'Een stokfietsheer ontmoet uitsluitend behulpzame landgenoten'

Ervaringen van een oude heer op een fiets

Dichter Anton Korteweg (73) maakt lange fietstochten door Nederland, in zijn eentje. Als hij toch eens iemand nodig heeft, wordt hij overstelpt met hulp. Een ode aan alle aardige mensen op zijn weg.

'Het ergst is nog het linker spillebeen in de ter plekke veel te ruime Cocq Sportif-broek.' Beeld Seb Ikso Agresti

Lange afstanden fietsen moet je in je eentje doen. Zeker als je, in de zeventig, het niet goed meer kunt en je uurgemiddelde niet boven de 13 kilometer uitkomt. U leest het goed: 13, geen 30. Want er is in het leven en dus ook op de fiets niets akeligers voor een tochtgenoot dan zich ter wille van jou te moeten inhouden. In Wat fietst daar? (1980) geeft Bob den Uyl nog een ander argument voor fietsen als solitaire onderneming: het voorkomt onvermijdelijk geruzie over de te volgen route. Van hem heb ik ook geleerd dat je uitsluitend moet fietsen met wind mee. Verstandige man. Een goede raad die ik daaraan nog toevoeg: verwissel met je stramme leden zelf geen band, tenminste als je er niet echt handig in bent, maar rijdt platbands naar een fietsenmaker in Tiel, Rhoon of Hulst. Hij helpt je stante pede.

Over hoe gretig en tot wederzijds genoegen niet-fietsenmakers alhier in ons land - jong, oud, man, vrouw, gekleurd, wit - een onmiskenbaar heerachtig type met woord en daad waar nodig te hulp schieten, gaat dit stukje. Het maakt niet uit of zo iemand die 'goedemorgen meneer' zegt en niet 'fijne dag' nu in het treinportaal staat te steunen op inklapbare thuiszorgstok (rechts) en Koga Miyata (links), of bij Fort Spijkerboor vergeefs probeert overeind te krabbelen.

Single ver fietsen wil nog niet zeggen dat je, als je behept bent met een krachteloos linker fietsbeen en gewapend met genoemde soort stok die na gebruik precies in je rugzakje past, onderweg niet soms iemand nodig hebt. Je moet immers na je fietstocht met de trein terug, dus je ontkomt niet aan in-, over- en uitstappen, wat in je eentje niet meevalt. Zeker niet op een station als dat van Middelburg, waar het hoogteverschil tussen perron en treeplank bovengemiddeld, bijna Vlaams is. En een paar keer per jaar moet je na een val opgeraapt en overeind worden geholpen, of je wilt of niet. Daar is ook iemand voor nodig. Afgezien daarvan is een onverwacht sociaal contact met een soortgenoot bij vermoeidheid vaak bijzonder welkom.

Ik maak - als gezegd alleen, met wind mee en zonder reserveband - 's zomers wekelijks fietstochten, bij voorkeur langs het water. Doorgaans vanuit Leiden. In elk geval eentje naar Enkhuizen, over Abcoude, wegens Gein en Waterland. Bij zeldzame Noordoostenwind een naar Vlissingen, om bij de Oosterscheldekering ter hoogte van Neeltje Jansz het mooiste tweeregelige gedicht in het echt te kunnen lezen: 'Hier gaan over het tij / de maan, de wind en wij' - Ed Leeflang. En een van Dordt naar Nijmegen, trapsgewijs opklimmend langs stukjes van steeds andere grote rivieren. Om te kunnen opscheppen dat ik opnieuw de Afsluitdijk heb weten te bedwingen, staat ook jaarlijks het traject Hoorn - Leeuwarden op het programma. En voorts sukkel ik jaarlijks de IJssel af, van Arnhem naar Kampen.

