'Fusie waterschap en provincie onlogisch'

Gerard Doornbos, dijkgraaf van het hoogheemraadschap Rijnland en bestuurder van de Unie van Waterschappen, verwacht grote problemen als de waterschappen en provincies worden samengevoegd.

Volgens hem is het niet mogelijk grenzen te trekken die zowel passend zijn voor provincies en gemeenten als voor de waterschappen.

Bovendien vreest hij dat de veiligheid van de polders straks zal worden afgewogen tegen andere taken van de provincie.

Deze week kwam GroenLinks met een verkiezingsprogramma waarin het samenvoegen van provincies en waterschappen tot ‘landsdelen’ is opgenomen. Eerder al spraken PvdA, SP, D66 en PVV zich uit voor opheffen van de waterschappen, en de VVD lijkt te volgen. Evenals de ambtelijke werkgroep die bezuinigingen voor de regering inventariseert.

Maar volgens Doornbos leidt samenvoeging tot draconische toestanden. Natuurlijk kan het; alles kan. ‘Maar dan moet je de grenzen van gemeenten en provincies trekken langs de grenzen van waterschappen.’

Zoetermeer

Neem bijvoorbeeld de stad Zoetermeer. Die ligt in drie waterschappen: Doornbos’ eigen Rijnland, Delfland en Schieland. Zoetermeer zou bij samenvoeging van provincies en waterschappen dus in drie provincies terecht kunnen komen, betoogt Doornbos. Natuurlijk kun je die drie waterschappen samenvoegen tot één waterschap/provincie, maar dan lopen de buitengrenzen wel weer ergens anders dwars door een gemeente.

Kamerlid Kees Vendrik van Groenlinks ziet het probleem niet zo. ‘Spanningsloze grenzen zijn niet te trekken, maar als iedereen meedenkt, komen we daar wel uit. Je kunt je voorstellen dat Noord- en Zuid-Holland, eventueel samen met Utrecht, één landsdeel gaan vormen.’ Friesland en Limburg verdienen het vanwege hun identiteit intact te blijven, vindt hij. En wat je krijgt is mooi: een sterk ‘middenbestuur’ in de ruimtelijke ordening, dat ook een deel van het budget van Rijkswaterstaat kan overnemen.

Dijkgraaf Doornbos denkt dat samenvoeging juist problemen creëert en geld slurpt. ‘De waterschappen besteden ongeveer 1 procent van hun budget aan bestuurskosten. Voor alle waterschappen bij elkaar is dat 23 miljoen euro. Dat is dus je maximale bezuiniging. Maar je moet wel ingewikkelde verrekeningssystemen opzetten om de problemen van onlogische grenzen op te lossen.’

Prioriteitsstelling

Er is ook een principieel bezwaar tegen afschaffing, zegt Doornbos. ‘Waterschappen hebben hun eigen financiën, geheel los van de rijksoverheid. Als het waterbeheer bij de provincie komt, wordt het onderwerp van prioriteitsstelling. Dan kun je krijgen dat de dijken maar even moeten wachten omdat er sporthallen moeten worden gebouwd. We hebben gezien in New Orleans waartoe dat kan leiden. Aan buitenlandse gasten leg ik altijd uit hoe geweldig we het hier regelen. Nu moet ik dat ook aan Nederlanders gaan uitleggen.’

Als de waterschappen worden afgeschaft, zal dat overigens al gauw acht jaar duren, want er is een grondwetswijziging voor nodig. Inmiddels daalt het aantal waterschappen gestaag. In 1950 waren er 2.600, in 1980 260. Nu zijn er nog 26, waarvan enkele willen fuseren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.