Opinie

'Het besturen van een studentenvereniging is gewoon grotemensenwerk'

Overdag runnen bestuurders van een studentenvereniging een bedrijf en 's avonds een kroeg met een aanzienlijke jaaromzet. Dit alles dient in goede banen geleid te worden. Dat schrijft Jan Boers, praeses van de Landelijke Kamer van Verenigingen.

Studentenverenigingen presenteren zich met muziek en uitgedoste wagens op de straatparade langs de Maliebaan in Utrecht. Beeld ANP

Dat zijn artikel zoveel stof zou doen opwaaien, had Leon van Wijk van tevoren vast niet gedacht. Vorige week schreef hij een wat wazig artikel waarin hij betoogde dat studenten die een bestuursjaar doen, eigenlijk niet veel meer uitvoeren dan zuipen en het organiseren van borrels. ASVA-voorzitter Eline Peters schreef daarop een fel tegenartikel waarin zij uiteenzette dat actieve studenten wel degelijk meer doen dan bier drinken. Vervolgens verscheen er woensdag een artikel uit de pen van Jacob Jolij, universitair docent psychologie aan de Universiteit in Groningen.

Onderscheid
Jolij maakt terecht onderscheid tussen verschillende soorten nevenactiviteiten. Allereerst de studenten die actief zijn in de medezeggenschap van hun universiteit. Daarnaast studenten die besturen bij een studievereniging en ten slotte de studenten die een bestuursjaar doen bij hun studentenvereniging. De actieve studenten bij een studentenvereniging, daar heeft Jolij blijkbaar minder affiniteit mee. Deze studenten halen minder studiepunten, drinken meer en als bestuurder van een studentenvereniging doe je weinig nuttige vaardigheden op, aldus de beste man uit Groningen.

Het is ironisch dat Jolij aan het begin van zijn artikel het verwijt maakt richting ASVA- voorzitter Eline Peters haar verhaal niet op feiten te baseren. Jolij doet namelijk zelf een aantal beweringen in zijn eigen artikel die hij niet stoelt op feiten. Helemaal als wetenschapper dient hij toch te weten dat elke bewering op de juiste bron gebaseerd dient te zijn.

Allereerst kaart hij aan dat studenten van een studentenvereniging beduidend minder punten halen dan andere studenten. Deze uitspraak is vrij gemakkelijk te controleren. Zo dachten ook verschillende Universiteiten, die daar vervolgens ook onderzoek naar hebben gedaan. De Rijksuniversiteit Groningen heeft afgelopen zomer de studievoortgang van eerstejaars onderzocht. Hierbij is duidelijk onderscheid gemaakt tussen studenten die lid zijn van een studentenvereniging en studenten die dat niet zijn. In de resultaten kwam inderdaad naar voren dat studenten, die naast hun studie lid zijn bij bepaalde studentenverenigingen, gemiddeld minder punten hebben gehaald in hun eerste jaar. Een letterlijke quote uit het rapport: 'Lidmaatschap van de vereniging betekent niet dat de student doorgaans minder studiepunten haalt. Er zijn grote verschillen tussen de verenigingen.'

Frappant
Een frappant detail uit het onderzoek is tevens dat studenten, die lid zijn van een vereniging en in een huis van de vereniging wonen, de tevredenheid van het leven substantieel met een hoger cijfer beoordelen dan de rest van de studenten.

Maar goed, laten we voor het gemak er vanuit gaan dat verenigingsstudenten in hun eerste jaar minder punten zouden halen. De Universiteit Leiden heeft een soortgelijk onderzoek gedaan, maar dan met de studievoortgang in jaar 2 en 3 meegenomen. Wat blijkt? Het propedeuse-rendement na twee jaar is hoger binnen de groep studenten van Leidse studentenverenigingen dan daarbuiten.

Tevens blijkt dat verenigingsleden in Leiden minder snel met hun studie stoppen. Dit verenigingseffect, zoals de onderzoekers dat noemen, is sterker naarmate de periode langer is. Uiteindelijk studeren leden van studentenverenigingen niet later of veel slechter af dan hun studiegenoten die niet lid zijn van een vereniging. Er kan dus worden geconcludeerd dat de bewering van Jolij, waarmee hij stelt dat verenigingsleden beduidend minder studiepunten halen, weliswaar voor het eerste jaar een kern van waarheid bevat, maar over de gehele studietijd gezien pertinent onjuist is.

