'Geen democratie, geen vrijheid, geen gerechtigheid'

In het Marokkaanse Rif wordt fel gedemonstreerd

Al maandenlang strijden de inwoners van de Rif (Noord-Marokko) voor een waardig bestaan. Ze zijn het zat te worden achtergesteld. Dat de protesten zo fel zijn, heeft een reden.

Duizenden inwoners protesteren in Al Hoceima voor betere leefomstandigheden, 31 mei. Beeld anp

Het is iets na tien uur 's avonds en langs de weg, in het licht van de straatlantaarns, staat een groepje jongens leuzen te roepen. 'Riffijnen, Riffijnen. We gaan nog liever dood dan met discriminatie te leven.'

De dorpsjongens zijn met dertig, veertig, vijftig misschien. Hun geschreeuw ziet er behoorlijk kansloos uit, daar in de zandige berm, tussen het afval, in het donker. Maar de staat hoort hen: op een afstandje staan ordetroepen in slagorde de kreten in ontvangst te nemen.

Dit is Ajdir, het geboortedorp van Abdelkrim El Khattabi. Hij is de legendarische leider van de Riffijnen, die in 1921 de Spaanse kolonisator versloeg. Vervolgens bestond er tot 1926, binnen de grenzen van Marokko, een autonome Rif-Republiek. Ajdir was de hoofdstad.

Het begon met de dood van een visverkoper. Nu zijn er al maandenlang demonstraties, zijn vele tientallen mensen (onder wie de protestleider) opgepakt en zijn er inmiddels ook protesten in Nederland. Wat is er precies aan de hand in het Marokkaanse Rifgebied? Lees hier de artikelen die we er eerder over schreven.

Marokkaanse Nederlanders die solidair zijn met de protestbeweging Hirak in Noord-Marokko worden bedreigd en geïntimideerd. Dat meldt actiegroep Rif Alert!. Sommigen van hen zeggen hun vakantie naar Marokko om veiligheidsredenen af. Vanwege de ook in Nederland oplopende spanningen lanceert Rif Alert! een meldpunt voor Marokkanen die zich zorgen maken over hun veiligheid.

Al maanden zijn er protesten in Marokko. In de hoofdstad Rabat gingen afgelopen weekeinde tienduizenden personen de straat op om te demonstreren voor een waardig bestaan. Maar vooral in Al Hoceima, in het noorden van het land, wordt geprotesteerd, hevig en de laatste weken dagelijks. Ook in de dorpjes eromheen houden de bewoners onvermoeibaar demonstraties, vaak met als enige getuigen een paar ezels, de rode aarde en de olijfbomen. Niet overal neemt de politie de moeite om uit te rukken.

De dorpsbewoners vragen om waterleidingen, artsen, elektriciteit, scholen, verharde wegen, werk en verloskundigen. Ze zenden filmpjes uit via Facebook en hopen dat in de wereld buiten het dorp iemand is die aandacht heeft voor hun problemen. Het zijn heus niet de enige plekken in Marokko die het aan iets aanbreekt. Toch is het altijd de Rif die het felst protesteert. Hoe kan dat?

Rif-republiek

'De geschiedenis van Abdelkrim geeft de mensen zelfvertrouwen', zegt Abdelhamid Aoulad Haddou, een kunstenaar en leraar afkomstig uit een van de dorpen rond Al Hoceima. 'Mensen hebben Abdelkrim allemaal in hun geheugen', zegt hij. 'Ze voelen zich trots vanwege hem.'

De Spanjaarden en de Fransen verdeelden Marokko onderling in 1912. De Berbers in het noorden verzetten zich echter tegen de Spanjaarden die over hen zouden heersen. Abdelkrim verenigde de stammen van de Rif en versloeg de Spanjaarden in 1921 bij de Slag om Annual, waarbij meer dan tienduizend Spaanse soldaten omkwamen.

Daarna riep Abdelkrim de Rif-Republiek uit - een republiek die geen republiek was, want verkiezingen werden er niet gehouden. Abdelkrim hief belastingen, liet een rechtbank in de plaats komen van bloedwraak en stichtte scholen. De Spanjaarden gebruikten intussen chemische wapens, zoals mosterdgas, om de strijd alsnog te winnen. Uiteindelijk leidde een Spaanse landing op Al Hoceima in 1926 tot het einde van de Rif-Republiek.

