'Het is heel erg dat onvruchtbaarheid niet de aandacht krijgt die het verdient'

De fertiliteitszorg in Nederland moet beter, vindt scheidend hoogleraar voortplantings geneeskunde Bart Fauser. 'We jagen mensen de grens over.'

Bart Frauser. Foto Foto: Jorgen Caris / illustratie: Gees Voorhees

'In de toekomst heb je misschien helemaal geen zaadcellen en eicellen meer nodig om kinderen te verwekken. Als we straks uit stamcellen geslachtscellen kunnen creëren, kunnen homostellen en lesbische stellen een honderd procent genetisch eigen kind krijgen. Mannen en vrouwen kunnen dan ook helemaal alleen kinderen krijgen, zonder dat er een zaad- of eiceldonor aan te pas komt, als een soort hermafrodiet. Moet je je voorstellen wat een ethische dilemma's dat weer gaat opleveren.'

Zijn ogen gaan er een beetje van glimmen. 'Fascinerend, toch?'

Maandag neemt Bart Fauser afscheid als hoogleraar voortplantingsgeneeskunde bij het UMC Utrecht. Na 36 jaar zet hij zijn carrière in Nederland op een laag pitje. Hij blijft nog wel internationaal actief als onderzoeker, bestuurder en consultant en als gasthoogleraar aan verschillende instellingen. Maar hij hoeft niet meer elke ochtend om 6 uur op te staan om patiënten te zien - patiënten die de laatste jaren veelal bij hem kwamen voor een second of zelfs third opinion.

In zijn afscheidsrede heeft hij het over hoe het vakgebied van fertiliteitsbehandelingen de laatste decennia een enorme vlucht heeft genomen, over wat er volgens hem anders en beter moet. En dus ook over de onvruchtbaarheidsbehandelingen van de toekomst.

Stamcelbaby's: dat klinkt als verre toekomstmuziek.

'Het lijkt nu nog sciencefiction, maar let op mijn woorden: in de toekomst wordt het mogelijk. Niet over tien jaar, maar wel binnen vijftig jaar. Onvruchtbaarheid bestaat dan niet meer en een leeftijdsgrens aan zwanger worden ook niet. Vrouwen kunnen, zonder dat ze eicellen van een ander nodig hebben, tot op zeer hoge leeftijd nog kinderen krijgen.'

Geslachtsloze voortplanting tot we 100 zijn: veel mensen zullen huiveren bij het idee.

'Vooruitgang doet altijd huiveren. Verandering roept nu eenmaal weerstand op. Ik heb het al zo vaak zien gebeuren; zodra er op het gebied van fertiliteitsbehandelingen nieuwe mogelijkheden zijn - eicellen invriezen voor later, embryoselectie om ziektes in het toekomstige kind uit te sluiten - voelen mensen zich zeer ongemakkelijk. Bij alle nieuwe technieken kun je je het allerzwartste scenario voorstellen.

'Ook nu weer: als een kind straks uit één moeder of één vader voortkomt, wat doet dat dan met zijn identiteit? Hoe groeit het op? Je kunt je voorstellen dat baby's die verwekt zijn met stamceltechniek het later misschien heel moeilijk krijgen. Maar ja, dat dachten we ook over kinderen van single moeders en over kinderen van vrouwen die op latere leeftijd zwanger worden. En die vrees was ook onterecht, zo heeft uitgebreid onderzoek inmiddels aangetoond.'

Fauser laat zich in de media graag uit over medisch-ethische dilemma's. Hij geldt als vooruitstrevend: de laatste jaren was Fauser een van de grootste voorstanders van het verhogen van de maximale leeftijd waarop vrouwen nog een vruchtbaarheidsbehandeling kunnen krijgen. En in de discussie rond het invriezen van eicellen om sociale redenen, bepleitte hij als een van de eersten in Nederland dat dit mogelijk moest worden.

