmiddellijk ingelijfd bij 'de Haagse School'. Men sprak van een groot talent.

Stilzwijgend werd van hem verwacht dat hij in dat Haagse stramien, in het conceptualisme, zou blijven componeren. Maar Hamburg, getrouwd met de Nederlandse fluitiste Eleonore Pameijer, ervoer die stijl gaandeweg als te steriel. Hij wilde hartstocht opwekken.

Dat kwam voort uit zijn verscherpt joods bewustzijn, dat door zijn verhuizing naar Europa tot ontwikkeling kwam. Dat emotionele proces verwerkte hij, vanaf Ha-Zohàr Ha-Rakîa (1985), steeds nadrukkelijker in zijn composities. Tijdens het componeren van een lyrische kameropera op het bijbelverhaal van Esther, voelde Hamburg zich in 1993 voor het eerst helemaal vrij om joodse invloeden toe te laten als een essentieel onderdeel van zijn muzikale taal.

Die keuze werd niet door iedereen begrepen. Muziekrecensenten schreven pittige kritieken, verweten hem dat hij geforceerd koketteerde met zijn achtergrond. Het Fonds van de Scheppende Toonkunst gaf hem opeens veel minder subsidie en liet weten teleurgesteld te zijn in zijn compositorische ontwikkeling. Makkelijk is het werken niet altijd als de straal uit de subsidiekraan dunner wordt. Maar Hamburg zegt zich nu 'heerlijk vrij' te voelen. Hij weet waar hij thuishoort, waar zijn wortels liggen. Hij werkte samen met de schrijfster Judith Herzberg, de inmiddels overleden dramaturge Mira Rafalowicz en regisseur Leonard Frank. Liet zich inspireren door de oude joodse legende de Golem, door bijbelverhalen, diverse Jiddische schrijvers en dichters, en door synagogale en joodse volksmuziek.

Rol van religie in de jeugd

'Ik ben geboren en opgegroeid in een buitenwijk van Philadelphia, in een middenklasse milieu. Niet rijk, maar ook niet arm: twee auto's, een prettig huis. Het was de wijk waar mijn grootouders terechtkwamen, die in het begin van de vorige eeuw uit Oekraïne naar Amerika waren gevlucht. Op mijn 11de verhuisden we naar Cherry Hill, ook bij Philadelphia, waar ik de rest van mijn jeugd doorbracht. Daar kwam ik in een beschermde joodse omgeving terecht; 60 tot 70 procent van de kinderen was joods.

Mijn joodse identiteit was iets vanzelfsprekends. Zoals de meeste kinderen uit de buurt ging ik twee, drie keer per week naar joodse les. Ik ben op mijn 13de bar mitswa geworden. Toch gingen we niet zo vaak naar de synagoge. Zeker niet elke week, misschien een paar keer per jaar. De belangrijkste feestdagen vierden we in familiekring. Ik heb dus wel een traditioneel joodse opvoeding gehad, maar we waren niet buitengewoon religieus.

De sfeer was tamelijk liberaal. Ik heb na mijn bar mitswa nog een jaar joods onderwijs genoten. Mijn ouders drongen daarop aan. Probeer het maar, zeiden ze. Als je het niet leuk vindt, houd je er weer mee op. Ik heb toen onder meer een jaar Jiddische les gehad. Dat klinkt nu allemaal zeer bewust, maar zo was het niet, het hoorde er allemaal bij. Mijn vrienden waren joods, de kring eromheen ook. We carpoolden, deden alles samen.

Ik had Jiddisch gekozen, misschien omdat ik met mijn grootouders wilde communiceren. De grootmoeder van mijn moeders kant sprak helemaal geen Engels. Mijn favoriete oud-tante Fanny, met wie ik een sterke band had, sprak Jiddisch. Dat intrigeerde me, want eigenlijk werd er heel raar met de familiegeschiedenis omgegaan. Ik wist wel dat mijn grootouders uit Rusland kwamen, maar ik had geen flauw benul hoe het leven er daar uitzag. Mijn ouders hadden het hun ouders gewoon niet gevraagd. Voor hen begon onze geschiedenis pas in Amerika.