Anton Korteweg Beeld Hollandse Hoogte

Anton Korteweg

Anton Korteweg (Zevenbergen, 1944, op de foto in 2008) debuteerde in 1971 als dichter en publiceerde sindsdien 12 bundels. In 2015 verscheen Ouderen zijn het gelukkigst en alle andere gedichten tot nu. In 1986 ontving hij als eerste de A. Roland Holst-Penning. Zijn recentste publicatie, Het oog van de dichter, is een verzameling van 25 opstellen over schilderijgedichten van onder anderen Hugo Claus, Anna Enquist, Ingmar Heytze, Charlotte Mutsaers en M. Vasalis. Deze uitgave verscheen vorige maand. Korteweg was van 1979 tot 2009 directeur van het Letterkundig Museum, thans het Literatuurmuseum.

Buikje

Het is van het begin af aan al geen gezicht. Het krampachtig ingehouden buikje is gehuld in een hemelsblauw raceshirt. Het rode rugzakje lijkt wel een bochel. Daarin bevinden zich de ingeklapte stok, pleisters, verband, padvindersmes en een portemonnee, waarin goed vindbaar het telefoonnummer van thuis. Voor als er wat gebeurt, want ik heb geen mobieltje. Dan kan de eerlijke vinder zo nodig bellen.

Het ergst is nog het linker spillebeen in de ter plekke veel te ruime Cocq Sportif-broek. Dat doet wegens spiergebrek maar voor de grap mee, waardoor ook een klimmetje van niks al een hele opgave wordt, bij voorbeeld onder Wijk bij Duurstede een brug op over het Amsterdam-Rijnkanaal. Oudere dames met antidecubitusvachtjes op hun zadel tegen doorzitten halen me daar tot hun aanvankelijke verbazing in en roepen me als het zo ver is behulpzaam toe dat zij een e-bike hebben. Geen kunst dus. Met die kennis kan ik getroost weer in de allerkleinste versnelling met rechts aanzetten.

Het tenue wordt gecompleteerd door echt wielrennersschoeisel, zij het met inlegzooltjes. Dat is voor de show, want ik heb pedalen zonder toeclips. Uit ervaring weet ik dat ik de voet niet altijd tijdig meer daaruit kan bevrijden. Aan klikpedalen heb ik me al helemaal nooit gewaagd. Niettemin val ik toch af en toe, vrijwel altijd uit bijna-stilstand. In het fietsersportaal van de trein tussen Zwolle en Utrecht heeft een aspirant-prof, een jongen die als jeugdig talent koersen in Vlaanderen had gewonnen maar zijn studie in Delft uiteindelijk had laten prevaleren, me verteld dat juist die verticale valpartijen de grootste schade aanrichten, met name aan de knieën.

Achter die twee gele, met een zwarte fiets beschilderde NS-deuren bevinden zich buiten het seizoen doorgaans, vermoed ik, vooral kortrijders, zwartrijders en contactmijders. Maar 's zomers is het er met uitsluitend toerfietsers onder elkaar vaak erg gezellig. De fietsen staan rijen dik voor een reeks opklapstoeltjes. Dat fietsen wel mogen zitten en fietsloze reizigers niet wekt soms wrevel, maar dat heeft de NS nu eenmaal zo bepaald. Er is altijd vanzelfsprekend onderling contact: wie moet er waar uit, dus welke fiets moet vooraan staan, en veel gedoe als er een fiets tussenuit gewurmd moet worden.

Het Amsterdam-Rijnkanaal Beeld anp

Reiservaringen

Dan komen al gauw de reiservaringen; een verbonden knie is een voor de hand liggend aanspreekpunt en levert de bezitter veel profijt. Vooral 's avonds, wat later, moe, met z'n tweeën, ontstaat er in zo'n rijdend fietsenhokje gemakkelijk een gevoel van intimiteit, zelfs saamhorigheid. Heel wat gezelliger dan dat stompzinnige mobielgeloer elders in de trein. Zo bereikt men verkwikt zijn plaats van bestemming. Ik heb er niet alleen met de Delftse coureur in hope mooie gesprekken gevoerd, maar ook met een Leidse studente met wie het 'uit' was en die er daarom 'in haar uppie' op uit was getrokken, met een oudere dame over het voordeel van een klassieke stok boven een handgreeploze telescoopdito, en met een refo-jongedame die in Schoonhoven voor zilversmid had geleerd.