1921, Riffijnen strijdend tegen de Spaanse kolonisator Beeld anp

De demonstranten van nu willen geen onafhankelijkheid, maar 'hebben met Abdelkrim gemeen dat ze geen onrecht accepteren', zegt Aoulad Haddou. 'Dat zit in ons dna. Je kunt het er niet uithalen.' De ene golf van protest mondt in de Rif uit in de andere. Het is zoals met de golfslag die hier onophoudelijk tegen de rotskusten slaat: een golf trekt zich terug, maar de volgende neemt het water op en komt met dubbele kracht aan bij de rotsen.

In het geheugen van de mensen zijn de gevolgen van de opstand van Abdelkrim nog altijd merkbaar. De belangrijkste eis van de betogers, naast het vrijlaten van degenen die zijn opgepakt, is een ziekenhuis waar kanker kan worden behandeld. In de Rif zou meer kanker voorkomen dan in de rest van Marokko vanwege de gifgassen van de Spanjaarden. Het is onduidelijk of het verhaal klopt. Maar voor de betogers is het de realiteit.

'Ik zal vertellen wie ik ben', zegt Nawal Benaissa. Zij geldt als de nieuwe leidster van de protesten sinds Nasser Zafzafi, een van de kopstukken van de betogers, is opgepakt. 'Ik ben een gewone vrouw, met vier kinderen. Totdat de protesten begonnen. Ik hoorde Zafzafi zeggen dat mensen met kanker slecht werden behandeld. Ik heb toen een bezoekje gebracht aan het ziekenhuis. Daar kwam ik een vrouw tegen die borstkanker had. Ze kwam uit een dorp, was niet getrouwd. Ze was erg arm. Voor een onderzoek zou ze naar Fes moeten reizen, maar daarvoor had ze geen geld. Ik heb toen een video gemaakt voor Facebook, om geld voor haar in te zamelen. Zo begon het.'

De acties van Nasser, zegt ze, hebben de werkelijkheid aan het licht gebracht. 'Voor personen die hier op vakantie komen, lijkt het allemaal in orde. Maar de realiteit bevindt zich niet aan de doorgaande weg langs de zee. Je moet weten hoe ze in het binnenland leven. Er is hier geen waardig leven. En in elke familie komt kanker voor. Dat weten zelfs veel Marokkanen niet.'

September 1955, de legendarische leider van de Riffijnen Abdelkrim El Khattabi (tweede van rechts) ten tijde van zijn verbanning Beeld anp

Napalm

In 1959 vond er opnieuw een bombardement plaats in de Rif, nu met napalm. Het was de vergelding van prins Hassan II, de latere koning, voor een nieuwe opstand in de Rif. Marokko was net onafhankelijk geworden, maar voor de Rif had dat niet goed uitgepakt. De opstandelingen eisten bestuurders uit het eigen gebied en economische ontwikkeling, zeker toen de grens met Algerije dicht ging en het moeilijker werd aan werk te komen. Ook wilden ze een eind aan de verbanning van Abdelkrim.

De onvrede leidde tot een aanval op het partijkantoor van Istiqlal, de Partij van de Onafhankelijkheid, waarbij de soldaten die daar aanwezig waren, worden vermoord. De koning stuurde zijn leger naar de Rif, onder leiding van kroonprins Hassan II. Zij sloegen de opstand neer, met duizenden doden tot gevolg. Hassan II zou de Rif gedurende zijn hele bewind (1961-1999) negeren en achterstellen. Pas toen zijn zoon Mohammed VI de troon besteeg, werd er werk gemaakt van de ontwikkeling van de Rif.

De vader van Nasser Zafzafi zit moedeloos op de bank in zijn huis in Al Hoceima. 'We leven hier in de misère', zegt hij. 'Sinds 1959 geldt hier de wet van de trechter.' Hij spreekt goed Spaans. De wet van de trechter, dat is Spaans voor meten met twee maten.

Een vrouw in Imzouren draagt tijdens een demonstratie het portret van de opgepakte Nasser Zafzafi met zich mee, 11 juni Beeld afp

'Onder de Spanjaarden hadden we het beter dan nu. Toen waren er fabrieken, voor de visverwerking, voor frisdranken, voor zeep.' Ahmed Zafzafi heeft het zelf nog meegemaakt. Sindsdien, zegt hij, is het leven hier de hel. 'Geen democratie, geen vrijheid, geen gerechtigheid. Is het normaal dat een man van 39 nog bij zijn ouders woont omdat hij geen geld heeft voor een eigen huis? We willen leven als mensen. Niet als dieren, niet als wilden, niet als monsters, niet als vijanden, niet als slaven. We hebben de geest van Spartacus.'

