Nieuws De droom van Poliphile

‘Het beroemdste koffietafelboek uit de geschiedenis’ is na vier eeuwen terug in Nederland

Bay van der Bunt. Foto Simon Lenskens

De droom van Poliphilus was hét (erotisch getinte) cultboek van de zestiende eeuw. Na ruim 450 jaar is het exemplaar van Willem van Oranje weer te bewonderen in Nederland.

Wat moet de grootste verzamelaar van sterke drank ter wereld met een boek uit de privécollectie van Willem van Oranje? Dat vroeg Bay van der Bunt (70) zich ook af, toen hij in 2006 door een Nederlandse antiquair werd getipt dat in Parijs een bijzonder boek geveild zou worden. Of hij in zijn buidel wilde tasten. Opdat hét cultboek uit het zestiende-eeuwse Europa, Le songe de Poliphile (De droom van Poliphilus), in 1559 in Parijs aangeschaft door Willem van Oranje, terecht zou komen waar het hoort: in Nederlandse handen. Vanaf woensdag wordt het voor het eerst tentoongesteld voor het publiek, in de Ambassade van de Vrije Geest in Amsterdam.

Zijn cultstatus dankt het werk aan de bijzondere illustraties en typografie en natuurlijk aan het verhaal zelf: de zoektocht van een jongeling naar zijn geliefde, die symbool staat voor een zoektocht naar de ziel. Een verhaal vol fantasieën, mysteries en kennis van de Egyptische, Griekse en Romeinse oudheid, met hier en daar erotisch getinte beschrijvingen. Een Bildungsroman avant la lettre, zegt boekhistoricus José Bouman van Bibliotheca Philosophica Hermetica in Amsterdam. Ze noemt het ‘het beroemdste koffietafelboek uit de geschiedenis’.

Twee pagina's uit het historische boek. Foto Simon Lenskens

Het verhaal van Poliphilus

Hypnerotomachia Poliphilus is het allegorische verhaal over een jongeling die treurt om zijn afwezige geliefde Polia. Hij valt in slaap en wordt wakker in een donker bos. Wat volgt is een beschrijving van zijn zwerftocht door het woud, op zoek naar de vrouw. Onderweg stuit hij op ruïnes, tempels, obelisken en standbeelden. Bij elk object blijft hij uitvoerig staan om inscripties, hiëroglyfen en andere mysterieuze tekens te ontrafelen, in de hoop wijsheid te vergaren en dichter bij het mysterie van de ziel te komen. Een terugkerend thema is de lijfspreuk van de Romeinse keizer Augustus: ‘Haast je langzaam.’

Zijn uitvoerig beschreven dwaaltocht stelt Poliphilus voor dilemma’s en angstige momenten. Bij een rots moet hij kiezen uit drie toegangsdeuren: God, de wereld of de liefde. Hij kiest de laatste. Hij moet een uitweg zoeken uit labyrinten en valt door een spleet van een rots, die hem in het rijk van een vorstin doet belanden. In een fontein wordt hij gebaad door twee nimfen, ‘die iets minder groot waren dan levensecht, gekleed in loshangende en langs dijen openvallende gewaden. Hun mouwen waren tot op de schouders opgerold, wat een fraaie blik op hun blote armen bood.’ De nimfen begeleiden hem bij het vervolg van zijn zoektocht naar zijn geliefde.

Het tweede deel van het boek vertelt het verhaal vanuit het perspectief van Polia. Uiteindelijk vinden de twee elkaar en volgt er een trouwceremonie. De laatste woorden die Poliphilus aan het eind tegen haar spreekt, luiden: ‘Welnu, vaarwel dan, mijn meest geliefde Polia.’ Vervolgens wordt hij wakker en blijft de lezer in verwarring achter: was het echt of een droom?

Inspiratie

Le songe de Poliphile heeft in de loop der eeuwen tal van schrijvers, kunstenaars en architecten geïnspireerd. Zoals de ontwerpers van de tuinen van het kasteel van Versailles in Frankrijk en de architect van de Amersfoortse wijk Kattenbroek. De afbeelding van een olifant met een obelisk op zijn rug is terug te zien in het werk van kunstenaars als Bernini en Salvador Dali.

Bay van der Bunt telde twaalf jaar geleden 375 duizend euro neer voor het exemplaar dat Willem van Oranje aanschafte toen hij in 1559 een paar maanden aan het Franse hof in Parijs verbleef. In hofkringen was het boek een ware hype. Het ging Van der Bunt om ‘puur geldelijk gewin’, zegt hij. ‘Ik ben geen grote cultuurminnaar.’ Warmer wordt hij van het verzamelen van eeuwenoude flessen sterke drank, zoals een cognac uit 1747 en een fles madera uit de VOC-tijd die hij voor 37 duizend euro op de kop wist te tikken. 

Euroduveltje

Een verzamelaar uit Amerika bood hem na de veiling in Parijs aan Le songe de Poliphile voor een fikse meerprijs over te nemen. Maar Van der Bunt weerstond de verleiding omdat hij op slag verliefd was geworden op zijn nieuwste aanwinst. ‘Het euroduveltje had mij verlaten.’ Het waren in eerste instantie de kalfsleren omslag met het wapen van Willem van Oranje, de fraaie typografie en de gedetailleerd houtsnedes waar hij zijn ogen niet vanaf kon houden. Hij ging zich verdiepen in het verhaal achter het boek en raakte tot zijn eigen verbazing gefascineerd door de schrijver, de impact ervan en het verhaal zelf. ‘Als je het leest is het alsof je in een film zit. Je  ziet alles voor je. Het verhaal is met passie, kennis en emotie geschreven. Het komt duidelijk uit de testosteronperiode van een jongeling.’

