'Emoties drijven de straatrover'

Rotterdam meldt een snel groeiend aantal gevallen van straatroof. De daders zijn vooral jonge Antillianen en Marokkanen. Geen reden tot paniek, zegt criminoloog Willem de Haan....

Signalen dat er in Rotterdam iets aan de hand was op straat, waren er al een tijdje. Opmerkelijke politieberichten, vrijwel iedere dag: een 49-jarige man die na zijn werk op de Admiraliteitskade tegen een muurtje wordt gezet door twee jongens. Als hij zegt dat hij geen geld bij zich heeft, steken ze hem driemaal in de borst. In een tram op het Marconiplein slaat een man een 17-jarig meisje in het gezicht, steekt haar met een mes en rukt haar gouden ketting af. Een 44-jarige man wordt op de Mathenesserweg van achteren met een stoeptegel op zijn hoofd geslagen en beroofd.

In 'Chinatown', op de West-Kruiskade, werden tot voor kort met opvallende regelmaat Cinezen beroofd. En wekelijks worden in de regio Rotterdam pizzakoeriers beroofd van gsm's, scooters en geld.

Groepjes jongeren die spiedend rondhangen op metrostation Churchillplein. Kom je een halfuur later terug, dan staan ze er nog. Nog steeds loerend. Jongens op een of twee scooters, altijd bestuurder met duo-passagier, die even inhouden en naast je rijden, je onderzoekend aankijken en dan hopelijk - waarom? loser? oude spullen? - weer gas geven.

Navraag bij justitie en de rechtbank leerde de afgelopen weken dat sprake is van een meer dan oppervlakkige waarneming. Dinsdag, na een eerste publicatie in de Volkskrant, kwam de gemeente met cijfers. Ruim 1200 aangiften van straatroof in het afgelopen jaar, alleen al in district Rotterdam-Centrum. De jaren daarvoor was dat 1500 berovingen voor de hele stad. Rotterdam lijkt af te stevenen op een verdubbeling binnen twee jaar. Van de 250 opgepakte daders is ruim 45 procent van Antilliaanse afkomst, ruim 38 procent van Marokkaanse. Eén procent is autochtoon.

Ook uit andere gemeenten met hoge concentraties Antillianen - Den Helder, Delfzijl - komen signalen van stijgende criminaliteit en harder geweld. En de overige grote steden naast Rotterdam laten een verandering zien in de daderpopulatie: de oude junks houden zich rustiger, in hun plaats verschijnt een nieuwe generatie criminelen, jonger en gewelddadiger.

Wie zijn die nieuwe rovers? Wat drijft hen?

De laatste vraag vindt Willem de Haan, hoogleraar criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en straatroofexpert, de interessantste. 'Snelle opmerkingen als: ze doen het uit verveling, of voor de kick, verklaren niet zoveel. Ik ben criminoloog. Ik moet proberen het te begrijpen.'

- 'Verveling' en 'de kick' zijn nog de meer chique verklaringen. Wat dacht U van: straatroof is een deel van de Marokkaanse en de Antilliaanse folklore?

'Dat het in Rotterdam vooral gaat om Antillianen en Marokkanen, is geen toeval. Maar dat heeft niet zozeer te maken met hun etnische achtergrond. Als we de Antillianen nemen: hun betrokkenheid heeft een duidelijke subculturele component, voortkomend uit de condities waarin die jongens terecht zijn gekomen. Ze zijn de armoede op de Antillen ontvlucht en lopen hier tegen veel gesloten deuren aan. Velen zitten in een uitzichtloze situatie; vaak geïsoleerd. Tel daarbij op dat het bij de Rotterdamse straatroven hooguit enkele honderden jongeren betreft. Die kunnen een subcultuur gaan vormen waarin ze elkaar opvoeden en imiteren. Ze bevestigen en versterken elkaar dan in dit soort gedrag. Binnen zo'n beperkte groep, in zo'n subcultuur waar allerlei voorwaarden toch al aanwezig zijn, kan het dan snel gaan.

'Maar over de gemeenschap als geheel kun je geen conclusies trekken op zo'n smalle basis. Daar komt bij: juist onder de Antillianen is een hele groep waar we nooit enig probleem mee hebben gehad. Vooral de hoogopgeleiden, die al vanaf de jaren zestig hier kwamen, assimileerden voorbeeldig.

'Die verschillen vormen ook een deel van het probleem. De kloof tussen die straatrovers en dat hoogopgeleide deel is zo groot, die laatsten willen niets te maken hebben met de nieuwkomers. Ze kunnen op het gedrag van die groep ook nauwelijks worden aangesproken. Antilliaanse maatschappelijke organisaties zijn er moeilijk van te overtuigen dat er voor hen een taak ligt.'

- In uw publicatie 'De huilende rover en de schaamteloosheid van de rationele keuzetheorie' (1993) verzet u zich tegen de notie dat aan straatroof vooral een kosten/batenanalyse ten grondslag ligt. Volgens u is het meer dan een makkelijke, relatief risicoloze manier om snel geld te verdienen.

'Beroving werd lang gezien als een middel tot een doel. De Amerikaanse criminoloog J. Katz maakte eind jaren tachtig indringend inzichtelijk dat het ingewikkelder ligt. Zijn Seductions of Crime (New York, 1988) en The Motivation of the Persistent Robber (Chicago, 1991) beschrijven een scala aan emoties die bij een straatrover een rol kunnen spelen: vernedering, gerechtigheid, arrogantie, belachelijkheid, cynisme, ontering, wraak, et cetera.

