'Het is toch een andere maandag als je wint'

Interviewspecial Volkskrant Magazine

Samen trainen de broers Koeman de Britse club Everton en samen zien ze met lede ogen aan wat er in het Nederlands voetbal gebeurt. 'Alles is veranderd en niet ten goede.'

Erwin en Ronald Koeman. Beeld Martin Dijkstra

Ze ogen als wat oudere jongens. Ronald (53) nog steeds blond, Erwin (55) slechts een vleugje grijs aan de slapen. 'We zijn veel buiten.' Vier pretogen. Ronald lacht uitbundig, Erwin wat ingetogener in de trainerskamer van Finch Farm, de accommodatie van voetbalclub Everton in het landelijke groen buiten Liverpool. Samen trainen ze de club, Ronald als hoofdtrainer, Erwin als assistent. De jonge voetballer Ronald was losser dan het serieuze talent Erwin. Ronald: 'Ik vond ook andere dingen leuk. Maar we waren allebei gestoord van voetbal.'

Ze ratelen data en gebeurtenissen op. Ze wanen zich weer even voetballer. Erwin, met zichtbare trots: 'In de voorbereiding heb ik nog een keer meegedaan tijdens de training, toen we elf tegen elf speelden.' Ronald: 'Ik ben erg voorzichtig, omdat ik beide achillespezen al eens heb afgescheurd.' Hij wijst naar buiten, naar de overweldigende voetbalweiden: 'Kijk eens naar dat veld. Het weer. Een speler moet toch dolgelukkig zijn dat hij hier mag lopen in zijn Evertonpakkie.'

Ronald Koeman

1963 Geboren in Zaandam
Vanaf 1979 Betaald voetbal bij FC Groningen, Ajax, PSV, Barcelona en Feyenoord
1988 Winnaar Europa Cup I (nu Champions League) met PSV
Europees landenkampioen met Nederlands elftal (78 interlands, 14 doelpunten)
1992 Europa Cup I Barcelona, onder trainer Cruijff. Koeman beslist duel met Sampdoria
Vanaf 1997 Trainer Nederlands elftal (assistent), Barcelona (assistent), Vitesse, Ajax, Benfica, PSV, Valencia, AZ, Feyenoord, Southampton, Everton FC

Ronald Koeman is getrouwd en heeft twee zoons en een dochter

Ronald: 'Als voetballer speel je de adrenaline uit je lijf. Het was goed of het was niet goed. Je maakt een goal, in het extreme geval een goal in de finale van de Champions League. Dat is onvergelijkbaar met het gevoel van trainer zijn, je hebt als voetballer meer inbreng. Het is andere blijdschap. Voetballer zijn is een geweldig leven, het mooiste vak dat er is. Echt geweldig.' Erwin: 'En je krijgt nog een paar centen ook.' Ronald: 'Ja. Het is jammer dat het voorbij is.'

Ook als trainers plukken ze de dag. Erwin: 'In het buitenland wonen en werken, af en toe een biertje pakken, wat eten met mijn vrouw of alleen. Allebei prima. Ik woon midden in het centrum van Liverpool en kan alle kanten op. En ik word weinig herkend.'

Ronald: 'We houden van gezelligheid. Het enige wat je mist, zijn de kinderen. Mijn zoon Ronald keept bij FC Oss. Dan zit ik maandag naar het schakelprogramma van Fox te kijken. Het liefst zou ik op de tribune zitten. Maar ze krijgen ook leuke dingen omdat wij dit werk doen. Mijn dochter en mijn andere zoon hebben een winkel in cosmetics. Wij hebben ze een kruiwagen kunnen geven. En voor de rest is het leven fantastisch.'