Zo voedde hij zijn zoon op tot protestleider. 'De geboorte van een Riffijn is de geboorte van een revolutionair. Kijk maar naar de Slag om Annual in 1921. Daar zijn in één dag 20 duizend soldaten verslagen.' Om er meteen aan toe te voegen dat de betogers van nu het geweld schuwen. 'Wij zijn vreedzaam. We komen met kaarsen en met bloemen. We zijn geciviliseerd. Er is nog geen kopje gebroken.'

Dat is niet helemaal waar. De nationale veiligheidsdienst maakte deze week bekend dat al 298 politieagenten gewond zijn geraakt, vooral doordat er met stenen naar hen werd gegooid. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen Nasser Zafzafi dreigde te worden opgepakt bij zijn huis. En in Imzouren, een dorp verderop, liep het in maart uit de hand. Daar werden een gebouw en voertuigen van de politie in brand gestoken. Ook nu de protesten de laatste weken zijn opgelaaid, krijgt de politie in Imzouren en Al Hoceima aanvallen met stenen te verduren, die worden beantwoord met traangas en arrestaties.


Abdelkrim werd verbannen, Zafzafi zit in de cel. De dag dat Zafzafi werd opgepakt, eind mei, duidt de familie aan met zwarte vrijdag. Het gebeurde nadat hij de preek van een imam had onderbroken in de moskee, wat geldt als een misdrijf in Marokko. Met Zafzafi werden tientallen andere jongemannen opgepakt. Ayman Fikri was een van hen. Hij is een neef van Mohsin Fikri, de man die in oktober om het leven kwam in een vuilniswagen toen hij de partij zwaardvis die daarin was gegooid probeerde te redden. Het was het begin van de opstand.

Spanjaardenkop

'Ik woon vlak bij Nasser Zafzafi', zegt Fikri, een 23-jarige jongen met een bril en een zachte stem. 'Ik kwam thuis en zag al die politie in de straat die hem wilde oppakken. Dat is niet best, dacht ik. Ik liep naar huis en filmde vanaf het dak wat er gebeurde. Om een uur of vijf was het voorbij. Ik ging buiten zitten, met mijn moeder en mijn broer. Toen kwamen er agenten op me af. Ze pakten mijn telefoon af en namen me mee. 'Spanjaardenkop', zei er één tegen me. Hij sloeg me, op mijn rug, op mijn borst, hij schopte tegen mijn benen. Een agent beval me 'Leve de koning' te zeggen. Maar toen ik dat wilde doen, zeiden ze dat ik mijn mond moest houden. Op het politiebureau bleek dat er 42 mannen waren opgepakt.' De meeste van die mannen zijn inmiddels veroordeeld tot anderhalf jaar cel. Fikri werd al voor het proces vrijgelaten, als een van de weinigen. Hij heeft leukemie gehad en kan slecht tegen bedompte ruimten.

Bij de protesten durfde hij zich niet te vertonen, maar hij vertelt zijn verhaal wel aan journalisten - en wellicht ooit ook aan zijn kinderen. Aan een volgende protestgeneratie.

De politie in Al Hoceima beantwoordt het geweld van betogers met traangas, 8 juni Beeld anp

De vier opstanden

1921

Abdelkrim El Khattabi verslaat de Spanjaarden, die het noorden van Marokko willen koloniseren. Zijn Rif-Republiek blijft vijf jaar lang bestaan.

1958

Prins Hassan II, de latere koning, slaat een opstand in de Rif hard neer, onder meer door napalm te gebruiken.

1984

Na de stijging van de voedselprijzen en belasting op smokkel vanuit de Spaanse enclave Melilla ontstaan er demonstraties, vooral in de buurt van Nador. 'De mensen uit het noorden die vroeger het geweld van de prins hebben gekend, kunnen beter niet kennismaken met dat van de koning', zou koning Hassan II hebben gezegd. Het leger treedt op, waarbij een onbekend aantal doden valt.

2011

Al Hoceima protesteert hevig tijdens de Arabische Lente, aangestoken door andere Arabische landen. Het is hier dat de meeste doden vallen: vijf jongeren komen om in een bankgebouw, onder onduidelijke omstandigheden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.