'Het zijn de emoties die straatrovers zelf aandragen als motivatie. Vaak zijn het perverse, verwrongen drogredeneringen. Maar om in de huid van de daders te kruipen, om te snappen wat er gebeurt op het moment van een beroving moet je die emoties als reëel bestaand beschouwen.

'Het is nogal wat, iemand beroven, het is voor iedereen moeilijk. Je moet een drempel over. Want je weet dat het niet mag. Je ziet bij iemand de angst in de ogen. Dat doet iets met je. Toch moet je dan doorzetten. Hoe doe je dat nou? Je moet jezelf ervan overtuigen dat je het kunt. Daarvoor moet je je eigen mentaliteit kneden. Jezelf motiveren. Schuldgevoelens wegredeneren: ze zijn toch goed verzekerd, ze hebben geld zat, ze vragen erom, hadden ze daar maar niet moeten lopen.

'Anderen gaan op zoek naar een gevoel van morele superioriteit. Iemand na een beroving op zijn nummer zetten, uitschelden, vernederen. Of een pistool op iemands hoofd zetten, de trekker overhalen op een lege kamer en dan lachen als hij het in zijn broek doet. Het is vaak een combinatie van: ik wil je geld, maar ik wil je ook nog vernederen. Ik ben nu even de baas. Dat kan een heel potent, bijna verslavend mengsel zijn.

'Het zijn allemaal processen die nodig zijn om dit soort dingen te kunnen doen. Lukt dat, heb je een manier gevonden, dan kun je het nog een keer en nog een keer. En dan wordt het onderdeel van je leefstijl: dan ben je wat je doet.'

- Het klinkt bijna als een vorm van zelfoverwinning. Straatroof is toch vooral laf en makkelijk? Jongetjes die een oude vrouw een boodschappentas uit de hand rukken?

'Begrijp me goed, ik kan me er woest over maken. Het is een zeer ernstig delict. De impact op de slachtoffers is enorm. Die jongens hebben daarvan geen enkel besef, of sluiten zich ervoor af.

'Wij noemen dat de fenomenologie van de damestas. Zo'n jongen denkt: ach, tasje, zit niet eens veel geld in. Maar hij heeft geen flauw idee wat er allemaal nog meer in zit: medicijnen, foto's van de kleinkinderen. Wat zo'n tas dan voor iemand betekent. Een groot gedeelte van het leven van zo'n oudere vrouw zit in die tas. Daar komt dan nog bij dat zo'n beroving vaak wordt gepleegd in de eigen buurt. Zo'n slachtoffer verliest een basaal gevoel van veiligheid.

'Mannen ervaren tijdens een overval een diepgaand gevoel van controleverlies en ingehouden woede. Ik heb taxichauffeurs, grote mannen die wel wat gewend zijn, met tranen in de ogen en een brok in de keel horen vertellen over hun beroving.

'Er zijn veel vormen van straatroof. Je kunt er ook ''goed'' in worden. Als onderzoeker heb ik eens een cadeautje gekregen. Na een groepsdiscussie met jonge straatrovers pakte eentje mij van achteren vast. Wat ik toen voelde, is niet zo gemakkelijk te omschrijven. Een soort gevoel van ontspanning. Ik gaf me aan hem over. Dat was omdat hij het met zo'n overtuiging deed. Helemaal niet wild of hard, maar met zo'n doelbewustheid dat mijn reflexen het overnamen en ik mij niet kon verzetten.

'Het zijn kunstenaars in de omgang met iemands reflexen. Het was speels, maar hij liet me even voelen: onderzoekertje, we kunnen de hele avond lullen, maar zo gaat dat dus. Hij maakte een punt. Dat was voor mij een bevestiging dat onder het vermogen berovingen te plegen nog van alles zit: emoties, vaardigheden, houding en een innerlijke overtuiging om zoiets te kunnen doen.'

- Maar onder al die straatrovers in Rotterdam zitten natuurlijk veel prutsers die maar wat doen.

'O ja. Als we de Rotterdamse situatie nemen, voldoen er van die 115, 120 Antilliaanse jongens misschien 25 aan de beschrijving van een serieuze straatrover. Dan zijn er nog enkele tientallen die op weg zijn zo te worden. Die moet je er op tijd uit zien te trekken. De anderen zijn meelopers en zullen dat blijven tot ze worden opgepakt.

'Dat ze worden opgepakt, daar ben ik optimistisch over. De maatregelen die het afgelopen jaar al zijn genomen, zijn de juiste. Er zijn straatroofteams geformeerd. Die zijn goed bezig, ook dát kun je aan de cijfers zien. Ruim 250 aanhoudingen; dan ben je toch een eind op weg.

'Rotterdam moet nu niet in paniek raken door een plotselinge toename in het aantal aangiften. De absolute aantallen zijn klein. Dan krijg je die schommelingen in de aangiften. Hooguit moet men erop gespitst zijn dat het probleem zich niet verplaatst. Als je het centrum schoonveegt, kan de onveiligheid elders toenemen.

'Belangrijk is verder dat de politie anderen, onderzoekers, vanuit een ander perspectief laat meekijken. Ook dat initiatief is al genomen. Binnenkort begint een onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving naar daders, plaatsen en slachtoffers. Ze moeten vooral op zoek naar slachtoffers die geen aangifte hebben gedaan. Slachtoffers weten veel, ze kunnen helpen.

'Stug volhouden is vervolgens het devies. Dan hebben ze over een jaar de helft te pakken, over twee jaar tweederde. Dat het subculturen betreft, is enerzijds lastig, omdat ze zo moeilijk te penetreren zijn. Dat kan de politie niet alleen. Maar bij de opsporing is het ook een voordeel, omdat het een beperkt aantal mensen is die heel actief zijn. Als die mensen gaan praten, gaat het heel hard.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.