Erwin Koeman

1961 Geboren in Zaandam
1979 Betaald voetbal bij FC Groningen, later PSV en KV Mechelen
1988 Winnaar Europa Cup II (bekerwinnaars) met KV Mechelen
Europees landenkampioen met Nederlands elftal (totaal 31 interlands, twee doelpunten)
2004 Vanaf 2004 Trainer van RKC, Feyenoord, Hongarije, FC Utrecht, Eindhoven, Southampton (assistent) en Everton FC (assistent)

Erwin Koeman is getrouwd en heeft een zoon en een dochter

Beeld Martin Dijkstra

Op een kerk onderweg hierheen stond een beroemde uitspraak van Martin Luther King: 'We moeten leven met elkaar als broers, anders zullen we sterven als dwazen.' Jullie zijn broers. Samen leven is dan ideaal toch?

Ronald: 'Het leuke van de laatste jaren is dat we dagelijks met elkaar omgaan. Vroeger was Erwin ergens speler en later hoofdtrainer, net als ik. We belden elkaar regelmatig, maar we zagen elkaar weinig. In Southampton, waar we in 2014 gingen samenwerken, woonden we vlak bij elkaar. Nu is het anders. Erwin woont in Liverpool, ik buiten Manchester. Voor mijn rust. Met mijn positie zou het niet verstandig zijn in de stad te wonen, met de negatieve óf positieve benadering door supporters van twee grote clubs.' Hij bedoelt dat de emoties hoog kunnen oplopen tussen de supportersgroepen van de roden van Liverpool en de blauwen van Everton.

Erwin: 'Sinds Southampton merken we dat we elkaar hebben gemist. We zien trekken van onze ouders terug bij elkaar. Ik bij hem, hij waarschijnlijk ook bij mij. Dat is mooi. Ik ben meer zoals onze moeder, maar ik heb ook trekken van mijn vader. Ronald ís vader. De trekken in zijn gezicht, zoals hij autorijdt, zoals hij zit.'

Ronald gniffelt.

Erwin: 'Hij is echt mijn vader. Nee, ik kan niet precies zeggen hoe hij in de auto zit.'

Ronald: 'De loop, de houding. Heel erg zoals onze vader was. Kont naar achteren, hahaha. Je ziet weer veel van elkaar dat je voorheen niet zag. Ik zie nu steeds meer dat Erwin toch ook trekken van onze vader heeft. Hoe hij kan reageren of als hij iets vertelt. Uitdrukkingen.'

Vader Martin Koeman, eveneens oud-voetballer, stierf drie jaar geleden in december. Hij ging wandelen en kreeg een hartinfarct.

Ronald: 'Het is zo jammer dat hij mist waar wij nu zijn. Natuurlijk missen we onze vader, maar aan alle levens komt een eind. Het was een mooie dood, alleen niet op die leeftijd, 75. Hij had nooit wat. Nou ja, Erwin had een oefenwedstrijd met Hongarije tegen Kroatië, in 2008. Wij gingen lunchen en wandelen. Toen zei vader: stop even, jullie gaan te snel. Hij moest even zitten in een bushalte. Dat was misschien een voorteken.'

Erwin: 'Honderd procent.'

Ronald: 'Hij zei nooit wat als er iets was. Hij klaagde nooit. Hij maakte onze twee jaar bij Southampton niet meer mee, terwijl hij ongelooflijk gecharmeerd was van het Engelse voetbal. Hij had genoten van de successen, zeker weten.'

Erwin: 'Onze vader en moeder waren echte winnaars. Mijn vader kreeg het niet voor niks. Hij was voetballer en werkte nog als slager. Hij verdiende geen pepernoot, maar hij had plezier in wat hij deed.'

Jullie vader zei eens: Erwin heeft een prima strategisch inzicht, hij is kort en duidelijk. Klopt dat?

Erwin: 'Ik ben weleens kortaf. Dat moet ik toegeven.'

Ronald lacht schaterend.

Hij zei ook: Ronald is geduldig, bereid te luisteren en hij neemt op het juiste moment beslissingen.