Diep ging de belangstelling voor het Jiddisch niet. Na een jaar ben ik gestopt. Ik was met te veel andere zaken bezig: sport en muziek. Ik ging naar de universiteit van Illinois, studeerde akoestiek en muziek, kreeg compositie- en hoornles. Uiteindelijk ben ik vertrokken, zonder aanvankelijk een graad te hebben gehaald. Ik had genoeg punten voor een masters. Maar ik zag mensen om me heen die hun doctoraal haalden, een studie van twaalf jaar, en die toch voor de klas kwamen te staan. Dat wilde ik niet, ik wilde componeren.

Met mijn rugzak, mijn hoorn en wat geld ben ik op reis gegaan. Eerst naar Londen, vervolgens naar Schotland, Warschau, Berlijn, waar een Amerikaanse studente me attent maakte op Louis Andriessen. Zo kwam ik ten slotte in Nederland terecht. In die periode speelde religie geen enkele rol in mijn leven. In Warschau ging ik bijvoorbeeld niet naar de synagoge. Dat zou ik nu wel doen.'

Nadenken over religie

'Ik had wat geld gespaard en wel wat om van te leven, maar natuurlijk niet genoeg. Ik had hier in Nederland allerlei bijbaantjes. Muziek kopiëren bij Donemus, bijvoorbeeld. Zwaar was dat, want ik deed in die tijd een dubbele studie: hoorn en compositie. Op een gegeven moment zei de studiebegeleidster van het conservatorium tegen me: ben jij joods? Ze bedoelde het goed, want ze wist van het Joods Maatschappelijk Werk in Nederland en dat ik daar een beurs zou kunnen krijgen. Toch kwam die vraag voor mij als een donderslag bij heldere hemel. Ben jij joods? Alsof je dan anders bent. Langzamerhand begon tot me door te dringen dat een jood in Europa anders ís dan een jood in Amerika.

Van de joden die zijn overgebleven na de oorlog, heeft iedereen een eigen verhaal. Ook jongere generaties zijn opgezadeld met het leed van hun ouders en grootouders. In mijn composities begon ik geleidelijk aan joodse onderwerpen te kiezen. Abstracte onderwerpen, joodse mystieke verhalen, kabbalistiek. Ik behandelde die ook vrij abstract. Zo gebruikte ik een tekst over het scheppingsverhaal, het ontstaan van alef-beth. Het gaat over de letters die tevoorschijn komen en zo de schepping maken. Ik maakte een parallel met noten, het scheppingsproces van de compositie.

Mijn uitgangspunt was niet religieus. Ik wilde iets laten zien van mijn achtergrond. Maar ik werd wel steeds krachtiger naar de joodse thematiek getrokken. Waarschijnlijk niet toevallig werd ik in die periode benaderd door regisseur Leonard Frank om een muziektheaterstuk te maken op basis van Dibboek, een joodse legende. Ik kwam in contact met Judith Herzberg en Mira Rafalowicz. Voor mij betekende dat een nieuwe stap in mijn joodse bewustwording. Ik ontdekte de rijke Jiddische cultuur. Ik had weliswaar een jaar Jiddische les gehad, maar was nooit met de literatuur in aanraking gekomen. Want ik ben als Amerikaan grootgebracht, was helemaal gericht op de Amerikaanse maatschappij. En al die tijd lagen die Jiddische boeken bij mijn ouders op zolder. Sommige heb ik later naar Nederland gehaald.

Een stipendium dat ik kreeg op voorspraak van Peter Schat, gebruikte ik om reisjes te maken langs de overblijfselen van de joodse cultuur in Nederland. Dat was een treurige periode. Je komt ergens aan, ziet een prachtig gebouw en een plakkaatje met de mededeling: van de 180 joodse inwoners zijn er vier teruggekeerd. Overal waar ik kwam: van de 200 bewoners zijn er 12 teruggekeerd, steeds weer dezelfde boodschap. Ik kwam in Heerlen en wist dat er een prachtige synagoge was, die nu een opslagplaats is van een apotheek. Ik wilde naar binnen, maar werd weggestuurd. Die ruimte is van ons, is allang geen synagoge meer, werd me duidelijk gemaakt. Overal stuitte ik op onbegrip. Dat maakte me bewust van het belang van het Europese jodendom, van de cultuur erachter en wat het betekent om te moeten emigreren, te vluchten.'

