'Fascist' is nog altijd het meest trefzekere scheldwoord

Onder Duitse intellectuelen heerst een strijdlustige stemming. Bovenaan het repertoire van wederzijdse beschuldigingen staat het in Duitsland immer trefzekere verwijt fascist te zijn....

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

BONN

De bruine lijst is verre van compleet. Beeldhouwer Alfred Hrdlicka? Fout! De regisseur Einar Schleef (Wessis in Weimar) maakt 'Faschismus-Scheisse'; zijn Oostduitse collega Frank Castorf, theatermaker in de Berlijnse Volksbühne, verschaft 'skinheads een alibi voor antisemitisme, het verbranden van Turken en andere smerigheden'; de historicus Arnulf Baring is 'al lang in het verkeerde kamp beland', daar waar de toon wordt gezet door de 'aperte fascist' Ernst Nolte, aanstichter in 1986 van de veel besproken 'Historikerstreit'.

'Het lijkt wel of we door nazi's zijn omsingeld', schrijft de publicist Rudolf Walther in het weekblad Die Woche. Zijn opmerking is sarcastisch bedoeld, als waarschuwing om niet te overdrijven. Gelijk heeft hij, er wordt enorm overdreven, met als gevolg dat de nuances uit het zicht verdwijnen.

Om de inderdaad merkwaardige Nolte - zijn krampachtige pogingen Auschwitz te relativeren veroorzaken op z'n zachtst gezegd kromme tenen - op één lijn te plaatsen met de toneelschrijver Botho Strauss gaat ver. Strauss (50), vertegenwoordiger van de '1968-generatie', heeft zichzelf 'geëvalueerd' en beklaagt zich over de hypocrisie van de moderne (Duitse) samenleving, waar volgens hem iedere houvast aan stijl, meesterschap en traditie ontbreekt. Hij publiceerde er een pittig essay over in Der Spiegel en wordt sindsdien door 'links' gemeden als de pest.

Wie volgens de critici ook niet deugt, is Michael Wolffsohn, historicus in München en, kan het erger, als intellectueel leverancier van stukjes in de Bildzeitung. Wolffsohn is echter een jood, en dan wordt het lastig, in Duitsland. Wolffsohn kan derhalve geen neo-nazi zijn, maar wel 'een omstreden historicus, verbonden aan de militaire academie in Neubiberg' (Süddeutsche Zeitung).

Wolffsohn is tevens verbonden aan de conservatieve stichting Democratie en markteconomie. Afgelopen weekeinde sprak hij in de Münchner Philharmonie de feestrede uit bij de uitreiking van de jaarlijkse 'Vrijheidsprijs voor politiek melaatsen' - dit keer Steffen Heitmann, de gevallen presidentskandidaat uit Dresden, die tijdens zijn kandidatuur begin vorig jaar vanwege enkele ongelukkige, deels verkeerd weergegeven uitspraken ook al bij het fascistische kamp werd ingedeeld.

De kritiek op Heitmann was internationaal; tot in Amsterdam en New York vond men dat de naïeve voormalige DDR-burger ongeschikt was voor het hoge ambt. Achteraf moet worden vastgesteld dat de man inderdaad naïef was, maar niet dom. Met open ogen tuinde hij in de in West-Duitsland geopende val. De eigenlijk niets zeggende, maar media-technisch veel handiger Westduitser Roman Herzog wordt thans geprezen als een 'Glücksfall' voor de verenigde republiek.

'Wat was er neo-nazistisch aan uw stelling dat de tijd rijp is om de georganiseerde dood van miljoenen joden in de gaskamers, die u terecht als uniek bestempelde, in een historisch kader te plaatsen en niet langer geïsoleerd ter zijde te laten liggen? Als dat de materie is waaruit tegenwoordig neo-nazi's worden gemaakt, dan kunnen we met z'n allen rustig gaan slapen.' Aldus de historicus Wolffsohn tegen Heitmann.

'Dit land is kapot. Het doet me veel verdriet, maar ik moet het eerlijk zeggen: moreel helemaal kapot.' Het is de in vertrouwelijke sfeer onder woorden gebrachte deceptie van een Duitse vriend, die tien jaar in het buitenland (Amsterdam) woonde en terug in zijn Heimat zich gedwongen zag 'te bekennen' dat twijfel op z'n plaats is over het sinds oktober 1990 verenigde Duitsland.