'Op de vraag 'moeten we dat wel willen, met z'n allen, die oude moeders?', zeg ik volmondig: ja. De oudere vrouwen met een kinderwens die ik in mijn spreekkamer tegenover me heb gehad zijn, zoals bijna al mijn patiënten, heel weldenkende mensen. Vaak hebben ze zich verzekerd van hulp van hun omgeving, mochten ze ziek worden of vroeg overlijden. Bovendien hebben ze vaak meer rust - de carrière is al gemaakt - en financiële zekerheid.'

Ruim achttien jaar geleden wilde u single vrouwen helemaal niet helpen om zwanger te worden - stellen moesten een goede relatie hebben om door u en uw team behandeld te worden. In 2002 zei u zelfs nog te 'huiveren' bij het idee dat vrouwen eicellen zouden kunnen invriezen om later een kind te krijgen. Dat is nogal een radicale omslag.

'Toen ik zelf nog maar een kind was, wist ik al dat ik later vader wilde worden. Ik zag mezelf voor me, later, wandelend over straat met een kind aan de hand. Zo is dat ook voor veel stellen die bij mij komen; als zoiets wezenlijks niet mogelijk lijkt, schopt dat het fundament weg onder je bestaan. Natuurlijk wil je er dan alles aan doen om toch een kind te kunnen krijgen. Daar heb ik altijd veel begrip voor gehad.

'Toch was ik inderdaad terughoudend over veel zaken - ik stelde me al snel op het standpunt: 'Ho, ho, tot hier en niet verder.' Ik voelde me medeverantwoordelijk voor het welzijn van ieder kind dat ik hielp geboren te worden. Nog steeds, trouwens. Maar van een behoudende dokter ben ik veranderd in een arts die zich erg inleeft in de patiënt die tegenover hem zit en die vooral denkt: wie ben ik om te zeggen dat iemand die niet aan het ideale plaatje voldoet geen kinderen mag krijgen?'

Waar komt die omslag vandaan?

'Ik ging niet plotseling radicaal anders denken; het was een geleidelijke verandering. Ik kom uit een traditioneel milieu, een katholiek nest, en leefde lang een traditioneel leven. Ik trouwde met iemand die ik sinds mijn studententijd kende, kreeg jong kinderen en zij was bereid haar loopbaan ondergeschikt te maken aan de mijne en mij te volgen in mijn avonturen naar het buitenland. Dat katholieke milieu, waarin huisje-boompje-beestje belangrijk was, was mijn morele kompas. Maar door wat ik meemaakte in mijn leven is mijn idee veranderd over wat hoort en wat niet hoort.'

Wat maakte u mee, waardoor uw morele kompas verschoof?

'De moeder van mijn kinderen is achttien jaar geleden overleden. Ik stond er daarna als vader van twee jonge kinderen alleen voor. Mijn jongste zoon heeft een spierziekte en is ernstig gehandicapt. Het klinkt misschien cynisch, maar ik ben door de tegenslagen en het verlies een empathischer dokter geworden. Doordat ik aan de patiëntenkant van het bureau heb gezeten, wil ik mensen niet in de kou laten staan, vooral met ze praten, ze ondersteunen en samen met hen beslissingen nemen over hun behandeling. Ik heb meer oog gekregen voor de menselijke kant van hun verhaal.'

Door naar hen te luisteren ging u ook anders denken over zaken als single ouderschap?

'Dat heeft er meer mee te maken dat in mijn omgeving stellen die aan het standaardplaatje voldeden, gingen scheiden. Soms op een manier die schadelijk was voor de kinderen. Tegelijkertijd kwam er grootschalig onderzoek over hoe kinderen van homoseksuele stellen, oudere moeders en later ook bewust alleenstaande moeders het doen. Ze ontwikkelen zich prima op sociaal en cognitief vlak. Dat hielp me het ouderwetse huisje-boompje-beestje-idee te relativeren. Ik had er al die jaren eigenlijk veel te bekrompen over gedacht. Wie was ik om, met al die kennis in het achterhoofd, mijn weg nog steeds aan te wijzen als de enige en de beste weg?'

