Column

'Het enige zwarte waar de Antilliaanse elite dol op is, is zwart geld'

De leden van de Curaçaose elite hebben zich nooit bekommerd om hun zwarte landgenoten, schrijft Meindert Fennema.

Feestgangers kijken toe tijdens de carnavalsoptocht op het Curaçao. Carnaval is het belangrijkste culturele evenement van het eiland, de optocht het populairste onderdeel ervan. Beeld anp

Mijn column van 21 maart 'Een boze neger die zijn eigendommen komt ophalen; dat is Emancipatie' over het conflict tussen de Curaçaose kunstenaar Kirindongo en de curator van de tentoonstelling '150 jaar Emancipatie' heeft op Curaçao voor enige beroering gezorgd. Het Antilliaans Dagblad kopte: Fennema beledigt. De andere Curaçaose kwaliteitskrant, Amigoe, riep bij monde van haar oud-hoofdredacteur, Hans Vaders, op om mij 'voor de komende jaren van het eiland te weren'.

Mijn stuk heeft de woede gewekt van de culturele elite, die overwegend blank is. Dat geldt voor de eigenaar en hoofdredacteur van het Antilliaans Dagblad, Michael Willemse; voor journalist en schrijver Hans Vaders en voor kunstpaus Jennifer Smit. Het geldt niet voor de kunstenaars Felix de Rooy en Norman de Palm die je mulat zou kunnen noemen en helemaal niet voor de twee bekendste kunstenaars van Curaçao, Frank Martinus Arion en Kirindongo. Die zijn zwart.

Meesmuilend
En juist die twee hebben hun succes in Nederland geoogst en niet op Curaçao. Frank Martinus Arion was, naast een belangrijk schrijver, ook de motor achter het Papiamentu onderwijs op Curaçao. Over Arion werd in de Curaçaose bovenlaag altijd een beetje meesmuilend gedaan; een eredoctoraat heeft hij nooit gekregen en hij werd aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen pas tot hoogleraar benoemd toen hij al drieënzeventig was, meer dan twintig jaar nadat hij aan de Universiteit van Amsterdam zijn dissertatie 'Kiss of a Slave. Papiamentu's West-African Connections' verdedigd had.

Voor Kirindongo geldt hetzelfde. Weliswaar komt hij voor in het anthologie van de Curaçaose beeldende kunst van Jennifer Smit en Felix de Rooy, maar als een Curaçaose Karel Appel wordt hij niet behandeld.

Oranjefans langs de route tijdens het bezoek van koning Willem-Alexander en koningin Maxima aan Curacao. Het koningspaar brengt een kennismakingsbezoek aan alle zes eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Beeld anp
 
De Curaçaose kwaliteitskrant Amigoe riep bij monde van haar oud-hoofdredacteur, Hans Vaders, op om mij 'voor de komende jaren van het eiland te weren'

Profeten worden nooit geëerd in eigen land en op Curaçao geldt dat wel in het bijzonder. Dat komt omdat de rassenscheiding op Curaçao nog steeds een rol speelt. Het racisme onder Curaçaoënaars is een open riool. Een blanke Antilliaan vertelde dat zijn vader in woede ontstak toen hij begreep dat zijn zoon op mannen viel. 'Dan heb ik nog liever dan je met een negerin thuiskomt' beet hij zijn zoon toe. De Antilliaanse elite trouwt niet met een zwarte Antilliaan, wel met blanke Venezolanen, Dominicanen Colombianen of Nederlanders.

Blanke elite
Tot aan het eind van de 19de eeuw was het bestuur en de economie op Curaçao in handen van een protestantse elite, die echter van meet af aan haar macht moest delen met een Portugees-Joodse elite van handelaren en bankiers.

Nadat Shell zich op Curaçao gevestigd had, in 1914, kwamen nieuwe groepen naar Curaçao: Nederlanders, maar ook Duitse Joden en Portugezen en Surinamers die door Shell gerekruteerd werden. Het bestuur, de cultuur en de economie bleven in handen van de blanke elite. Pas na de Tweede Wereldoorlog wist een mulat, M.F. Da Costa Gomez, het bestuurlijk monopolie van de blanke elites te doorbreken en werd de lichtgekleurde middenklasse in de bestuurlijke elite opgenomen.

 
Tot aan het eind van de 19de eeuw was het bestuur en de economie op Curaçao in handen van een protestantse elite

Pas na de opstand in Willemstad, mei 1969, drongen ook de zwarte Antillianen door tot het landsbestuur. De blanke dr. E. Jonckheer werd in 1970 als gouverneur schielijk vervangen door de zwarte drs. E.M. Leito. Voor mijn Antilliaanse schoonvader, die in de partij van Da Costa Gomez actief was, was die opstand van 1969, waarbij Otrabanda in vlammen opging, traumatisch. 'Na mei 1969 was elke kakdoos opeens Meneer kakdoos'. Wie kennis wil nemen van de frustraties van deze nieuwe politieke elite, die ingeklemd zit tussen de blanke Curaçaoënaars die de belasting ontduiken en de Nederlandse regering die niet meer voor de kosten van de verzorgingsstaat wil opdraaien, moet het boek van Freek van Beetz lezen, 'Het einde van de Antillen. Kroniek van een adviseur op Curaçao' (2013).

Paternalisme en neokoloniale bemoeizucht
De economie en de cultuur bleef ook na 1969 gedomineerd door blanke elites. Bij Shell deelden de Nederlanders de lakens uit, de banken bleven in handen van Portugese Joden, en in de off shore financiële industrie waren het ook blanke Curaçaoënaars die de miljoenen binnenhaalden door de mazen van de Amerikaanse en Europese belastingwetgeving. Notaris Anton Smeets was in 1940 uitvinder van een constructie waarmee geld van Nederlandse bedrijven tijdens de bezetting in veiligheid werd gebracht door hun zetel te verplaatsen naar de Nederlandse Antillen. Later ontwikkelde hij Curaçao tot uiterst lucratieve fiscale vluchtheuvel voor multinationals en vermogende particulieren. Toen de Amerikaanse regering de belastingwetgeving gerepareerd had, in 1986, kopte de New York Times 'No more sweets for Smeets'. Maar zijn zoon Chris staat nog steeds in de Quote 500.

De zwarte bevolking deelde maar in beperkte mate in deze bonanza en voor zover zij het materieel beter kregen was dat vooral dankzij Nederlandse hulp. De leden van de Curaçaose elite - of zij zich nu in 1750 of in 1950 op het eiland vestigden - hebben zich nooit bekommerd om hun zwarte landgenoten. Zij gaven liever de schuld aan de Nederlandse regering die zij beschuldigen van paternalisme en neokoloniale bemoeizucht. Ondertussen stuurde de regering in Willemstad haar zwarte onderklasse met een gratis vliegticket naar Nederland. Het enige zwarte waar de Antilliaanse elite dol op is, is zwart geld.

Hans Vaders omschrijft het karakter van de Antillianen als 'te vriendelijk, te beleefd, te correct en te weinig geëmancipeerd'. Voor een heel andere visie op het Antilliaanse volkskarakter verwijs ik naar het proefschrift van Marion van San over criminele Antillianen in Rotterdam met de veelzeggende titel 'Steken en Stelen' (2002).

Meindert Fennema is emeritus hoogleraar en columnist voor Volkskrant.nl. Vorig jaar verscheen zijn eerste roman Het slachthuis.

 
Ondertussen stuurde de regering in Willemstad haar zwarte onderklasse met een gratis vliegticket naar Nederland
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.