Vroeger had de jonge Duitser een dagtaak aan het bevechten van de vooroordelen tegen zijn geboorteland. Weer zeven jaar terug in Duitsland zegt hij: 'Alles wat je over onze geschiedenis of tradities vertelt, kan, nee, wordt verkeerd uitgelegd. In eigen land. En ik begrijp het nu. We moeten voortdurend op onze tenen lopen, dat kan nooit goed gaan.' Wat hem bovenal verbijstert, zijn de rechts-radicale mobs die in verschillende grote steden de straten onveilig maken.

Wolf Jobst Siedler, slachtoffer van de Gestapo en alom gerespecteerd uitgever van historische non-fictie, meent: 'De onzalige twaalf jaar van het Derde Rijk staan altijd weer als een muur tussen het heden en het verleden. Auschwitz blijft voor iedereen en overal het synoniem voor de verschrikkingen van het Duitse verleden. Duitsland zal met deze belasting nog heel lang moeten leven.'

De kern van het geworstel, uitgebroken circa drie jaar na de vereniging, is de poging om een soort continuïteit te herstellen in de geschiedenis, de 'muur' van twaalf jaar moorddadig fascisme - destijds ondersteund door de overgrote meerderheid - te doorbreken en aansluiting te zoeken met andere Duitse tradities. Het is een moeilijk, pijnlijk en vooral nieuw proces. De 'onzalige twaalf jaar van het Derde Rijk' eindigden immers zo catestrofaal dat iedereen, afgezien van een geringe minderheid van Ewiggestriger, als verdoofd vijftig jaar lang niets meer wilde weten van de periode vóór 1945.

Het verlies bijvoorbeeld van een derde van het land, de cultureel-historisch zo gewichtige oostelijke provincies (de verlichte filosoof Immanuel Kant kwam uit Oost-Pruisen), en de exodus in 1945-'46 van vijftien miljoen vluchtelingen zijn in Duitsland tot op de dag van vandaag geen onderwerp van serieuze reflectie. Vergeleken met de revolutionaire onrust die in de jaren twintig na 'Versailles' ontstond, toen Duitsland slechts een gering deel van zijn grondgebied moest afstaan, is dit collectief vergeten op z'n minst verwonderlijk.

'Doodgegooid' met de eigen geschiedenis, zoals hardnekkig in bijvoorbeeld Nederland wordt gedacht? Het is niet waar. Veel geleerde boeken en documentaires op radio en tv, maar op school valt het bijzonder tegen. Wie zestien jaar is en op een Duits gymnasium zit, heeft nog niets gehoord over de jongste Duitse geschiedenis; Anne Frank is zo'n beetje het maximum. Pas in de hoogste klassen komt de periode 1933-'45 summier aan de orde. Voor het leeuwedeel van de huidige jeugd was de film over Oscar Schindler de eerste kennismaking met de jodenmoord, zoals hun ouders eveneens door Hollywood en pas in 1979 via de tv-serie Holocaust werden wakkergeschud.

Een kapot land. Veel van de bovenaan genoemde personen doen elk op hun manier een poging de bijna autistische houding ten opzichte van de eigen geschiedenis te doorbreken. Vanzelfsprekend opereert in hun kielzog een als 'nieuw rechts' gekwalificeerd clubje van revisionisten, verenigd in het volstrekt overgewaardeerde blad Junge Freiheit. Het kritische thuisfront, aangevoerd door 'politiek correcte' intellectuelen, gooit alles op één hoop: het zijn fascisten. Conclusie van de buitenlandse waarnemer: 'normaal', zoals vooral Duitslands bondgenoten het graag wensen, is het land nog lang niet.

Zijn het fascisten, neo-nazi's? Een relativerende opmerking van een Aziaat, een bereisde relatie uit Maleisië: 'Ik mag het misschien niet zeggen, misschien is het een belediging, maar ik zie geen verschil tussen Nederlanders en Duitsers. Nee, niet qua uiterlijk, maar wat karakter, het dagelijkse gedrag betreft.'