Meer drinken
Ten tweede beweert Jolij dat studenten die lid zijn flink meer drinken dan studenten die niet lid zijn. Ook dit is een ongenuanceerde bewering. Echter, lastiger te meten. Natuurlijk wordt er veel gedronken op studentenverenigingen, ik zal dat zeker niet ontkennen. Evengoed wordt in iedere willekeurige studentenkroeg op de hoek ook veel gedronken door niet-leden. Het is wat kort door de bocht om te zeggen dat verenigingsstudenten substantieel meer drinken dan studenten die niet lid zijn van een vereniging. De horeca klaagt niet over de omzet door niet-leden.

Ten slotte blijkt uit het artikel dat Jolij de meerwaarde van een collegegeldvrij bestuursjaar voor studenten in medezeggenschap en studieverenigingen inziet, wat ik overigens volledig onderschrijf. Echter kan hij zich minder vinden in een collegegeldvrij jaar voor het besturen van een studentenvereniging, dat is spijtig. Ik voel mij dan ook aangesproken om dat beeld, waarin besturen bij studentenverenigingen louter in de recreatieve uren plaatsvindt, bij te schaven.

Sociale aspect
Studentenverenigingen heten niets voor niets in de volledige term studentengezelligheidsverenigingen. De focus bij dergelijke verenigingen ligt inderdaad op het sociale aspect: gezelligheid en sociale binding. Studenten die gaan studeren komen vaak nieuw in onbekende omgeving, los van het veilige en vertrouwde van de middelbare school. Veel studenten kiezen daarom om lid te worden van een studentenvereniging om vriendschappen op te bouwen, de stad te leren kennen en gewoon voor een stuk gezelligheid. Dit zorgt voor binding aan de stad en de universiteit, waardoor die studenten ook minder vaak wisselen van onderwijsinstelling. Ook de Universiteit heeft dus wel degelijk belang bij goed functionerende studentenverenigingen.

Dat vermaak en gezelligheid an sich dingen zijn die studenten in hun vrije tijd moeten opzoeken, daar ben ik het mee eens. Een vereniging blijft echter niet vanzelf draaiende en wordt gerund door de leden die zich vrijwillig (!) hiervoor inspannen. Ditzelfde geldt voor leden van het bestuur, die een jaar van hun studie opgeven om de vereniging draaiende te houden. Uiteraard is uitbreiding van het cv een prettige bijkomstigheid. Toch is dit vaak niet het hoofddoel om een bestuursjaar te gaan doen. De motivatie ligt dieper, de overtuiging en drang om je een jaar lang voor je vereniging in te zetten.

Eenmaal aan de slag betreft dit al snel een fulltime baan en er naast studeren is praktisch onmogelijk. Als men een gemiddelde vereniging bekijkt met zo'n 1000 leden, dan spreekt het voor zich dat er een groot pand nodig is om die vereniging te huisvesten. Vervolgens staan er dan meerdere avonden per week een paar honderd man op de sociëteit en als het even kan wordt ook de mogelijkheid om te eten op de vereniging aangegrepen. Overdag runnen bestuurders een bedrijf en 's avonds een kroeg met een aanzienlijke jaaromzet. Dit alles dient in goede banen geleid te worden. Dan spreek ik nog niet eens over het bestuurswerk in de contacten met bedrijven, de lokale overheden en de onderwijsinstellingen: gewoon grotemensenwerk.

Kortom, als bestuurder van een studentenvereniging rusten er heel wat verantwoordelijkheden op de schouders en doet men, net als medezeggenschappers of bestuurders van studieverenigingen, een breed scala aan ervaringen en vaardigheden op.

Collegegeldvrij
Nu terug naar waar het allemaal om begon: het voorstel collegegeldvrij besturen, van de Tweede Kamerleden Lucas en Van der Ham. Nu betalen die fulltime studentbestuurders nog collegegeld, terwijl in er dat jaar simpelweg geen college, practicum of werkgroep gevolgd wordt. Dat is dus betalen voor iets wat je niet krijgt, een kromme gedachte. Maar wat krom is kan rechtgemaakt worden, en het voorstel Collegegeldvrij Besturen maakt mogelijk dat studentbestuurders worden vrijgesteld van collegegeld. En ja, dat moet ook gelden voor de besturen van de studentenverenigingen.

Jan Boers is praeses van de Landelijke Kamer van Verenigingen

 
De horeca klaagt niet over de omzet door niet-leden.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.