Het moment van de keuze

'In 1987 en 1989 werden mijn kinderen geboren. Dat is een moment dat je een keuze moet maken, want dan word je geconfronteerd met de vraag: hoe voed ik mijn kinderen opt We hebben gekozen voor een joodse opvoeding, daar waren we het beiden over eens. We zijn begonnen op vrijdagavond kaarsen aan te steken, zijn een paar keer naar de synagoge geweest, aanvankelijk alleen op feestdagen. Op een gegeven moment kwamen de kinderen naar ons toe, ze zeiden dat ze bar en bad mitswa wilden worden. Ze wilden naar joodse les. Dan ben je bijna verplicht lid te worden van een joodse gemeente. Ineens besef je dat het sociale en tamelijk seculiere joodse bewustzijn ook een religieuze inslag krijgt. Dat je graaft naar de diepere betekenis van de verhalen. Dat heeft ook te maken met je eigen volwassenwording, met het feit dat je de verantwoordelijkheid draagt voor kinderen, die je waarden en normen, een identiteit wilt meegeven.

Maar het is niet de enige lijn. Tegelijk was ik ook intens met mijn muziek bezig, met de Jiddische teksten. En niet meer alleen met de buitenkant, maar steeds meer met de binnenkant van de verhalen. Heel sterk voelde ik dat tijdens het componeren van Zey... in 1994, waarvan de titel is ontleend aan het gedicht van de in Oekraïne geboren Jiddische dichter Mani Leib. Het gaat over een cultuur die er niet meer is. In die compositie gebruik ik ook teksten van andere Jiddische dichters, met steeds weer terugkerende taferelen over angst en vluchten, soms in de hoop een beter bestaan te vinden.

Je beseft dat slachtoffers van pogingen tot uitroeiing niet alleen joden zijn. Dat die teksten een universele betekenis hebben, over alle slachtoffers van geweld gaan. Als jood ben je het aan jezelf verplicht je daar verder in te verdiepen, vind ik. Het zit in je bloed, in je genen.

Die twee lijnen, de verantwoordelijkheid voor de kinderen en de richting die ik met mijn werk insloeg, komen samen. Alles heeft met alles te maken. Misschien is het zelfs niet toevallig dat ik nu woon in de oude joodse buurt in Amsterdam. Maar goed, vanwege de kinderen werden we lid van een joodse gemeente en gingen we ook naar diensten. Ik merkte dat ik tot rust kwam, ik werd geconfronteerd met bepaalde aspecten van mezelf waar ik nooit de tijd voor had genomen: de religieuze verdieping.'

Het geloof uitdragen

'Dat zegt mij niks. Joden hebben geen zendingsdrang. Traditioneel word je zelfs drie keer geweigerd voordat je je tot het jodendom mag bekeren. In gezin en vriendenkring ben ik wel met religieuze vragen bezig. Een aantrekkelijk aspect van het joodse geloof is voor mij dat het geen antwoorden geeft, maar vragen stelt. Dat maakt je zelfstandig.

Of het nu van de Grieken komt of van de joden, weet ik niet. De joden beweren dat de Grieken het van hen hebben overgenomen. Tijdens het joodse pasen zit je aan tafel, drinkt wijn, converseert. Je hebt het over de uittocht uit Egypte, over bevrijding, over slavernij. En stelt elkaar dan vragen. Ook aan de kinderen. Wat betekent vrijheid voor jou? Is vrijheid de keuze om de hele dag televisie te kijken, je huiswerk niet te maken? Wat is vrijheid in de context van alledag? Zo dringen de kinderen door tot de wezenlijke betekenis van dergelijke thema's.

Ik heb de antwoorden niet. Vanuit mijn joodse achtergrond kan ik slechts bepaalde signalen doorgeven, die kunnen helpen bij het bepalen van waarden en normen. Zo is het ook met mijn muziek. Ik heb geen speciale missie. Ik vertel muzikale verhalen met joodse onderwerpen die, hoop ik, een algemeen menselijke betekenis hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.