Ze was uit Gouda verhuisd naar Zwolle; in het al geruime tijd gereed staande pendeltreintje in Kampen, waar ze bij haar moeder op bezoek was geweest, bezong ze geloofwaardig de voordelen van het boven-IJsselse boven de jachtige randstad, dit alles geïllustreerd met mobieltjesfoto's. Geen mooier stadsprofiel dan dat van Kampen bij avond, gezien vanaf het enige perron aldaar, inderdaad. Maar dat had ik al vaker vastgesteld. Ze liet het niet bij woorden alleen, want bracht me in Zwolle met fiets en stok naar de trein richting Schiphol. Ze had om half tien nog alle tijd. Er is hoop. Ik kan het onze vorst aanraden, incognito treinreizen in fietsportalen. Zo leert hij zijn onderdanen kennen.

Terug naar die beschadigde knieën. Na een val moet ik hetzij naar een boom, bank of paaltje kruipen om me met behulp daarvan rechtop te krijgen, wat een genante vertoning is, of met fiets en al overeind worden geholpen. Mensen doen dat altijd. Ook dat levert behalve een gevoel dat het leven deugt als bijvangst leuke gesprekken op, zoals dat met een Mercedesrijder die me, juli 2011, in Gennep opraapte. Hij had de vorige dag net als ik op tv Johnny Hoogerland tijdens een touretappe het prikkeldraad ingereden zien worden en vroeg of ik het plan had gehad diens goede voorbeeld te volgen. Een paar dagen later bleek de Zeeuwse prof met 33 hechtingen weer in elkaar gezet te zijn.

Of bij Fort Spijkerboor, waar de vrouwelijke helft van zo'n ouder echtpaar, dat ik vroeger op een smal fietspad met geweld niet uit elkaar gebeld kon krijgen, me overeind hielp. Ze deed me ook nog een pakje papieren zakdoekjes ter leniging cadeau en liet me weten dat de meisjes van Wormerveer, opgepimpt als ze zijn, er zelf om vragen lastig te worden gevallen. Het kon niet op. Je staat er trouwens van te kijken hoeveel bij normaal weggebruik niet waarneembare steenslag op het asfalt blijkt te liggen als je na een val je knie inspecteert.

Instappen

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de hulpvaardigheid bij in- en uitstappen. Het komt meer dan eens voor dat een conducteur (m/v) me direct al na het instappen vraagt waar ik eruit wil, zodat hij ter plekke mijn fiets eigenhandig de trein uit kan helpen. Heeft hij het te druk met hortende en stotende of nep-leuke omroepberichten, dan is er altijd wel een mede-uitstapper die aanbiedt op het perron mijn fiets even vast te houden totdat ik me de trein uit gemanoeuvreerd heb.

Instappen is gemakkelijker: je hebt meer tijd en een optrekstang tot je beschikking, en je loopt minder risico als je je fiets als rijdende wandelstok gebruikt. Maar soms moet je je haasten om de fietsinstapplek te halen: zomaar ergens instappen, daar houdt de NS niet van. Ook dan kan redding nabij zijn, zoals verleden jaar in Roosendaal, niet voor niets de stad waar Jesse Klaver is opgegroeid. Daar rukte een jonge medelander me de Koga uit handen, holde ermee naar de gele-deuren-met-zwarte-fiets, zette de fiets in het portaal en verklaarde nadat ik hem bedankt had dat hij tenminste nog fatsoenlijk was opgevoed.

Een stokfietsheer, wil ik maar zeggen, ontmoet uitsluitend, daadwerkelijk en verbaal, behulpzame landgenoten. Als hij even niet nadenkt, hangt hij een touwtje uit zijn brievenbus. Hij leeft in een keigaaf land waarop hij trots kan zijn.

'Het komt meer dan eens voor dat een conducteur (m/v) me direct al na het instappen vraagt waar ik er uit wil.' Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.