Ronald: 'Ja, dat heb ik geleerd. Geduldig zijn, hoewel dat niet altijd makkelijk is. Ik kan ongeduldig zijn in het verkeer, of als ik ergens op tijd moet zijn en ik maar sta te wachten op mijn vrouw. Toch kan ik ook geduldig zijn, zoals nu bij Everton. Ik sla niet na de eerste teleurstelling door de porseleinkast.'

Erwin: 'Dat geduldige heeft hij meer dan ik. Ik denk eerder: verdomme. Dat is de kracht van Ronald. Geduld, tot op bepaalde hoogte. Maar trainer zijn is ook een leervak. Mensenkennis, communiceren.'

Vullen jullie elkaar aan?

Erwin: 'We zijn twee karakters. Als ik alleen ja en amen zeg, werkt het niet. Heel vaak zijn we het eens, maar ik zeg weleens dat er iemand anders moet worden opgesteld of dat we iets anders moeten doen. Ronald heeft er alleen maar baat bij als er ook eens een andere mening op tafel komt. Zo houden we elkaar scherp. Ik mis het hoofdtrainerschap niet. Dat komt ook omdat ik in de Premier League werk, samen met Ronald. Ik weet hoe de verhoudingen liggen. Hij is de hoofdtrainer, de manager, en de manager staat boven het plafond. Ik sta halverwege, of op de grond, maar dat interesseert me niet. Ik kan mijn werk doen, en het is goed om in het buitenland te werken, om je blik te verruimen zolang het nog kan.'

Erwin, je zoon Len zei in een krant dat jij de assistent van Ronald kan zijn, maar Ronald niet jouw assistent.

Erwin: 'Len heeft zijn woordje altijd klaar, maar het klopt. Ronald heeft voornamelijk in de top gewerkt, als speler en trainer. Ik ook, maar ik heb ook de andere kant van de medaille gezien, ook als voetballer. Ronald wil het allerhoogste. Ik ook, maar niet ten koste van alles. Ik kan aan beide kanten staan. Als dat assistentschap niet in mijn lichaam zou zitten, zou ik het niet doen. Want je levert wat in als je assistent wordt. Maar met Ronald is dat geen probleem, en ik hoef niet in de spotlights.'

Voor jou, Ronald, was het assistentschap het opstapje.

Ronald: 'Ik kreeg fantastische kansen om te assisteren met Frank Rijkaard bij Guus Hiddink tijdens het WK van 1998, en later met Van Gaal bij Barcelona. Ik had die ervaring nodig. Maar na anderhalf jaar Barcelona had ik het gevoel dat ik klaar was. Dat ben je alleen nooit in het trainersvak. Er gebeurt altijd iets wat je gratis op je bordje krijgt, of het nu een blessuregeval is of een interview van een speler. De cursus is alleen de basis. Je leert ook van mindere trainers, omdat je het zo dus niet moet doen. Al die kennis stop je bij elkaar, met je eigen ikje, zonder toneel te spelen. Want aan mij zíé je hoe ik over iets denk.'

Ronald, je vader zei ook dat hij jou niet nog tien jaar zag trainen. Dat was in 2004.

Ronald: 'Zo gaat dat. De manager is hier de boss. Ik zei bij Southampton al: noem me alsjeblieft geen boss, maar gewoon coach. Ik ben hier om jullie beter te maken, om het team te laten presteren. Gaffer, zeggen ze hier, voetbalmanager. In allerlei opzichten sta je hier hoger dan een trainer in Nederland. Hier ben je boegbeeld, belangrijkste man. Maar zo ben ik niet. Natuurlijk moet ik beslissingen nemen, maar ik wil geen boss zijn bij wie ze niet durven binnenlopen. En ik denk dat ik eerder stop dan de Dickies (Advocaat, red.) en Guusies (Hiddink, red.) van deze wereld.'

Jullie zijn nog de jongens van vroeger?