Heeft Guusje ter Horst, PvdA-politica en sinds acht jaar de nieuwe liefde in uw leven, nog een rol gespeeld bij het verwerven van al die nieuwe inzichten?

'Het is niet zo dat ik door haar heel anders ben gaan denken, maar zij heeft mijn blikveld wel verruimd. Ze is maatschappelijk zeer betrokken en altijd aan het discussiëren over wat er speelt. We praten veel over wat er in mijn vak aan de hand is, zij kijkt ernaar met een blik van: mogen vrouwen alsjeblieft zélf beslissen? Dat had ze bijvoorbeeld heel sterk bij de leeftijdsgrens - vrouwen werden in Nederland na hun 45ste niet meer behandeld. Vorig jaar is de grens omhoog gegaan naar 50.

Het was ook zo bekrompen: Nederland was het enige land met die strenge leeftijdsgrens en sommige ziekenhuizen stopten met 43 jaar al met ivf-trajecten. Zo jaag je mensen de grens over. Nederland moet echt eens goed gaan kijken hoe we onze patiënten hier houden, in plaats van allerlei regeltjes in te stellen waardoor ze hun heil elders zoeken.'

Volgens de schattingen wijken er elk jaar een paar honderd patiënten uit naar het buitenland voor fertiliteitsbehandelingen. Moet je voor zo'n relatief kleine groep het beleid hier omgooien?

'O, maar die schattingen kloppen niet: dat zijn er zeker duizenden per jaar. Ik heb zo vaak van patiënten gehoord dat ze op het punt stonden om naar het buitenland te vertrekken. Van collega's uit het buitenland hoor ik hoeveel Nederlandse paren zij behandelen. En ik zie het ook met de eicelbank die we hier in Utrecht hebben opgezet. Tot nu toe hebben we zo'n veertig matches gemaakt, maar het is ook al regelmatig gebeurd dat, wanneer we belden dat er eicellen beschikbaar waren, een patiënt aangaf dat ze al in een traject in het buitenland zaten. Omdat ze hier te lang moeten wachten.

'Het komt niet alleen door de beperkende regelgeving en het schreeuwende tekort aan eicellen dat mensen de grens overgaan. In het buitenland wordt meer uit de kast getrokken. De vergoeding voor een ivf-traject ligt in Nederland zo laag dat je een aantal dingen niet kunt uitvoeren, omdat het anders te kostbaar is. In de rest van de wereld wordt bij ivf bijvoorbeeld standaard een embryoscoop gebruikt om de ontwikkeling van het embryo vast te leggen. Daarbij maak je regelmatig een foto van het embryo, zonder het te verplaatsen en kun je het ideale moment van terugplaatsing te bepalen. Hier is die techniek geen regel, maar hoge uitzondering. Omdat het te duur is.'

Hebben mensen die hun heil in het buitenland zoeken dan ook een grotere kans om zwanger te worden?

'Het gaat om kleine verschillen, maar dat kan voor het individu wel net het verschil maken tussen wel of geen succesvolle zwangerschap. Dat van die kosten is niet het enige probleem; we werken hier ook te versnipperd, daardoor kunnen ziekenhuizen niet genoeg uitblinken. Als ik het voor het zeggen had, zou ik de fertiliteitszorg in Nederland heel anders inrichten.'

Wat moet er veranderen?

'Ik pleit er al jaren voor: laten we een paar centers of excellence opzetten. Als drie UMC's nou eens zeggen: hier gaan wij ons op richten, en vervolgens hun krachten bundelen. Dan kun je in uitgebreide onderzoekssetting bekijken welke behandelingen werken, behandelresultaten verbeteren en in overleg gaan met de zorgverzekeraars over de vergoedingen.

'Die centra doen in mijn ideaalbeeld de hele women's health, dus ook onderzoek naar anticonceptie en de menopauze. Vrouwen zijn echt slechter af in de gezondheidszorg in Nederland. Hoe vreemd is het bijvoorbeeld dat anticonceptie aan de industrie wordt overgelaten - die trouwens al een tijd niks nieuws meer ontwikkelt - en dat we de overgang maar gewoon negeren? Alsof dit alles niet de helft van onze bevolking aangaat. Wij als samenleving moeten hier onze verantwoordelijkheid in nemen. Maar zoals gezegd roep ik dit al een tijd en ik vrees dat het niet snel zal gebeuren.'

