'Freud was jaloers op schrijvers'

In De eenzaamheid van de waanzin traceert Ranne Hovius de nauwe banden tussen literatuur en psychiatrie.

Het idee voor haar boek, vertelt de schrijfster, is in zijn prilste vorm al jaren geleden ontstaan, toen zij de roman- cyclus Les Rougon-Macquart van Emile Zola las. De voorman van de Franse naturalisten stond onder de invloed van de zogeheten degeneratieleer en meende in ernst dat zijn eigen romans konden worden beschouwd als bijdragen tot de wetenschap.


Ranne Hovius: 'Een onzinnig idee natuurlijk, maar waar Zola wél in was geslaagd, besefte ik, was dat hij die hele degeneratieleer, die voetnoot in de geschiedenis van de psychiatrie, met zijn werk heel accuraat heeft geïllustreerd en weergegeven. Nou, daar moet ik ooit nog eens een artikel over schrijven, dacht ik.


'Later las ik Wide Sargasso Sea, een roman van Jean Rhys uit 1966, die een krankzinnig randpersonage uit Jane Eyre van Charlotte Brontë opvoert en eigenlijk in ere herstelt. Jane Eyre is een boek uit 1847, en het viel mij op hoe fraai deze beide romans samen illustreren wat er in honderd jaar veranderd is aan de manier waarop er over waanzin werd geschreven. En zo is de bal aan het rollen gegaan. Al gauw kwam ik erachter, bovendien, dat wat betreft het zich inleven in de waanzin of wat daar soms voor doorgaat, schrijvers allesbehalve onderdoen voor psychiaters.'


De achterliggende gedachte van uw boek is dat schrijvers de theorie van de psychiatrie 'van vlees voorzien'.

'Sigmund Freud zei jaloers te zijn op schrijvers omdat zij intuïtief aanvoelden wat hij met langdurig wetenschappelijk onderzoek had ontdekt. Vergis je echter niet: lang niet alle schrijvers waren en zijn verguld met die lof. Met name de leden van Jung Wien (onder wie Arthur Schnitzler, Hugo von Hofmannsthal, red.) namen het Freud kwalijk dat hij het werk van bijvoorbeeld Dostojevski in zekere zin ontheiligde door het te behandelen als louter werkmateriaal. Uiteindelijk komt het er toch op neer dat schrijvers én psychiaters afhankelijk zijn van het denken dat in hun tijd in zwang is. Het waarnemen wordt altijd gestuurd door wat op een bepaald moment als de waarheid geldt.'


Op sommige van die waarheden lijkt het woord 'waanzinnig' me best van toepassing. De theorie over de zwarte gal, bijvoorbeeld, die in Europa tot in de 17de eeuw werd onderschreven.

'Ja, maar dat hangt natuurlijk samen met de anatomie: men mocht al die tijd niet in lijken snijden, zodat ook niet aan het licht kon komen dat zwarte gal helemaal niet bestond. Anderzijds had je later ook nog, eind 18de eeuw, iemand als Franz Anton Mesmer, de grondlegger van het dierlijk magnetisme, die poneerde: 'Er is maar één ziekte en maar één geneeswijze.' Dat is van een onwaarschijnlijke naïviteit en toch is het een feit dat verlichte geesten als Honoré de Balzac en Charles Dickens van zichzelf dachten dat zij over aanzienlijke magnetische krachten beschikten. Alexandre Dumas meende zelfs dat het mogelijk moest zijn om kilometers ver te kijken om tot in detail te weten te komen wat daar gebeurde.


'Een en ander nodigt uit om je voor te stellen hoe latere generaties op het huidige psychiatrische discours zullen terugkijken, maar het verschil met vroeger is dat wij er ons goed van bewust zijn dat we in een enorme mist tasten. Niemand beweert nog echt de waarheid in pacht te hebben. Er is momenteel wel een grote nadruk op het biologische, maar je merkt dat er toch ook weer een belangrijke tegenbeweging opkomt. De DSM-5, het nieuwe wereldwijd gebruikte psychiatrische handboek met diagnosen, wordt vandaag door echt iedereen bekritiseerd, niet alleen door psychoanalytici als Paul Verhaeghe. En de poging om bijvoorbeeld schizofrenie te herleiden tot een genetische kwestie heeft vooralsnog niets concreets opgeleverd.'


Waanzin heeft niet altijd in een even kwaad daglicht gestaan. Rond 1900 kwam de neurasthenie en vogue in de betere kringen.