In de politiek, in de Bondsdag, moet ook deze neutrale waarneemster uit Azië erkennen, gaat het bepaald anders toe dan in de Duitsland omringende landen. Waar Italië of Nederland zonder lange discussies vliegtuigen inzet voor de luchtpatrouilles boven het voormalige Joegoslavië, wordt in de Bondsdag eindeloos gedebatteerd over de vraag of de komende aftocht van Franse en Britse blauwhelmen moet worden afgeschermd door ook Duitse blauwhelmen.

De aanvaringen tussen de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken gaan over zoiets onwezenlijks als 'moet de Bundeswehr door een druk op de knop' of 'na zorgvuldige afweging' komen helpen.

Het blauwhelm-debat (het duurt al jaren) legt in werkelijkheid de pacifistische 'grondhouding' bloot in het na-oorlogse Duitsland. In geen land ter wereld is het aantal dienstweigeraars zo groot en in geen enkel ander land is zo'n emotionele uiteenzetting denkbaar over een recent vonnis waarin een burger werd vrijgesproken die op zijn auto de sticker 'soldaten zijn moordenaars' had geplakt, vrij naar Kurt Tucholsky.

Ingezonden-brievenschrijvers eisten dat minister Rühe van Defensie 'voor zijn manschappen ging staan'. Hij deed het, zij het aarzelend. De Bundeswehr is immers een defensief ingestelde vredesmacht, bewaker van de kostbare democratie, een leger bovendien dat zich zo snel mogelijk wil integreren in gezamenlijke Duits-Franse, -Belgische,

-Nederlandse, -Poolse of -Amerikaanse eenheden. Soms krijg je de indruk dat de Duitsers zichzelf niet vertrouwen en het liefst hun hele leger opdoeken, conform de door alle partijen gedragen idee dat het land zo snel en intensief mogelijk moet worden geïntegreerd in de Europese Unie, desnoods via een soort 'kern-Europa'.

Dat ook het pacifisme een dubbele bodem heeft, zoals zoveel tradities en stromingen in de Duitse samenleving, bewezen niet alleen de internationaal als schandelijk omschreven leveranties van gifgasinstallaties en raket-techniek aan Irak en Libië. Nog steeds is er geen consensus als het gaat over de rol van Hitlers Wehrmacht.

Het is al een hele winst, dat ook de voormalige DDR erkent niet uitsluitend door anti-fascisten bevolkt te zijn geweest en oudere inwoners heeft die onder Hitler hebben gevochten. Maar of de Wehrmacht nu wel of niet als een misdadige organisatie moet worden gezien, zonder welke de massamoord op de joden en de burgerbevolking in Oost-Europa en Rusland niet mogelijk was geweest, is een vraagstuk dat nog lang niet is opgelost.

In een fascinerend ronde-tafelgesprek op de redactie van Die Zeit dreigde de uitgever van het weekblad, oud-kanselier Helmut Schmidt, vorige week op te stappen omdat een jeugdig historicus volhield dat alle oostfrontstrijders moeten hebben geweten van de misdaden van de Wehrmacht. Schmidt, zelf veteraan en iemand die moeilijk kan worden verdacht van huichelarij, zegt dat veel soldaten geluk hebben gehad en om diverse redenen niet op de hoogte kònden zijn van de moordpartijen.

En dan de tegenstelling Ossis-Wessis; vorige maand flink aangewakkerd door een titelverhaal van Der Spiegel, waarin werd vastgesteld dat tientallen miljarden aan Westduits belastinggeld in de ex-DDR zijn stukgegooid.

In plaats van verheugd stil te staan bij het wereldwonder dat een vreemd land met 16 miljoen inwoners (alleen de taal was hetzelfde) dankzij het einde van de Koude Oorlog in recordtijd kon worden geannexeerd en gesaneerd zonder al te grote schade voor de overnemende partij wordt er nu, in het herdenkingsjaar van de capitulatie van 8 mei 1945, gejammerd. Over geld, de D-mark, vooralsnog het enige onomstreden symbool van de thans zo gewenste nationale, Duitse identiteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.