De afbeelding van een olifant met een obelisk op zijn rug is terug te zien in het werk van kunstenaars als Bernini en Salvador Dali. Foto Simon Lenskens
Het olifantje van Bernini in Rome. Foto Wikipedia

De schrijver was anoniem. Na eeuwen van speculaties – was het een Romeinse prins, een geleerde edelman, een Florentijnse architect? – zijn historici het inmiddels zo goed als eens over zijn identiteit: de dominicaanse monnik Francesco Colonna uit Venetië. Hij zou zelf hartstochtelijk verliefd zijn geweest op ene Polia, de vrouw uit het boek waar hoofdpersoon Poliphilus naar op zoek is. De erudiete monnik bediende zich van een eigen taal; een mengeling van woorden uit het Venetiaans, Toscaans, Latijn en Grieks. Hij verzon ook nieuwe, zoals de uit Griekse woorden samengestelde oorspronkelijke titel Hypnerotomachia Poliphili, in het Nederlands te vertalen als ‘de gedroomde, met veel strijd gepaard gaande zoektocht van Poliphilus naar de liefde’.

De eerste vertaling in het Frans zal een klus zijn geweest, maar zorgde wel voor de grote doorbraak bij de Europese elite, die zich de luxe van een boekwerk kon veroorloven. Willem van Oranje nam het na zijn logeerpartij in Parijs mee naar zijn kasteel in Breda, en later naar Dillenburg. Of hij het ooit heeft gelezen is de vraag, want het ziet er nog puntgaaf uit, zegt de huidige eigenaar. Na de gewelddadige dood van de prins in 1584 is het van hand tot hand gegaan om via Berlijn, Engeland, New York en Parijs uiteindelijk in Breda te belanden. 

Omdat Bay van der Bunt het boek als cultureel erfgoed ziet, heeft hij een stichting opgericht – Boek van Oranje – met als doel het te laten zien aan het publiek en uiteindelijk onder te brengen in een museum. ‘Het is een bijzonder boek dat onze Vader des Vaderlands heeft vastgehouden, bekeken en in zijn boekenkast heeft gezet. Dat is onvoorstelbaar en bijzonder. Er zal een moment komen dat ik er afscheid van moet nemen. Dat doet nu al pijn. En dat voor iemand die nog nooit sentimenteel is geworden van een boek. Maar het is niet van mij, maar van Nederland.’

Fragment uit het boek

Terwijl ze over zulke en soortgelijke zaken spraken, baadden de bekoorlijke nimfen zich en ik deed met hen mee. Maar ik vervolg mijn uiteenzetting: geheel tegenover de prachtige fontein waarop aan de buitenzijde zoals beschreven de slapende nimf en sater stonden afgebeeld, bevond zich binnen in het badhuis een andere fontein, gevormd van verguld koper en bevestigd op een vierkant blok wit marmer. De fontein werd geflankeerd door twee zuilen in reliëf met daarop een architraaf, fries, kroonlijst en fronton, gekerfd en gesneden uit hetzelfde gesteente. In de fontein stonden twee nimfen, die iets minder groot waren dan levensecht, gekleed in loshangende en langs de dijen openvallende gewaden. Hun mouwen waren tot op de schouders opgerold, wat een fraaie blik op hun blote armen bood. Ze ondersteunden een jongetje dat zijn twee voeten op hun handen had geplaatst: de rechtervoet op de linkerhand van de ene en de linkervoet op de rechterhand van de andere. De drie leken hartelijk te lachen. Met hun vrije hand hieven de nimfen de kleren van het kind op tot boven zijn navel. Hij hield met beide handen zijn piemeltje vast en plaste een straal ijskoud water, dat zich met het hete water mengde dat daardoor lauw werd. Ik was weliswaar zeer in mijn nopjes om daar te zijn, maar een belangrijk deel van mijn plezier werd getemperd door het besef zo lelijk af te steken tegen de schoonheid van die nimfen, dat ik zo zwart leek als een Ethiopiër temidden van al hun blankheid. Daarop zei Achoë vriendelijk lachend tegen me: “Zeg, Poliphilus, neem deze kristallen kan en breng mij wat van dat frisse water...”. Toen ik dat had gehoord, niets anders verlangend dan hun ter wille te zijn en te behagen, ja om hen zelfs als een ondergeschikte gedwee dienen, liep ik er onnadenkend heen. Maar ik had nog maar amper een voet op de trede gezet om bij het vallende water te kunnen, of het ventje hief zijn piemeltje omhoog en plaste mij een straal water recht in mijn gezicht, die zo ijskoud en hard was, dat ik meende achterover te vallen. Hartelijk vrouwengelach klaterde onder het koepelgewelf, zodat ook ik, na de schrik te boven te zijn gekomen, het begon uit te schateren. Toen ik weer wat tot bedaren was gekomen, ontdekte ik het bedrieglijke, heel vernuftige trucje: door iets zwaars te leggen op de beweegbare trede, werd het piemeltje van het kind omhooggetrokken door een tegengewicht. Toen ik het fijne van het mechanisme had doorzien, beviel het me zeer. In de fries boven het vierkant stond in Attische letters: Γ Ε Λ O I A Σ T O Σ. Wat wil zeggen: ‘grappig, of lachwekkend’.

Nadat wij met veel plezier hadden gebaad, met veel gelach en grapjes, stapten we uit het lauwe water om plaats te nemen op de bovenste trede, waar de nimfen zich parfumeerden met hun aromatische balsems.

Le songe de Poliphile is tot en met 28 juli te bezichtigen in de Ambassade van de Vrije Geest, Keizersgracht 123 in Amsterdam. Daarna volgt een reizende expositie langs musea in Nederland.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.