'En dan had je later ook nog Breton en de surrealisten, die de pure waanzin gingen verheerlijken en een fascinatie voor de schizofrenie aan de dag legden. Alsof je waanzinnig moest zijn om tot ware kunst te komen. Nonsens natuurlijk, al kan ik mij wél voorstellen dat er bijvoorbeeld een link is tussen de bipolaire stoornis en artistieke productiviteit: van iemand die manisch is en als gevolg daarvan lak heeft aan conventies en out of the box gaat denken, en dat dan met die enorme energie daarachter, kan ik mij indenken dat hij in creatief opzicht tot iets belangwekkends komt.'


U wijst erop dat schrijvers in de discussie over welke factoren bijdragen aan psychische problemen geneigd zijn de kant van 'het verhaal' - de opvoeding, bepaalde ervaringen - te kiezen. Maar de roman Lowboy is gebaseerd op de omschrijving van schizofrenie in de DSM-4.

'Het is heel erg moeilijk om je als schrijver te verplaatsen in een schizofreen iemand en die hele belevingswereld van binnenuit te gaan beschrijven, maar de roman Lowboy van John Wray is vrij overtuigend. Wray is een mooi voorbeeld van een schrijver die zich het - in dit geval medische - perspectief van zijn tijd volledig eigen heeft gemaakt. Hij benadrukt keer op keer dat jeugdervaringen en omgevingsfactoren geen rol van belang spelen bij het ontstaan van geestesziekte.


'De relatie die in Lowboy wordt gelegd tussen schizofrenie en geweld is overigens verre van nieuw. Dat gebeurde ook al ten tijde van Hitchcocks Psycho, een film die medeverantwoordelijk is voor het misverstand dat schizofrenie altijd samenvalt met een gespleten persoonlijkheid en dat een gespleten persoonlijkheid altijd uiteenvalt in een variant op Jekyll and Hyde. Een veel recentere film als Black Swan houdt die verkeerde veronderstelling trouwens in stand.


'Het is mogelijk dat de waanzin ons zo bezighoudt omdat het nog een van de laatste mysteries is in een wereld waarin alles in kaart kan worden gebracht, meetbaar en verklaarbaar is. Hoe dan ook is het voor de gemiddelde mens lastig om waanzin, hoe die zich ook mag manifesteren, als een ziekte te zien. Schizofrenie, bijvoorbeeld, bepaalt de persoonlijkheid zozeer dat die er nauwelijks nog van kan worden onderscheiden. Als schizofrenie een ziekte is, dan val je met die ziekte goeddeels samen. Ter vergelijking: je 'hebt' een blindedarmontsteking, maar je 'bent' schizofreen.'


Welke periode in de geschiedenis van de psychiatrie spreekt het meest tot uw verbeelding?

'Dan denk ik toch vooral aan de tijd rond 1900, toen er ontzettend veel gebeurde, niet het minst dankzij Freud. En voorts heb ik grote bewondering voor Philippe Pinel en consorten, de grondleggers van de psychiatrie die zich honderd jaar vóór Freud in de Parijse Salpêtrière onder de halfnaakte, krijsende patiënten mengden en hen van hun ketenen bevrijdden. Idealisten die de waanzin een menselijk gezicht wilden geven en daar trouwens ook in slaagden.'


Van Robert Burton, schrijver van The Anatomy of Melancholy (1621), citeert u: 'Ik schrijf over melan-cholie om [. . .] melancholie te vermijden.' Hoe herkenbaar is dat?

'Zo werd je vroeger ook opgevoed, hè: werk als een manier om muizenissen te bestrijden. Een idee dat je ook terugvindt in de zogeheten moral treatment rond 1800, die onder meer een belangrijke rol speelt in Wilhelm Meisters Lehrjahre van Goethe. Zo is er ook het gezegde dat in tijden van oorlog niemand op de divan van de psychiater is te vinden. Maar om je vraag te beantwoorden: erg herkenbaar.'


Ranne Hovius: De eenzaamheid van de waanzin - Tweehonderd jaar psychiatrie in romans en verhalen

Nieuwezijds; 320 pagina's; euro 19,95.


Van Christophe Vekeman (1972) verscheen in 2012 Een uitzonderlijke vrouw bij de Arbeiderspers; een roman over een getroubleerde psychologiestudente.


ANTIPSYCHIATRIE

In zijn boek Historie de la folie (1961) betoogde Michel Foucault dat de diag-nose 'geestesziek' werd gebruikt om onaangepast gedrag af te straffen. Die gedachte kwam later centraal te staan in de 'antipsychiatrie', die via de film One Flew Over The Cuckoo's Nest (1975) het grote publiek bereikte. Een bestseller in Nederland werd Jan Foudraines aanval op de traditionele psychiatrie Wie is van hout (1971). In haar boek citeert Ranne Hovius soortgelijke ideeën in het proza van Jan Arends en Maarten Biesheuvel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.