Ronald: 'Ja, en zo benaderen wij anderen ook. Natuurlijk is het resultaat belangrijk, maar het moet ook gezellig zijn met elkaar. Leuk. Als je geen plezier hebt, wat dan? Ik probeer altijd te zorgen dat iedereen het naar de zin heeft. Overal waar ik trainer ben geweest, heb ik nog contacten met mensen uit de technische staf van toen. Op het moment dat je ergens weggaat, merk je hoe ze je waarderen. Ik wil niet de botte manager zijn. Mensen moeten het gevoel krijgen dat ze worden gewaardeerd. En uiteindelijk krijg ik de meeste slingers als het goed gaat en word ik ontslagen bij slechte resultaten.

'Het enige waarin ik moeilijk mijn weg vind als hoofdtrainer, is verliezen. Het plezier dat je krijgt van winnen, is het mooiste gevoel dat je kunt hebben, buiten familie dan. Winnen, blijdschap, tegenover het k.u.t.-gevoel als je verliest. Dat is moeilijk te omschrijven.'

Erwin: 'Je staat plezieriger op, de volgende morgen.'

Ronald: 'Het is een andere maandag als je wint. Dan heb je zin, dan gaat alles vanzelf. Als je verliest, ben je zondagavond al bezig: wat ga ik doen morgen, hoe ga ik het doen? Dat is weer weg als het dinsdag wordt. Dan kijk je weer vooruit.'

Erwin: 'Ik analyseer de tegenstander voor de spelers, met beelden, een dag voor de wedstrijd. Dan zie je dingen waarvan je niet staat te kijken, want je weet dat ze gebeuren. In de bus en in het vliegtuig haal je de wedstrijd terug en denk je: verdomme. Dan voel ik een bepaalde woede. Maar verliezen hoort bij het vak. Elke ploeg heeft zijn problemen. In de krant lees je alleen over problemen. Er is overal wat.'

Alles is voetbal hier. In de kranten, in de taxi, in cafés. Dit is het walhalla. Beseffen jullie dat?

Ronald wijst naar buiten, naar twee nieuwe velden. Mannen dekken het veld toe omdat de veldverwarming nog niet is aangesloten. 'Kijk eens naar al die mensen, allemaal in dienst van de club. Gigantisch. De faciliteiten, geweldig. Alles is aanwezig en als er iets niet is, halen ze het. Het is de competitie met grote coaches en spelers. Het is geweldig om daarvan onderdeel te zijn.'

Erwin: 'We zitten weleens naast elkaar op de bank en zeggen dan: wat een actie, ook als die van de tegenpartij is. De velden zijn biljartlakens. Daarop durf je bijna niet te lopen. Wij hebben een oud stadion, maar het is wel een echt voetbalstadion. Alles is aanwezig om het mooi te maken. Nee, dat kun je niet vergelijken met Nederland. Ik heb bij RKC gezeten. Daar stonden spelers uit de eredivisie als amateur geregistreerd. Of ze hadden 1.500 euro in de maand. In Nederland is het niveau gedaald. Bij het Nederlands elftal zitten spelers die tien jaar geleden niet eens de selectie voor Oranje hadden gehaald.'

Is de opleiding in Nederland slecht?

Ronald: 'Er is best talent, hoewel het een golfbeweging is. Maar de mentaliteit is veranderd. Alles is anders, door social media, zaakwaarnemers. Alles is veranderd en niet ten goede, vind ik.'

Erwin: 'En de omringende landen hebben niet geslapen. Die zijn beter geworden.'

Ronald, toenemend opgewonden: 'Ik vind ook dat je met de tijd moet meegaan. Die discussies hebben we ook met onze kinderen. Kijk naar al die telefoons. Er wordt toch niet meer gecommuniceerd op een voetbalveld. Ze zitten allemaal met zo'n ding op in de bus en dat zie je qua communicatie terug in het veld. Niemand zegt tegen een ander: godverdomme, speel mij die bal, of loop met hém mee. Ze accepteren alles van elkaar. Als wij voetbalden, ging het alleen om winnen. Oog om oog, tand om tand.' Hij slaat in zijn handpalm. 'Dat is echt minder geworden.'

Erwin: 'Wij zijn de laatste der Mohikanen.'