Nu we het toch over frustraties hebben: de eicelbank heeft veel minder donoren dan gehoopt. Is dat een flinke tegenvaller in uw carrière?

'Het is het dilemma van de valse hoop geworden. Toen ik de eicelbank aankondigde, stond iedereen op de achterste benen. Betalen voor een eicel! (donoren krijgen een vergoeding van 900 euro, red.). Ik kreeg telefoontjes van het ministerie van Volksgezondheid dat ze me goed in de gaten hielden en dat ik me vooral aan de regels diende te houden. En we mogen vooral niet te wervend zijn, want dan zouden we arme vrouwen maar verleiden te doneren. Terwijl wij weten dat de vrouwen die hun eicellen afstaan, dat vaak doen om altruïstische redenen - omdat ze iemand in hun omgeving hebben die kampte met vruchtbaarheidsproblemen. Die paar honderd eicellen die we hebben, zijn er dus gekomen zonder abricampagne of tv-spotjes.'

Fauser maakt de vergelijking met het doneren van een nier aan een onbekende. 'Ziekenhuisbestuurder Marcel Levy had in de Volkskrant een mooi interview over waarom hij zijn nier afstond. Hij trad ermee naar buiten om anderen ook te laten nadenken over nierdonatie. Kun je je voorstellen dat wij eiceldonoren aanraden om in de publiciteit te treden, zodat andere vrouwen wellicht ook de stap zetten? De wereld zou te klein zijn: de glijdendeschaalargumenten en het 'moeten we dit wel willen met z'n allen' zouden niet van de lucht zijn.'

Een nier doneren is toch ook heel wat anders? Daarmee red je een leven.

'Dat is zo en als je een nierziekte hebt, lijd je uiteraard ernstig. Maar dat geeft nog niet het recht om te zeggen: als je geen kinderen kunt krijgen, jammer dan, pech gehad. Dat is bij een groot publiek wel impliciet het idee - alsof vruchtbaarheidsproblemen iets triviaals zijn. Ik heb mensen zien lijden hoor, omdat het niet lukt: zij torsen een groot verdriet met zich mee. Het is heel erg dat onvruchtbaarheid niet de aandacht krijgt die het verdient.'

Blijft u zich straks nog even fel roeren in het publieke debat?

'Ik wil niet zo'n grumpy old man zijn die vanaf de zijlijn staat te roepen. Maar als er weer ongefundeerde meningen worden verkondigd over mijn vakgebied, vrees ik dat ik het toch niet kan laten.'


CV Bert Fauser

1979 Diploma geneeskunde Radboud Universiteit Nijmegen. Daarna opleiding tot gynaecoloog.

1986 Universitair hoofddocent en vanaf 1996 Hoogleraar reproductieve endocrinologie aan het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam

2004 Hoogleraar voortplantingsgeneeskunde en gynaecologie aan de Universiteit Utrecht, afdelingshoofd en voorzitter van de divisie Vrouw en Baby in het UMC Utrecht.

2012 Oprichting eicelbank in UMC Utrecht.

Fauser zat (en zit) in de raden van bestuur van de gezondheidsraad, ZonMw, de European Society of Human Reproduction and Embryology en de WHO. Auteur en co-auteur van ruim vierhonderd wetenschappelijke artikelen en auteur van Baby making, what the new reproductive treatments mean for families and society.


Zoeken naar speld in hooiberg

De kinderwens van Rosalyn en Jeroen is groot, maar zij heeft het zeldzame syndroom MRKH. Nu is het Friese stel hopeloos op zoek naar een draagmoeder. 'Het is als een speld in een hooiberg waar we zelf niet naar kunnen zoeken. Die speld moet uit zichzelf naar ons toe komen.'

Meer over