Opinie

'Hervorming AWBZ was al ingezet'

De AWBZ moet toekomstbestendig worden gemaakt, maar is niet gebaat bij selectieve, politieke interpretatie, evenmin met grote bewegingen zonder perspectief. Dat betoogt Jet Bussemaker.

Voormalig staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid op Prinsjesdag in 2009 op het Binnenhof. Beeld ANP

Drie heren luiden in de Volkskrant van afgelopen vrijdag de noodklok over de AWBZ. Grote woorden worden niet geschuwd, brede bewegingen evenmin. De politiek moet het ontgelden, en opeenvolgende staatssecretarissen op VWS in het bijzonder. Met mij zou niet over hervormingen zijn te praten. Marcel Canoy stelt dat ik begon met aan te kondigen dat ik niet van plan was de AWBZ te hervormen.

Ik weet niet waar hij die waarheid vandaan heeft, maar mij is niets bekend. Ik weet wel dat ik al op mijn eerste werkdag met honderden miljoenen tekort te maken kreeg, en dus wel moest hervormen. Ik heb vanaf het begin van mijn periode als staatssecretaris in 2007 aangegeven dat kwetsbaren op de bescherming moeten kunnen rekenen waar de AWBZ voor bedoeld is, en dat we juist daarom terug moeten naar de kern. Want inderdaad zijn er in de loop van de tijd allerlei onderdelen in de AWBZ bijgekomen, waarvan je je af kan vragen of ze daar horen.

Daarom heb ik indertijd onderdelen die meer weg hebben van welzijn uit de AWBZ gehaald: daarbij ging het bijvoorbeeld om begeleiding bij het doen van boodschappen. Dat is belangrijk, maar dat kan ook - vaak zelfs beter - door gemeenten in het kader van de WMO gefinancierd worden.

Advies
Voor de lange termijn heb ik indertijd de SER om advies gevraagd. Dat advies heb ik vervolgens uitgezet. Het is daarom vreemd in datzelfde Volkskrant-artikel te lezen dat er allerlei adviezen zoals van de SER lagen, waar niets mee gebeurd zou zijn. Hoezo niets gebeurd?
In dat kader zijn we begonnen met het wonen uit de AWBZ te halen, met name voor mensen in verzorgingshuizen en met lichte verpleeghuiszorg. Waarom zouden ouderen als ze hulp nodig hebben opeens allemaal in hetzelfde kamertje moeten wonen, terwijl de een oorspronkelijk wellicht op een boerderij en de ander in een flat in de stad woonde?

We hebben de stap gezet de zorgkantoren af te schaffen en zorgverzekeraars, die ook de zorgverzekeringswet uitvoeren, ook de AWBZ uit te laten voeren. Dat creëert meer duidelijkheid voor burgers en daardoor kan zorg beter op elkaar afgestemd worden.
Gelukkig heeft het kabinet Rutte op deze punten het ingezette beleid gevolgd - op veel andere punten, zoals ten aanzien van de pgb's, overigens niet. Mijn opvolgster Marlies Veldhuijzen van Zanten heeft dat geloof ik niet helemaal scherp voor ogen als ze in deze krant (O&D, 14 juli) schrijft dat 'haar beleid wissels omgooit naar de grootste hervormingen sinds het ontstaan in 1968', en vervolgens verwijst naar bovengenoemde punten.

De AWBZ is niet geholpen met selectieve, politieke interpretatie, evenmin met grote bewegingen zonder duidelijk perspectief op verandering.

We zijn er nog lang niet, er zal nog veel meer moeten veranderen om de AWBZ toekomstbestendig te maken. Ik noem enkele aspecten:
De indicatiestelling die nu nog door het Centraal Indicatieorgaan Zorg wordt gedaan, leidt tot veel frustratie en bureaucratie. Er is geen overtuigende reden waarom wijkverpleegkundigen en huisartsen, die ook de indicaties voor de zorgverzekeringswet doen, zeker relatief simpele indicaties voor de AWBZ niet kunnen doen.

Traditie
De eerste lijn, en vooral de wijkverpleegkundigen, moet in ere hersteld worden. Nederland had een prachtige traditie in de thuiszorg. Helaas is die grotendeels teloor gegaan. In 2009 heb ik een programma gestart om de wijkverpleegkundige opnieuw te positioneren, en uit recent onderzoek blijkt dat dit werkt. Het leidt tot betere én goedkopere zorg.

Dergelijke bewegingen kunnen versterkt worden door samenwerking te stimuleren - bijvoorbeeld tussen huisartsen, thuiszorg, welzijn en woningbouwcorporaties - in plaats van concurrentie centraal te stellen.
Ook zou de financiering moeten veranderen. Die is nu gericht op afzet: hoe meer zorg je verleent, hoe meer je verdient als aanbieder. In plaats van afzet zou gezondheidswinst en kwaliteit van leven centraal moeten staan. Van organisaties als Buurtzorg, die mensgerichte zorg biedt met autonome teams van professionals, kunnen we leren hoe je de regie bij mensen zelf legt. Nu werken zij tegen de stroom in, maar de financiering van de AWBZ zou dergelijke bewegingen juist moeten stimuleren. Daar ligt de overeenkomst met de WAO: we zouden veel meer moeten kijken naar wat mensen in de AWBZ nog wel kunnen, in plaats van de indicatiestelling, de financiering en de ondersteuning te richten op wat mensen niet meer kunnen.

Bij nieuwe financieringsvormen moet ook gedacht worden aan andere verantwoordelijkheid, en bijvoorbeeld aan zorgsparen voor de ouderenzorg.

Er is dus nog veel te doen. Maar dat er niets is gebeurd, is een ontkenning van de werkelijkheid. Over de richting waarin verdere veranderingen moeten gaan, zou het interessant zijn wat diepgaander analyses te horen dan vergelijkingen tussen de AWBZ en de wodka in Rusland.

Jet Bussemaker was staatssecretaris van VWS van 2007 tot 2010.



 
Eerder is begeleid boodschappen doen al uit de AWBZ gehaald
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.