'Haven Rotterdam liet Russische olietanker terecht toe'

Zolang het Rusland niet verboden is olie te boren in het Noordpoolgebied, mag Nederland het transport niet belemmeren, schrijven Cedric Ryngaert, Nelson Coelho en Arron Honniball.

Beeld anp

De vergeefse poging van Greenpeace om het aanmeren van de Russische olietanker Mikhail Oeljanov in de haven van Rotterdam te verhinderen, vestigde opnieuw de aandacht op de controversiële olieboringen in het Noordpoolgebied.

Het toeval wil dat de tanker in kwestie olie vervoerde die Rusland had ontgonnen op het Prirazlomnaya-boorplatform. Laat dat nu net het platform zijn waartegen Greenpeace vorig jaar actie ondernam, een actie die resulteerde in de arrestatie van de bemanningsleden van het schip de Arctic Sunrise én in een open conflict tussen Nederland en Rusland. Het is enigszins ironisch dat de Nederlandse overheid zoveel heeft geïnvesteerd in het vrij krijgen van het schip en in de nog steeds hangende rechtszaak tussen Nederland en Rusland, terwijl het er nu alles aan doet om de Noordpoololie in de haven van Rotterdam te laten lossen.

Vrijheid van scheepvaart
Dit gebrek aan beleidscoherentie kan Nederland misschien nog duur komen te staan in zijn internationale betrekkingen. Toch is er een lijn te bespeuren in het Nederlandse optreden. De Nederlandse steun aan de Arctic Sunrise was immers niet zozeer ingegeven door de overtuiging dat de Greenpeace-actie tegen boringen in het Noordpoolgebied legitiem was, maar door de wens de vrijheid van scheepvaart van in Nederland geregistreerde vaartuigen principieel te vrijwaren. Evenzo wenst Nederland de vrijheid van internationale scheepvaart en handel te verdedigen door de toegang van de Russische olietanker tot de Rotterdamse haven niet te belemmeren. Uiteraard spelen hierbij ook economische motieven een rol; de haven van Rotterdam en de Nederlandse economie kunnen de overslag van die lading olie immers goed gebruiken.

Bovendien beletten internationale afspraken inzake vrijhandel, met name in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, dat Nederland zomaar de toegang van goederen aan boord van buitenlandse schepen beperkt.

Toch staan deze afspraken handelsbelemmeringen toe voor zover die een legitiem doel hebben, bijvoorbeeld bijdragen aan de bescherming van het milieu. Het is daarom in de eerste plaats noodzakelijk na te gaan of de Russische olieboringen in het Noordpoolgebied inderdaad een ernstig gevaar voor het milieu opleveren, zoals Greenpeace beweert. Pas als het antwoord daarop bevestigend is, hadden de autoriteiten het Russische schip de toegang tot de Rotterdamse haven kunnen - maar niet moeten - ontzeggen. Het is in ieder geval niet betwist dat Rusland gerechtigd is om naar olie te boren in die delen van het Noordpoolgebied waarover Rusland juridisch gezien soevereine rechten kan uitoefenen.

Wetenschappelijke zekerheid
Het internationaal recht bepaalt echter ook dat staten voldoende voorzorg aan de dag moeten leggen wanneer zij ontginningsactiviteiten verrichten. Overeenkomstig het voorzorgsbeginsel dienen staten zich te onthouden van een activiteit wanneer er onvoldoende wetenschappelijke zekerheid is over de mogelijk onherstelbare milieuschade die deze activiteit kan veroorzaken. Dit is ook wat Greenpeace claimt: het is beter geen risico's te nemen gezien de natuurlijke kwetsbaarheid van het Arctische ecosysteem. Maar Rusland en de oliebedrijven vinden dat alle risico's onder controle zijn, en dat er dus geen wetenschappelijke onzekerheid is over een negatieve impact van olieboringen in het Noordpoolgebied.

Het lijkt niet aan Nederland om op eigen houtje het Noordpoolgebied te redden, zeker niet wanneer het hierdoor de vrijheid van handel ernstig beperkt.

Veeleer zou in Europees of internationaal verband naar een oplossing moeten worden gezocht om transport van Noordpoololie te reguleren of zelfs te verbieden. In afwachting van een multilaterale oplossing doet Nederland er goed aan het transport van Noordpoololie niet te belemmeren. Dat dit Nederland meteen een aardige stuiver oplevert, is natuurlijk mooi meegenomen.

Cedric Ryngaert, Nelson Coelho en Arron Honniball zijn respectievelijk hoogleraar en onderzoekers in het internationaal recht, Universiteit Utrecht.

Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.