Ronald: 'In Engeland worden ze anders opgevoed in de training dan in Nederland. Raymond Verheijen (een inspanningsfysioloog, red.) zou hier tranen in de ogen krijgen, omdat we te veel of te hard zouden trainen. Ja, bij Feyenoord week ik soms af van zijn schema's. Dan zaten we in trainingskamp en wilde ik 's middags weleens iets doen. Anders zaten we tussen 14 en 22 uur met de armen over elkaar, omdat we van Verheijen niet mochten trainen. Hou op. Hij heeft beste goede dingen, maar ook een hoop waarvan ik zeg dat het niet meer van deze tijd is.'

Zijn jullie nog steeds gestoord van voetbal?

Ronald: 'Ja, alleen op een iets andere manier, met meer relativering. Maar nog steeds ben ik zo ziek van een nederlaag dat ik op maandag vier uur lang de wedstrijd terugkijk. Beelden stoppen, terug, dit, dat. Gewoon, om mezelf voor te bereiden, omdat ik vind dat het voor iedereen duidelijk moet zijn wat we willen. Hoe meer beelden je bekijkt van een slechte wedstrijd, hoe bozer je wordt, hoe meer je ziet in negatief opzicht. Dat doe je niet als je niet gek bent van voetbal.'

Erwin: 'We zijn kritisch. Dat is ook onze kracht.'

Ronald: 'Te kritisch misschien. Dat ligt ook aan het feit dat ikzelf op hoog niveau heb gespeeld. Je ziet dingen gebeuren waarvan je denkt: zien ze dat niet? Nee, dat zien ze dus niet. In het begin had ik daarmee echt moeite. Je vergelijkt gauw.'

Erwin: 'Ronald, het is heel simpel. Als jouw achillespees goed was, had je als kaatser vaker meegedaan tijdens de training. Ik doe nog weleens mee. Dan horen we gewoon bij de beteren. Als je het over spelinzicht hebt, over de hardheid van inspelen.'

Ronald: 'De eerste aanname.'

Erwin: 'Een man overslaan.'

Ronald: 'Het zien.'

Twaalf interviews om 2016 mee af te sluiten

Om 2016 goed af te sluiten sprak Volkskrant Magazine met twaalf Nederlanders die hun stempel op het jaar hebben gedrukt.

Van Sylvana Simons tot Martin Garrix, van Ebru Umar tot Epke Zonderland. Over voetbal, hebzucht, glamour, terrorisme en de pakketjes van Coolblue.

Het is toch raar dat jullie dat beter doen dan spelers die in de kracht van hun leven zijn?

Erwin: 'Dat zit puur híér (wijst op zijn hoofd). Ervaring, inzicht in voetbal.'

Ronald: 'Het lijkt alsof het zien van oplossingen in voetbal minder is geworden. Het tactisch inzicht is verminderd. Misschien komt het doordat wij op straat voetbalden. De hele dag door kwam je in situaties terecht, of het nu op een pleintje was, een grasveld of met een stoeprand. Wij hebben tegen elkaar gevoetbald met twee fietsenrekjes als doel. Daar zat twee meter tussen. Een tegen één. Bloed aan de paal. Natuurlijk liep dat op ruzie uit, want we konden allebei niet tegen verlies.'

Hebben jullie weleens ruzie met elkaar of is het pure broederliefde?

Ronald: 'Geen ruzie. We accepteren van elkaar dat we anders zijn en we leven met elkaar mee als er iets is. Erwins zoon Len en mijn zoon Tim zijn van dezelfde leeftijd. Die zijn gezellig met elkaar. De familieband is gegroeid.'

Erwin: 'Ze komen bij café de Bastille in Amsterdam. Daar liggen nog voetstappen van ons.'

Ronald: 'Ja, het keukentje. Dat was de achteringang. Als het voorin druk was en alles vol stond, konden we via het keukentje naar binnen. Bij de gokkast, achterin, kon je altijd staan. Hahaha.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.