Opinie

'Een Nederlandse missie in Mali is onontkoombaar eigenbelang'

Nederland heeft in Minusma een eenmalige kans een cruciale rol in een VN-operatie te gaan vervullen, schrijft Rob de Wijk. 'Als Nederland special forces, een inlichtingenteam, bewapende helikopters en hopelijk transporthelikopters gaat leveren, plaatst Nederland zich in het hart van de VN-operatie.'

Franse militairen in Gao. Foto reuters

Begin dit jaar intervenieerde een kleine Franse strijdkracht in het noorden van Mali en maakte de weg vrij voor Minusma, de VN-macht waaraan Nederland nu een bijdrage wil leveren. Om het beschadigde blazoen op te poetsen, bleek uit een reconstructie in de Volkskrant.

Dat wordt inderdaad tijd. Na het vertrek uit Afghanistan leverden aanvankelijk alleen ministaatjes als Cyprus en Malta, en het van oudsher neutrale Finland minder troepen aan missies dan Nederland. Het dieptepunt was de Nederlandse onmacht van eerder dit jaar om zelfs ook maar de geringste bijdrage aan de EU-trainingsmissie in Mali te leveren. Politici waren vooral met elkaar bezig en de bevolking wilde afzijdigheid.

Maar inmiddels begrijpt ook Den Haag dat deze houding onze internationale positie ondermijnt. Er wordt nauwelijks meer naar ons geluisterd en Nederland kan zijn internationale belangen niet langer effectief bevorderen. Want wie niets bijdraagt, wordt ook niets gegund.

Lakmoestest voor het Nederlands belang
De gang naar Mali wordt daarom een lakmoestest voor het Nederlands belang. Ik kan me niet erg verheugen op de gebruikelijke clichés en dooddoeners waarop we de komende weken zullen worden getrakteerd. Tegenstanders zullen de missies afserveren als een 'nieuw Afghanistan' en een risicovolle vechtmissie in een gebied waar Nederland niets te zoeken heeft: 'Laten ze het zelf maar opknappen.' Voorstanders zullen op het gemoed spelen met verhalen over de half miljoen vluchtelingen, hongersnood en de terreur van extremisten tegen de onschuldige bevolking in het ooit zo democratische Mali.

Maar al die argumenten schieten tekort. De instabiliteit in Afrika en het Midden-Oosten, met als meest zichtbare gevolg de stromen bootvluchtelingen en overvolle kampen rond Syrië, begint ook Europa te raken. De ontwrichting die de ook in Nederland zo geliefde Arabische 'Lente' teweegbracht, had een aanzuigende werking op extremisten die dromen van sharia, fundamentalisme, de onderwerping van tegenstanders en de strijd tegen het goddeloze Westen.

Inmiddels hebben extremisten vrijplaatsen in vrijwel alle landen die door de Arabische opstanden werden ontwricht. Dit soort vrijplaatsen nabij Europa zijn niet te tolereren, zeker niet als deze, al dan niet door toedoen van jihadisten uit Nederland en België, een springplank naar Europa worden.

De situatie in Mali verslechterde nadat de NAVO, gesteund door Nederland, militair in Libië intervenieerde. Formeel ging het om het beschermen van de bevolking tegen de Libische leider Kadhafi, maar uiteindelijk draaide het uit op de omverwerping van het regime zonder dat daar een goed alternatief voor was. Wat volgde was voorspelbare chaos en anarchie. Wapenarsenalen werden geplunderd en vonden hun weg naar extremisten in omringende landen en Syrië. En uit Libië terugkerende Toearegs trachtten in het noorden van Mali een eigen staat te stichten.

Dreiging jihadgebieden
Inmiddels grenst Europa aan jihadgebieden die een bedreiging voor onze belangen vormen. De Europese Unie is daar in zijn Sahel Strategie heel helder over. Mauritanië is een belangrijke leverancier van ijzererts. Niger levert uranium. Het hele gebied wordt een steeds belangrijkere olie- en gasleverancier. Het ontbreken van staatsgezag bedreigt deze belangen en stelt criminelen en jihadisten in staat inkomsten te genereren met drugstransport en kidnapping van westerlingen.

Europese economische, humanitaire en veiligheidsbelangen zijn in het Noorden van Afrika en het Midden-Oosten nauw met elkaar verweven. Een missie in Mali is, evenals een toekomstige missie in Syrië, onontkoombaar eigenbelang. Voor Mali komt daarbij dat de westerse interventie in Libië mede verantwoordelijk voor de chaos in Mali is.

Toch staat de VN voor een haalbare opdracht. Mali is geen Afghanistan. De presidentsverkiezingen verliepen rustig. Er lijken vorderingen te worden gemaakt met het vredesproces tussen opstandelingen en regering. De VN omschrijft de veiligheidssituatie als 'relatief stabiel, maar fragiel'. De extremistische dreiging is sterk afgenomen, hoewel groepen als Al Qaida in het gebied ten noorden van Timboektoe zouden rekruteren en extremisten ook rond Gao en Kidal actief zouden zijn.

Vredesproces in Mali
Het grootste gevaar lijken extremisten die vanuit omringende landen het vredesproces in Mali willen ondermijnen. Maar de Malinese staatsmacht lijkt te verbeteren. De trainingsmissie van de EU draagt bij aan de ontwikkeling van het veiligheidsapparaat van de regering en Minusma komt op sterkte, hoewel VN-vertegenwoordiger Bert Koenders om meer troepen vraagt.

Als Nederland special forces, een inlichtingenteam, bewapende helikopters en hopelijk transporthelikopters gaat leveren, plaatst Nederland zich in het hart van de VN-operatie. Want Nederland levert capaciteiten die de VN als kritisch heeft aangemerkt.

Critici van de missie moeten kijken naar de evolutie die stabilisatiemissies, vooral die van de VN, doormaken. Troepen uit de regio vullen deze VN-operatie; westerse landen leveren capaciteiten waarover de regio niet beschikt, zoals trainers, special forces, transport en inlichtingen. Met deze capaciteiten worden de gevechtsoperaties gefaciliteerd die vooral door troepen uit de regio worden uitgevoerd.

Nederland heeft in Minusma een eenmalige kans een cruciale rol in een VN-operatie te gaan vervullen. Dat hierdoor ook de geschonden internationale reputatie van Nederland enigszins kan worden hersteld, is mooi meegenomen.

Rob de Wijk is directeur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies.

 
Een missie in Mali is, evenals een toekomstige missie in Syrië, onontkoombaar eigenbelang. Voor Mali komt daarbij dat de westerse interventie in Libië mede verantwoordelijk voor de chaos in Mali is
Meer over