Opinie

'Er is geen civiele missie in Afghanistan, die is er nooit geweest'

Het gaat er bij een meerderheid van de Kamerleden maar niet in dat Afghanistan een oncontroleerbare puinhoop is. 'Het is tijd om te vertrekken', vindt vk-columnist Lars Anderson.

Nederlandse militairen brengen een bezoek aan een politiepost in de stad Kunduz. Foto ANP

De Tweede Kamer eist helderheid over de civiele aard van de trainingsmissie in Kunduz. Defensie heeft volgens onderzoek van de Volkskrant geen idee wat de door ons opgeleide Afghaanse agenten doen. Defensie belt niet na; eenmaal afgestudeerd rennen de agenten afgetraind het vrije veld in. Wat ze daar doen weet Defensie trouwens best: sommigen collaboreren met de taliban en schieten NAVO-soldaten dood, anderen lopen direct over en de rest vecht onder het mom van zelfverdediging mee tegen de taliban.

Peace building in Afghanistan is een sprookje. Dat wist Defensie al in 2005, voorafgaand aan de wederopbouwmissie in Uruzgan. Volgens het recent verschenen boek Callsign Nassau, Het moderne Korps Commandotroepen 1989-2012 maakten negen commando's tweeweken durende verkenningstocht in Uruzgan. Geen van deze Nederlandse elitetroepen geloofde bij terugkomst in een wederopbouwmissie. Dat was onze Amerikaanse bondgenoot in de jaren ervoor ook niet gelukt. De provincie wemelde van de opstandelingen. Het was oorlog en Uruzgan was 'taliban-gebied bij uitstek', aldus de commando's.

Krampachtig
Die informatie heeft de Tweede Kamer destijds nooit bereikt. De term 'oorlogsoperatie' werd door de regering Balkenende krampachtig vermeden. Oorlog verkoopt niet. Liever sprak het kabinet van 'vredesondersteunende missies, gericht op stabilisering, wederopbouw en het welzijn van de plaatselijke bevolking.'

Na elf jaar oorlog klinkt die zin bij een meerderheid van de Kamerleden nog steeds verleidelijk. Het gaat er maar niet in dat het land een oncontroleerbare puinhoop is. Begin 2007 heb ik zelf door Afghanistan gereisd. Alleen, met een toeristenvisum vanuit Pakistan. Kabul was een hermetisch afgesloten fort. Ruim vijf jaar na de Amerikaanse inval viel nog steeds dagelijks de stroom uit. Wekelijks ontploften er bommen, net zoals in Jalalabad of Kandahar. Ontvoeringen van westerlingen waren schering en inslag. Opbouwwerkzaamheden kwamen nauwelijks van de grond en het Afghaanse leger was bedroevend amateuristisch.

Sindsdien is de situatie volgens Volkskrant-correspondent Natalie Righton, afgaande op verhalen van Afghanen, alleen maar verslechterd. Dezelfde reis vanuit Pakistan nog eens maken, is volgens haar een zelfmoordmissie. De wegen liggen nog voller met bermbommen, het aantal ontvoeringen blijft stijgen, evenals het aantal directe vuurgevechten. Als een inktvlek spreidt het geweld zich uit naar het toen nog zo rustige noorden, waar stadjes als Balkh en Mazar-e-Sharif liggen. In Kunduz, waar de Nederlandse trainers zitten, is het zo gevaarlijk dat de Nederlanders zich niet meer buiten de poort van hun basis wagen.

Civiele missie
Welke vragen kunnen de Kamerleden nog hebben over de civiele aard van de missie? Er is geen civiele missie, die is er nooit geweest. Enig succes wordt stelselmatig ondermijnd door rivaliserende stammen, diepe onderlinge verdeeldheid, schaamteloze corruptie en onvindbare talibs die het sociale leven ontwrichten.

De talibs die wel gevonden en opgejaagd worden, wijken eenvoudig uit naar Pakistan - het land dat de nagel is gebleken aan de doodskist van deze 'goede oorlog'. In de grensstreek tussen beide landen is elke zichzelf respecterende terreurorganisatie te vinden. Ongehinderd bewegen ze zich over en weer langs de amper bewaakte Pakistaanse grensposten.

Het dubbelspel dat Pakistan, en met name hun geheime inlichtingendienst ISI, heeft gespeeld, staat centraal in het mislukken van de vredesmissie. Om te slagen in Afghanistan, moest Pakistan meewerken. De regering Obama was daar vanaf het begin van doordrongen, zo wordt duidelijk uit het boek Obama's Wars. Maar de Pakistanen gaven de westerse bondgenoten geen millimeter. India is voor hen een veel grotere bedreiging dan de taliban. Afghanistan zien ze als hun achtertuin; mocht die kernoorlog met India er komen, dan hebben ze een uitvalsbasis.

Verloren oorlog
Voor wie het nog niet duidelijk is: Afghanistan is een verloren oorlog. De hearts and minds zijn we kwijt door de vele burgerslachtoffers bij bombardementen, martelpraktijken, Koranverbrandingen of ontspoorde Amerikaanse soldaten die naar willekeur Afghanen overhoop schieten. De NAVO-troepen worden steeds meer als bezetter gezien. Rijkere Afghanen met hersens ontvluchten het land, de minder bedeelden verlangen weer naar de relatieve rust en veiligheid onder het taliban-regime.

Dikke kans dat hun verlangens worden ingelost. In 2014 vertrekken de Amerikanen, het land overlatend aan de 'Afghaanse troepenmacht'. Vijf jaar geleden zag ik bij hen vooral ongetrainde analfabeten; het is onmogelijk voor te stellen dat zij nu geoliede machines zijn die langdurig weerstand kunnen bieden aan de taliban.

De talibs wachten rustig af tot de Amerikanen hun koffers pakken. Ondertussen zitten wij hopeloos verstrikt in onze idealen en het geloof in een maakbare samenleving. De gedachte aan een nieuw taliban-bewind is moreel gezien onverdraaglijk. Maar de realiteit is hard: dit kunnen wij niet oplossen. Het is tijd om te vertrekken.

Lars Anderson is journalist en columnist voor vk.nl.


Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.